Rundveehouderij

Achtergrond 3342 x bekeken 2 reactieslaatste update:9 sep 2016

Netwerk Grondig lobbyt voor grondgebonden veehouderij

Bij de behandeling van het wetsvoorstel over de toekomst van de melkveehouderij verscheen Netwerk Grondig ten tonele, dat de belangen behartigt van de grondgebonden melkveehouderij. De nieuwe belangenorganisatie lijkt een blijvertje,

Na een aangenomen Kamer-motie van SP'er Eric Smaling zit Netwerk Grondig officieel aan tafel bij belangrijke overleggen over de melkveehouderij op het ministerie. Smaling vroeg om de grondgebonden melkveehouderij en de kringloopboeren te betrekken bij de overleggen over de toekomst van de fosfaatrechten. Zo werd met enige haast Netwerk Grondig in het leven geroepen, met Diana Saaman als interim-voorzitter.

Saaman is naast varkenshouder ook lobbyist en communicatieadviseur. Vanuit die functie is het haar taak om de krachten van de grondgebonden melkveehouders te bundelen en hun stem te laten horen.

Diana Saaman, interim-voorzitter: "Netwerk Grondig is  nadrukkelijk geen actiegroep. We zijn er niet om tegen intensieve bedrijven te schoppen. We willen samen met open vizier naar de toekomst kijken."</p>
<p><em>Foto: Henk Riswick</em>
Diana Saaman, interim-voorzitter: "Netwerk Grondig is nadrukkelijk geen actiegroep. We zijn er niet om tegen intensieve bedrijven te schoppen. We willen samen met open vizier naar de toekomst kijken."

Foto: Henk Riswick

Het Netwerk vertegenwoordigt de Vereniging van Biologische Boeren Friesland (FBBF), de Vereniging tot Behoud van Boer en Milieu (VBBM) en een aantal regionale verenigingen voor agrarisch natuurbeheer. Zo’n 100 boeren ondersteunen de organisatie als donateur. De organisatie vertegenwoordigt volgens Saaman ongeveer 1.000 boeren. Inmiddels is Foppe Nijboer voorzitter.

Waarom is Netwerk Grondig opgericht?

“Een groot aantal grondgebonden melkveehouders vindt dat hen onrecht wordt aangedaan. De melkveehouders produceren niet meer mest dan ze op hun eigen land kwijt kunnen, maar ze worden wel medeverantwoordelijk gehouden voor het fosfaatoverschot. De ondernemers zijn erg ontevreden dat de fosfaatrechten op dieraantallen worden gebaseerd.”

Netwerk Grondig is een heel nieuwe organisatie. Werd u hartelijk ontvangen bij de overleggen?

“De andere partijen wisten in het begin niet zo goed wat ze met ons aanmoesten. De andere partijen kennen elkaar al lang. LTO vroeg ons gelijk aan te schuiven bij het sectoroverleg. Daarmee was voor ons duidelijk dat we er echt bij horen. De sfeer bij de overleggen is goed, al is natuurlijk duidelijk dat de verschillen in opvattingen groot zijn.”

Bent u concurrent van LTO en de NMV?

“In het begin zijn er wel eens mensen boos geweest bij LTO. Ik weet niet hoeveel LTO-leden nu bij ons zijn aangesloten. Wij behartigen de belangen van de grondgebonden boeren. LTO zit in een spagaat en moet zowel de belangen van intensieve als extensieve bedrijven behartigen. Maar je kan niet twee heren bedienen.”

Hebben jullie al resultaten geboekt?

“Het feit dat de grondgebonden bedrijven worden ontzien bij de invoering van de fosfaatrechten ervaren we als groot succes. Het is ook niet meer dan terecht. Een bedrijf met voldoende plaatsingsruimte draagt niet bij aan het fosfaatoverschot. In het huidige stelsel moet een ondernemer die plaatsingsruimte heeft wel fosfaatrechten kopen als hij wil uitbreiden. Dat is wrang.”

Zouden alle bedrijven extensief moeten worden?

“De tijd dat alle melkveehouders over één kam kunnen worden geschoren is voorbij. Het verschil tussen een intensief en extensief bedrijf is enorm. We willen intensieve bedrijven niet verbieden, het hoort bij ondernemersvrijheid om te besluiten hoe je je bedrijf runt. Wij zijn voorstander van grondgebonden gezinsbedrijven. Zij veroorzaken niet de problemen waar we nu mee te kampen hebben. We stimuleren daarom wel meer grondgebonden productie. We zijn niet van plan om de wereld te bekeren. Maar we hopen wel dat we ondernemers tot nadenken aanzetten.”

Hoe moet een Brabantse ondernemer hiermee omgaan als er geen grond beschikbaar is?

“Ik kijk iets anders naar de bedrijven. Als er geen grond of ruimte is, moet je kijken of dat bedrijf daar dan nog wel past, of dat je moet stoppen of verplaatsen.”

Welk advies heeft u voor intensieve bedrijven?

“Leer eens van wat er in de varkenshouderij is gebeurd. Daar staat het maatschappelijk draagvlak zwaar onder druk. Melkveehouders moeten voorkomen dat dit voor de melkveehouderij ook gebeurt. Melkveehouders moeten niet met de rug naar de samenleving ondernemen. We zijn wel met partijen buiten de landbouw in gesprek. Maar we zijn nadrukkelijk geen actiegroep. We zijn ook niet in het leven te roepen om tegen intensieve bedrijven te schoppen. We willen met open vizier naar de toekomst kijken, samen met consumentenpartijen en natuur- en milieuorganisaties. Je hebt toch met elkaar te maken en we moeten niet vergeten dat de boer ook geld moet verdienen.”

In de Algemene Maatregel van Bestuur wordt grondgebondenheid geregeld. Is jullie doel hiermee niet bereikt?

