Rundveehouderij

Achtergrond 2689 x bekeken

Geen ruwvoertekort, wel meer puzzelwerk rantsoen

Het groeiseizoen tot nu toe maakt dat het grasland goed opbrengt, terwijl plaatselijk de mais er juist minder bijstaat. Het winterrantsoen zal daardoor gemiddeld meer graskuil bevatten.

De natte maand juni speelt veel bedrijven parten, met name in het zuiden van het land. Het is vooral de maisteelt op de melkveebedrijven die dreigt tegen te vallen. Toch is het de vraag of er nu veel minder ruwvoer wordt geoogst.

Mais houdt van warmte

Mais en gras zijn wat betreft het weer waar ze van houden elkaars tegenpolen. Mais wil het liefst warmte en voldoende vocht. Dan ‘brult’ het de grond uit. Niet bepaald de omstandigheden die we de laatste vijf à zes weken achter ons hebben liggen. Op veel plaatsen beneden de grote rivieren is de mais te klein en verkleurd door kou en gebrek aan mineralen die uitgespoeld zijn. Men verwacht daar zomaar een kwart opbrengstderving. In de maisteelt is dat al snel 4 à 5 ton minder droge stof per hectare. Omdat op de meeste bedrijven de maisteelt niet meer dan 20% van het areaal beslaat, is met 1 ton droge stof extra uit gras dit tekort weg te poetsen.

Van deze mais komt niet veel meer terecht. Gelukkig staat veel mais er redelijk tot goed bij.</p>
<p><em>Foto: Hans Prinsen</em>
Van deze mais komt niet veel meer terecht. Gelukkig staat veel mais er redelijk tot goed bij.

Foto: Hans Prinsen

Gras groeit goed bij 15 tot 22 graden

Gras groeit vooral goed als er temperaturen zijn tussen 15 en 22 graden, met voldoende vocht. Door het aanhouden onbestendige weertype is op een aantal plaatsen later geoogst, en is bemesting tijdelijk uitgesteld, maar de meeste veehouders klagen niet over de hoeveelheid ruwvoer die er uit gras is gegroeid. Met voldoende vocht in de bodem kan de tweede helft van het jaar nog best eens heel wat extra kilo’s droge stof uit gras groeien.

Kleiner aandeel mais in ruwvoerbalans

Waar mais dit jaar dus gemiddeld tegenvalt, kan het gras gemakkelijk een ton extra opbrengen. Dat betekent dat de ruwvoerbalans niet verstoord is, hooguit is het aandeel mais wat kleiner dan men gewend is. Overigens kan de ruwvoeropbrengst op bedrijfsniveau wel enorm variëren.

Krachtvoer en bijproducten nodig

Ander aspect is de kwaliteit van het gras. De eerste snede is overal wel goed binnengekomen en op de meeste bedrijven geldt voor de tweede snede hetzelfde. Maar ook hebben een flink aantal bedrijven noodgedwongen moeten wachten met de oogst van de tweede snede. Ook de derde snede was links en rechts vrij zwaar. Al met al geen voer waar enorm hard van gemolken zal worden en voer dat schreeuwt om compensatie. Compensatie met krachtvoer en bijproducten die én snelheid in het rantsoen kunnen brengen én dat combineren met de juiste vorm van energie en eiwit. Dit zal puzzelwerk betekenen voor de voerleveranciers en die extra voeders zullen de winterrantsoenen gemiddeld ook niet goedkoper maken.

Of registreer je om te kunnen reageren.