Rundveehouderij

Achtergrond 4607 x bekeken

‘Melkveehouders moeten beter kijken waar het rendement zit’

Rabobank wil met haar melkveehouderijvisie ondernemers triggeren om bedrijfseconomisch en milieutechnisch zuiverder keuzes te maken.

Rabobank heeft een nieuwe visie over de melkveehouderij uitgebracht: Melken in de nieuwe realiteit. Daarbij is samengewerkt met het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK). “Vanaf 1 januari 2018 hebben melkveehouders te maken met een nieuwe realiteit, een ander ondernemerslandschap. Daar willen wij op wijzen en ondernemers bewust van maken”, licht Marijn Dekkers toe.
Artikel gaat verder onder de foto.

Marijn Dekkers (39), sectorspecialist Melkveehouderij bij Rabobank: 'Belangrijke nieuwe uitdagingen voor melkveehouders zijn de fosfaatrechten en de reductie van de CO2-uitstoot'. - Foto: Herbert Wiggerman
Marijn Dekkers (39), sectorspecialist Melkveehouderij bij Rabobank: 'Belangrijke nieuwe uitdagingen voor melkveehouders zijn de fosfaatrechten en de reductie van de CO2-uitstoot'. - Foto: Herbert Wiggerman

Fosfaatrechten en reductie CO2-uitstoot

Dekkers: “Wij zien diverse strategieën ontstaan die ondernemers zullen hanteren om te kunnen omgaan met de nieuwe uitdagingen die zij het hoofd moeten bieden. Belangrijke nieuwe uitdagingen zijn de fosfaatrechten en de reductie van de CO2-uitstoot. We zien ook drie typen ondernemers die hierbij passen: de ambitieuze ontwikkelaar, de stabiliserende en optimaliserende ondernemer en er is een groter wordende groep die breder kijkt dan alleen de melkveehouderij. Die gaat er andere dingen bij doen die ook inkomen genereren. Je ziet dat als de beperkingen groter worden, men geneigd is meer om zich heen te kijken.”

U stelt in de visie dat de zuivelketen moet leren omgaan met de nieuwe productiebeperkingen en zich moet richten op een vraaggedreven melkproductie, een productie die afgestemd is op de optimale benutting van de verwerkingscapaciteit en gericht is op verwaarding van de melk. Bedoelt u dat de Rabobank rekening houdt met de komst van fabrieksquota?

“Het zou een uitwerking kunnen zijn. De vraag voor verwerkers is: moet je bij een slechte zuivelmarkt alle melk laten komen die geproduceerd kan worden, of toch niet? In Frankrijk gaan ze anders met deze vraag om dan wij in Nederland.”

Is het idee dat een coöperatie altijd alle melk van de leden maar simpelweg moet accepteren niet een eindig systeem?

“Het is de moeite waard om naar de vraag te kijken. Ik zou tegen de coöperaties zeggen: heb het er een keer over met je leden. Het spanningsveld ligt in kiezen voor omzet of voor een hogere melkprijs.”

‘Boeren moeten meer buffers vormen’

Rabobank constateert dat Nederlandse boeren met hun dunne flexibele kostenschil weinig vet hebben om in te snijden wanneer de melkgelden teruglopen. Krijg je dan het recht van de sterkste in de melkveehouderij? Gaan we verder met het uitroken van de veehouders met de hoogste kostprijs en/of financiering per kilo melk?

“Boeren moeten meer buffers vormen. Bufferen is geen vies woord meer. We zien de liquiditeit de laatste maanden duidelijk groeien.”

Toch brandt het geld bij veel melkveehouders nog steeds in de zakken.

“Dan zeg ik: dat mag, maar heb dan wel een plan als de melkprijs weer 30 of 31 cent wordt, en dat komt altijd sneller dan we met elkaar hopen. Het moet niet zo zijn dat eerst alles snel wordt op-geïnvesteerd en dat men daarna met de handen in het haar gaat zitten. Daar is meer bewustwording bij nodig.”

Rabobank signaleert dat de bedrijven met de hoogste reserveringscapaciteit niet per se de grootste of modernste zijn. Het zijn juist de bedrijven die de koe en de bedrijfsvoering centraal stellen en die min of meer zelfvoorzienend zijn. Wat gaat de bank doen met die wetenschap?

“Wij willen melkveehouders allereerst triggeren om zuiverder keuzes te maken, om beter te kijken waar het rendement zit.”

NAJK wil meer flexibiliteit

Het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK), dat heeft meegewerkt aan de nieuwe toekomstvisie, ziet graag dat Rabobank met name jonge melkveehouders helpt om financieel te bufferen voor moeilijker tijden.

Bart van der Hoog (28), portefeuillehouder melkveehouderij: “Je ziet dat melkveehouders moeite hebben om te bufferen. Misschien moet de bank daar wel een product voor ontwikkelen, waarbij je in goede tijden automatisch meer aflost en in slechte tijden niet.”

Het NAJK vindt dat jonge boeren geen keuze hoeven maken tussen intensief of extensief. Van der Hoog: “Elke keuze is goed, mits het past bij je omgeving en bij jezelf. Wel moet je zorgen dat je aantoonbaar circulair werkt.” Hij gelooft ook niet dat de enige weg vooruit voor jonge melkveehouders die van hard groeien is. “Je moet een concept kiezen dat past bij jezelf, je bedrijf en het gebied waar je zit.”

Heeft een boer met hoge kosten en lage opbrengsten een verkeerde adviseur gehad?

