Rundveehouderij

Achtergrond 4940 x bekeken 7 reacties

De gevaren van ziekte-insleep: hek moet op de dam

De biosecurity op melkvee- en vleesveebedrijven kan worden verbeterd. Vaak gaat het om relatief simpele aanpassingen.
De belangrijkste risico's en hun oplossingen 
→ afkalfstal/ziekenboeg
→ afleveren koe en kalf
→ hygiëne kalverstal
→ looplijnen en scheidingen

Kalverhouder moet vooral intern aan de gang
→ 5 aandachtspunten binnen de stallen
Weinig hygiënemaatregelen op vleesveebedrijven

Melkveehouders zijn zich steeds meer bewust van de risico’s van ziekte-insleep op hun bedrijf via personen en materialen. De laatste vijf tot tien jaar is daarom bij nieuwbouw een hygiënesluis gerealiseerd. Vaak is het een kapstok met daaronder verschillende maten laarzen in de hal naar het tanklokaal, of naar het in de stal gelegen kantoor. Een kleiner aantal veehouders pakt het serieuzer aan door in die ruimte met behulp van een eenvoudige houten bank een barrière te maken, met aan de voorkant de ‘vuile’ kant waar bezoek de schoenen moet laten staan en aan de achterkant de ‘schone’ kant met overalls en laarzen.

‘Er zijn zelfs veehouders die hun weidegangschema afstemmen met de buurman’

Uit deze ontwikkeling blijkt volgens Linda van Wuijckhuise, dierenarts bij de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD), dat steeds meer veehouders zich bewust zijn van de gevaren van ziekte-insleep: “Er zijn zelfs veehouders die hun weidegangschema afstemmen met de buurman, zodat er altijd één perceel vrij blijft tussen hun koppels vee.”

Toch kunnen erfbetreders op veel bedrijven nog zo de stal inlopen. Blijkbaar is het lastig om bijvoorbeeld de voeradviseur of veehandelaar te wijzen op het dragen van bedrijfskleding. Maar ook het doorvoeren van strikte regels over wie wanneer de stal in mag blijkt voor veehouders niet de volledige prioriteit te hebben.

Aankoop blijft zwakke plek

Ondanks dat ongeveer 53% van de melkveehouders een gesloten bedrijfsvoering heeft, blijft aanvoer van vee met stip op nummer 1 staan wat betreft risico’s. Het is van belang om bij aanvoer van vee op de ziektes van het herkomstbedrijf te letten. Een hogere ziektestatus betekent niet automatisch vrij van alles. De laatste jaren worden er steeds meer vaarzen en koeien uit Duitsland gekocht. Op het gebied van IBR en BVD is Duitsland verder dan Nederland, maar met salmonella en leptospirose loopt de veehouderij daar achter. Bij aanvoer loopt een veehouder ook risico met het binnenhalen van infectieuze klauwaandoeningen, uieraandoeningen, schurft en schimmel.

Vleeskalverbedrijven sluiten hun bedrijf af om ziekte-insleep te minimaliseren. Melkvee- en vleesveebedrijven zijn veelal gewoon toegankelijk. - Foto: Bert Jansen
Vleeskalverbedrijven sluiten hun bedrijf af om ziekte-insleep te minimaliseren. Melkvee- en vleesveebedrijven zijn veelal gewoon toegankelijk. - Foto: Bert Jansen

Een ander aandachtspunt is het uitbesteden van de jongveeopfok, iets wat de laatste vijf jaar is toegenomen. Wanneer dat een-op-een gebeurt is er minder risico, maar veel opfokkers werken voor meerdere melkveehouders. Van Wuijckhuise: ”Leg jouw gezondheidsstatus naast die van de andere veehouders die daar laten opfokken, maak er een zoekcriterium van. En zorg ervoor dat vaarzen die weer thuis komen eerst in quarantaine staan voordat ze in het koppel gaan.”

Versleping binnen bedrijf veel gevaarlijker

Veehouders zijn zich steeds meer bewust van het buiten de deur houden van ziekten. Maar intern is er nog veel te verbeteren. Een veelvoorkomend voorbeeld is mortellaro bij het jongvee. Vaak staan de oudere pinken naast de droge koeien, waardoor de bacterie zich gemakkelijk via de vochtige vloer kan verplaatsen. Wordt de vloer schoongeschoven door een mestrobot of mestschuif, dan kan de mortellarobacterie eenvoudig vanuit de droge koeien over de hele rij jongvee worden verspreid.


De belangrijkste risico’s en hun oplossingen

➤ Afkalfstal/ziekenboeg

Afkalfstal en ziekenboeg zijn regelmatig hetzelfde hok, of liggen naast elkaar met alleen een hek als afscheiding. Met het oog op preventie van verslepen van ziekteverwekkers zijn aparte stallen en een afscheidingsmuur wenselijk.

