Rundveehouderij

Achtergrond 4861 x bekeken 2 reacties

De belangrijkste ziekteverwekkers bij kalversterfte

Een reeks aan ziekteverwekkers kan het kalf diarree of longproblemen bezorgen. Snelle biestopname en op tijd signaleren helpt problemen te voorkomen.

Dat kalveren gezond zijn is niet vanzelfsprekend. Vooral diarree en longproblemen zorgen regelmatig voor groeivertraging en sterfte. Hoewel de bacteriën en virussen die de problemen veroorzaken wijd verspreid zijn, zijn de verschillen tussen bedrijven groot. Dat ziet ook Debora Smits, rundveedierenarts bij de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD). "We hebben geen concrete cijfers, maar vanuit de praktijk zien we bedrijven met nauwelijks diarree tot situaties waar continu problemen zijn." Hetzelfde geldt voor de longen: sommige boeren horen slechts een enkele keer per jaar een kuchje, terwijl andere bedrijven het hele jaar door kalveren moeten behandelen.

➤  Kalversterfte: de oorzaken
➤  Risico: drinkautomaat
➤  Het begint met snelle biestopname
➤  Gouden regels voor kalvergezondheid
➤  Oorzaak vaststellen: wees alert op signalen
➤  De belangrijkste ziekteverwekkers op een rij  

Kalversterfte: de oorzaken

De gemiddelde kalversterfte ligt nog altijd tussen de 10 tot 13% per jaar en neemt niet af. Ook problemen met diarree en longen lijken juist meer voor te komen dan een paar jaar geleden. Aagje Kramer, dierenarts bij dierenartsenpraktijk Beilen en mede-eigenaar Jongveecoach, heeft wel een idee hoe dat komt. "Bij de opschaling van bedrijven krijgt de jongveeopfok niet altijd de aandacht die het verdient. Ook geven meer kalveren in de ruimte meer kans op problemen door een hogere infectiedruk. " Positief is dat het besef bij melkveehouders wel toeneemt.

Biest is hét wapen om problemen met diarree en de longen te voorkomen. Een snelle en voldoende hoge opname is nodig.<br /><em>Foto: Jan Willem Schouten</em>
Biest is hét wapen om problemen met diarree en de longen te voorkomen. Een snelle en voldoende hoge opname is nodig.
Foto: Jan Willem Schouten

Risico: drinkautomaat

Smits wijst nog op een andere verandering: vergeleken met 10 jaar geleden is de drinkautomaat nu ingeburgerd. "Het is positief voor de voeding, maar het is een risicofactor bij de verspreiding van ziektes." Het uitbesteden van jongvee gebeurt ook meer. Dat is zowel een voor- als nadeel. Dat het jongvee op een aparte locatie staat, ver weg van het melkvee, is positief. Als de kalveren met ander jongvee worden opgefokt ontstaat een risico. Het is wel belangrijk dat vaarzen tijd krijgen aan de bedrijfseigen kiemen van het melkveebedrijf te wennen. Smits hanteert een periode van minimaal 6 weken dat vaarzen voor afkalven op het bedrijf terug moeten zijn.

Het begint met snelle biestopname

Problemen met diarree en longen hebben niet één aanwijsbare oorzaak. Het is het complexe samenspel van factoren dat bepaalt of dieren ziek worden en de mate waarin. Naast een optimaal biestmanagement kunnen basale aspecten als voeding, huisvesting, hygiëne, aandacht en zorg het verschil maken.

Het is een open deur, maar alles begint met een snelle biestopname van kwalitatief goede biest. "Biest is het 'gouden woord' voor de darmen en de luchtwegen", benadrukt Smits. "Het aantal diarreegevallen door E.coli is met goed biestmanagement fors te verlagen."

Terug naar het begin

Als kalveren te weinig of te laat biest opnemen, heeft dat waarschijnlijk te maken met praktische bezwaren. "Ik begrijp dat. Maar toch zou het meer prioriteit moeten krijgen. Natuurlijk is het niet altijd even praktisch om 's nachts biest te verstrekken. Maar melkveehouders verzorgen liever een gezond dan een ziek kalf."

