Rundveehouderij

Achtergrond 2901 x bekeken 7 reacties

‘Jong opzetten in de kalverhouderij is verkeerd’

De Beter Leven-voorwaarden voor vleeskalveren en vleesvee zijn aan een herziening toe. Voor melkvee zijn voorwaarden in de maak.

In 2010 presenteerde de Dierenbescherming het Beter Leven-keurmerk voor vleeskalveren. Ze werkt hard aan herziening van de voorwaarden ervan. Dat dit minder snel gebeurt dan in andere sectoren komt mede doordat de kalfsvleessector voor 95% afhankelijk is van export. “Deels zijn landen als Duitsland, Frankrijk en Italië wel geïnteresseerd in dierenwelzijn”, stelt Bert van den Berg. “Maar ze stellen er nog geen bovenwettelijke eisen aan en willen daar niet direct voor betalen. Frankrijk en Duitsland maken wel vorderingen op het gebied van varkenscastratie. Voor de vleeskalveren tonen die landen ook interesse in het vloerenonderzoek dat de afgelopen jaren draaide.”
Artikel gaat verder onder de foto.

Bert van den Berg (60), programmamanager veehouderij bij de Dierenbescherming: "Je kunt bijvoorbeeld ook een harde gewichtsgrens stellen maar er zijn nu al kalveren die de grens van 36 kilo op 14 dagen niet halen. De meeste melkveehouders doen hun stinkende best voor elk kalf, maar toch kan en moet het beter." - Foto: Roel Dijkstra
Bert van den Berg (60), programmamanager veehouderij bij de Dierenbescherming: "Je kunt bijvoorbeeld ook een harde gewichtsgrens stellen maar er zijn nu al kalveren die de grens van 36 kilo op 14 dagen niet halen. De meeste melkveehouders doen hun stinkende best voor elk kalf, maar toch kan en moet het beter." - Foto: Roel Dijkstra

Hoe snel worden aanpassingen van het keurmerk ingevoerd?

Van den Berg: “We werken aan een bijstelling van de bestaande criteria die we vervolgens eerst aan de deelnemers aan Beter Leven kalf – Van DrieGroup, Pali Group en Veal Fine – en geïnteresseerden voorleggen om de haalbaarheid te toetsen en draagvlak te creëren. Er zijn voor de kalverhouderij zeker uitdagingen, maar alleen met goed overleg komen we verder. Onder druk zetten werkt vaak averechts.”

Lees onderaan dit artikel 'Kalf bij de koe wordt een must voor 3 sterren'

De Dierenbescherming overlegt al veel langer met de kalverhouderij over het houderijsysteem. Zijn dat lastige gesprekken?

“In de jaren 70 en 80 hebben we het kistkalf ter discussie gesteld. De eerste reactie was dat groepshuisvesting niks was. Tot er een aantal kalverhouders in sprongen en Albert Heijn het als groepskalfsvlees verkocht. Toen ging geleidelijk de hele Nederlandse sector en uiteindelijk de hele Europese kalverhouderij om. Aanvankelijk ging het om groepjes van 4 kalveren, nu zijn groepen van 8 tot 10 standaard. In de toekomst kan het nog wel groter.”

‘De meeste melkveehouders doen hun stinkende best voor elk kalf’

U liet eens vallen dat een nuchter kalf misschien tot 28 dagen bij de melkveehouder moet blijven. Vanwaar 2 weken langer bij de fokker?

“Jong opzetten in de kalverhouderij is structureel verkeerd. Je ziet dat juist in de eerste 8 weken veel luchtwegproblemen ontstaan en daardoor meer antibiotica nodig is. Ik heb die 4 weken genoemd, omdat het immuunsysteem blijkens wetenschappelijk onderzoek pas na 4 weken uit de jonggeborenfase komt. Je kunt ook een harde gewichtsgrens stellen, maar er zijn nu al kalveren die de grens van 36 kilo op 14 dagen niet halen. De meeste melkveehouders doen hun stinkende best voor elk kalf, maar toch kan en moet het beter.”

Het oprekken van de leverleeftijd zal vooral bij de melkveehouder op weerstand stuiten.

“Daar zijn we ons van bewust. Maar nu kampt de kalverhouderij met veel gezondheidsproblemen en een hoog antibioticagebruik. Ik verwacht dat ideeën om melkveehouders te helpen met de kalveropfok en terugkoppeling hoe hun kalveren het in de vleeskalverhouderij gedaan hebben uiteindelijk een win-winsituatie oplevert.”

