Redactieblog

415 x bekeken

Receptplicht leidt niet tot ander gebruik

Sinds 2008 kan een veehouder zonder recept van de dierenarts geen ontwormmiddelen kopen. Deze zogeheten URA-regeling heeft niet geleid tot minder gebruik van ontwormmiddelen, wel tot een prijsstijging.

De receptplicht voor bepaalde diergeneesmiddelen heeft een minder grote gedragsverandering veroorzaakt in de productie- veehouderij ten opzichte van de paardensector.

Het gebruik en de toepassing van de middelen is in de veehouderij vrijwel gelijk gebleven. Dat concludeert onderzoeksbureau Beerenschot in een onderzoek naar het effect van de zogeheten URA-regeling voor diergeneesmiddelen. De belangrijkste oorzaak hiervan is dat de dierenarts bij productiedieren al een duidelijke poortwachtersfunctie heeft, terwijl de paardensector vrijwel niet gereguleerd is. Veehouders ervaren wel hogere kosten van het gebruik van diergeneesmiddelen door de receptplicht. 51 procent van de rundveehouders, 61 procent van de schapenhouders en 47 procent van de varkenshouders zegt meer te moeten betalen. Bij 8 procent van de veehouders zijn de kosten van de middelen juist gedaald, terwijl 40 procent zegt evenveel te betalen.

Sinds 1 juli 2008 geldt voor vijf categorieën diergeneesmiddelen een nieuwe regeling. De middelen, waaronder ontwormmiddelen, zijn uitsluitend op recept van een dierenarts te verkrijgen. Voorheen waren de middelen vrij verkrijgbaar. De regelgeving moet leiden tot een meer selectief en restrictief gebruik van deze diergeneesmiddelen, waarbij de dierenarts een rol als poortwachter vervult.

Uit het onderzoek blijkt dat rundveevouders al 79 procent van de URA-middelen bij de dierenarts kochten. Na de invoering van de regeling is dit toegenomen naar 87 procent. Bij varkenshouders steeg dit van 68 naar 80 procent. De aanschaf van diergeneesmiddelen via een internetdierenarts is bij rundveehouders toegenomen van 4 naar 6 procent, terwijl dit bij varkenshouders van 2 naar 4 procent steeg. 80 procent van de schapenhouders koopt nu ontwormmiddelen bij de dierenarts. Voorheen was dit 70 procent.

Opvallend is dat het gebruik van de URA-middelen bij rundveehouders na de invoering van de nieuwe regels is gedaald van 61 naar 53 procent van de ondervraagden. Bij varkens-, paarden- en schapenhouders daalde het gebruik niet of nauwelijks. In 14 procent van de verzoeken om een URA-middel door de veehouder bood de dierenarts een alternatief aan. Het ging hier vooral om aanpassen van het beweidingsbeleid.

Het dierenartsbezoek is na de invoering van de URA-regelgeving bij 10 procent van de rundveehouders toegenomen, bij 80 procent gelijk gebleven en bij 11 procent afgenomen. Bij een derde van de rundveehouders is de dierenarts na juli 2008 nooit op het bedrijf geweest in het kader van het gebruik van URA middelen.

Het oorspronkelijke doel van de regelgeving, het krijgen van een level playing field in Europa, is volgens de onderzoekers van Beerenschot gerealiseerd. Eerden konden veehouders uit Duitsland en België bijvoorbeeld wel middelen in Nederland kopen zonder recept, terwijl ze daarvoor in eigen land wel een recept van een dierenarts moesten hebben. Toch blijven er verschillen; in het ene land zijn regels strenger dan in het andere.

Of registreer je om te kunnen reageren.