Rundveehouderij

Achtergrond 9647 x bekeken 5 reacties

'Opvolgers moeten hun rug juist naar de stal keren'

Alleen vakkennis is niet meer genoeg om een goede ondernemer te worden. "Je moet vooral vragen stellen", vindt Ton Westerveld van het Wellantcollege.

“Eigenlijk is ondernemerschap een beetje een vaag begrip. Het heeft te maken met een bepaalde houding. Met nieuwsgierigheid, kansen zien en je willen ontwikkelen. Als je in staat bent om je te verwonderen in plaats van je te verbazen, dan ben je in staat om te leren. Want als je je verbaast over zaken, dan zit daar altijd een negatief oordeel in. Als je zegt: ik ben verbaasd dat Piet een bepaalde stier gebruikt, dan heb je al een oordeel. Dan sta je er al niet meer voor open om die keuze verder te onderzoeken. Maar als je je verwondert, dan heeft dat een positieve lading. Dan ga je wél vragen stellen: waaróm gebruikt Piet die stier, wat zijn zijn drijfveren? En dat kun je leren. Dat raakt aan ondernemerschap.”

Is vakkennis niet meer nodig?

“Zeker wel. Maar met alleen vakkennis ben je nog geen ondernemer. Vroeger misschien, nu niet meer. Als ondernemer ben je in staat om vooruit te kijken en te bedenken hoe je je bedrijf zo kunt runnen dat je er voordeel mee kunt halen, ook in de toekomst. Je moet blijven ontwikkelen, jezelf en het bedrijf. Studenten dát bijbrengen is moeilijk. Maar als het makkelijk was, hoefden we geen les te geven.”

Een goede visie is dus belangrijker dan goed kunnen melken?

“Ik denk dat het voor de toekomst van de melkveesector heel belangrijk is om naar buiten te kijken. Wat wil de klant? Wat wil de samenleving? Jongeren hier op school moeten leren om hun rug naar de stal te keren en hun gezicht naar de samenleving.”

Die boodschap gaat er vast niet lekker in?

“Hij druist in tegen veel opvattingen, dat weet ik. Maar als veehouder ben je onderdeel van een systeem en dat is de samenleving. Als je dus iets wilt, bijvoorbeeld een grotere stal, dan zul je je omgeving erbij moeten betrekken en óók de kritische organisaties. Je kunt natuurlijk zeggen: ik houd ze allemaal buiten de deur. Moet je vooral doen, dan keren ze zich nog harder tegen je. Haal ze juist binnen, praat met ze, ga in gesprek. Dat is zeker iets waar ik als jurylid van De Opvolger op zal letten, want het is echt nodig dat dit gebeurt.”

Ton Westerveld (55) is bij het Wellantcollege teamleider van de opleidingen Groen, Grond en infra, Green Production richting (melk)veehouderij en Paardensport en -houderij. Hij is een van de juryleden voor de wedstrijd De Opvolger <a href="http://www.boerderij.nl/opvolger">(boerderij.nl/opvolger</a>).<br /><em>Foto: Ton Kastermans Fotografie</em>
Ton Westerveld (55) is bij het Wellantcollege teamleider van de opleidingen Groen, Grond en infra, Green Production richting (melk)veehouderij en Paardensport en -houderij. Hij is een van de juryleden voor de wedstrijd De Opvolger (boerderij.nl/opvolger).
Foto: Ton Kastermans Fotografie

Leren ze hier op school ook hoe dat moet?

“We geven wel cursussen op dat terrein. Over hoe je effectief moet vergaderen, bijvoorbeeld. Maar niet hoe je een goede discussie voert. Nu je het zegt, misschien moet ik zoiets gaan invoeren. Het zou niet verkeerd zijn, want de valkuil is dat boeren tijdens een discussie al snel met argumenten komen waarom ze iets op een bepaalde manier doen. Maar daar bereik je niks mee. Als twee mensen tegenover elkaar zitten en ze gooien allebei een argument op tafel, dan kom je elkaar toch niet nader? Je kunt mensen niet veranderen, maar je kunt ze wel beïnvloeden. Daarvoor moet je vragen stellen en niet met argumenten gaan gooien. Daar komt dat ondernemerschap weer om de hoek kijken: verbaas je niet maar verwonder je.”

Voor boeren is het zó logisch dat ze iets op een bepaalde manier doen, dat ze zich misschien moeilijk voor kunnen stellen dat iemand daar moeite mee heeft?

“Dat komt ook doordat ze in een kleine wereld leven. Ze komen van de boerderij, hun vrienden komen van de boerderij, ’s ochtends helpen ze eerst met melken voor ze naar school komen, ’s middags gaat de tas in een hoek en de overall aan, en in het weekend gaan ze naar de zuipkeet in de buurt. Van onze school moeten ze, ik spreek over niveau 4, verplicht naar het buitenland. Voor velen is dat de eerste keer. Ze hadden nooit tijd en ouders stimuleren dat ook niet altijd. In het eerste jaar hebben we daar samen ook wel gesprekken over: laat je kind los, laat hem of haar de vleugels uitslaan. Sommige ouders vinden dat best moeilijk.”

