Rundveehouderij

Achtergrond 2747 x bekeken 1 reactie

Meten jongvee levert veehouder winst op

Onderzoek wijst uit dat de gewichtsontwikkeling per kalf flink verschilt. Door jongvee beter te monitoren, kan de veehouder eerder insemineren.

Veruit de meeste veehouders insemineren pinken op basis van leeftijd. Echter, niet zozeer de leeftijd, maar het gewicht is bepalend voor het inseminatiemoment. Een goed ontwikkelde pink kan zonder problemen een paar maanden eerder geïnsemineerd worden dan op basis van leeftijd.

Insemineren op basis van gewicht is echter geen gemeengoed onder veehouders. De meesten maken gebruik van een meetlint of, nog eenvoudiger, een touwtje om de borstomvang te bepalen. Uit een onderzoek van Agrifirm Feed, waarbij 10.000 metingen op meerdere bedrijven zijn uitgevoerd, blijkt dat het meten van de minder populaire kruishoogte het gewicht nauwkeuriger bepaalt.

Meting kruishoogte sneller, exacter en minder stressvol

Onderzoek van Agrifirm Feed toont aan dat het berekend gewicht op basis van de borstomvang een grotere spreiding geeft én te veel afwijkt van het werkelijk gewogen gewicht. Het berekende gewicht op basis van de kruishoogte geeft veel minder spreiding en afwijking.

Bij het meten van de borstomvang zit al verschil tussen twee metingen kort na elkaar door één persoon, laat staan als twee personen de meting verrichten. Dit heeft alles te maken met hoe strak het lint wordt aangetrokken; daarbij kan makkelijk een verschil van 40 centimeter optreden.
Daarnaast is het meten van de borstomvang voor de dieren stressvoller. De meter moet vaak tussen de dieren staan, wat in combinatie met het lint een schrikreactie geeft. Dieren spannen zich aan, waardoor ze de adem inhouden of net flink uitblazen. Het meten van de borstomvang houdt ook geen rekening met de skelet- en orgaanontwikkeling en mogelijke vervetting van dieren.

Groot voordeel van het meten van de kruishoogte is de snelheid. De meter loopt met de meetstok achter de dieren langs, zet de stok op de roosters en legt de lat ter hoogte van het heupbeen op het kruis. Voordat een pink het in de gaten heeft, is ze al gemeten.
Voor een goed beeld van de groeiontwikkeling moet naast het meten ook de conditie worden gescoord. Want de vetbedekking heeft ook invloed op de gewichtsontwikkeling.

Een kalf heeft een vaste groeicurve. Omdat elk ras en binnen de Holstein-populatie bloedlijnen een andere hoogtemaat hebben, heeft Agrifirm naast de gemiddelde groeicurve drie extra lijnen gemaakt: gemiddeld min, gemiddeld plus en groot. “Het belangrijkste voor veehouders is dat de ontwikkeling van hun jongvee vanaf dag 1 een met deze bandbreedte vergelijkbare lijn volgt”, licht productmanager Marco van Boheemen toe.

Veehouders streven naar een zo uniform mogelijk koppel.</p>
<p><em>Foto: Hans Prinsen</em>
Veehouders streven naar een zo uniform mogelijk koppel.

Foto: Hans Prinsen

Als het jongvee op enig moment in de opfok afwijkt, dan is er wat mis met de opfok. Dan komt het inseminatiemoment van 375 tot 400 kilo en een kruishoogte tussen de 132 en 138 centimeter op een leeftijd van 14 tot 15 maanden in de knel. Uit de metingen van Agrifirm blijkt dat het gewicht op 14 maanden uiteen loopt van pakweg 350 tot bijna 500 kilo. Een deel van het jongvee zit dus nog niet op het gewenste gewicht, maar er zijn ook pinken die ruim boven dat gewicht zitten. Door deze dieren niet tijdig te insemineren, gaat tijd en geld verloren.

Belangrijke rol voor voeding

Landelijk is er een grote spreiding tussen jongvee-ontwikkeling. Maar ook binnen een bedrijf kan veel spreiding voorkomen, terwijl een veehouder streeft naar een zo uniform mogelijk koppel. De oorzaak van die spreiding is drieledig: ten eerste de genetische potentie van de veestapel door het type stier dat gebruikt wordt. Gezondheidstechnisch: op veel bedrijven is bij kalveren die in het najaar worden geboren, een groter risico op longproblemen en diarree dan bij een zomerkalf. Hier kan een veehouder op inspelen door de ziektedruk te verminderen door bijvoorbeeld het aanpassen van het stalklimaat. Als derde factor speelt de voeding een rol. “Twee derde van de veehouders heeft geen rantsoenberekening voor het jongvee. Ze weten dus niet of ze de dieren op de norm voeren of niet”, stelt Van Boheemen.

Een veehouder kan kalveren jonger dan 6 maanden niet rijk genoeg voeren. Dieren ouder dan 6 maanden moeten meer op de norm worden gevoerd.</p>
<p><em>Foto: Mark Pasveer</em>
Een veehouder kan kalveren jonger dan 6 maanden niet rijk genoeg voeren. Dieren ouder dan 6 maanden moeten meer op de norm worden gevoerd.

Foto: Mark Pasveer


De voeding is grofweg op te splitsen in twee groepen. Dieren jonger dan 6 maanden kunnen niet rijk genoeg gevoerd worden, terwijl kalveren ouder dan 6 maanden meer op de norm moeten worden gevoerd in verband met risico op vervetting en tekorten aan eiwit of mineralen. Vooral rond de vruchtbare periode voeren veehouders te veel energie. Dit te rijk voeren verklaart ook het groter worden in de spreiding aan de bovenzijde van de groeicurve. Uit de metingen blijkt dat tot ongeveer 1 jaar de spreiding rond 50 kilo bedraagt, terwijl dat in een leeftijd van 12 tot 16 maanden oploopt naar 100 kilo.

Gewichtsspreiding eerste maanden beperkt

Opvallend in de metingen is dat de gewichtsspreiding in de eerste 2 maanden beperkt is. De gemeten en gewogen kalveren verschillen hooguit 20 tot 25 kilo van elkaar in gewicht. Het grootste deel van de kalveren zit onder het ideale gewicht. Rond het spenen worden dat er meer, terwijl juist die eerste maanden van een kalf van belang zijn voor de ontwikkeling van de organen.
Uit onderzoeken van onder meer Trouw Nutrition blijkt dat de ontwikkeling van lever, nieren en uierweefsel in de eerste 50 dagen na de geboorte beïnvloed kan worden, daarna neemt die invloed snel af. Achterblijvende groei of een groeidip in de eerste 6 maanden komt meer tot uiting in de periode 12 tot 24 maanden, onder andere door een later inseminatietijdstip.
Uit de metingen van Agrifirm blijkt dat jongvee in de leeftijd van 12 en 24 maanden iets meer dan de helft van de dieren 100 tot 150 kilo onder de ideale lijn zit. Een groeiachterstand in de eerste 6 maanden is dus niet meer in te halen in de volgende 1,5 jaar.

Wilt u meer rendement halen uit uw veestapel? Kom dan op 16 juni ook naar de Boerderij Jongvee Opfokdag.
Lees alles over jongveeopfok in dit dossier.

Eén reactie

  • Schaap1975

    OEI agrifirm, wat lees ik nu in het laatste stukje. Het jongveeplan waarmee is geadviseerd heeft niet best in de praktijk gewerkt. Als meer als 50% van de pinken niet de iedeale groeilijn heeft kun je niet concluderen dat het alleen aan de boeren ligt!!

Of registreer je om te kunnen reageren.