Rundveehouderij

Achtergrond 1872 x bekeken 1 reactie

De ene melksoort is de andere niet

Steeds meer soorten melk, naturel yoghurt en kwark komen in het schap. Soms vraaggestuurd, soms gepusht. Ook in de fabriek zijn er meer stromen.

Nog steeds zijn er consumenten en ook boeren die zeggen: 'melk is melk'. Dit om aan te geven dat, zolang het er uitziet als melk en smaakt naar melk, het ook wel melk moet zijn. Veel meer is er volgens hen niet over te zeggen. Misschien nog de eis dat het moet voldoen aan bepaalde hygiënische en microbiologische criteria.

In de winkel loopt je aan tegen een andere realiteit. Er zijn heel veel soorten verse melk, ofwel ‘platte melk’, zoals het in de retail wordt genoemd. En er komen nog steeds nieuwe soorten bij, al is het palet aan soorten naturel-zuivel niet zo uitgebreid als bij de yoghurts en kwarksoorten. Albert Heijn heeft bijvoorbeeld alleen al van deze producten (naturel!) zo’n 60 verschillende soorten in het schap en wil er nog steeds nieuwe bij. Alles om de consument te gerieven, die er duidelijk ook het geld voor over heeft.

A2 bèta caseïne-eiwit als natuurlijk alternatief voor lactosevrije melk

De nieuwste aanwinst op gebied van drinkmelk is in Nederland de A2-melk. Het is een ietwat technische benaming voor melk met een andere soort caseïne-eiwit, het A2 bèta caseïne-eiwit. Dit is een eiwit dat maakt dat melk beter verteerbaar is voor mensen met lactose-intolerantie. Het is een soort natuurlijk alternatief voor de al langer bekende ‘lactosevrije melk’. In Europa bevat koemelk meestal het A1 bèta caseïne-eiwit. Melk van Jersey-koeien vormt daarop een uitzondering. Het verschil tussen deze melksoorten werd het eerst opgemerkt door Nieuw-Zeelandse wetenschappers. Dat was in het jaar 2000. Een van de bedrijven die er mee aan de weg ging timmeren, was de A2-milk company. Die heeft nu vestigingen in Nieuw-Zeeland, Australië, de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. In Nederland heeft Vecozuivel het A2-concept opgepakt.

In Europa bevat koemelk meestal het A1 bèta caseïne-eiwit. Melk van Jersey-koeien vormt daarop een uitzondering. Nieuw-Zeelandse wetenschappers hadden dit verschil tussen melksoorten het eerst in de gaten.

Lactose-intolerantie vooral probleem bij Aziatische en Afrikaanse consumenten

Vooral Aziatische en Afrikaanse consumenten hebben vaker last van lactose-intolerantie en lijken meer baat te hebben bij A2-melk. Bij Europeanen en andere groepen komt lactose-intolerantie minder voor. Volgens aanbieders van A2-melk kunnen ook deze consumenten echter hun voordeel doen met de betere verteerbaarheid.

Weidevogelmelk

Een andere soort drinkmelk, weidevogelmelk, werd begin juni van dit jaar voor het eerst op de markt gebracht. Het product staat prominent in de schappen van diverse supermarkten. Deze melk moet het niet hebben van speciale voedingskenmerken, maar doet een beroep op de natuur- en milieubewuste consument. Wie weidevogelmelk koopt, heeft het goed voor met de kievit, wulp en grutto.

Al langer bestaande melksoorten zijn bij voorbeeld Waddenmelk, en melk van koeien die gegarandeerd geen transgeen voer hebben gehad (vooral in Duitsland populair). In Oostenrijk heb je ‘hooimelk’.

Nieuw product vaak van nieuwe aanbieder en niet van gevestigd zuivelbedrijf

Opvallend is dat de nieuwe melksoorten in de supermarkt veelal van nieuwe aanbieders komen, en niet van de grote, gevestigde zuivelbedrijven. Daarvoor worden twee verklaringen genoemd: nieuwkomers hebben vaak de meest verfrissende ideeën, anderzijds weten de gevestigde bedrijven meestal precies wat de consument wil, terwijl nieuwkomers op dat gebied hun neus nogal eens stoten.

Melkstromen af boerderij

De beweging in het drinkzuivelassortiment zoals hierboven beschreven, is vooral zichtbaar in het winkelschap, maar af boerderij vindt ook al een forse schifting van melkstromen plaats, soms met een meerprijs, soms niet. Voor de productie van verse zuivel en steeds vaker ook kaas, wordt vrijwel uitsluitend Nederlandse weidemelk gebruikt. Ook op de spotmarkt wordt hiervoor een meerprijs betaald.

