Rundveehouderij

Achtergrond 7298 x bekeken 6 reacties

Korting melkveefosfaat nog ongewis

De hoogte van de algemene korting op fosfaatrechten voor melkvee hangt sterk af van de keuzes die bij de invoering in 2017 worden gemaakt.

De fosfaatproductie van de Nederlandse veestapel moet omlaag. In 2015 was de fosfaatproductie 180 miljoen kilo, ruim 7 miljoen kilo boven het met Brussel afgesproken plafond van 172,9 miljoen. De melkveehouderij heeft het grootste aandeel en overschreed het eigen plafond met bijna 8 miljoen kilo. De groei van de melkveestapel wordt deels teruggedraaid met de invoering van fosfaatrechten per 1 januari 2017. Maar ook de varkens- en pluimveestapel produceerde meer dan het eigen sectorplafond. Ook deze sectoren zullen weer onder het eigen fosfaatplafond moeten komen heeft staatssecretaris Martijn van Dam aangekondigd.

Melkvee produceerde in 2015 bijna 8 miljoen kilo fosfaat boven het sectorplafond van 84,9 miljoen kilo.</p>
<p><em>Foto: Herbert Wiggerman</em>
Melkvee produceerde in 2015 bijna 8 miljoen kilo fosfaat boven het sectorplafond van 84,9 miljoen kilo.

Foto: Herbert Wiggerman

Krimp melkveestapel is onvermijdelijk

De melkveehouderij staat voor de grootste opgave, een krimp van de fors gegroeide melkveestapel is onvermijdelijk. Hoeveel is echter de vraag. 4% tot maximaal 8% generiek korten heeft Van Dam gezegd toen hij de hoofdlijnen voor invoering van fosfaatrechten voor melkvee bekend maakte. Dat was begin maart dit jaar en op basis van een voorlopige berekening van de fosfaatproductie die veel lager was dan de definitieve cijfers van eind juni. Er wordt gevreesd voor een hogere korting. Maar ook binnen de eerdere genoemde marge is veel mogelijk, er zijn immers meerdere knoppen waaraan gedraaid kan worden.

1. Generiek kortingspercentage

Binnen het wetsvoorstel voor fosfaatrechten is de peildatum 2 juli 2015 cruciaal. Dat wordt de basis voor de fosfaatrechten die een melkveehouder krijgt op 1 januari 2017. Het aantal fosfaatrechten voor een bedrijf wordt bepaald op basis van de aantallen melkkoeien en jongvee op de peildatum maal de zogenoemde forfaitaire norm voor fosfaatproductie. Die normen zijn afgeleid van de normen die jaarlijks worden gebruikt voor de landelijke fosfaatproductie van alle diersoorten. Het totaal van de toegekende fosfaatrechten zal worden gekort om weer onder het sectorplafond van 84,9 miljoen uit te komen, dat is de zogenoemde generieke korting. Medio 2017 wordt bekeken hoe groot de generieke korting moet worden. Dat is de grote knop 1 waaraan de staatssecretaris in 2017 moet draaien.

2. Extensieve bedrijven deels compenseren

De Kamer wil deze bedrijven volledig ontzien, de staatssecretaris heeft nog niet toegezegd dat dit gaat gebeuren. Ontzien gebeurt via een compensatie voor de generieke korting voor bedrijven zonder fosfaatoverschot van melkvee. Hoe en hoeveel precies is nog niet duidelijk. Duidelijk is wel dat minder korting voor deze categorie betekent dat de totale korting hoger moet zijn. Een miljoen kilo fosfaat voor deze groep betekent bijna 1% extra generieke korting voor alle bedrijven.

3. Knelgevallen

Er komt een beperkte ruimte voor knelgevallen die gedeeltelijk worden gecompenseerd. Het zal daarbij gaan om bedrijven die in 2015 te maken hebben gehad met ziekte van vee of de ondernemers en (in beperkte mate) startende bedrijven. Ook hier geldt dat elke kilo ruimte voor knelgevallen betekent dat de generieke korting hoger moet worden.

