Rundveehouderij

Achtergrond 3046 x bekeken 1 reactie

Koe is in kibboets puur productiemiddel

De Israëlische kibboets Mishmar Ha’Emek draait financieel best met een door de overheid vastgestelde hoge melkprijs en door efficiënt melken.

De agrarische kibboets Mishmar Ha’Emek heeft een roemrijke historie. Hij werd in 1922 opgericht door Joden die waren geëmigreerd uit ­Polen en Oekraïne. Tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in 1948 voorkwamen de kibboets-inwoners in een hevig vuurgevecht dat vijandige Arabische troepen vanuit het oosten konden doorstomen naar de Noordelijke havenstad Haifa. Tegenwoordig is de kibboets 1 van de 20 tot 30 kibboetsen in Israël die nog leven volgens de klassieke socialistische ideologie.

De boerderij is al lang niet meer hoofdverantwoordelijk voor de financiering van de levenswijze in deze kibboets, maar de kibboets koestert zijn agrarische roots. Voor nostalgie is echter geen plek; de boerderij moet winstgevend zijn. Afgelopen jaar bedroeg de winst van de ­gehele boerderij €3 miljoen. Tevens is de boerderij testbedrijf voor Tama, fabrikant van balennetten en balentouw en cashmaker voor de kibboets.

Zelfstandige takken

Begin februari leidt bedrijfsleider Guy Shapira Boerderij rond op het bedrijf. Het is een veelzijdig bedrijf met akkerbouw, pluimvee, vleesvee, amandel- en olijfboomgaarden, melkvee en loonwerk, zoals katoen dorsen voor andere kibboetsen.

Elk onderdeel staat op zichzelf qua bedrijfsvoering en financiën. De veetak koopt z'n voer in bij een centrale, die dat inkoopt bij het kibboets-akkerbouwbedrijf of bij derden.

De stal is open met een dikke, zachte laag gedroogde mest als bodembedekking. Grote ventilatoren blazen er overheen om de mest droog te houden. Vrijwel het gehele jaar is de mest kurkdroog. In de winter, de regentijd (alle 600 millimeter jaarlijkse neerslag valt van december tot februari) zijn hier en daar wat vochtige plekken. Volgens Shapira leidt dit niet tot meer klauw- en uierproblemen.

Terwijl de dieren aan het hek vreten, freest een trekker met rotorkopeg de mest los. Dat bevordert een goede droging en houdt de toplaag luchtig. “De mest is al 10 jaar niet weggehaald”, vertelt de bedrijfsleider. “Alleen de mest die aan de zijkanten over de betonnen rand valt, wordt verwijderd.”

Dagelijks wordt de mest gefreesd met een rotorkopeg. Dat bevordert de droging en houdt de toplaag luchtig.
Dagelijks wordt de mest gefreesd met een rotorkopeg. Dat bevordert de droging en houdt de toplaag luchtig.

De boerderij is in 1970 samengevoegd met het bedrijf van de kibboets Galed. Het gezamenlijk melkquotum bedraagt 6,4 miljoen kilo.

Op de locatie Mishmar Ha’Emek huizen 240 melkkoeien, verdeeld over 4 groepen. Op elke groep staat een Lely Astronaut, generatie 2 uit 2005. Er zijn in Israël slechts 3 bedrijven van deze omvang met robots. Alle andere gebruiken goedkope arbeidskrachten uit Thailand. De filosofie van de kibboets staat extern personeel niet toe. De boerderij moet door eigen mensen vanuit de kibboets gerund worden. Eigen arbeid tegen Israëlisch loon maakt de kostprijs hoog. Door gebruik te maken van robots zijn 4 mensen voldoende, in plaats van voorheen 8 tot 10 mensen, vertelt Shapira. De arbeidskosten voor 2005 bedroegen omgerekend € 235.600, nu is dat nog € 117.700 per jaar. “In 4 jaar tijd hadden we de robots al terugverdiend.”

Het gebruik van Lely-robots maakte 4 tot 6 werknemers overbodig. De terugverdientijd van de robots was daardoor slechts 4 jaar.
Het gebruik van Lely-robots maakte 4 tot 6 werknemers overbodig. De terugverdientijd van de robots was daardoor slechts 4 jaar.

Hoge melkproductie

Mooie Holsteins, goed herkenbaar door grote, met stikstof gebrandmerkte cijfers op de rug, bevolken de stal. Net als elders in Israël ligt de melkproductie er hoog. Shapira somt trots enkele kengetallen op: de pregnancy rate bedraagt 43%. De gemiddelde melkproductie sinds 2008 bedraagt 12.000 liter per koe. De gemiddelde melkproductie over 2014 en 2015 zelfs 12.300 liter per koe. Het vetgehalte bedraagt 3,9%, het eiwitgehalte 3,35%. Het gemiddelde in Israël is volgens de Israeli Dairy Board 12.083 liter met een vetgehalte van 3,64% en 3,27% eiwit. Gemiddeld geeft een koe 42 liter melk per dag. Dat zakt in de zomer naar 32 liter door hittestress.

Nu nog een algemeen beeld: het vriesmerken van koeien. Volgend jaar wordt dat ook in Israël verboden.
Nu nog een algemeen beeld: het vriesmerken van koeien. Volgend jaar wordt dat ook in Israël verboden.

30% veestapel jaarlijks vervangen

Shapira beschouwt de koeien echt als productiemiddel. Jaarlijks wordt 30% van de veestapel vervangen. Is een koe na de tweede inseminatiepoging opnieuw niet drachtig of zakt de melkgift wat in, dan wordt de koe direct geruimd. “Geeft een koe daags minder dan 25 liter, dan kost deze geld.” Gemiddeld blijft een koe slechts 2,5 lactatie op het bedrijf. De meeste koeien blijven in hun productieve leven steken op zo’n 31.000 liter. Dat in Nederland veehouders weleens een feestje geven vanwege een 100.000 liter-koe, kan Shapira zich helemaal niet voorstellen.

Feestje vanwege 100.000 liter-koe niet voor te stellen

Mishmar Ha’Emek levert z’n melk aan Strauss-Dairy, de grootste zuivelverwerker in Israël, en Tnuva-Dairy. Israël heeft een afgeschermde markt en hanteert een melkquotum. De overheidsregulering gaat nog verder: de overheid stelt namelijk zelfs de melkprijs vast. Deze bedraagt nu omgerekend 45,9 cent per liter. Daar is best voor te melken, stelt Shapira. Per liter melk wordt bijna 9,4 cent winst gemaakt. Per koe wordt dus jaarlijks nog dik € 1.150 winst gedraaid.

Eén reactie

  • marco-vdb

    wat is boeren toch mooi, als je met een kostprijs van >35 cent nog bijna een dubbeltje winst mag maken. Wie wil er dan geen melkveehouder worden? Leve de vrije markt.

Of registreer je om te kunnen reageren.