Rundveehouderij

Achtergrond 2609 x bekeken

Kies geschikt energierijk product voor melkveerantsoen

Veehouders telen beperkt eigen energierijke gewassen om het rantsoen aan te vullen met energie. Het gros koopt zetmeel- of energierijke producten.

Melkveehouders die hun koeien eiwitrijke rantsoenen met veel vers gras, graskuil of bierbostel voeren, hebben energierijke producten nodig om het rantsoen in balans te brengen. Ze kunnen mais kopen, maar ook kiezen voor andere zetmeelrijke producten ter vervanging of aanvulling van mais. Hiervoor komen met name mais-, aardappel- en graanproducten met veel zetmeel in aanmerking. Deze producten verhogen in het algemeen de melkproductie en het melkeiwitgehalte.

Tekst gaat verder onder de tabel.

*) Omdat VEM een relatieve waarde is, heeft het geen eenheid. VEM is gerelateerd aan de energie inhoud van 1 kg gestandaardiseerd gerst. **) Vloeibaar product, de overige producten zijn droog of steekvast.

Voor energieaanvulling van grasrijke melkveerantsoenen hebben veehouders keuze uit diverse producten. Veelgebruikt zijn mais-, aardappel- en graanproducten met veel zetmeel en een hoog aandeel onbestendig zetmeel.

Mais- en aardappelproducten bevatten veel zetmeel en leveren ook veel bestendig zetmeel. Bestendig zetmeel is naast onbestendig zetmeel en suiker een bron van glucogene energie. In de darm wordt bestendig zetmeel omgezet naar glucose, waarna het in de uier wordt omgezet naar lactose. Als veehouders voldoende glucogene energie voeren, dan is het voereiwit volledig beschikbaar voor de vorming van melkeiwit en is het niet nodig voor de vorming van lactose. Graanproducten zijn ook hoogwaardige zetmeel- en energiebronnen.

Kiezen voor juiste zetmeelrijke product

Welke zetmeelrijke producten veehouders gebruiken, hangt van een aantal factoren af. “Bijvoorbeeld of de veehouder wel bijproducten wil voeren en hoeveel arbeid dat kost”, zegt Pieter van Koeveringe, verkoopleider rundvee van De Heus. Hij stelt het maken van een passend rantsoen op basis van doelstellingen van de veehouder centraal. “Dan reken je de best passende producten in en je let op het drogestofpercentage van het rantsoen en de kosten van de producten.”

Als een veehouder een voermengwagen heeft, is het logisch dat hij eerder voor meer bijproducten en enkelvoudigen kiest. Ron Vennix, teeltspecialist ruwvoer bij ForFarmers, geeft aan dat ook de mogelijkheden voor opslag van producten en de voersnelheid en houdbaarheid van producten de keuze voor een product beïnvloeden, net als het productieniveau en het koeienras. Het kopen en voeren van ruwvoer, zoals mais, is in de regel goedkoper dan het verstrekken van natte bijproducten. Droge producten zijn het meest prijzig, maar benaderen dan ook het meest krachtvoerachtige producten.

Van Koeveringe stelt dat het niet alleen om de kostprijs van zetmeelrijke producten gaat, maar ook om wat het oplevert. “Houd daarom ook rekening met het effect van een product op melkproductie, gehaltes en gezondheid van de koe. En let op de beschikbaarheid van producten om te veel rantsoenwisselingen te voorkomen.”

Maisproducten toevoegen aan rantsoen

Als veehouders geen of weinig mais telen, kunnen ze maisproducten als maismeel, Corn Cob Mix (CCM) of Corngold toevoegen aan het rantsoen. Maismeel verteert minder snel dan tarwe en gerst, waardoor er weinig risico is op pensverzuring. “Maismeel in meelvorm of in maisbrok geperst, levert veel energie en is eenvoudig te voeren en dat betekent arbeidsgemak”, zegt Leo Tjoonk, nutritionist van Agrifirm Feed.

CCM ontstaat door het dorsen van mais bij een drogestofgehalte van 60-65% en het vervolgens malen van de korrels. CCM is een zetmeelrijk voer dat sneller afbreekt in de pens dan maismeel. Het geeft een nauwe vet-eiwitverhouding in de melk en het stimuleert de melkproductie.

Een ander veel gebruikt maisproduct voor melkvee is Corngold ofwel maisglutenvoer dat ontstaat tijdens de natte zetmeelwinning uit korrelmais. Dit voer bestaat uit een mengsel van maiszetmelen, maiskiemen, eiwit en een hoog aandeel zetmeel en bestendig zetmeel. In combinatie met een hoog DVE-gehalte in het rantsoen zorgt het voor een hogere melkproductie en een nauwere vet-eiwitverhouding.

Voer uit de aardappelindustrie

Uit de aardappelverwerkende industrie komen diverse aardappelproducten vrij die een geschikte energiebron zijn voor melkvee. Aardappelpersschillen zijn een bijproduct van de fritesproductie en bestaan uit gesneden aardappelen en aardappelschillen. Aardappelpersvezels blijven over nadat zetmeel is gewonnen uit zetmeelaardappelen. Tijdens de verwerking van aardappelen tot puree en granulaat voor menselijke consumptie ontstaat aardappelpuree. Bij de productie van frites en andere aardappelspecialiteiten blijven onder meer rauwe aardappelsnippers over.

Aardappelproducten voor veevoer bevatten in het algemeen een hoog aandeel zetmeel en bestendig zetmeel. Dat verhoogt de melk- en melkeiwitproductie. Bij de verwerking van aardappelen ontstaan vloeibare producten als aardappelstoomschillen en aardappelzetmeel. Stoomschillen leveren vooral energie op pensniveau en bevorderen de vorming van propionzuur met een stimulans voor de melkgift en het melkeiwitgehalte. Aardappelzetmeel bevat een hoog aandeel zetmeel en bestendig zetmeel en zorgt voor extra energie in rantsoenen met geen of weinig snijmais.

