Redactieblogger

309 x bekeken

Vreemde klanken

Eén van de 'gereedschappen' die een striptekenaar kan gebruiken is de onomatopee of klanknabootsing. De eerste die ik in Opa gebruikte was MEUH. U raadt het al: het geloei van een koe.

Na die eerste klank volgden niet veel later BÈH (schaap) en KNOR (varken). In de loop der jaren heb ik heel wat onomatopeeën gebruikt. Een kleine bloemlezing:
TUDELUDELUU: Een telefoon.
FLETS: Een mobieltje dat in een koeienvlaai valt.
KNERP: Een pocket-pc waar een trekker overheen rijdt.
VROAP of VROEM: Een trekker.
ZAAG KLOP HAMER: Opa aan het klussen.
KLAK: Een bunzingklem die dichtklapt.
VROAR VROP ROAR: Crossmotoren.
PSCHHHT: Een hogedrukspuit.
BRROEMMM..: Een instortend schuurtje.
KLOEK KLOEK KLOEK: Een omgevallen jeneverfles die leegloopt.
ROOÔÔH: Een giertank die volgepompt wordt.
WAKWAKWAK: Boze ganzen.
KNISPER KNISPER: Een nieuw briefje van 250 euro.
WOESZZ: Een steekvlam.
PFRSLT: Een schaap dat haar tong uitsteekt.
PLOEMP: Bertus springt in de sloot.
PLOMP: Opa valt in de sloot.
WOEI HOEI: Harde wind.
KRETZ: Een klomp door een raam.
SCHRZZ: Opa die het schrikdraad vastpakt.
WOING: De springveer van een wipkip.
KLEP KLEP KLEP: Een klepmölle.
WOESH: Een ventilator.
PIEF PAF POEF: Jagers in het bos.
RROMMELDEBOM: Rollende bieten.

In de strip van de aankomende week hoort Opa het volgende geluid:
TSJ ... RRR PSCH.. PSCH... PSCH..
Wat zou dat nu weer kunnen betekenen?

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.