Vaak worden deze hokken niet na elke koe schoongemaakt, hooguit wordt er schoon stro bijgevuld. Schoonspuiten is vaak niet mogelijk, maar na het leeghalen van de hokken kan er wel een desinfecterend middel worden gebruikt.

Afkalfstal en ziekenboeg liggen vaak dicht bij elkaar of zijn zelfs hetzelfde hok. - Foto: Penn Communicatie
Afkalfstal en ziekenboeg liggen vaak dicht bij elkaar of zijn zelfs hetzelfde hok. - Foto: Penn Communicatie

➤ Afleveren koe en kalf

Op veel bedrijven komt de veehandelaar nog in de stal om koeien op te halen, ook de vrachtwagen staat vaak met de laadklep op de voergang.

  • Maak een eenvoudig hok, liefst buiten de stal, vanwaar koeien naar de vrachtwagen kunnen worden gebracht;
  • Zet voor verkoop bestemde stier- en vaarskalveren apart van de vaarskalveren die op het bedrijf blijven;
  • Loop ook bij het voeren van de kalveren eerst naar de blijvers en dan naar de kalveren die worden verkocht;
  • Beslis voor de geboorte al of een vaarskalf van een bepaalde koe wordt aangehouden of niet. Dan kan het kalf direct in de goede box/iglo worden gezet.

➤ Hygiëne kalverstal

De meeste veehouders reinigen iglo’s en eenlingboxen als het kalf eruit gaat. Toch dreigt er vooral bij een afkalfpiek een tekort aan hokjes, waardoor de reinigingsbeurt een keer wordt overgeslagen en de infectiedruk kan oplopen. Naast het reinigen zijn er nog een aantal aandachtspunten bij jonge kalveren:

  • Zorg voor een goede biestvoorziening. Niet alleen voldoende biest, maar ook van goede kwaliteit. De kwaliteit is eenvoudig te meten met een refractometer;
  • Maak na elke voerbeurt de emmers en spenen schoon met heet water en laat ze goed drogen;
  • Vernieuw de speen op de emmer regelmatig. Vuil en aanslag in haarscheurtjes laten zich lastig verwijderen;
  • Reinig de drinkautomaat, slangetjes en spenen wekelijks. Via de speen kunnen ziektekiemen zich zeer snel door een groep kalveren verspreiden;
  • Zet geen kalveren van verschillende leeftijdsgroepen op één drinkautomaat met twee drinkstations. De oudere kalveren zijn vaak al over een infectie heen, maar kunnen de jongere kalveren die net bij de automaat komen wel besmetten;
  • Pas all-in all-out toe. Zet kalveren vanuit de eenlinghuisvesting in groepjes over naar de groepshokken (al dan niet met drinkautomaat) en schuif ze zo door. Problemen met coccidiose zijn onbeheersbaar als de kalveren een voor een vanuit de individuele huisvesting naar groepen worden verplaatst;
  • Maak de groepshokken elke keer schoon voordat er een nieuw koppeltje kalveren in komt. Dit geldt ook voor de verdere groepsruimtes op rooster en ligboxen. Alleen de boxen schoonkrabben en schoon zaagsel instrooien is onvoldoende.

➤ Looplijnen en scheidingen

  • Loop altijd van jong naar oud door de stal en overweeg het gebruik van aparte laarzen voor de kalverstal. De veehouder zelf en erfbetreders zijn belangrijke overbrengers van ziektekiemen binnen het bedrijf;
  • Was de handen voordat de kalvermelk wordt aangemaakt en gevoerd;
  • Probeer een aparte groep te maken met koeien met klinische en subklinische mastitis en melk deze dieren als laatste. Hoewel Van Wuijckhuise zich realiseert dat het extra inspanning vraagt om voldoende lig- en vreetplaatsen te realiseren, is het op bedrijven met te veel mastitis en/of een verhoogd tankcelgetal belangrijk om dit te doen.

Kalverhouder moet vooral intern aan de gang

De kalverhouderij is een vrij gesloten sector, alleen in de roséopfok verlaten de kalveren het bedrijf om naar een afmestbedrijf te gaan.

De afgelopen jaren heeft de sector met uitbraken van BVD type 2 laten zien dat het met de ziekteveiligheid goed zit. Het virus is niet verder verspreid naar andere bedrijven en is bij het recentste geval van afgelopen zomer zelfs de getroffen afdeling niet uitgekomen.

