Rundveehouderij

Achtergrond 5195 x bekeken laatste update:19 jul 2016

Melkveehouder runt bedrijf in dichtbevolkt Tokio

Masanor Isonuma zit met zijn melkveehouderij middenin de prefectuur Tokio, de dichtstbevolkte regio van Japan. Hij moet verbreden om zijn bedrijf levensvatbaar te houden in dit verstedelijkte gebied. De bewuste consument biedt hem kansen.

De taxi slingert zich een weg door de smalle straatjes. Links en rechts staan huizen opeengepakt. Dat hier ruimte is voor een melkveebedrijf lijkt onwaarschijnlijk. Toch stopt de taxi ineens bij één van de weinige open plekken tussen de huizen. Aan het begin van de oprit staat een bord in de vorm van een koe met Japanse tekens. Hier zal het zijn.

De taxichauffeur draait het erf op. Een dame op de fiets komt ons tegemoet. Bij de jonge kalfjes staat een moeder met haar zoontje. "Het wandel- en fietspad van en naar het treinstation doorkruist ons bedrijf", zal melkveehouder Masanori Isonuma (64) later verklaren. "Vandaar de vele mensen op het erf. Sommigen gebruiken het als doorgaande route. Anderen komen met hun kinderen bij de koeien kijken of kopen een ijsje gemaakt van onze koeienmelk. We zijn een geheel open bedrijf. Dat is onze kracht."

Japan is bergachtig en dichtbevolkt, toch weet de melkveehouderij zich er goed staande te houden door mee te gaan met trends en een nobele gentlemen's agreement. De gemiddelde melkproductie in Japan doet met een rollendjaargemiddelde van ruim 8.000 kilo niet onder voor die in Europa.</p>
<p><em>Foto: ANP/EPA</em>
Japan is bergachtig en dichtbevolkt, toch weet de melkveehouderij zich er goed staande te houden door mee te gaan met trends en een nobele gentlemen's agreement. De gemiddelde melkproductie in Japan doet met een rollendjaargemiddelde van ruim 8.000 kilo niet onder voor die in Europa.

Foto: ANP/EPA

Educatie en informatie voor stedeling

Isonuma zit met zijn melkveehouderij middenin de prefectuur Tokio, de dichtstbevolkte regio van Japan. Aan de houten palen van de stallen zijn vele bordjes gespijkerd. Ze dienen ter educatie en informatie voor de Japanse stedeling. Schoolklassen komen geregeld langs en elke zondag komen hier tientallen gezinnen om te zien hoe een melkveebedrijf werkt. Isonuma, zijn dochter Ansu (24) en zijn medewerkers geven rondleidingen, uitleg en natuurlijk is er eigen bereide melk, yoghurt en ijs te koop.

Masanor Isonuma houdt 45 melkkoeien van diverse rassen in de metropool Tokyo. Hij zet een deel van zijn melk rechtstreeks af bij de consument. De koeien staan jaarrond binnen.<br />De grote bedrijven produceren voor de verwerkende industrie en export. De kleine familiebedrijven leveren hun rauwe melk aan coöperaties die het op de binnenlandse markt afzetten.</p>
<p><em>Foto: Marjolein van Woerkom</em></p>
<p> 
Masanor Isonuma houdt 45 melkkoeien van diverse rassen in de metropool Tokyo. Hij zet een deel van zijn melk rechtstreeks af bij de consument. De koeien staan jaarrond binnen.
De grote bedrijven produceren voor de verwerkende industrie en export. De kleine familiebedrijven leveren hun rauwe melk aan coöperaties die het op de binnenlandse markt afzetten.

Foto: Marjolein van Woerkom

 

Het bedrijf is een voorbeeld van de hedendaagse trend. Steeds meer Japanse boeren op het vasteland kiezen voor verbreding van hun bedrijf in de vorm van educatie. Isonuma's bedrijf is daarvoor gecertificeerd door een opleidingsinstituut. Dat biedt kansen. "We worden door de certificering meer gewaardeerd door de samenleving. Dit betekent dat de boer in hoger aanzien staat en er meer vraag is naar onze producten. Zeker met de consument als buur, is dit van groot belang."

Educatie is 'license to produce'

Voor Isonuma is educatie zijn 'license to produce'. Hij zit met zijn melkveehouderij in een spannende spagaat. Aan de ene kant is er de stad Tokio. Hier zien overheidsambtenaren boeren liever vertrekken dan komen. Op elke vierkante meter willen zij beton, stelt de melkveehouder. "De overheid ziet steden nog steeds als werk- en woonplaatsen vol met torenhoge gebouwen en parken. Een melkveehouderij past daar niet tussen volgens hen." Hij is dan ook nog maar één van de veertien melkveehouders in de prefectuur.

Aan de andere kant is er de bewuste stedeling, die net als de Westerse consument graag wil weten waar zijn eten vandaan komt. "Lokaal geproduceerd voedsel is in Japan erg gewild. Ons bezoekersaantal stijgt elk jaar."

