Rundveehouderij

Achtergrond 2814 x bekeken 2 reacties

Jonger afkalven kan als boer jongvee beter bekijkt

Een lagere afkalfleeftijd levert veehouders meerdere voordelen op. Door beter naar jongvee te kijken kan de leeftijd sneller omlaag.

Gemiddeld kalven vaarzen af rond 26 maanden, maar veehouders en deskundigen zijn er wel over uit dat die leeftijd lager kan. Een kortere opfokperiode scheelt immers geld. En toch is hier in de afgelopen pakweg 20 jaar weinig aan veranderd. De afkalfleeftijd is sinds 1995 wel met 23 dagen gezakt, maar de zo gewenste leeftijd van 24 maanden is voor veel veehouders nog lang niet in beeld.
Voor de meeste bedrijven is dat geen onwil maar een gebrek aan inzicht in het jongvee. Dat zegt Laura Winter, jongveespecialist bij ForFarmers: “In de praktijk zie je dat veehouders het besef niet hebben wanneer een pink klaar is om te insemineren. De meeste pinken zijn al veel verder in ontwikkeling dan de veehouders in de gaten hebben. Daar laten zij kostbare tijd liggen.”

Jonger kalven voordeliger

De laatste jaren treedt er echter wel een kentering op. Dit wordt mede ingegeven door de hele fosfaatregelgeving. Daarvoor geldt: hoe jonger vaarzen afkalven, hoe gunstiger dat is voor de fosfaatruimte op het bedrijf. Door eerder afkalven staat er minder jongvee op het bedrijf en is er meer fosfaatruimte beschikbaar voor melkvee. “Uitgaande van een bedrijf met 100 koeien scheelt het terugbrengen van 26 naar 24 maanden een veehouder op basis van bedrijfsspecifiek fosfaatvoordeel 269 kilo fosfaat. Ga je zelfs terug naar 22 maanden, dan levert dat ruim 500 kilo fosfaat op. Ruimte die voor koeien overblijft”, rekent Sjaak de Kleijne, jongveespecialist bij Agrifirm, voor.

Fosfaatvoordeel door jonger afkalven

Het fosfaatvoordeel dat jonger afkalven met zich meebrengt, kan de aangekondigde korting op fosfaatrechten geheel of voor een groot deel dekken. Ook financieel heeft het jonger afkalven zijn voordelen. Bij een gelijk vervangingspercentage rekent Winter een verhoging van de netto-voerwinst van €10.542. Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere voerkosten voor het jongvee omdat er gemiddeld minder jongvee op een bedrijf staat. Verlaagt een melkveehouder het vervangingspercentage op het bedrijf ook nog eens, dan kan het financieel voordeel oplopen tot €18.000.

Meer focussen op jongvee

De voordelen zijn dus duidelijk, maar de grote vraag is; hoe realiseert een veehouder die verlaging van de afkalfleeftijd? De belangrijkste reden waarom de afkalfleeftijd nauwelijks gedaald is, is dat veehouders meestal onvoldoende focus hebben voor jongvee. De nadruk ligt op de koeien omdat daar direct geld wordt verdiend. Alleen vergeten veehouders dat door jongvee onnodig langer te laten lopen, geld blijft liggen. Voor het uitbesteden van opfok wordt vaak met €1,60 per dag gerekend, een maand later afkalven kost dan zo’n €50 per dier. Degenen die jongvee uitbesteden zijn juist kien op de afkalfleeftijd en stellen hier in de overeenkomst vaak afspraken over op. Menig opfokker krijgt minder of zelfs geen geld wanneer de vaarzen over de gewenste afkalfleeftijd heen gaan.

Veel boeren kunnen beginnen met vaker en beter naar jongvee te kijken

Voor veel veehouders is al veel winst te behalen door vaker en beter naar het jongvee te kijken. Er wordt nog vaak gerekend met een inseminatieleeftijd van 15 maanden, terwijl de meeste pinken al veel eerder inseminatierijp zijn. Door vaker naar de dieren te kijken en ze op zijn minst te meten, krijgt een veehouder al snel meer inzicht in de ontwikkeling. Wat Winter betreft zouden veel stallen anders ingedeeld moeten worden: “Maak een aparte groep waar je op moet letten voor inseminatie en zet die groep pinken op een plek in de stal waar ze goed opvallen. Bijvoorbeeld vooraan. En loop gewoon wat vaker door je jongveestal heen.” Voor veehouders waar de tijd ontbreekt, adviseert Winter het gebruik van halstransponders of stappentellers om de tochtigheid waar te nemen.
Om de aandacht beter bij het jongvee te hebben, adviseert Henk van der Horst, verkoopleider bij Denkavit, veehouders om protocollen op te stellen. “Bij protocollen gaan de gedachten al gauw naar grote bedrijven, maar ook voor een bedrijf van 80 koeien is het interessant om werkwijzes en werklijnen op te schrijven. Weeg of meet de dieren zodat je inzicht krijgt in je resultaat en daarop kunt sturen. Stel doelen met adviseurs en monitor en evalueer die.”