Waar liggen voor kalverhouders nog meer uitdagingen op het gebied van dierenwelzijn?

“De gezondheid moet verder omhoog en het antibioticagebruik omlaag. Bijvoorbeeld door volgens hygiëneprotocollen te werken en door tussen rondes te reinigen en ontsmetten en de stal even leeg te laten staan.

In bestaande stallen kan ammoniak en stof aangepakt worden en bij nieuwbouw zou je moeten kiezen voor direct scheiden van mest en urine en regelmatige afvoer ervan uit de stal. Naast grotere groepen kan de oppervlakte per kalf omhoog. En er wordt al steeds meer ruwvoer verstrekt, maar dat mag nog best verder omhoog.”

‘Het aantal kniegewrichtsontstekingen gaat op rubber omlaag’

U gaf al aan dat het buitenland interesse heeft in het vloerenonderzoek. Hoe kijkt de Dierenbescherming naar het gebruik van rubber vloeren?

“We zijn betrokken geweest bij de begeleiding van dit onderzoek. Ik vind het een gemiste kans dat er niet ook naar stro is gekeken. Maar rubber geeft welzijnsvoordelen. Je ziet de dieren vaker van lighouding veranderen, dat wijst erop dat ze zich comfortabel voelen, anders willen ze zich echt niet omdraaien. Met de vloeren die in het tweede traject zijn terechtgekomen zie je ook dat de dieren schoner blijven. En het aantal kniegewrichtsontstekingen gaat op rubber omlaag.”

Stellen jullie verdere beperking van de importen voor?

“Voor kalveren zitten de Beter Leven-regels al op maximaal 8 uur transporttijd. Gezien het aantal melkveehouders in Nederland, Duitsland en België, de welzijnsnadelen van langdurig transport en het risico op invoer van dierziekten, zou de sector helemaal af moeten van aanvoer van kalveren van verder weg. Maar stel daarbij net als bij de varkenshouderij gezondheidseisen aan je leveranciers. Niet alleen aan buitenlandse, maar ook aan Nederlandse. Probeer als kalversector meer met vaste melkveehouders voor 1 kalverhouder te werken. Denkavit experimenteert hier nu al mee in Duitsland, VanDrie wil dit ook.”

‘Omringende landen lopen ons nu voorbij’

Hoe kijkt u tegen de aanpak van IBR en BVD aan?

“BVD is voor rundvee wel de grootste boosdoener. Omringende landen lopen ons nu voorbij. We hebben natuurlijk een verleden met een vervuild vaccin, maar daar moeten we ons nu toch eens overheen zetten. Als je met management en vaccineren vrij wordt, dan behaal je een flinke vooruitgang op diergezondheid en aansluitend ook op dierenwelzijn.”

Werkt de Dierenbescherming naast een herziening van Beter Leven-eisen voor vleeskalveren ook nog aan de andere rundveesectoren?

“Voor Beter Leven-vleesvee worden nu ook criteria opgenomen voor begrazing in natuurgebieden. Het huidige systeem is gericht op zoogkoeien en vleesstieren, maar er waren ook vragen voor weiden in natuurgebied. Daar moeten toch wat andere zaken voor opgenomen worden.”

Noem eens een voorbeeld?

“Voer, water en beschutting zijn in natuurgebieden anders. Je moet je eens afvragen of je die halfwilde Heckrunderen of Schotse Hooglanders wel naar een slager moet vervoeren. Dat levert voor die dieren een hoop stress op. Vandaar dat we alleen gedomesticeerde rassen willen opnemen die ook in de reguliere veehouderij worden gehouden.”

Er wordt al langer gesproken over Beter Leven-sterren voor melk. Hoe ver staat het daar mee?

“We zitten nu in de pilotfase. Daarin toetsen we op melkveebedrijven de criteria die we samen met Natuur&Milieu en de Vogelbescherming hebben ontwikkeld. Het gaat om punten als transport, veevoer, ammoniakemissie en oppervlakte per dier. Welzijn willen we ook gaan meten op basis van bestaande methodes als klauwgezondheidsscore en conditiescore. Eén van de issues is kalf bij de koe, dat moet bij 3 sterren toch gaan gebeuren.”

‘De vrijloopstal is de stal van de toekomst’

De zuivel zet nu in op het uit faseren van de grupstal. Welk staltype heeft volgens u dan wel een toekomst?