4. Afroming bij overdracht

Vanaf de invoering van fosfaatrechten op 1 januari 2017 zijn de rechten verhandelbaar. Die verhandelde rechten zullen worden afgeroomd met 10% met uitzondering van overdrachten in familieverband, zoals bedrijfsopvolging. De hoogte van het afromingspercentage kan nog anders vastgesteld worden. Via afromen wordt in eerste instantie de generieke korting lager. Meer afromen betekent een lagere generieke korting. Het effect is echter beperkt. Als in het eerste halfjaar 5% van de toegekende fosfaatrechten verhandeld worden, bijvoorbeeld van stoppende bedrijven, levert dat 0,5% minder korting bij een afroming van 10%.

5. Keuze fosfaatnorm

Dit betreft de fosfaatnorm die wordt gehanteerd bij de toekenning van fosfaatrechten. Volgens het ministerie wordt voor de berekening van de fosfaatrechten per bedrijf uitgegaan van de forfaitaire fosfaatproducties per dier in 2015. Dat zijn de 'normen' volgens de bekende tabellen van RVO.nl. Voor een melkkoe (diercategorie 100) is die norm afhankelijk van de melkproductie. Bij een melkproductie van 8.000 kilo is die norm in 2015 40,6 kilo. Voor jongvee jonger dan een jaar (101) is de norm 9,6 kilo en voor jongvee van 1 jaar en ouder (102) 21,9 kilo.

6. Korten of opkopen van varkens- en pluimveerechten

Ruimte voor een sector kan ook ontstaan door het anders verdelen van fosfaat binnen het nationale fosfaatplafond. De hoeveelheid varkensfosfaat steeg in 2015 ook tot boven het sectorplafond, vooral door een toename van het aantal vleesvarkens. De pluimveestapel groeide in 2015 met ruim 3 miljoen stuks pluimvee. Daar komt bij dat twee zogenoemde POR-regelingen door de overheid voor 1,3 miljoen kilo fosfaat (meer dan de totale overschrijding van pluimvee) aan ontheffing is verleend binnen de pluimveehouderij. Die hoeveelheid wordt dus geproduceerd bovenop de productie binnen de pluimveerechten. Een korting op de rechten is niet uitgesloten. LTO en NOP zijn hier mordicus tegen omdat de pluimveesector de mestverwerking op orde heeft.

De varkenssector heeft in het Actieplan Vitalisering Varkenshouderij opgenomen het aantal varkens in Brabant, Gelderland, Limburg en Overijssel te willen begrenzen. In dit plan staat ook dat door de geplande sanering van de varkenshouderij naar alle waarschijnlijk het volume van het aantal beschikbare varkensrechten zal dalen.

Varkens produceerden in 2015 iets meer fosfaat dan het sectorplafond, vooral door het hogere aantal vleesvarkens.</p>
<p><em>Foto: Henk Riswick</em>
Varkens produceerden in 2015 iets meer fosfaat dan het sectorplafond, vooral door het hogere aantal vleesvarkens.

Foto: Henk Riswick

7. Af van het plafond of salderen

Van Dam wil in de nieuwe derogatie 2018-'21 inzetten op afschaffen van het fosfaatproductieplafond, onder druk van regeringspartij VVD. Dat fosfaat- en stikstofplafond op basis van 2002 is in de huidige derogatieperiode nog een voorwaarde. De mestverwerkingsplicht is een middel om de EU te overtuigen dat Nederland het mestoverschot in de hand heeft. Van Dam wil de percentages daarom in 2017 opnieuw verhogen: alle mest die niet op het land kan worden uitgereden, is overschot en moet dus verwerkt dan wel geëxporteerd worden.

Lukt het Van Dam niet om de Europese Commissie te overtuigen het plafond te schrappen als derogatievoorwaarde, dan wil hij de hoeveelheid verwerkte en geëxporteerde mest af kunnen halen (salderen) van de jaarlijkse fosfaatproductie.

Meer duidelijkheid over fosfaatrechten is er pas als het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gaat, dat is voorzien voor augustus of september. Vervolgens zullen zowel de Eerste als Tweede Kamer het voorstel behandelen. De fosfaatrechten kunnen dan nog op 1 januari 2017 ingevoerd worden.

