Rundveehouderij

Achtergrond 2986 x bekeken 1 reactie

Goed kuilmanagement levert winst op

Elke veehouder heeft een hekel aan broei. Toch lijken de problemen niet af te nemen. Met broeiverliezen verlagen is veel winst te halen.

Iedere veehouder baalt wanneer hij voelt dat de gras- of maiskuil warme plekken heeft. Al jaren is er volop aandacht voor. Toch schat Thijs Braam, marketingmanager plant bij ForFarmers, dat de broeiproblemen niet afnemen. “Dat is puur een gevoel, het wordt nergens vastgelegd, maar we komen te vaak een warme bovenlaag van de kuil tegen. Veehouders die echt nooit last van broei hebben, zijn zeldzaam.” In het kader Broeigevoeligheid is eveneens te zien dat graskuilen niet minder broeigevoelig worden.

Toch ziet Braam, evenals sectorspecialist Leo Tjoonk van Agrifirm, momenteel een kentering. Veehouders zetten noodgedwongen de punten op de ‘i’ door de lage melkprijs en de Kringloopwijzer. Tjoonk: “Dat is een groot voordeel van de Kringloopwijzer, die brengt indicaties van de verliezen in beeld. Daar reageren veehouders op en nemen maatregelen om onder andere broei te voorkomen.”

Hoogte schade blijft onduidelijk

Tjoonk en Braam merken dat de ene veehouder ieder jaar sneller en heftiger last heeft van broei dan de ander. Op internet noemen verschillende bedrijven, van sleufsilofabrikanten tot leveranciers van toevoegmiddelen, dat kuilen met broei tot wel 20 of 30% droge stof verliezen. Daarnaast vreten de koeien er minder van, dus komt er minder melk in de tank van het eigen ruwvoer. Voor een gemiddeld melkveebedrijf (75 koeien) worden schadebedragen door broei van €5.000 tot meer dan €10.000 op jaarbasis genoemd. Schade die onder het kopje ‘faalkosten’ geplaatst kan worden, want broei kan op heel veel punten aangepakt worden. Uiteindelijk is het de veehouder die zelf in de spiegel moet kijken.

De thermometer, die pakweg een meter diep in de maiskuil gestoken is, wijst uit dat er geen sprake is van broei.<br /><em>Foto: Mark Pasveer </em>
De thermometer, die pakweg een meter diep in de maiskuil gestoken is, wijst uit dat er geen sprake is van broei.
Foto: Mark Pasveer

Geen verrassende oorzaken

De meest voorkomende fouten, uit een lange rij van mogelijke oorzaken van broei, zijn volgens de voerleveranciers een te hoog drogestofgehalte van de graskuilen, onvoldoende vast rijden van de kuil en een te lage voersnelheid. Al jaren wordt gehamerd op een voersnelheid van minimaal 1,5 meter per week. Dat betekent dat de maiskuil, waar je het hele jaar van voert, 80 meter lang moet zijn. Die lengtes zie je in de praktijk nauwelijks.

Ook blijven veel graskuilen te droog. Tjoonk en Braam noemen 35 tot 45% het optimale traject. Bij super kuilweer, zoals dit jaar tussen Hemelvaart en Pinksteren, is het zaak daar op in te spelen door de veldperiode kort te houden. Vooraf moet je weten wanneer er ingekuild wordt en aan de hand van dat gegeven met de weersvoorspellingen, bepaal je het maaimoment. En één keer minder schudden ging in die periode best of wellicht helemaal niet schudden, wanneer er gemaaid was met een kneuzer.

Aanrijden van de kuil

Het laatste belangrijke punt van broei, is het aanrijden van de kuil. Vooral bij droog en structuurrijk materiaal kost het extra tijd, gewicht en moeite om de kuil goed aan te rijden. In de praktijk bepaalt de hakselaar met de kippers vaak de aanvoersnelheid. Zodra al het gras op de kuil ligt, gaat de hakseltrein van de loonwerker naar de volgende klant en moet de shovel mee. “Wil je dat de shovel langer blijft, dan moet je daar afspraken over maken met de loonwerker. En dan geldt gewoon uurtje, factuurtje. Maar met een goed aangereden kuil verdien je dat snel terug”, geeft Leo Tjoonk aan.

Naast de genoemde voersnelheid, zijn er bij het uitkuilen veel mogelijkheden om broei tegen te gaan. Maak de kuilen niet te ver open, houdt snijvlak vlak, haal steeds dunne laagjes voor de kuil weg, ruim losse restjes zo vaak mogelijk op en laat geen plastic voor de kuil wapperen waar de zon op kan schijnen.

Niet het favoriete werk. Maar dagelijks voerresten bij de kuil opruimen, houdt het voer fris. Het eigen voer wordt beter omgezet in melk.<br /><em>Foto: Ruud Ploeg</em>
Niet het favoriete werk. Maar dagelijks voerresten bij de kuil opruimen, houdt het voer fris. Het eigen voer wordt beter omgezet in melk.
Foto: Ruud Ploeg

Andere mogelijkheden

Veehouders die regelmatig last hebben van broei, doen er goed aan om een alternatief kiezen. “Maak een plan om broei te verminderen”, zegt Tjoonk. Gewikkelde balen kunnen (zomers) de plaats innemen van een graskuil. Afvlakken van de maiskuil in het voorjaar is een mogelijkheid, zodat de voersnelheid toeneemt. Braam is er overigens geen voorstander van om stabiele kuilen weer open te trekken en ziet liever dat in de herfst direct een lage zomerkuil wordt aangelegd. Het maken van een mengkuil is een ander alternatief .