“Ik zie de vrijloopstal als de stal van de toekomst, eigenlijk een verbeterde versie van de potstal. De discussie ligt nog wel bij de bodem, het is zoeken naar hoe die te managen omdat je toch risico’s hebt met thermofiele bacteriën. Er zijn nu nog maar zo’n 50 vrijloopstallen. Misschien komt er als overgang eerst een combistal met ligboxen voor de melkgevende koeien en een vrijloopdeel voor de droogstaande. Dat vrij bewegen is goed voor de koe. Je ziet al grote verbeteringen op de bedrijven met ruime strohokken om te kalven of voor aandachtskoeien.”

Alle nieuwe eisen zijn leuk, maar het Beter Leven-keurmerk kost de sector wel geld. Dat lijkt niet uit de retail terug te komen.

“Wij spreken wel degelijk met de afnemers af dat ze de meerkosten betalen en horen terug dat dit gebeurt. Maar we zitten niet aan tafel bij de prijsonderhandelingen. We denken over systemen om de kosten van dierenwelzijn, milieu en ook een redelijk inkomen voor de boer zichtbaarder te maken.”

Een mooi streven maar gaat dat lukken?

“Het probleem zit vooral in het grote oppervlak aan supermarkten in Nederland en omringende landen. Dat leidt tot een moordende concurrentie op prijs. Je ziet nu dat de supers 1-sterproducten nauwelijks duurder dan gangbaar in het schap leggen. Ze nemen de meerkosten hiervan voor eigen rekening. Wat wel een goede ontwikkeling kan zijn, is dat de retail nu meer naar vaste ketens gaat en minder in tenders gaat werken. Die tenders zijn funest voor de boerenprijs.”


Kalf bij de koe wordt een must voor 3 sterren

Bert van den Berg is programmamanager Veehouderij bij de Dierenbescherming en betrokken bij de ontwikkeling van het Beter Leven-keurmerk. Vleeskalverhouders kunnen 1 ster behalen, deelnemende vleesveehouders hebben vooral 2 of 3 sterren. Biologische veehouders kunnen 3 sterren krijgen. Voor melkveehouders zijn de normen voor 1, 2 en 3 sterren in de maak. Kalf bij de koe wordt een must voor 3 sterren.

Laatste reacties

  • farmer135

    Wat ammoniakemissie met welzijn te maken heeft ontgaat me even

  • ghsmale

    Waarom geen 3 maanden bij de boer nog beter voor van drie
    In de jaren tachtig waren de kalveren 3 dagen oud en een vrouwelijke tweeling van 35 kilo bracht omgerekend 300 euro op.
    Nu brengt een kalf van twee weken en bijna 50 kilo wat minder op
    Dus die extra twee weken bij de boer gaan echt niet betaald worden

  • deB.


    Maar dat is van geen belang voor deze wijsneuzen....de boer moet betaald worden. ipv die grijp grage quote topper van drie

  • Marco22

    Die wijslip maar ook kalversector begrijpen nog steeds niet, als je kalveren van verschillende bedrijven in 1 hok stopt problemen gaat geven.
    Is het dan terecht dat zij naar de melkveehouderij/fokker wijzen?
    14 dagenregel, kalf-volgsysteem wat doen mesters zelf?

  • Heromar1

    als vleeskalver houder zorg je voor schoongemaakte stal die tevens onsmet en verwarmt is 3 maal daags voeren enz
    toch gaat niet iedere ronde zoals het zou moeten
    ik denk dat , de melkveehouder op tijd het kalf voorziet van goede biest
    dat we dan hoop problemen minder hadden.
    dit is immers ook hun eigen belang wat betreft de vaarskalveren voor eigen bedrijf
    er zijn ongetwijfeld melkveehouders dit wel erkennen maar niet allemaal het is geen verwijt maar doe er je voordeel mee.

  • kschouten

    Ik koop mijn kalveren meestal als ze 4 dagen oud zijn ( jongveeopfok).
    ze komen wel in quarantaine en dus niet in contact met andere kalveren.
    Dit bevalt me al jaren heel goed de veehouder moet me wel garanderen dat het kalf goed biest heeft gedronken.

  • gradje1966@

    Als de dierenbescherming meent de regels te moeten maken dan moeten ze vooraf de meerkosten garanderen dat die betaald worden en niet voor een jaar
    maar voor altijd anders houden de boeren de broek niet omhoog

Laad alle reacties (3)

Of registreer je om te kunnen reageren.