Rundveehouderij

Achtergrond 2857 x bekeken 5 reacties

'Schapensector moet professioneler'

Het aantal schapen in Nederland neemt al jaren af, al lijkt de grootste daling achter de rug. Jonge ondernemers staan klaar, maar moeten verder professionaliseren om voldoende rendement in de schapenhouderij te realiseren.

Voor een gezonde toekomst moet de schapensector verder professionaliseren. Tot deze conclusie komen zowel LTO-vakgroepvoorzitter schapenhouderij Jeljer Wynia als LWPS-voorzitter Carlo van As. Er valt volgens beide voormannen nog veel te verbeteren in de bedrijfsvoering van de gemiddelde schapenhouder. Natuurlijk zijn er de grote bedrijven die hun zaakjes prima voor elkaar hebben, maar nog te vaak laten schapenhouders steken vallen. Er is perspectief voor schapenhouders met nu nog tussen de 100 en 200 moederdieren, maar dan moet er wel een goed plan op tafel komen.

Laag rendement, hoge regeldruk

Duidelijk is dat de schapensector het al jaren moeilijk heeft. Het rendement is relatief laag en de regeldruk neemt alleen maar toe. Schapenhouders blijven afhankelijk van de relatief goedkopere gronden en dat valt vooral bij de huidige grondhonger van melkveehouders niet mee. Losse pachtprijzen van €1.600 per hectare exclusief toeslagrechten zijn voor een schapenhouder niet op te brengen. Het realiseren van voldoende mestplaatsingsruimte door schapenhouders wordt dan ook een steeds grotere uitdaging en zet een gezonde toekomst misschien nog wel het meest onder druk.

Aantal schapen neemt al jaren af

Het aantal schapen en schapenbedrijven in Nederland neemt al jaren af. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) telde in 2015 in totaal 946.083 schapen en 11.379 schapenbedrijven. Een lichtpuntje is dat voor het eerst sinds jaren het aantal lammeren licht is toegenomen. Ook lijkt de daling van het totaalaantal schapen af te vlakken al is het nog te vroeg om hieraan harde conclusies te verbinden. Een stabilisering van het aantal schapen ligt wel in de lijn der verwachting.

Lammerprijs biedt schapenhouder perspectief

Opvallend is dat de lammerprijzen de laatste jaren best goed zijn te noemen. Natuurlijk is dit deels een gevolg van een krimpende sector, niet alleen in Nederland maar ook elders in Europa. Toch biedt dit enigszins perspectief voor jonge schapenhouders. Ook over het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) wordt door schapenhouders weinig geklaagd. Een hectarepremie van bijna €400 of een daarvan afgeleide graasdierpremie van €24 per schaap lijkt voldoende. Wel is er net als in andere sectoren kritiek op het moment van uitbetalen. Schapenhouders kunnen het geld in de wintermaanden, als de kosten het hoogst zijn, goed gebruiken.

Natuurbeheer met schapen groeit

Opvallend is de opkomst van natuurbeheer met schapen in de afgelopen jaren. Deze groeiende tak heeft veel toetreders tot de sector opgeleverd. Dit kan zowel positief als negatief worden uitgelegd. Verschillende professionele schaapsherders uiten kritiek op deze nieuwkomers 'die denken na aanschaf van een hond en hoed' wel een kudde schapen te kunnen hoeden. Oneerlijke concurrentie waar ze in openbare aanbestedingsprocedures flink last van hebben.
Daarbij moeten schaapsherders met lede ogen aanzien hoe jaren investeren in ecologische verbetering van een bepaald gebied in een paar jaar tijd wordt tenietgedaan. Om hierin verandering in te brengen ontwikkelde het Praktijknetwerk gescheperde schaapskuddes, onder het motto 'Schapen voor natuur', een tweejarige opleiding voor schaapherders, een kwaliteitsregeling voor professioneel natuurbeheer met schaapskuddes en een online kennisbank. Het is vervolgens aan de terrein beherende organisaties zoals regionale overheden en particuliere grondeigenaren om voor kwaliteit te kiezen en een visie op de langere termijn.
Positief aan het toenemende natuurbeheer met behulp van schapen is dat het een fantastisch uithangbord is voor de sector. Zo zijn schaapskuddes inmiddels in menig stadspark te vinden. Ook vinden de lammeren van deze kuddes hun weg naar de vleeshandel.