Voeraardappelen stimuleren de vorming van microbieel eiwit en de vorming van proprionzuur. Dat verhoogt de melkproductie en het melkeiwitgehalte. - Foto: Ruud Ploeg
Voeraardappelen stimuleren de vorming van microbieel eiwit en de vorming van proprionzuur. Dat verhoogt de melkproductie en het melkeiwitgehalte. - Foto: Ruud Ploeg

Voeraardappelen zijn afkomstig van de aardappelverwerkende industrie, sorteerbedrijven of rechtstreeks van aardappeltelers. Deze aardappelen komen in de voermarkt terecht door afkeur, ondermaats, overmaats of overschotpartijen. Voeraardappelen zijn zeer smakelijk en hebben een hoge energie- en zetmeelwaarde. Voeraardappelen zijn redelijk melkdrijvend en hebben vooral ook een gunstig effect op het melkeiwitgehalte en de conditie van de dieren. Foodco is een aardappelproduct dat overblijft bij de productie van aardappelvlokken. Ook dit product verhoogt de melkproductie en het zorgt voor een nauwere vet-eiwitverhouding.

Gebruik granen voor meer energie

Granen, zoals tarwe en gerst, leveren veel energie. Pletten of malen van tarwe of gerst is nodig om het zetmeel beschikbaar te maken voor vertering. Voor veevoeding wordt voertarwe of voergerst verbouwd of gebruiken veehouders baktarwe die niet aan de strenge specificaties voor het bakken van brood voldoet. Ook brouwgerst die niet voldoet aan de strenge eisen voor de productie van bier en whisky, komt als voergerst op de markt. Tarwe verteert ten opzichte van graansoorten relatief snel en moet niet te fijn worden gemalen, omdat anders de snelheid van verteren te groot wordt. Gerst is een bedektzadige graansoort met een stevige zaadhuid en relatief meer celwanden dan andere gangbare graansoorten. Gerst verteert van nature rustig.

Geplette tarwe is ook een prima energieaanvulling. Pletten en/of ontsluiten met natronloog maakt het zetmeel beschikbaar voor vertering.
Geplette tarwe is ook een prima energieaanvulling. Pletten en/of ontsluiten met natronloog maakt het zetmeel beschikbaar voor vertering.

Sodagrain is ontsloten tarwe dat ontstaat door tarwe te ontsluiten met natronloog, waarbij natriumbicarbonaat wordt gevormd. Door deze specifieke bewerking is het zetmeel verteerbaar en te benutten zonder de korrel te pletten of te malen. “Sodograin levert goed verteerbare glucogene nutriënten op en dat werkt melkdrijvend”, zegt Dirk de Bruijn, specialist ruwvoer van AgruniekRijnvallei.

Nog meer zetmeel- of energierijke producten

Perspulp is geen zetmeelrijk product, maar wel energierijk. De energie bestaat uit goed fermenteerbare celwanden en dat leidt tot hoge vluchtige vetzuurproductie, zoals propionzuur in de pens en een hoge microbiële eiwitproductie. Perspulp bevat weinig fosfor, slechts 0,9 gram per kilo droge stof, net als aardappelpersvezels. Dat is positief voor de fosfaatboekhouding.

Een andere energiebron voor melkkoeien zijn erwtenpersvezels die als nevenstroom vrijkomen bij de zetmeelwinning uit erwten. Het product bevat een hoog gehalte aan celwanden die een belangrijke energiebron zijn voor pensmicroben en een hoog gehalte aan fermenteerbare koolhydraten. Het aandeel snel fermenteerbare koolhydraten is echter laag. Erwtenpersvezels dragen bij aan een stabiele pensfermentatie. Het bevat veel pensenergie en werkt daardoor melkeiwitstimulerend met een lager ureumgehalte in de melk.

Naast producten uit één grondstof zijn er ook gemengde zetmeelrijke producten op de markt. Bij deze mengproducten kan het resultaat minder voorspelbaar zijn door wisselende verhoudingen van ingrediënten. Voorbeelden zijn Gluco+ en Energi+ van Bonda. Gluco+ is een product met onder meer bierbostel en aardappelproducten en Energi+ bevat diverse eiwitrijke en zetmeelrijke componenten. Van Triest levert onder meer Grain Pro en Grain Pro+ (mengsel van Grain Pro en pulpbrok). Grain Pro komt vrij bij de productie van bio-ethanol uit hele graankorrels. Dat levert voor rundvee veel snel fermenteerbare pensenergie en veel darmverteerbaar eiwit op. Grain Pro en Grain Pro+ leveren snelle energie door het hoge suikergehalte van respectievelijk 140 gram en 130 gram suiker per kilo droge stof. Ook appelpulp levert door het hoge suikergehalte van 180 gram suiker per kilo droge veel snelle energie.

Tekst gaat verder onder de foto.

Bierbostel is een veelgebruikt product voor melkvee. “Bierbostel rekent altijd goed in en het werkt vaak beter dan de voederwaarde op papier aangeeft”, zegt Van Koeveringe. Het bevat een hoge eiwitbestendigheid en daardoor een hoge voederwaarde. Bierbostel heeft een positief effect op de vluchtige vetzuurconcentratie, waardoor de penswerking stabieler wordt. Het kaliumgehalte in bostel is laag zodat de mineralenhuishouding verbetert. Hierdoor verbetert de benutting van magnesium en andere elementen. Het product is daarmee zeer geschikt voor rantsoenen van melkvee, ook in de droogstand.

Of registreer je om te kunnen reageren.