U zegt ‘hem of haar’. Hoe zit het met de dames op uw school?

“Die zijn nog steeds dik in de minderheid, al neemt hun aantal wel toe. Verschillen met jongens? Nee, die zie ik niet. Nou ja, ze hebben hun opdrachten altijd op tijd af, dat kun je van de jongens niet altijd zeggen. Die hebben meer moeite met focus houden, de verleiding van de boerderij is voor hen groter, denk ik.”

Boerderij de Opvolger

Het arbeidsethos is groot?

“Heel groot. Leerlingen in het groene onderwijs zijn per definitie niet lui. Ze zijn altijd bezig, is het niet thuis dan wel bij een buurman of een loonwerker. Als ze hun huiswerk niet af hebben, is dat niet omdat ze lui zijn, maar omdat hun focus elders ligt.”

Hoe zit het met mobieltjes in de klas?

“Dat speelt bij deze jongeren niet zo. Ze hebben allemaal wel een smartphone en ze appen ook heus wel, maar ze zitten niet hele dagen op die schermpjes te kijken. Zodra ze thuis zijn, steken ze de handen uit de mouwen, dan hebben ze helemaal geen tijd meer voor hun telefoon. Wat mij betreft leveren ze een verslag in met een zelfgemaakt filmpje erbij, de mogelijkheden zijn eindeloos. Maar onze leerlingen doen dat weinig.”

Is bij binnenkomst van een leerling al snel duidelijk of hij of zij geschikt is als opvolger?

“We hebben al snel door of iemand een hoogvlieger is of niet. Dat zegt nog niet alles, iemand kan een hoogvlieger zijn op gebied van melken. Dat is prima, maar daarmee ben je nog geen goede ondernemer. Eigenlijk zijn de leerlingen die door docenten als heel lastig worden ervaren, het succesvolst. Die hebben focus en visie, ze zijn kritisch en bezig met andere dingen dan alleen die koe en dat eigen erf. Bij hen zit die ondernemershouding er al veel meer in.”

En studenten van buiten de landbouw?

“Net als de anderen hebben zij ook de droom om een boerderij te hebben en ze willen dat hoe dan ook voor elkaar krijgen. Vergeleken met jongeren die thuis een bedrijf hebben, is hun inzet groter. Ze worden thuis misschien ontmoedigd, maar hun drive om het toch voor elkaar te krijgen is daardoor juist enorm. Dat zijn goudhaantjes hoor, voor onze school en voor de hele sector. Ik zou deze jongeren zeker aanraden mee te doen aan de wedstrijd De Opvolger. In september gaan we van start met de eerste opdrachten. Nee, ik zeg nog niet hoe die eruit gaan zien, maar ik kijk ernaar uit."

Wedstrijd: wie wordt dé opvolger?

Er zijn jongeren die graag boer(in) willen worden, maar die thuis geen bedrijf hebben om over te nemen. Boerderij de Opvolger biedt hen een unieke kans: samen met een aantal partners worden kandidaten klaargestoomd om een eigen boerderij te runnen, door middel van masterclasses en opdrachten. De hoofdprijs: het prestigieuze Nuffield scholarship, waarmee de winnaar relevante werkervaring kan opdoen in het buitenland. Interesse? Ga naar boerderij.nl/opvolger en doe mee.

Volg Boerderij de Opvolger ook via Facebook.

Boerderij de Opvolger

Laatste reacties

  • cornelis 22

    Goed artikel, mijn eerste vraag is dan ook waarom deze man die het allemaal weet zelf geen ondernemer is, maar neemt hij genoegen met een saai salaris en een jaarlijks terugkerend ritueel dat school heet.

  • robbies

    Knap hoe Cornelis22 in 5 regels kan bevestigen wat dhr. Westerveld probeert te duiden.

  • daan1908

    Prima verwoord door Dhr Westerveld , hopelijk wordt het door velen gelezen en ook nog iets mee gedaan , want daar ontbreekt het meestal aan .

  • rgjpierik

  • farmerbn

    Al vele jaren hebben we in de zomer een stagiair uit Nederland. Meer dan de helft heeft moeite om 's morgens op tijd uit hun bed te komen. Daarnaast hebben die jongelui heel veel babbels en kunnen ze direct alles (volgens hun mond). De landbouwscholen moeten ze veel harder opvoeden en leren dat ze eigenlijk nog niks kennen als ze 18 jaar zijn. Ook moeten scholen niet de illusie hebben dat ze hun leerlingen afleveren als ondernemer. Dat kan helemaal niet. Leerlingen van 18 jaar zijn naief en dat is helemaal niet erg. Maar als de school hen voorhoud dat ze zo geweldig zijn dan gaan ze het nog geloven ook. Nee, houd ze maar een beetje verlegen dan kan ik ze veel makkelijker iets leren tijdens hun stage.

Laad alle reacties (1)

Of registreer je om te kunnen reageren.