I&R integreren in bedrijfssysteem

Meest ingrijpend voor alle schapenhouders was in de afgelopen jaren waarschijnlijk de invoering van het elektronische Identificatie & Registratiesysteem (I&R). De meeste kinderziektes zijn er intussen wel uit, maar ook nu bezorgt het systeem schapenhouders nog regelmatig kopzorgen. De vraag is natuurlijk waar dit aan ligt. Daar wordt binnen de sector nog duidelijk verschillend over gedacht. Volgens de één mag de RVO wel een tandje bijschakelen om de boel goed voor elkaar te krijgen, helemaal nu schapenhouders zelf voor het systeem moeten betalen. Anderen wijzen meer op de stringente regelgeving en de lat die veel te hoog ligt.

Vergeleken met omliggende landen wordt Nederlandse schapenhouders wel erg de les gelezen. Frustrerend daarbij is de wijze waarop schapenhouders soms door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit worden benaderd. "Je wordt benaderd als potentiële crimineel, dat zet hier en daar kwaad bloed binnen de sector", zegt een schapenhouder.
Hoeveel schapenhouders exact gestopt zijn vanwege de invoering van I&R is niet te achterhalen, maar duidelijk is dat voor een groep oudere, kleine schapenhouders de lol er af was. Vriend en vijand is het erover eens dat de I&R een blijvertje is. Schapenhouders doen er goed aan het systeem zo goed mogelijk in hun bedrijfsvoering te integreren om hun management te verbeteren, zo is de gedeelde mening.

Vergrijzing en concurrentie van andere sectoren

Ook komende jaren zullen om verschillende redenen nog veel kleine schapenhouders stoppen. Naast de I&R zijn vergrijzing en concurrentie van andere sectoren belangrijke oorzaken. Desondanks lijken er voldoende jonge ondernemers bereid schapen te houden. Naar verwachting neemt het aantal grote, professionele bedrijven toe, al wordt het realiseren van voldoende financiering een enorme uitdaging. De banken staan niet te springen om een sector met dusdanig lage rendementen een duwtje in de rug te geven. Wellicht dat een verdere professionalisering daar ook bij kan helpen.

'Kleine investeringen kunnen veel opleveren'

Het aantal schapen in Nederland daalt nog steeds, maar een verdere spectaculaire daling verwacht LTO-vakgroepvoorzitter schapenhouderij Jeljer Wynia niet meer. Hij ziet om zich heen dat vooral kleine schapenbedrijven stoppen en de grote bedrijven groter worden. Hij denk niet dat het aantal schapen onder de 900.000 dieren komt te liggen. "Het zal blijven schommelen tussen de 900.000 en 1 miljoen."
Wynia is blij dat hij tijdens ledenbijeenkomsten in het land met regelmaat jonge ondernemers treft. Dit geeft nieuw elan aan de sector. "Ondernemerszin is hard nodig om de schapensector vooruit te helpen. Het gaat nog te veel op z'n janboerenfluitjes." Professionalisering is nodig om de sector een gezonde toekomt te bieden. Op veel grote bedrijven zie je deze professionalisering volgens Wynia al wel, maar ook de kleinere bedrijven kunnen stappen zetten. Bijvoorbeeld met een gericht fokprogramma, zo legt Wynia uit. "Als je met 50 schapen je 10 beste ooien laat dekken door een fokram met goede raseigenschappen, en de overige ooien door een Texelse fokram met goede kenmerken voor vlees, kun je al op eenvoudige wijze je rendement verhogen." Er wordt volgens hem nu nog te vaak gedacht: wat ik niet uitgeef hoef ik ook niet terug te verdienen. "Maar kleine investeringen kunnen veel opleveren."

Jeljer Wynia, LTO-vakgroepvoorzitter schapenhouderij: "Ondernemerszin is hard nodig om de schapensector vooruit te helpen. Het gaat nog te veel op z'n janboerenfluitjes."</p>
<p><em>Foto: Anne van der Woude</em>
Jeljer Wynia, LTO-vakgroepvoorzitter schapenhouderij: "Ondernemerszin is hard nodig om de schapensector vooruit te helpen. Het gaat nog te veel op z'n janboerenfluitjes."