Veehouders rekenen nog vaak met een inseminatieleeftijd van 15 maanden, terwijl de meeste pinken al veel eerder inseminatierijp zijn.

Geen groei laten liggen

Om de afkalfleeftijd werkelijk op 24 maanden te krijgen moet een pink rond de 12 maanden al klaar voor inseminatie zijn. Bij de eerste tochtigheid wordt niet gelijk geïnsemineerd, dat kan probleemloos bij de tweede. Maar waar veel veehouders geen rekening mee houden is dat er gemiddeld 1,5 tot 1,7 rietje wordt gebruikt voor een dracht. Dat betekent dat die pink van 12 maanden al gauw richting de 15 maanden loopt als ze daadwerkelijk drachtig is.
Om een pink op 12 maanden op het inseminatiegewicht van 400 kilo te krijgen, moet vanaf dag één hard gevoerd worden. “Melkveehouders laten echt veel liggen. Vaarskalveren halen vaak de 700 gram groei per dag niet, terwijl stierkalveren in de vleeskalverhouderij gemakkelijk 850 gram halen in de eerste 10 weken. Sekseverschil is geen excuus want dat is in de eerste maanden te verwaarlozen”, stelt Gert van Trierum, productmanager bij Denkavit.

Een goede melkperiode, aangevuld met het juiste krachtvoer en ruwvoer geeft kalveren de juiste start.<br /><em>Foto: Marcel van Hoorn</em>
Een goede melkperiode, aangevuld met het juiste krachtvoer en ruwvoer geeft kalveren de juiste start.
Foto: Marcel van Hoorn

Graag genoeg goede biest, hygiëne en lage ziektedruk

Meer melkpoeder per dag tijdens de melkperiode heeft uiteraard effect op de groei, maar harder voeren alleen zorgt niet voor een betere groei. Het totaalplaatje in de kalverstal moet kloppen. Dus goede en voldoende biest, hygiëne in de stal en een lage ziektedruk. Ook ziet Van der Horst dat veehouders vaker kiezen voor duurder, kwalitatief beter poeder.
Meer of luxer melkpoeder voeren in de eerste weken betekent niet dat niet tijdig aandacht aan de ruwvoerverstrekking moet worden besteed. Ruw- en krachtvoer zijn de basis voor de pensontwikkeling. Zodra de melkperiode voorbij is blijft hard voeren het devies. Al wordt in de tweede helft van het eerste jaar de conditie leidend om problemen te voorkomen, stelt De Kleijne: “Er is altijd gedacht dat een vaars wel wat reserve kan hebben. Maar een te ruime conditie heeft slechte invloed op het drachtig worden en geeft bij afkalven problemen. Door te wegen of te meten weet je hoe en waar je moet sturen. Dat monitoren wordt nog te vaak vergeten.”

 

Laatste reacties

  • farmerbn

    Als voorlichters en verkopers van voer , de boer iets gaan voorrekenen moet je oppassen. Dat doen ze om geld uit de beurs van de boer te trekken. Door harder te voeren , luxer voer te kopen en meer aanaandacht te geven, gaat de kostprijs van 1.60 euro per dag gemakkelijk naar 2.00 euro per dag. Daarnaast is het te gemakkelijk om met gemiddeld 1.6 inseminaties te rekenen. Daardoor zou je theoretisch 34 dagen eerder moeten beginnen met insemineren maar veel pinken pakken meteen en enkele hebben wel 4 inseminaties nodig. Begin je dus bij veel pinken te vroeg en heb je een enkele pink te laat drachtig. De wijsneuzen houden ook nooit rekening met achterblijvers. Of dat pinken op een veldkavel lopen. Ik heb wel eens een DLV-er gekend die een eigen boerderij begon: Binnen één jaar hield die het voor gezien.

  • beekies

    juist farmerbn, het beste voer maar naar het jongvee en iets mindere kwaliteit naar mesthoop??

Of registreer je om te kunnen reageren.