Remmer kost voederwaarde
Bij droge kuilen (meer dan 50% droge stof) adviseren diverse schema's om tijdens het inkuilen een broeiremmer te gebruiken.
Thijs Braam van ForFarmers adviseert verder te kijken dan alleen broeiremming omdat ook bij het conserveringsproces veel winst valt te behalen. "Gebruik een broeiremmer wanneer je broei verwacht", klinkt het eenvoudig.
Hij licht toe dat een broeiremmer azijnzuur maakt uit het gevormde melkzuur. Dat gaat dus deels ten koste van de voederwaarde.
Het inzetten van een broeiremmer is dus een soort 'verzekeringspremie', die in het geval wanneer er geen broeigevaar is, wel voederwaarde kost. In plaats van een pure broeiremmer is het in verreweg de meeste gevallen veel beter een combinatieproduct in te zetten, dat stuurt de conservering en de broeiremming, waarbij dus een extra slag wordt geslagen.

De genoemde alternatieven kosten in eerste instantie extra geld. Die facturen ziet de veehouder. Helaas krijgt de veehouder niet zwart op wit wat hij aan extra melkopbrengsten uit eigen ruwvoer realiseert doordat broei vermindert of achterwege blijft. Braam: “Wanneer er een factuur met de kosten van broei zou komen, ging het veel sneller de goede kant op.”

Klik op de iconen voor meer informatie.

Geen broei met mengkuilen

Gé Menkveld moet nog wel eens uitleggen waarom hij een mengkuil laat maken omdat hij zelf een voermengwagen heeft.
“Wanneer het jongvee buiten loopt en de koeien naast weidegang nog maar drie of vier kilo droge stof graskuil krijgen, zit de broei er zo in. Daar baalde ik van. De graskuil gaat nu zomers dicht. Dan kun je gewikkelde balen gaan voeren of een mengkuil maken”, geeft Menkveld aan.

Naam: Gé Menkveld (50). Plaats: Welsum (Ov.). Bedrijf: 85 melkkoeien met jongvee op 56 ha gras- en maisland.<br /><em>Foto: Ronald Hissink</em>
Naam: Gé Menkveld (50). Plaats: Welsum (Ov.). Bedrijf: 85 melkkoeien met jongvee op 56 ha gras- en maisland.
Foto: Ronald Hissink

Afhankelijk van de situatie besluit de veehouder in het voorjaar of er een mengkuil komt voor de warme zomermaanden. Begin mei zat er nog vier meter graskuil in de sleufsilo, die hij graag leeg wilde hebben. Daarnaast ging er twee hectare rietzwenkgras vers in de mengkuil met 60 procent mais. Eind juni begint hij met deze mengkuil te voeren. Het uitsnijden gaat met de kuilvoersnijder waarna de voermengwagen met laadklep het pak voor het voerhek doseert.

'Mengkuil blijft goed koud'

Menkveld: “De mengkuil blijft goed koud, broei komt niet voor en je hebt geen of nauwelijks voerresten.” Wielink Agrarisch Handelsbedrijf mengde bij Menkveld 170 ton, wat hem dit jaar bijna €900 kost. Hiervan kan de veehouder de melkkoeien drie maanden voeren.
Nadeel is dat de verhouding in de mengkuil vastligt. Mocht de grasgroei door droogte tegenvallen of is het te nat om te weiden, dan stuurt Menkveld bij, door gewikkelde balen naast de mengkuil te voeren.
Voor veehouders die echt last van broei hebben, noemt Menkveld een mengkuil een heel goed alternatief. “Het kost wel iets, maar je hebt geen verliezen en het werkt heel gemakkelijk en plezierig.”

Kennisdagen; deelname gratis
Boerderij organiseert in samenwerking met Limagrain vier kennisdagen: twee over grasteelt en twee over maisteelt. De twee grasdagen worden op 23 en 30 juni gehouden. De eerste dag is in Amen, Drenthe, de tweede in Breda, Noord-Brabant. Tijdens deze dagen wordt ingestoken op gewas, bodem, bemesting, oogst en voerkwaliteit. Kijk voor meer informatie en deelname op www.boerderij.nl/ruwvoerronde.

Foto

  • Wanneer het gras op het veld te droog is geworden, vraagt het aanrijden extra tijd, gewicht en moeite. Bespaar daar niet op.<br /><em>Foto: Henk Riswick</em>

    Wanneer het gras op het veld te droog is geworden, vraagt het aanrijden extra tijd, gewicht en moeite. Bespaar daar niet op.
    Foto: Henk Riswick

Eén reactie

  • farmerbn

    Tjoonk en Braam zijn irritante wijsneuzen die de boer tergen en over de rug van die boer geld willen verdienen. Bij mij zouden ze niet Welkom zijn.

Of registreer je om te kunnen reageren.