Foto: Anne van der Woude

'Goedkope grond en huisvesting blijven essentieel'

Het gaat Carlo van As, de nieuwe voorzitter van de Landelijke Werkgroep van Professionele Schapenhouders (LWPS), aan het hart. Verschillende jongens hebben afgelopen jaren geprobeerd een flink schapenbedrijf op te zetten, maar hebben het uiteindelijk niet gered. Aan inzet heeft het volgens hem niet gelegen. "Schapenhouders werken heel hard, maar als je vraagt wat ze nu precies doen krijg je vaak geen antwoord." En daar zit volgens hem het probleem.
Schapenhouders kijken nog te weinig naar zowel de financiële als bedrijfsmatige cijfers. Een rendementsverbetering zit hem vaak in de details, dus daar valt nog veel te winnen. Hij ziet voldoende potentie onder schapenhouders met nu nog tussen de 200 en 300 schapen, die nu nog een baan erbij hebben. Met een goed plan kunnen deze schapenhouders doorgroeien naar de omvang van een professioneel schapenbedrijf met 500 moederdieren.
Van As beseft dat het rendement in de schapenhouderij laag is. "Goedkope grond en huisvesting blijven essentieel." Toch ziet hij voldoende kansen en hij is er van overtuigd dat de schapensector overeind blijft. "Ondanks de grondhonger van melkveehouders blijven er voldoende gronden over die zich uitstekend lenen voor het houden van schapen."

Carlo van As, voorzitter LWPS: "Schapenhouders werken heel hard, maar als je vraagt wat ze nu precies doen krijg je vaak geen antwoord."</p>
<p><em>Foto: Bart Nijs</em>
Carlo van As, voorzitter LWPS: "Schapenhouders werken heel hard, maar als je vraagt wat ze nu precies doen krijg je vaak geen antwoord."

Foto: Bart Nijs

Laatste reacties

  • Tiny1946

    Van mij krijg je antwoord als je maar wil luisteren!
    Afschaffen van onzinnige keuring bij export van slacht lammeren
    alles is genummerd en traceer baar waarom is die geldverslindende keurig nodig voor slacht lammeren bv in Belgie is bij het slachthuis ook een dieren arts aanwezig en dan te weten dat de lammeren te traceren zijn.Dat kost de schapenhouder klauwen vol geld per export €177,80 is toch niet normaal.

  • margarietha 30

    Voor een vrachtwagen waar 400 lamm mogen geladen worden vind ik 177 euro een koopje

  • Tiny1946

    Het gaat niet over een vracht wagen met 400 lammeren, Het gaat
    over de export van kleinere vrachten die rechtstreeks van een bedrijf naar het slacht huis gaan, margarietha 30, ik vermoed dat je niet exporteert want een vracht wagen die 400 lammeren gaat laden zal wel meer tijd vragen dan 2 kwartier.

  • Nick1983

    Andere sectoren hebben ook te maken met dergelijke keuringen en controles bij export.

    En da geldt voor de rest van de regelgeving ook wel zo ongeveer.

    Heel veel melkveehouders zijn afgelopen jaren gestopt met schapen. Als je 80 tot 100 kuub rundveedrijfmest extra moet afvoeren vanwege da koppeltje schapen, voor 16 - 18 € de kuub en extra aankoop mais, dan is de rekensom niet zo moeilijk.

  • Professor P

    Ook de regelgeving mbt dierziekten zorgt ervoor dat veel boeren stoppen/gestopt zijn met schapen als neventak. Bij oa MKZ gaat het hele bedrijf op slot. Als er twee bedrijven naast elkaar staan met beide kippen en de ene boer heeft ook nog schapen, mag de ene de eieren wel afvoeren en de andere niet, omdat hij schapen heeft. Dit alles terwijl de schapen misschien wel dichter bij de buren lopen. Dus waar zijn deze regels goed voor? Bedankt overheid.

    Gemengde bedrijven bestaan hierdoor amper meer en daardoor is elke sector kwetsbaar geworden voor schommelingen in zijn eigen markt.

Laad alle reacties (1)

Of registreer je om te kunnen reageren.