Rundveehouderij

Achtergrond 3088 x bekeken

TMR-voeren nog niet voor de massa

Wie aan een totaal gemengd rantsoen wil beginnen moet eerst het ‘gewone gemengd voeren’ in de vingers hebben. Het bedrijf moet zich er voor lenen.

In Canada en de Verenigde Staten draaien veel melkveehouders een TMR (Total Mixed Ration)-rantsoen voor hun dieren. Daarbij zijn alle ruwvoer- en krachtvoercomponenten gemengd in één rantsoen dat aan het voerhek wordt verstrekt, waarbij energie en eiwit in elke hap evenwichtig aanwezig zijn en worden opgenomen.

In Nederland voert rond 5% van alle melkveehouders een TMR-rantsoen. Er zijn in ­Nederland wel enorm veel veehouders die dicht bij TMR in de buurt komen. Alle ruwvoer wordt dan gemengd met bijvoorbeeld producten als bierbostel of perspulp en vaak gaan er ook nog droge grondstoffen als soja of raap in. Dit wordt PMR (Partial Mixed Ration) genoemd. Omwille van het lokken van de koeien naar melkstal of robot, krijgen ze het krachtvoer nog apart. Ook vinden veel boeren het prettig om de koe individueel bij te sturen via de krachtvoerbox. Het basisrantsoen is dan al snel goed voor 25 tot 30 kilo melk en dan wordt er nog 4 à 5 kilo krachtvoer apart bijgevoerd.

Een totaal gemengd rantsoen, inclusief krachtvoer, wordt maar door zo'n 5% van de Nederlandse veehouders toegepast.
Een totaal gemengd rantsoen, inclusief krachtvoer, wordt maar door zo'n 5% van de Nederlandse veehouders toegepast.

Geld verdienen met TMR

"Op de grotere bedrijven is een goede rantsoenefficiëntie met TMR te realiseren”, zegt Rene Knook, productmanager bij De Heus Voeders. Het succes wordt bepaald door de rantsoenen in transitie. Praktisch zijn deze rantsoenen goed in te vullen bij groepen van minimaal 20 koeien. Bij kleinere groepen is het mengen suboptimaal, is er risico op versleping en is de kans op laadfouten groter. “Een goed transitierantsoen is de basis voor hoge melkopbrengst, hoge melkgift en gehalten per koe. En zo is ook een hoge rantsoenefficiëntie geborgd, zodat met TMR geld te verdienen is”, stelt Knook.

Toch is omvang niet per se een voorwaarde, vindt Wim Hessels, technisch specialist bij ForFarmers. “Als koeien op tijd drachtig zijn, is er geen reden om de melkgevende koeien in twee groepen te voeren.” De koeien pieken dan iets minder hoog, maar blijven persistenter. “De lactatiecurves die we vroeger hebben geleerd, passen niet meer bij de moderne Holstein. Die kunnen meer aan en de curve blijft vlakker. Wel moet de tussenkalftijd dan rond 380 dagen liggen, maar dat halen de meeste bedrijven niet. Bij hogere tussenkalftijd loop je, afhankelijk van het productieniveau, het risico op vervetting op het eind. Dat moet zeker niet gebeuren.”

Een goede laadvolgorde en een juiste menging moeten ervoor zorgen dat de koeien een evenwichtig rantsoen krijgen waarin ze niet kunnen selecteren en elke hap hetzelfde is.
Een goede laadvolgorde en een juiste menging moeten ervoor zorgen dat de koeien een evenwichtig rantsoen krijgen waarin ze niet kunnen selecteren en elke hap hetzelfde is.

Beperkingen

Wie met TMR wil starten moet in elk geval een voermengwagen hebben. Vaak is dat geen probleem, want naar schatting werkt al zo’n 70% van de veehouders met een mengwagen. Op typische grasbedrijven is een mengwagen niet zinvol, omdat daar weinig andere producten worden gevoerd en dan valt er dus niet veel te mengen. In het zuiden, waar de bedrijven intensiever zijn en meer voer wordt aangekocht, komt de voermengwagen vaker voor.

