Rundveehouderij

Achtergrond 7839 x bekeken 4 reacties

Zuivelland Nieuw-Zeeland: rundveeparadijs en geliefd importpartner

Nieuw-Zeeland lijkt het paradijs op aarde als het gaat om melkveehouderij. Maar in dit beeld ontstaan langzamerhand scheurtjes.

De temperatuur in Nieuw-Zeeland varieert van 9 tot 19 graden. Gemiddeld valt er jaarlijks 1.200 millimeter regen. Het gras groeit 300 dagen per jaar en levert 15 ton droge stof per hectare op, zonder irrigatie en kunstmest. Koeien ­lopen jaarrond buiten en melkveehouders hebben de laagste kostprijs ter wereld. Nieuw-Zeeland klinkt als het melkveeparadijs op aarde.
Dat beeld wordt versterkt door het imago dat Nieuw-Zeeland wereldwijd heeft: groen en schoon. De twee eilanden in de Grote Oceaan zijn dun­bevolkt. De 4,5 miljoen inwoners betekenen 17 mensen per vierkante kilometer. De grenzen worden strikt bewaakt om ongedierte en dierziektes buiten de deur te houden. Voedselveiligheid en voedselkwaliteit staan bij Nieuw-Zeelanders hoog in het vaandel. Dit alles zorgt ervoor dat Nieuw-Zeeland een favoriete importpartner is. Vooral China, de Verenigde Staten en Japan staan vooraan als het gaat om zuivelproducten uit Nieuw-Zeeland.

Jongvee in de weide, die pal aan de Tasmanzee grenst.</p>
<p><em>Foto: Robert Bodde</em>
Jongvee in de weide, die pal aan de Tasmanzee grenst.

Foto: Robert Bodde

Thuismarkt is verwaarloosbaar

Maar het land moet ook wel in trek zijn als importpartner. De binnenlandse markt is te klein voor een rendabele afzet. Nieuw-Zeelandse boeren zijn geheel afhankelijk van de wereldmarkt. Dat maakt hun situatie uniek. Maar liefst 95% van de zuivel wordt geëxporteerd, 75% daarvan is melkpoeder. Het land is daarmee de grootste exporteur van zuivelproducten ter wereld, al bedient het daarmee maar 3% van de wereldmarkt.

"Onze consument bevindt zich buiten de landsgrenzen”, zegt Tim Groser, minister van handel en klimaatverandering in Nieuw-Zeeland. "Melkveehouders ondervinden hier direct de fluctuaties van de melkprijs op de wereldmarkt. Het betekent innoveren of sterven. Sinds de jaren tachtig, toen de landbouwsubsidies kwamen te vervallen, moet de sector innoveren om te overleven op de vrije markt. Dat maakt onze melkveesector sterk."

Deuk in imago grootste zuivelcoöperatie Fonterra

Maar er zitten scheuren in dat plaatje. Fonterra kon in juli 2015 geen melkgeld meer uitbetalen. In augustus maar een beetje. De grootste zuivelcoöperatie van Nieuw-Zeeland viel van haar voetstuk. Melkveehouders protesteerden, kwamen in de schulden of gingen failliet. "De vraag uit China viel tegen en ook wij lijden onder de Russische importban", zegt Lukas Paravicini, financieel directeur van Fonterra. "We zitten in een hoogconcurrerende markt. Natuurlijk kunnen we altijd terugkijken en denken: ‘waarom hebben we dat niet eerder zien aankomen?’, maar dat is oude koeien uit de sloot halen. De productiegroei in Europa is na afschaffing van het melkquotum achtergebleven bij de voorspellingen. Als Fonterra kijken we nu vooruit. We hebben een sterke marktpositie. We investeren in onderzoek, in nieuwe producten en voorzieningen. We willen onze melk meerwaarde meegeven, waardoor we een hogere melkprijs kunnen uitbetalen. Zo hebben we vorig jaar een mozzarellafabriek geopend in China. De vraag naar eiwit neemt toe in de wereld, daar spelen wij op in.”

Low cost: melkstallen zijn veelal low cost: alleen een melkput met een golfplaten-dakje erop en een wachtruimte ernaast.</p>
<p><em>Foto: Robert Bodde</em>
Low cost: melkstallen zijn veelal low cost: alleen een melkput met een golfplaten-dakje erop en een wachtruimte ernaast.