Gemalen koffiebonen als boxbedekking

Isonuma pakt deze trend dan ook met beide handen aan en probeert het zijn gasten en buren zoveel mogelijk naar het zin te maken. Zo gebruikt hij in zijn overdekte vrijloopstal gemalen koffiebonen als boxbedekking. "Daardoor ruikt het op en rond mijn bedrijf niet naar mest, maar hangt er continu een aangename koffiegeur." Door de boxbedekking met mest te mixen, kan hij het eindproduct als compost voor €7 per 20 kilo verkopen. "Ik moet verbreden om mijn bedrijf levensvatbaar te houden in zo'n verstedelijkt gebied. Dat probeer ik op allerlei manieren. De bewuste consument geeft mij de kans."

Westerse invloeden

In de tijd dat zijn vader het boerenbedrijf opstartte, 64 jaar geleden, lagen de kaarten nog heel anders. Er heerste een voedselcrisis en de vraag naar proteïne was enorm. Zijn vader speelde daarop in door een gemengd bedrijf op te zetten, bestaande uit melkvee en groenteteelt. Groenten maakten traditioneel al een groot deel uit van het Japanse dieet, maar melk was in de loop der tijd ook een belangrijk product geworden, bekend om zijn hoge voedingswaarde.

Vanaf 1955 maakte Japan een ongekende economische groei door, waardoor de vraag onder de bevolking naar Europese en Amerikaanse producten, zoals melk, boter, kaas, vlees en eieren, toenam. De regering wees het noordelijkste eiland Hokkaido aan als ontwikkelingsruimte voor de melkveesector. Hier vestigden zich de grote melkveebedrijven. Om de economie op het platteland in de rest van Japan in stand te houden, ondersteunde de regering de kleinere melkveebedrijfjes. Er ontstond een gentlemen's agreement, dat nog steeds geldt.

Gentlemen's agreement: subsidies waarborgen melkproductie

In 1966 werd de tijdelijke wet voor 'compensatie van de melkprijs voor producenten die leveren aan de verwerkingsindustrie' aangenomen. Hiermee wilde de overheid met subsidies de productie van rauwe melk waarborgen in regio's waar meer dan de helft van de geproduceerde melk naar melkverwerkingsfabrieken gaat.
In de praktijk kwam het erop neer dat alle melkveehouders op het Noordelijke eiland Hokkaido gecompenseerd werden. Van 1966 tot 2000 kregen zij het verschil tussen de geschatte productiekosten per kilo rauwe melk en de actuele marktmelkprijs van rauwe melk (een gegarandeerde marktprijs bepaald door de regering) als subsidie uitbetaald.
In 2001 is de systematiek aangepast richting langjarige stabiliteit. De grote bedrijven kunnen met hun volumes en de subsidie concurreren op de wereldmarkt. De kleinere bedrijven op het vasteland kunnen hun melk voor een hoge prijs blijven afzetten, omdat het aanbod laag blijft en de binnenlandse vraag hoog.
De regering stelde in 1966 ook quota in voor de productie van rauwe melk om overaanbod te voorkomen.
In 1979 hebben melkveehouders daarnaast vrijwillig een quotumsysteem ingesteld om hun bedrijven te beschermen tegen fluctuaties in de markt. Deze afspraak is niet wettelijk verplicht, maar 97% van de melkveehouders houdt zich eraan.

Een derde groeispurt vond plaats in de jaren tachtig. De regering introduceerde op alle scholen de schoollunch, waardoor de vraag naar verse melk nog meer steeg. De vraag was zelfs zo groot dat de binnenlandse productie niet voldoende was en er vanuit het buitenland melkproducten geïmporteerd moesten worden. In 1989, toen Isonuma het bedrijf van zijn vader overnam, telde het 20 melkkoeien met een productie van 400 liter per dag.

Geen opvolgers, meer schaalvergroting

Door de economische groei vanaf 1955 zijn veel jonge mensen naar de stad verhuisd, waardoor boeren geen opvolgers hebben. Dit zorgt voor intensivering en schaalvergroting van de sector. Op het hoogtepunt in 1963 telde Japan 418.000 melkveebedrijven, maar daarna zijn de aantallen snel afgenomen. Gemiddeld stopt jaarlijks 4 tot 5% van de melkveehouders. In 2012 waren er nog 20.000 bedrijven met gemiddeld 72,1 melkkoeien en een gemiddelde productie per koe van ruim 8.000 kilo.

Holstein-ras komt meest voor in Japan

Isonima houdt 45 melkkoeien, zowel Holstein, als Brown Swiss, als nakomelingen van Jersey en Wagy. Holstein is in Japan het meest voorkomende ras, 99% van de boeren gebruikt dit ras. Het tweede meest voorkomende ras is Jersey. Isonuma verkoopt de koekalveren voor de fokkerij en de stierkalveren voor het vlees. "De consumptie van vlees is stijgende, dus het is goed om op die trend in te spelen. Vijf jaar geleden is de hele vleesmarkt ingestort door de MKZ-uitbraak, nu hebben we de ruimte om dat verlies weer in te halen."