Lees alles over fosfaatrechten in het dossier. Blader ook door de interactieve tijdlijn!

Bedrijfsspecifieke berekening voor totale veestapel

De normen die de landelijke mestproductie bepalen zijn ook de basis voor mestproductienormen die boeren gebruiken. De jaarlijkse mestproductie van de Nederlandse melkveestapel berekent het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) als volgt: Aantal dieren op 1 april maal de stikstof- en fosfaatproductie per diercategorie.
De uitkomst is van groot belang omdat Nederland er op wordt afgerekend door de Europese Commissie. De jaarlijkse productie van stikstof en fosfaat moet lager zijn dan de productie in 2002, het zogenoemde fosfaatplafond. Het gebeurt al jaren op dezelfde manier, maar de stikstof- en fosfaatproducties per dier kunnen van jaar tot jaar flink verschillen zoals in de tabel is weergegeven voor een aantal belangrijke diercategorieën. De normen per dier worden herleid uit voergebruik en aan- en afvoer van dieren en producten. In feite is het een soort bedrijfsspecifieke berekening voor de hele veestapel in Nederland. Dat gebeurt door de Werkgroep Uniformering Mest- en mineralencijfers (WUM).
Forfaitaire productie
De door de WUM berekende stikstof- en fosfaatcijfers vormen ook de basis voor de forfaitaire normen die de meeste boeren op hun eigen bedrijf moeten hanteren. In oktober 2015 heeft het College Deskundigen Mestbeleid (CDM) een advies uitgebracht over nieuwe forfaitaire stikstof en fosfaatnormen per dier. Dat is in principe de basis voor de tabellen 'Diergebonden normen' en 'Stikstof- en fosfaatproductiegetallen per melkkoe' op de website van RVO.nl. De normen in het advies zijn gebaseerd op gemiddelden van de WUM-normen in de jaren 2011-'13.
Het advies is door het Ministerie van Economische Zaken nog niet volledig verwerkt in de betreffende tabellen op RVO.nl. De nu geldende normen zijn voor een groot deel nog gebaseerd op gemiddelde waarden in de jaren 2010-'12. Voor rundvee was de laatste aanpassing per 1 januari 2015. Volgens het ministerie is de eerstvolgende aanpassing mogelijk per 1 januari 2017 en moet besluitvorming daarover nog plaatsvinden.

door Esther de Snoo en Wim Esselink

Laatste reacties


  • Die van Dam moet hier maar eens op de dam komen.
    L*L 1e Klas met 2 jaar horen we niks meer van hem en zadelt hij ons samen met zijn linkse rakkers met een hoop problemen op.

  • alco1

    Brussel maar dreigen met een NEXIT.

  • zon

    LTO/NOP was zo blij met de POR,(uitbreiding pluimveerechten),en nu komen ze erachter dat het erg vervelende bijwerkingen heeft.
    Zouden ze wel weten wat ze boeren aandoen die duurbetaalde rechten hebben en nu misschien ook nog een vooruitzicht hebben op een korting?

  • Farmer4life2

    Zeker, PvdA jaagt er zo snel mogelijk een paar rot regels door en vertrekken. Want wie stemt tegenwoordig nog PvdA? Nog nooit zo laag in de peilingen gestaan

  • Schraar

    De POR regeling moet per direct afgeschaft worden. Het is te idioot voor woorden dat op dit moment bedrijven kunnen groeien zonder pluimvee/varkensrechten waardoor iedereen straks weer extra gekort moeten worden.

  • HJ O R

    De criminelen van LTO die brutaal groeien worden dadelijk weer beloont!!
    Deze club maakt voor de gewone boer al jaren de verkeerde keuze, en nog steeds is er een groepje boeren die er achteraan danst.
    Vaak zijn het harken die in de praktijk weinig presteren maar wel een grote mond hebben , en soms via een bestuursfunctie veel geld binnenhalen.

Laad alle reacties (2)

Of registreer je om te kunnen reageren.