“Het wordt geregeld, maar wel te ruim. Als dit wat strikter was geregeld, hadden we nu geen fosfaatoverschot gehad. Dan was de groei veel geleidelijke gegaan, omdat ondernemers in zowel grond als stallen, als vee hadden moeten investeren.”

Wat moet er dan gebeuren?

“De politiek worstelt met de toekomst van de sector. Hierdoor ontstaat een opstapeling van regels. Het is beter om een keer een helder toekomstbeeld voor de sector neer te zetten (liefst door externen) en daar naartoe te werken. De veestapel moet in balans zijn met de bodem. Het is onacceptabel dat NZO de Kringloopwijzer verplicht stelt. Het is een speeltje van de intensieve sector, waar geen rekening wordt gehouden met de natuurwetten zoals het effect van de bodem. NZO kan zich beter richten op de zuivelmarkt, daar zijn ze goed in.

Grondgebonden boeren is meer dan alleen de mest op de grond kwijt kunnen. Het gaat ook om zorgvuldig beheer van de grond, met weidegang en oog voor bijvoorbeeld weidevogels.”

'Aantal koeien moet kloppen bij de grond'

Melkveehouder Cock Verweij is secretaris van Netwerk Grondig. Hij vindt dat het aantal koeien moet kloppen bij de beschikbare grond. “Dat is de meest bestendige oplossing. Het maakt dat je ongevoelig bent voor mestwetgeving, dat het prettig werkt en dat het bedrijf financieel vrij stabiel is. Je bent niet afhankelijk van schommelende mest- of voerprijzen en met de grond heb je een stevig onderpand onder je bedrijf”, zegt de jonge ondernemer.
Bij de discussie over invoering van de fosfaatrechten kwam Verweij via collega-boer Gijsbert Bakhuizen - die betrokken is bij de Vereniging tot Behoud van Boer en Milieu (VBBM) - bij Netwerk Grondig terecht. “Ik vind dat als je grond hebt, je ook recht hebt om hier dieren op te houden. Ik draag met mijn bedrijf niet bij aan het mestprobleem, dus waarom moet ik wel bijdragen aan de oplossing”, vindt Verweij. Hij vindt het ook onredelijk dat biologische boeren - die geen gebruik maken van derogatie - wel mee moeten doen met het fosfaatrechtenstelsel."

De fosfaatrechten worden ingevoerd om derogatie te behouden. Is derogatie belangrijk voor u?
“Ik maak nu ook gebruik van derogatie en ik vind het wel belangrijk. Maar niet tegen elke prijs. Derogatie is wat mij betreft niet heilig. Als ik geen derogatie meer heb zal ik minder koeien moeten gaan houden, of misschien een beetje mest moeten afvoeren. Maar ik besef me ook dat voor mij de gevolgen van geen nieuwe derogatie kleiner zijn dan voor intensieve bedrijven. Daarom vind ik ook dat er een twee sporenbeleid moet komen, voor intensieve en extensieve bedrijven. Intensieve bedrijven hebben er in het verleden voor gekozen om te investeren in vee in plaats van grond. Als ze willen kunnen ze nog terug om het bedrijf meer grondgebonden te maken. Als er geen grond beschikbaar is, is dat lastig. Maar van hun probleem moeten ze niet mijn probleem maken.”

Zou u zelf intensiever willen boeren?
“Ik zou daar geen lol in hebben. Ik hou van variatie in het werk en het is mooi om de mest het werk te laten doen, ook als dat betekent dat je eens een jaar minder melkt omdat de grasoogst tegenvalt. Als je als melkveehouder verder intensiveert dreig je in de intensieve veehouderij te belanden. Kijk naar de varkenssector. De maatschappij is hier heel kritisch over en de varkenshouders kunnen hun verhaal eigenlijk niet meer uitleggen. Dat moeten we in de melkveehouderij voorkomen.”

U heeft uw bedrijf nabij Amsterdam; bent u bewuster bezig met de maatschappij dan boeren in bijvoorbeeld Friesland?
“Ik krijg misschien wel wat meer vragen. Als de koeien hier in februari nog niet buiten lopen krijg ik daar wel eens vragen over. Met de werkzaamheden hou ik rekening met de buurt. Dat vind ik normaal. Ik ga in het weekend geen mest uitrijden op de percelen naast het dorp.”

U bent betrokken bij Netwerk Grondig. Werden uw belangen door bestaande clubs niet goed behartigd?
“Nee. We zijn ook wel LTO-lid. Mijn vader wil dit vanwege de belangenbehartiging op regionaal niveau. Maar LTO behartigt de belangen voor grondgebonden bedrijven niet. Dat kunnen ze ook niet. Bij een democratische organisatie moet je spreken namens de meerderheid. Dat zijn bedrijven die niet grondgebonden zijn.”

Netwerk Grondig staat met de organisaties een beetje te boek als alternatief. Is dat zo?
Lachend: “We zijn een goed alternatief, dat klopt! Maar we zijn niet alternatief in de zin van geitenwollensokkentypes. We zijn door onze achtergrond wel beter in staat om goed te overleggen met de clubs die dat wel zijn. We vertegenwoordigen veel biologische en kringloopboeren.“

Laatste reacties

  • boergert

    Onbegrijpelijk, Intensiteit heeft weinig te maken met draagvlak volgens mij. Waarom kan iemand die zijn wintervoer door een collega laat produceren niet rekenen op draagvlak in de maatschappij. Draagvlak gaat om de zorg voor je dieren zorg dat de koeien kunnen weiden en dat je ze niet behandeld als dingen

  • buitenok

    Ben blij dat ik tot deze club behoor. Veel sucses perfect omschreven

Of registreer je om te kunnen reageren.