De stroom niet-weidemelk is ondertussen ook niet uniform. Voor Gouda Holland of Edam Holland kaas mag alleen Nederlandse melk worden gebruikt (en de kaas moet bovendien in Nederland worden geproduceerd, opgeslagen en gerijpt). Duitse, Belgische of Franse melk kan hiervoor niet worden gebruikt. Die melk kan bijvoorbeeld wel weer worden gebruikt voor de productie van bijvoorbeeld standaard foliekaas of melkpoeder. Zelfs in sommige zogenoemd Nederlandse producten mag tot een bepaald percentage buitenlandse grondstof worden gebruikt. Melk uit stallen met een compostbodem mag bij FrieslandCampina weer niet worden gebruikt voor producten die naar tropische markten gaan. Zo zijn er meer fabrikanten die specifieke eisen stellen. Kaasmaker Cono wil bijvoorbeeld dat haar leden geen tarwegistconcentraat en zo weinig mogelijk mais gebruiken voor de melkproductie.

Hoe houd je al die melkstromen uit elkaar?

Met al deze specifieke eisen en voorwaarden is het goed uit elkaar houden van de verschillende melkstromen een behoorlijk ingewikkelde operatie. Sommige bedrijven hebben daar bovenop nog aparte stromen voor biologische melk, een sterk groeiend segment, voor biologisch-dynamische melk en voor diverse soorten melk van bijvoorbeeld schapen en geiten. Op het scheiden van stromen wordt streng gecontroleerd. Logisch, want het gaat om authenticiteit en veel waarde.

Supermarktketen Albert Heijn ziet vooral het schap met eetzuivel groeien. Met ruim zestig soorten naturel yoghurt en kwark blijft er ruimte voor meer.<br /><em>Foto: Koos Groenewold</em>
Supermarktketen Albert Heijn ziet vooral het schap met eetzuivel groeien. Met ruim zestig soorten naturel yoghurt en kwark blijft er ruimte voor meer.
Foto: Koos Groenewold

Interview met hoofd Zuivelinkoop Albert Heijn:

‘Zuivelconcept moet aansluiten bij behoefte consument’

Weidevogelmelk, A2-melk, melk van dieren die geen transgeen voer hebben gehad. Het aantal soorten drinkmelk dat er de laatste tijd bij komt op de markt, neemt behoorlijk toe. Je zou zeggen: mooi toch? Dan is er weer iets te kiezen voor de consument, terwijl de producenten iets hebben om zich mee te onderscheiden.

Johan de Visser, hoofd zuivelinkoop bij supermarktreus Albert Heijn, reageert terughoudend. “Is het wel waar de consument op zit te wachten?” vraagt hij zich af. Uit de verkooptrends en marktonderzoek blijkt dat de consumentenvoorkeur steeds meer verschuift van drinkzuivel naar eetzuivel, signaleert hij. “De Nederlandse consumentenmarkt van drinkzuivel loopt elk jaar met zo’n 5% terug, terwijl het aandeel van eetzuivel gestaag groeit.”

Waar komt dat door?

"Het heeft te maken met diverse zaken. De focus van de consument verschuift, onder meer door het feit dat melk meer in discussie is geweest dan eetzuivel. Dat vraag was nogal eens: Is het wel goed? Dat hebben we veel minder gehad bij yoghurts en kwarksoorten. Ook is er een trend richting eten en gemakkelijk ontbijten. Ook zijn klanten bezig met proteïne-inname voor onderhoud van hun spieren. Daar spelen eiwitrijke yoghurts en kwarken op in. Een goed voorbeeld is de Griekse yoghurt, die we steeds meer verkopen. Vifit (overigens wel een zuiveldrankje) trekt om dezelfde reden, maar met drinkzuivel-concepten is de klant over het algemeen minder bezig.”

Ze worden wel regelmatig onder de aandacht gebracht in allerlei media, neem weidevogelzuivel.

“Dat komt naar mijn idee meer door de inzet van organisaties als Vogelbescherming. En neem een product als A2-melk, die beter verteerbaar zou zijn. In Australië is het een product dat het redelijk bekend is, maar hier kent de klant het niet en lijkt er ook geen focus op. Je zou de voordelen eerst goed moeten uitleggen en het misschien onder een aansprekender naam moeten verkopen. Misschien als Jersey-melk. Dat maakt het voor de klant gemakkelijker te begrijpen."

Is er in Nederland wel markt voor zoiets als A2-zuivel?