Bedrijven met een melkrobot vallen ook af voor een TMR-rantsoen. Voeren van brok in de robot is nodig om het bezoek op peil te houden, al zijn er wel voorbeelden van bedrijven die TMR en robotmelken combineren. Ook weidegang is niet te combineren met TMR.

Optimaal gemengd rantsoen zonder selectie

In TMR-rantsoenen luistert de menging nauw. “Eigenlijk in elk rantsoen”, stelt Peter van der Vegt, sales support manager bij Diamond V en Speerstra Feed Ingrediënts. Hij voert audits uit voor klanten om te kijken of ze aan de Diamond V-norm voldoen. “Ik kan uit ervaring stellen dat slechts 10% van de rantsoenen zó is gemengd dat elke hap ook echt hetzelfde is. Bij de andere 90% is de menging niet goed, zijn er laadfouten gemaakt, of vindt er selectie plaats. Dat laatste is het meest kwalijke.”

Henk Dings, specialist voeding Rundvee van Agrifirm, sluit zich bij die laatste opmerking aan. “Voor ons concept ‘Gemengd Voeren 2.0’ hebben we uitgebreid praktijkonderzoek gedaan naar verbeterpunten. Onze adviezen richten zich op een optimaal gemengd rantsoen voor de koeien, zonder selectie. Als veehouders vandaag de juiste verbeterpunten doorvoeren, levert dit morgen al resultaat.”

Uit het onderzoek van Agrifirm kwam naar voren dat door selectie te voorkomen, de voerefficiëntie met 0,1 kan stijgen. “Dat betekent voor een bedrijf met 100 koeien op jaarbasis toch zo’n €20.000 extra.” Dings ervaart dat veehouders die willen overstappen op TMR er een jaar voor moeten uittrekken voor ze het goed in de vingers hebben.

TMR-voeren nog niet voor de massa

Rantsoenkosten

Er zijn twee belangrijke doelen bij overstappen naar TMR:

  1. constant voer voor de koeien
  2. kostenreductie door hogere efficiëntie

Bij kostenreductie zijn de krachtvoerkosten alléén niet maatgevend. Hessels: “Dat is verleden tijd. We richten ons samen met de veehouder op de verhouding totale rantsoenkosten en kilo’s melk.” Ook eigen ruwvoer kost geld, dus moet je dat rekenen. “Daarbij gaan we vaak uit van 15 cent per kilo droge stof, maar dat varieert afhankelijk van de bedrijfsspecifieke situatie. Het gaat erom of je uit een rantsoen van €4,50 per koe per dag 28 liter melkt of 32. En als ik bijvoorbeeld €0,20 per koe per dag investeer, resulteert dat dan ook in extra melkopbrengst, of bijvoorbeeld een plus in gezondheid of vruchtbaarheid? Dán ben je bezig met voerkosten”, stelt Hessels.

Duidelijk is dat alle voerleveranciers kansen zien in TMR, maar ook bedreigingen. “Het verschil tussen een Total Mixed Ration en een Totaal Mislukt Rantsoen is klein”, zegt Hessels met een serieuze ondertoon. Met het systeem van gemengd voeren en krachtvoer apart verstrekken zijn fouten eenvoudiger te corrigeren en is er makkelijker balans te houden. De adviseurs denken dat er in dat systeem nog veel te verbeteren valt, alvorens veehouders over te laten stappen naar een meer risicovol TMR-systeem.