“Dat hoeft niet per se.” Dekkers aarzelt en zoekt naar een goede bewoording. “Bij het maken van bedrijfsplannen wordt nog wel eens optimistisch gekeken naar een te halen melkproductie per koe of verdunning van de vaste kosten. In de praktijk blijkt dit dan lastiger, waardoor uiteindelijk de kostprijs hoger is dan vooraf ingeschat.”

Is het niet logisch dat de bank meer gaat belonen voor economisch scherpere keuzes, bijvoorbeeld via rentedifferentiatie?

“Feitelijk doen we dat al. Het rentepercentage is mede gebaseerd op het terugbetalend vermogen. Uiteindelijk kan er zo 2,5% tot 3% renteverschil tussen zitten. Daarnaast betaalt een hogere reserveringscapaciteit zichzelf al uit.”

‘Bedrijven moeten zich niet zomaar zwaar in de fosfaatrechten steken’

De visie meldt dat voor bedrijven met een mismatch tussen productiecapaciteit en fosfaatrechten zorgvuldig naar oplossingen gezocht moet worden, om voor hen een financieel gezonde eindsituatie te creëren. Hoe?

“Bedrijven moeten zich niet zomaar zwaar in de fosfaatrechten steken. Er moet een balans komen. Mensen moeten niet te snel een vergelijking trekken tussen fosfaatrechten en melkquotum, zoals vaak wordt gedaan. De tijd van duur melkquotum ligt alweer tien jaar achter ons. We leven nu in een heel andere tijd, met andere eisen en randvoorwaarden, een andere omgeving en een andere kostenstructuur. Ook moet een andere aflossingstermijn worden gehanteerd. Dus, maak een goed plan.”

U waarschuwt tegen overmatige investeringen in rundveefosfaatrechten. Toch kan het volgens sommigen best uit om daarvoor hoge bedragen te betalen, tot 150 tot 200 per kilo!

“Als je het geld op de rekening hebt, is de keuze makkelijker. Maar in alle gevallen is het goed om er flink over na te denken. Bovendien heeft de melkveehouderij met meer zaken te maken. Naast grondgebondenheid, asbestsanering en emissiebeperkende maatregelen ligt er ook nog een taakstelling voor CO2-reductie. Voor veel bedrijven wordt dit toch een nog onduidelijke kostenpost, want het is inmiddels helder dat mestvergisting een moeilijke businesscase is.”

‘Met de huidige prijzen zou afkoop van CO2-emissies een goede optie zijn’

Als we jullie eigen cijfers volgen, kost het afkopen van de CO2-emissies € 40 tot € 50 miljoen per jaar, ofwel amper 35 cent per 100 kilo melk. Moet je dan wel technische oplossingen kiezen?

“Nu je dat zo zegt, is het inderdaad maar marginaal. Het is dan wel een optie waar naar gekeken moet worden, al ligt zoiets politiek mogelijk niet gemakkelijk. Met de huidige prijzen zou afkoop een goede optie zijn. Maar als de regelgeving verandert, kunnen ook deze prijzen hoger worden en moet de sector weer zelf aan de bak”

Waarom? De chemische industrie doet het ook. Zelfs de kunstmestindustrie.

“De prijs is bepalend. We verwachten dat het nodig wordt om breder te kijken. Veel huidige opties voldoen niet.”

En een project als Jumpstart dan?

“Dat is een mooi initiatief, maar de businesscase is nog ‘te dun’ en innovatief om snel te kunnen vertalen naar het individuele bedrijf. Het innovatiedeel vordert te langzaam.”

‘Pacht is nog altijd goedkoper dan kopen’

Rabobank ziet de komende tien jaar veel grond, 250.000 hectare, in de melkveehouderij in andere handen overgaan. Wie moet die grond kopen?

“Een groot deel zal door de blijvers in de sector worden gekocht. Maar ook een deel van de grond kan gaan naar beleggers van buiten de landbouw. Pacht is dan een optie voor melkveehouders, dat is nog altijd goedkoper dan kopen.”

De bank steunt de beweging naar een circulaire benadering en het versterken van de biodiversiteit, ook omdat regelgeving daar steeds meer toe dwingt. Is stimuleren nog wel nodig als de overheid zaken verplicht stelt?

“Ik denk niet dat er een overheidsplicht komt. Dat zou niet verstandig zijn. Regelgeving kan ook van bedrijven komen. Dat biedt ook meer ruimte voor melkveehouders om binnen biodiversiteit hun eigen route te kiezen.”

De maatschappelijke druk om meer grondgebonden te worden is fors. Gaat de bank daarin mee?

“Het zou wel goed zijn als er bijvoorbeeld bij de Gecombineerde opgave een extra vinkje is waarmee duidelijk wordt gemaakt hoeveel hectares bij andere bedrijven zijn gekoppeld aan de melkveehouderij.”

In de nieuwe sectorvisie wordt erg veel nadruk gelegd op milieu-investeringen die gedaan moeten worden. Is dat achterstallig onderhoud, heeft de melkveehouderij in de afgelopen jaren qua milieu boven haar stand geleefd?

“Qua ontwikkeling is er meer balans nodig. Het is niet meer zo dat er nog eens 2 miljard kilo melk bij kan komen. Er komen waarschijnlijk ook niet veel koeien meer bij. Maar achterstallig onderhoud? Nee! Vanuit de markt en de overheid is nooit echt op milieu gestuurd. Er is geen prijs aan gehangen. Nu zie je dat steeds nadrukkelijker naar voren komen.”

Mede-auteur: Klaas van der Horst

Of registreer je om te kunnen reageren.