Foto: Robert Bodde

Klimaat jaagt kostprijs op

Het zijn niet alleen de fluctuaties van de melkprijs die Nieuw-Zeelandse boeren de das om kunnen doen. Ook klimaatverandering speelt een grote rol. De meest recente dreiging is El Niño, die Nieuw-Zeeland deze zomer (de Europese winter) in zijn greep lijkt te houden. Dat betekent lagere temperaturen en drogere omstandigheden. Voor de Nieuw-Zeelandse melkveehouderij, die gestoeld is op een op gras gebaseerd productiesysteem, is dat een kostprijsverhogende uitdaging. “De wereld denkt dat Nieuw-Zeeland de 'gold zone' is voor de melkveehouderij”, zegt Jim Webster van AgResearch. “De sector staat inderdaad bekend als degene met de laagste kostprijs ter wereld, maar ook hier veranderen dingen. Als lagere temperaturen aanhouden, moeten we misschien stallen gaan bouwen. Daarnaast zorgt de droogte voor een tekort aan water en minder grasgroei. Voldoende zoet water wordt de uitdaging. Het regent hier wel voldoende, maar niet op het juiste moment en op de juiste plaats. We moeten dus gaan investeren in opslag.”

De sluizen kunnen tot 17 kuub per seconde inlaten in het irrigatiekanaal van Central Plains Water waarin boeren financieel participeren.</p>
<p><em>Foto: Marjolein van Woerkom</em>
De sluizen kunnen tot 17 kuub per seconde inlaten in het irrigatiekanaal van Central Plains Water waarin boeren financieel participeren.

Foto: Marjolein van Woerkom

Steeds strengere milieu-eisen

Ook worden de milieu-eisen steeds strenger en de vraag van de consument verandert, gaat hij verder. Webster: "Daarop moeten boeren inspelen en dat werkt kostprijsverhogend. Denk aan CO2-voetafdruk, maar ook aan waterkwaliteit en de stikstofuitstoot. We hebben nog heel wat te winnen. Een melkveebedrijf hier runnen gaat misschien vooralsnog makkelijker dan in Europa, maar die voorwaarde is niet meer voldoende. Onze koeien geven de helft minder dan in Europa. Boeren moeten efficiënter gaan werken. Dat betekent dat ze hun bedrijfsmanagement moeten optimaliseren, maar ook aandacht moeten geven aan hun grasmanagement. We hebben hier te maken met droogte, insectenplagen zoals de zwarte kever die een heel grasperceel kan verwoesten, en onkruid. Wil je nog steeds voldoende ruwvoer kunnen telen, dan hoort daar een andere strategie bij.”

Grasgroei staat centraal in de Nieuw-Zeelandse melkveehouderij. In een demoproject op het Noordereiland deelden veehouders hun grasgroei aan de omgeving, zodat ze als benchmark werken.</p>
<p><em>Foto: Robert Bodde</em>
Grasgroei staat centraal in de Nieuw-Zeelandse melkveehouderij. In een demoproject op het Noordereiland deelden veehouders hun grasgroei aan de omgeving, zodat ze als benchmark werken.

Foto: Robert Bodde

Melkveehouders verleggen focus

Melkveehouders Tracy en Wynn Brown hebben zo’n andere strategie en spelen al in op de vraag van de consument en de strenger wordende milieu-eisen. In de buurt van Hamilton op het Noordereiland houden ze zevenhonderd melkkoeien op 240 hectare. Met hun melkveehouderij hebben ze diverse milieuprijzen in de wacht gesleept. "We doen veel aan het milieu en de natuur”, zegt Tracy, die ook betrokken is bij Dairy NZ en de Dairy Environment Leaders Forum. "Zo planten we bomen en hebben we watergangen met hekwerk omheind. In 2014 hebben we geïnvesteerd in een systeem om ons afvalwater te recyclen. Ons doel is een economisch en milieuvriendelijk duurzaam bedrijf te runnen, met een maximale productie en minimale voetafdruk.”

Vijf pijlers van het bedrijf

Het bedrijf is geënt op vijf pijlers: milieu, mensen, dierenwelzijn, gemeenschap en economie. "We gebruiken onze natuurlijke bronnen met zorg en zijn pro-actief als het gaat om milieubeheer", legt Wynn uit. "We communiceren met onze omgeving en we proberen ook wat terug te doen voor de gemeenschap. We werken met hoge standaarden wat betreft dierenwelzijn en proberen onze winst te verhogen door efficiënter om te gaan met afvalproducten."