"Wij hebben nu een paar heel leuke producten uit Groot-Brittannië in het schap liggen, die een eind in de richting van A2-zuivel gaan. Ze worden verkocht onder de naam Stapleton. Het betreft echter geen melk, maar yoghurts met fruit: 25% fruit, 75% Jersey-yoghurt. We kwamen het product tegen op de Open Podiumdagen. Albert Heijn heeft ze naar Nederland gehaald en ze doen het goed in het schap. Een voorbeeld van een consumentensucces. Als er een Nederlandse producent is die ook zoiets kan maken, dan zouden we die wel een kans willen geven.”

Zijn er nog andere zuivelproducten die goed aanslaan?

“Nog een mooi voorbeeld van een goed lopend product is Skyr van Arla. Het is IJslandse yoghurt met een mooi verhaal erbij, maar ook zonder dat is het een mooi en voedzaam product dat prima aansluit bij wat de consument zoekt. Ook Campina-kwark met extra proteïne past in deze rij. Mijn advies aan zuivelbedrijven is dus: kruip in de huid van de consument en lanceer dan een nieuw product!

Ik ben dus ook best benieuwd naar initiatieven van FrieslandCampina om bijvoorbeeld melk met extra vitamine D en ijzer op de markt te zetten. Ik vraag me af: snapt de consument dat meteen? Naar mijn idee zullen ze dat voor de consument wel moeten toelichten.”

Jullie zitten niet te wachten op een nieuw product met een moeilijk verhaal. Mag ik dat zo opvatten?

“Wij willen een leverancier zeker een kans geven. Wij weten ook niet altijd hoe een bepaald product het zal doen, maar vaak gaat een product met een ingewikkeld verhaal al na een half jaar weer van de markt.”

“Soms voel ik met net een adviseur en wijs ik producenten op de zaken die ze niet uit het oog moeten verliezen, vooral op het gebied van consumententrends. Dat komt natuurlijk ook door het intensieve klantcontact dat wij hebben. Ik ga regelmatig in de winkel staan en spreek dan met klanten. Ook organiseren we groepsdiscussies en we krijgen elke dag veel telefoontjes.”

Bestaat ook het gevaar dat, als je steeds nieuwe zaken toevoegt aan voedsel, zoals vitamines, supplementen en zaken verandert, de voeding wordt gemedicaliseerd?

“Daar ben ik niet direct bang voor. Maar niet elk product doet het overal evengoed. Lactose-vrije melk bijvoorbeeld is een succes in Scandinavië, maar minder in Nederland. Hier wijken kopers eerder uit naar het plantaardige segment: sojadranken en dergelijke.”

Drinkzuivel kunnen we dus maar beter vergeten?

“Nou ja, biologische melk zonder toevoegingen is in zijn segment wel populair, omdat het bio is en lekker wordt gevonden. Nieuwe concepten zijn altijd welkom, maar dan wel vooral als ze aansluiten op een consumentenbehoefte. Daarbij is het ook goed om je te richten op een bepaalde doelgroep: kinderen, vrouwen of actieve mensen.”

Ouderen zijn misschien een moeilijkere doelgroep.

“Je moet mensen niet benaderen vanwege iets waarop ze niet willen worden aangesproken. Je kunt wel iets in de markt zetten dat bijvoorbeeld goed is voor je spieren. Nog iets dat in de aandacht staat, is het verminderen van het suikergehalte. Albert Heijn heeft met dat in het achterhoofd recent het hele Eetzuivelschap vernieuwd. Voor het nieuwe ontbijten kunnen consumenten bij ons kiezen uit meer dan zestig soorten naturel yoghurt en kwark. Allemaal eetzuivel. Toch is daar nog steeds behoefte aan nieuwe concepten. De afzet die verloren gaat bij drinkzuivel komt er weer bij bij de eetzuivel.”

Hoe gaan jullie om met het afzetverlies van drinkzuivel?

“Een positief puntje is dat melk door de Gezondheidsraad wordt geadviseerd, maar wij willen er geen discussie over. We willen vooral vertellen welke goede voedingstoffen melk bevat Daarom vermelden wij bij AH de ingrediënten op een iets speelsere manier op de verpakking, en geven we specifiekere informatie over de belangrijkste ingrediënten.”

Johan de Visser is sinds 2012 hoofd zuivelinkoop bij Albert Heijn.
Johan de Visser is sinds 2012 hoofd zuivelinkoop bij Albert Heijn.

Eén reactie

  • Farmer4life2

    Consumententrends? Door in de winkel te staan etc? Ach, daar is de ah bonus kaart toch voor? Veel data wat de consument koopt.....

    Iedere keer dat er iemand met door het deurtje komt word geregistreerd...

Of registreer je om te kunnen reageren.