Een drinkautomaat is positief voor een gelijkmatige melkverstrekking. Het is een nadeel voor verspreiding van ziektes.<br /><em>Foto: Henk Riswick</em>
Een drinkautomaat is positief voor een gelijkmatige melkverstrekking. Het is een nadeel voor verspreiding van ziektes.
Foto: Henk Riswick

Beide dierenartsen benadrukken dat het besef onder melkveehouders over het belang van de jongveeopfok mag toenemen. Kramer: "Er is gelukkig meer aandacht voor de relatie tussen de kwaliteit van de opfok en de prestaties in het latere leven." Op basale aspecten als een optimale biestvoorziening en huisvesting is op veel bedrijven verbetering mogelijk.

Gouden regels voor kalvergezondheid: hygiëne, biest en water

  • Werk aan een gezonde veestapel met een hoge gezondheidsstatus.
  • Laat koeien in een schone stal kalveren en voorkom besmetting met mest.
  • Huisvest de pasgeboren kalveren in een schone en droge afdeling. 
  • Houd kalveren jonger dan een half jaar apart.
  • Houd leeftijden bij elkaar en werk van jong naar oud.
  • Zorg bij koud weer dat de kalfjes droog, warm en niet in de trek staan. Geef eventueel wat dikkere melk.
  • Geef zo snel mogelijk na de geboorte biest. Dat is direct na de geboorte minimaal 2 liter biest en na 12 uur nogmaals.
  • Verstrek in principe biest van de eigen moeder. Leg voor noodgevallen een voorraad biest aan in de diepvries. Warm deze nooit op in de magnetron.
  • Bespreek met uw dierenarts het totale biestmanagement en hoe dit te verbeteren is.
  • Besef dat gezonde kalveren een vochtbehoefte hebben van 10% van het levend gewicht. Daar komt de extra behoefte door diarree nog bij. Geef veel kleine beetjes en desnoods met een sonde, na overleg met de dierenarts.

Oorzaak vaststellen: wees alert op signalen

Het lastige van diarree- en luchtwegproblemen is dat het niet gemakkelijk is om met het blote oog de veroorzaker vast te stellen. Toch zijn er wel een paar signalen die wijzen op een bepaald type veroorzaker.

Er kunnen meerdere bacteriën in het spel zijn. Een test kan uitsluitsel geven.<br /><em>Foto: Ronald Hissink</em>
Er kunnen meerdere bacteriën in het spel zijn. Een test kan uitsluitsel geven.
Foto: Ronald Hissink

Alertheid is belangrijk om een aandoening zo snel mogelijk in de kiem te kunnen smoren. Een periode die extra aandacht verdient is een leeftijd van 4 weken. De maternale immuniteit die het kalf van de koe heeft meegekregen loopt de eerste weken snel af. Het kalf bouwt zelf actieve immuniteit op, maar dat gaat zeker in de eerste weken nog langzaam, als de maternale immuniteit al ver afgebouwd is, terwijl de actieve immuniteit nog niet optimaal is. Staat het kalf in deze periode onder druk, bijvoorbeeld door stress of een voedingsfout, dan kan een ziekteverwekker gemakkelijk toeslaan. Vooral Coccidiose is hiervoor berucht: de infectie vindt al eerder plaats, maar in perioden van minder weerstand vindt een doorbraak plaats. De kalveren zijn dan ook gevoeliger voor andere ziekteverwekkers die diarree of luchtweginfecties veroorzaken.

De belangrijkste ziekteverwekkers op een rij

Veel ziekteverwekkers kunnen diarree en luchtwegproblemen veroorzaken. De hoofdrolspelers op een rij.

  • Bij diarree in de eerste levensweken is er vaak sprake van Cryptosporidiose, E.coli, Rota/Corona-virussen of Salmonella. 
  • Waterdunne diarree die de eerste dagen optreedt is vaak E.coli. 
  • Vanaf de vierde levensdag neemt de kans op Rota/Corona-virussen toe. 
  • De diarree is dan waterig of slijmerig. 
  • Vanaf de eerste levensweek kan Cryptospirodiose problemen veroorzaken. De diarree is slijmerig en bevat soms bloed of vlokken. 
  • Salmonella geeft dunne, slijmerige mest met soms bloed. 
  • Para-tbc-infecties vinden in het eerste levensjaar plaats, maar de dieren vertonen pas op latere leeftijd symptomen.