Het is ook iets waar de consument steeds vaker om vraagt, voegt Tracy eraan toe. “De consument wordt steeds bewuster. Hoewel wij produceren voor de wereldmarkt en de consument dus ver van ons af lijkt te staan, hebben we hier wel te maken met onze omgeving. Ook hier wonen consumenten. Onze gemeenschap is onze license to produce, dus we vinden communicatie met onze omgeving erg belangrijk. De vijf pijlers zijn voor ons de weg naar een gezonde toekomst."

'Ook al produceren voor de wereldmarkt en lijkt de consument ver van ons af te staan, we hebben hier wel te maken met onze omgeving. Ook hier wonen consumenten.'

Een andere weg is die van de technologie, stelt Jerry Jago van Dairy NZ. "Melkveehouders hebben hier over het algemeen grote koppels, waardoor arbeid een steeds groter wordende uitdaging is. Veel boeren hebben één of twee medewerkers, maar goed geschoold personeel is steeds moeilijker te vinden. Automatisering is de toekomst.”

Robotmelken is een uitdaging

Hoewel 75% van het Nieuw-Zeelandse melkvee nog steeds in melkstallen wordt gemolken, is de robot langzaam in opkomst. Momenteel werken 20 bedrijven met in totaal 6.000 koeien met robots. “Robotmelken blijft een grote investering, maar op langere termijn kan het juist kostprijsverlagend werken, omdat de koegezondheid omhooggaat. Koeien gaan langer mee en produceren meer”, zegt Jago. “De kavels moeten wel anders ingericht worden en dat is met een op gras gebaseerd productiesysteem een uitdaging. Koeien moeten veelal lange afstanden lopen naar de melkput."

Fokkerij gericht op meer productie uit gras

De sector is niet alleen bezig met automatisering, maar ook met verbetering op genetisch vlak. CRV Ambreed probeert koeien te fokken die meer productie uit gras halen om de kostprijs te verlagen. “Ons doel is meer productie om de kostprijs te verlagen”, zegt Peter van Elzakken van de Nieuw-Zeelandse afdeling van CRV. "Gemiddeld zitten Nieuw-Zeelandse melkkoeien op een levensduur van 
4,7 lactaties. We willen dat aantal verhogen, zodat we per koe meer melk produceren. We werken met een wereldwijd fokprogramma, maar hier leggen we de focus vooral op meer liters met minder lichaamsgewicht en minder voer. Jersey-kruisingen passen goed in dat plaatje. Een Jersey is gemiddeld 
400 kilo, een Holstein 500 tot 600 kilo en kruisingen zitten daartussenin. Met verbeterd genetisch materiaal kunnen we een grote slag maken. Efficiënte koeien met een hoge vruchtbaarheid en goede gezondheid zijn onze aandachtspunten."

Op veel bedrijven komen allerlei rassen en kruisingen door elkaar voor.</p>
<p><em>Foto: Robert Bodde</em>
Op veel bedrijven komen allerlei rassen en kruisingen door elkaar voor.

Foto: Robert Bodde

Stijgende kostprijs lijkt onomkeerbaar

Het komt de Nieuw-Zeelandse melkveehouderijsector dus niet aanwaaien en er staan de sector nog wat uitdagingen te wachten. Een stijgende kostprijs lijkt onomkeerbaar, maar de sector zelf kijkt positief naar de toekomst. Zoals minister Groser het verwoordt: "De melkveesector zal de komende jaren vooral te maken hebben met milieu-uitdagingen en ik verwacht een complexe toekomst, maar de sector kan dit aan. Nieuw-Zeeland gaat vooruit."

Marjolein van Woerkom

Laatste reacties

  • de Vries

    Leuke reportage

  • joshuabos1978

    inderdaad leuke reportage, ik vraag me wel af over de 75% die nog met melkstallen melkt en maar twintig robot boeren?? daar klopt volgens mij iets niet, en bij het plaatje waar het irrigatie van de Canterbury plains zijn klopt ook niet helemaal dat moet een eindje naar het zuiden worden gezet onder Christchurch dacht ik.

  • Farmer4life2

    Zij beginnen met een kostprijs van 25€ wij met één van 43€ of KOP 33€

  • melkveehouder .

    @joshuabosi1978. Kijk eens naar het logo op de overall, de zegt iets over de achterliggende bron van de rapportage,

Of registreer je om te kunnen reageren.