TMR-voeren nog niet voor de massa

Aandachtspunten bij gemengd voeren

  • Houd er rekening mee dat er verschillen zitten in berekend, geladen, gevoerd en opgenomen rantsoen. Dat laatste is maatgevend voor de productie en de efficiëntie.
  • Beoordeel mest van verschillende koeien. Veel variatie in mestsamenstelling duidt op selectie.
  • Laad de rantsoencomponenten in de juiste volgorde, zodat menging optimaal is. In de regel is dat van droog naar nat.
  • Laat de droge enkelvoudige voeders goed verdeeld in de wagen ­lopen.
  • Gebruik liefst bulksilo’s in plaats van bunkers. Met silo’s is beter te doseren en verdelen. Open bunkers zijn gevoeliger voor vocht, schimmels en ongedierte.
  • Gebruik eventueel water om het rantsoen natter te maken, om zo de plak in een rantsoen te verhogen. Dan blijven kleine deeltjes als enkelvoudige grondstoffen of mineralen beter aan het ruwvoer plakken en is de kans op selectie kleiner.
  • Graskuil is een lastig product om te mengen. Laad de graskuil daarom in meerdere porties. Dat kost iets meer tijd, maar de mengwagen kan het product dan makkelijker ‘openmaken’.
  • Onderhoud de mengwagen regelmatig. Denk in het kader van menging vooral aan tijdig vervangen van messen.
  • Beoordeel het rantsoen aan het voerhek regelmatig. Geeft de mengwagen aan het begin van het lossen eenzelfde gemengd product als aan het eind? Bij afwijkingen is er sprake van een onvoldoende gemengd rantsoen.
  • Stel selectie vast aan de hand van voerresten. De componenten in het restvoer moeten in dezelfde verhouding zijn als wat er in het begin is gevoerd.

TMR moet eenvoudig en snel

Jan Willem van Rooijen begon in 2007 met TMR. “In die tijd renoveerden we de melkstal en de krachtvoerdosering was versleten.” Hij moest kiezen tussen kopen van vijf krachtvoerboxen of TMR-voeren. Hij is met het laatste gestart en nooit meer gestopt.
Van Rooijen merkte wel dat dat sommige koeien niet in dit voersysteem pasten. “Ze gaven te weinig of werden te dik aan het eind van de lactatie. De vervanging in het eerste jaar steeg dan ook.”

Van Rooijen voert zijn koeien in twee groepen. De nieuwmelkte koeien krijgen op drogestofbasis 50/50 gras- en maiskuil. Daarnaast nog gemiddeld 12 kilo van twee verschillende soorten maatmeel. De oudmelkte koeien krijgen 70 procent gras en 30 procent mais met gemiddeld vijf kilo maatmeel. Voor beide groepen geldt dat het meel eerst met water geweld wordt, volgens het Deense compact voeren. Dan wordt het ruwvoer geladen. Het laden en voeren kost maar een half uurtje. De totaaltijd is langer, omdat de wagen tussendoor nog een half uur staat te mixen per groep.

Beweeg over het icoon voor meer bedrijfsinformatie.

“Ik wil een simpel rantsoen met zo min mogelijk wijzigingen. We kuilen de eerste en tweede snede over elkaar. Dan hebben we voor een jaar genoeg. De rest verkopen we.”

De kuil breekt hij aan samen met de nieuwe maiskuil. Dan is het één keer zoeken naar de goede balans en vervolgens een jaar lang stabiel voeren. “Het melkureum is leidraad. Dat moet 25 à 30 zijn. Veel collega’s vinden dat te hoog, maar ik merk dat ik melk verlies als ik onder de 25 zak.”

Nog geen echte voer- of verteringsproblemen tegengekomen
Van Rooijen laat de tweede snede iets langer uitgroeien, zodat er iets stengel in de kuil zit. 
“Anders wordt het wel heel slap, hoewel onze adviseur van Agruniek Rijnvallei zegt dat het niet nodig is.” Echte voer- of verteringsproblemen is Van Rooijen nog niet tegengekomen. “Na het eind van de quotering vorig jaar voerden we meer krachtvoer. Maar toen werd de mest te dun en verloren de koeien melk. We waren over de rand. Nu met 11 à 12 kilo gaat het veilig. De koeien zijn gezond en houden de conditie goed vast.”

Of registreer je om te kunnen reageren.