Omdat de diarree en de verschijnselen erg veel op elkaar lijken in de eerste weken is het lastig om visueel de veroorzaker vast te stellen. Met mestonderzoek is de veroorzaker aan te tonen. Hiervoor zijn sneltests beschikbaar die direct voor een beperkt aantal ziektes een uitslag geven.

Voedingsdiarree

  • Na ongeveer een maand neemt de kans op voedingsdiarree toe. 
  • Ook kan er sprake zijn van Coccidiose, parasieten of BVD. 
  • Voedingsdiarree kan het gevolg zijn van fouten bij het maken en verstrekken van de melk of het rantsoen. 
  • Coccidiose treedt meestal vanaf een maand leeftijd op. De mest bevat dan vaak bloed en de kalveren staan te persen. 
  • Diarree als het gevolg van wormen treedt meestal pas op als de kalveren naar buiten gaan. 
  • Bij BVD zijn de kalveren soms al enkele maanden oud. De diarree kan zeer dun, waterig en geelbruin tot grijsgroen van kleur zijn en slijm en bloed bevatten.

In alle gevallen is het belangrijk om uitdroging te voorkomen. Een gezond kalf van 50 kilo moet al minimaal 5 liter vocht per dag binnenkrijgen. Bij voorkeur wordt bij diarree een elektrolytenmix of specifiek product toegevoegd. Na het geven van vocht volgt de behandeling tegen de specifieke kiem en vervolgens maatregelen om vervolginfecties te voorkomen.

Luchtwegproblemen

Naast virussen, bacteriën of protozoa die diarree veroorzaken zijn er enkele veroorzakers van luchtwegproblemen. Over het algemeen geven luchtweginfecties een reeks aan verschijnselen als hoest, koorts, kortademigheid, lusteloosheid en neusuitvloeiing en rode, natte ogen. Kalveren tot een half jaar leeftijd zijn het gevoeligst voor luchtweginfecties.

  • Pinkengriep is een infectie door het BRSV-virus dat het eerste jaar optreedt, waarbij de kalveren hoesten, slecht groeien en soms koorts hebben. 
  • Verder kunnen een reeks bacteriën voor longontsteking zorgen, zoals Mycoplasma Mannheimia, Pasteurella en Salmonella. Bloedonderzoek of een longspoeling kan de veroorzaker in beeld brengen. 
  • Typerend voor Mycoplasma is een hangend oor, omdat ook vaak een oorontsteking optreedt. BVD kan ook voor luchtwegproblemen zorgen.

Longproblemen veroorzaakt door virussen zijn niet direct te behandelen. Wel kunnen ontstekingsremmers helpen. Bij bacteriële infecties zijn antibiotica bruikbaar, eventueel met pijnstillers en ontstekingsremmers. Voor een aantal ziekteverwekkers (Pinkengriep, Mycoplasma, Mannheimia) is vaccinatie mogelijk. Voor BVD is een bestrijdingsprogramma beschikbaar.

Kom naar de Inspiratiedag Jongveeopfok en krijg antwoord op vragen als:
-   2x3 liter of 3x2 liter biest per dag?
-   Hoe geef je het kalf in de buik van de moederkoe al een optimale start?
-   Voeren van verse melk of pasteuriseren?
-   Hoe kun je eenvoudig en effectief verliezen beperken en opbrengsten optimaliseren?
-   Wat zijn de oorzaken van diarree en hoe kun je deze voorkomen?
-   Hoe komt je tot minder dan 5% uitval en 800 gram groei per dag in de opfokperiode?

Laatste reacties

  • alphons1

    belangrijkste onderdeel word weer niet genoemd. de eiwit benutting in de droogstand. dan krijg je betere biest dus minder diarree.

  • alco1

    En de drinkautomaat nabootsen door de kalveren vier maal daags te voeren.

Of registreer je om te kunnen reageren.