Hoge voerprijzen

Al met al kan hij alleen van zijn melkkoeien niet leven. De kosten liggen fors hoog. Isonuma's kostprijs ligt op €1,40 per liter, terwijl hij momenteel €0,90 van de melkfabriek krijgt. Bij de gemiddelde Japanse melkveehouder bestaat bijna 50% van de kostprijs uit voerkosten, ook bij Isonuma. "De Japanse melkveehouderij is grotendeels afhankelijk van geïmporteerd voer", legt Isonuma uit. "Japan kent namelijk geen grote graspercelen zoals in Nederland. Het is een klein, bergachtig land. De meeste boeren houden hun koeien dan ook doorgaans binnen." De productiekosten worden dus vooral bepaald door de internationale graanmarkt en de wisselkoersen.

Verbreding is pure noodzaak

Voor Isonuma is verbreding noodzakelijk. Hij zet 90% van zijn melk af aan de lokale coöperatie en hij verwerkt de overige 10% tot kaas, yoghurt en boter en ijs. Hij heeft zelfs één speciale Jersey-koe, waarvan hij de melk verwerkt tot premium yoghurt. Deze verkoopt hij aan huis voor €12 voor 500 milliliter. Zijn doel is om zeven verschillende premiumyoghurts te gaan verkopen van zeven verschillende rassen. "De prijs is inderdaad hoog, maar de consument wil het ervoor betalen. Ik kan niet eens aan de vraag voldoen."

Behalve aan huis, verkoopt hij zijn producten ook downtown Tokyo. In het warenhuis Takashimaya staat zijn dochter de stedelingen te woord en verkoopt hun zelfgeproduceerde producten aan de bewuste consument.

In het warenhuis Takashimaya staat zijn dochter de stedelingen te woord en verkoopt hun zelfgeproduceerde producten aan de bewuste consument.</p>
<p><em>Foto: Marjolein van Woerkom</em>
In het warenhuis Takashimaya staat zijn dochter de stedelingen te woord en verkoopt hun zelfgeproduceerde producten aan de bewuste consument.

Foto: Marjolein van Woerkom

Melk na groenten meest gewilde product

De consumptie van melk en andere zuivelproducten lag in 2010 op 86 kilo per hoofd van de bevolking. De totale consumptie van melk en aanverwante producten ligt rond 11,6 miljoen ton, waarmee het groter is dan de rijstconsumptie in het land (9,0 miljoen ton). Daarmee is melk na groenten het meest gewilde product in het land.

Hoewel de vraag naar gepasteuriseerde melk niet stijgt, is de vraag naar kaas de laatste jaren enorm toegenomen, vooral door Westerse invloeden. De jonge generatie in Japan wil nu ook kaas van hoge kwaliteit, zoals feta, gouda en mozzarella.

De vraag naar kaas is de laatste jaren fors gestegen in Japan.</p>
<p><em>Foto: Marjolein van Woerkom</em>
De vraag naar kaas is de laatste jaren fors gestegen in Japan.

Foto: Marjolein van Woerkom

De melkveehouder speelt dus duidelijk in op de consumententrends. "Ik heb alle beetjes erbij nodig", zegt hij. "De yoghurtproductie kost me nu geld, maar ik zie daar toekomst in. Het is een mooi en smakelijk product waar de consument veel voor wil betalen. De Wagy heb ik geïntroduceerd om meer vleeskalveren te kunnen produceren en ik verkoop niet voor niets mijn compost. Het is niet allemaal even rendabel, maar er zijn nog volop andere mogelijkheden."

'Ik doe wat ik goed vind. De inkomsten komen daar wel achteraan. Japanse boeren sterven nooit uit.'

Zo wil hij een actie 'adopteer een koe' gaan starten en een cowboyschool voor kinderen opzetten. Geld verdienen is niet zijn doel. Hij wil met mijn melkveehouderij een bijdrage leveren aan een duurzamere samenleving. "Mijn grootste droom is een ervaringsboerderij, zodat ik burgers kan leren over het boerenleven. En ik denk dat die vraag er is. Melkveebedrijven zijn plekken waar mensen, dieren en natuur samen werken en wonen. Steeds meer stedelingen bezoeken deze bedrijven om weer in contact te komen met dieren en de natuur. Ondertussen produceert de stad ook veel afval, waar wij weer gebruik van kunnen maken. Denk aan gemalen koffie en bierborstel. Op die manier ontstaat er een duurzame kringloop."

Volgend jaar wil de melkveehouder investeren in een melkrobot. Hij krijgt daarvoor 50% subsidie. Zijn productie wil hij over 5 jaar 20% omhoog hebben. "Ik doe wat ik leuk en goed vind. De inkomsten komen daar wel achteraan. Japanse boeren sterven nooit uit."

Marjolein van Woerkom

Of registreer je om te kunnen reageren.