Een hygiënesluis kan al vrij eenvoudig worden ingevoerd. Een bankje met kapstokken in een doorgang is al toereikend. - Foto: Bert Jansen
Een hygiënesluis kan al vrij eenvoudig worden ingevoerd. Een bankje met kapstokken in een doorgang is al toereikend. - Foto: Bert Jansen

In de IKB-kalverhouderij is opgenomen dat een bedrijf een hygiënesluis moet hebben. Daar voldoet vrijwel elke kalverhouder aan, al mist de sluis nog op een aantal kleine rosémesters. Bij de hygiënesluis mag volgens dierenarts Peter Theeuwes nog beter worden nagedacht over de plaats en het gebruik: “Iedereen moet erdoor, niet alleen de dierenarts en de voerleverancier, maar echt iedereen die een bedrijf binnen wil. Daarnaast zien we op grotere bedrijven dat de plaats van de hygiënesluis niet goed genoeg doordacht is. Bezoek kan ook om de sluis heen naar een stal.”

5 aandachtspunten binnen de stallen

Binnen de stallen zijn nog een vijftal aandachtspunten om de hygiëne te bewaken en ziekteversleping te voorkomen:

  1. Verwijder dagelijks ruwvoer van de vloer. Dit trekt ongedierte aan;
  2. Verwijder dagelijks mest van de voergang. Er wordt doorheen gelopen en zo worden eventuele ziekteverwekkers over afdelingen verspreid. Dit kan ook het geval zijn met voergangventilatie;
  3. Beperk het overleggen van kalveren, als het mogelijk is alleen nog maar binnen een afdeling. Dat voorkomt het verspreiden van ziekten door de stal. Pik in de eerste week de minderen eruit en zet die apart, maar ga niet slepen met de goede groeiers;
  4. Houd zieke kalveren de hele mestperiode apart in een ziekenboeg;
  5. Leg kalveren met diarree in de eerste weken ook niet te snel over naar een ziekenboeg.

Weinig hygiënemaatregelen op vleesveebedrijven

De aandacht voor bioveiligheid wisselt op vleesveebedrijven zeer sterk.

Een eerste aandachtspunt is insleep via bedrijfsbezoeken. Er zijn maar weinig bedrijven waar bezoek verplicht bedrijfskleding krijgt. Terwijl bezoek via de kleding ziektekiemen de stal in kan brengen. Met een aantal paren laarzen in verschillende maten of plastic schoenhoezen kan dit worden voorkomen.

Daarnaast is hooguit een derde van de bedrijven gesloten, de rest koopt regelmatig vee aan. Vooral bij de fokkers worden zowel vrouwelijk fokvee als dekstieren aangekocht. Niet elke fokker laat zijn aankopen testen op ziektes. Op het gebied van IBR en BVD is daarmee een slag te maken. Volgens de Veemonitor van de GD heeft maar 7% van deze bedrijven een BVD-vrijstatus en 15% een IBR-vrijstatus. Dat betekent niet dat er niet meer bedrijven vrij zijn van deze ziekten. Een deel van de vleesveehouders laat zijn dieren elders testen en is via die weg óf ziekte-onverdacht, óf ziektevrij.

Voor 1 april moeten veehouders zijn aangemeld voor bestrijding van IBR en BVD. Boerderij wil graag weten hoe veehouders denken over de aanpak, afspraken en rol van de GD. ➤ Vul de enquête in

Laatste reacties

  • koeien15

    Ik koop al 20 jaar al mij vee aan heb geen problemen,
    Kalfjes nooit ziek ,we maken van koeien kasplantje!

  • wijnhout12

    we moeten vooral een hek plaatsen voor het bedrijf wordt de afstand tot burger-consument nog groter

  • Job1989

    We leren blijkbaar weinig van de intensieve veehouderij. Daar hebben ze alles hermetisch afgesloten, met als gevolg dat men niet meer weet wat daar gebeurd. Dat moeten we dus voor de melkveehouderij absoluut niet willen, integendeel ; open die zaak en haal de mensen binnen!

  • Hellinga02

    Je krijgt punten bij de melkfabriek als je de kinderen vande lagere school uitnodigt voor bezoek op jou bedrijf en jou bedrijf laat zien kan je dat uitje ook schrappen over 10 jaar weet geen kind meer waar de melk vandaan komt

  • koestal

    Lastig voor de melkauto,gaan zeker voorbij rijden ! hiervoor ook punten.?

  • mldijkstra@hetnet.nl

    ik mis mestaanvoer als één van de belangrijkste risicofactoren.

  • Wij werden getrakteerd met een razzia ,met politie ,nadat we de ambtenaren het gebruik van de hygienesluis verplichtte ,daarbij overtaden ze meerdere wettelijke hygiëne regels , aangifte mochten we wel doen , maar je wint het toch niet van ons ,was het antwoord van de hulpofficier van politie

Laad alle reacties (3)

Of registreer je om te kunnen reageren.