Rundveehouderij

Achtergrond 4721 x bekeken 1 reactie

Versnipperde Duitse zuivelmarkt in crisis

De Duitse melkveehouders hebben zich in tegenstelling tot hun Nederlandse en Ierse collega’s qua melkproductie aardig gedeisd gehouden. Toch staan de Duitse melkveehouderij en zuivelindustrie er beroerder voor. Er is te veel ‘generische weisse Flüssigkeit’ (generieke witte vloeistof), klagen de supers en er is te weinig export.

Somberheid troef in de Duitse melkveehouderij en zuivelbranche. De melkprijzen bewegen zich naar het niveau van de interventieprijs (21,5 cent per kilo), of zitten daar al op. Met de prijs beweegt zich ook de reputatie van Duitse melk in de verkeerde richting. Op het Duitse Milchforum, onlangs in Berlijn, maakte het hoofd zuivelinkoop van de Duitse supermarktketen Rewe duidelijk dat de retail niet zit te wachten op meer generieke witte vloeistof.

De kritiek kwam hard aan. De Duitse retail kan het zeggen, want rond 80% van de Duitse melkproductie moet een weg vinden binnen de eigen grenzen. Bovendien gaat het overgrote deel van de Duitse melk in producten met een relatief lage toegevoegde waarde. Daar komt nog bij dat de meeste Duitse zuivelproducenten geen partij zijn voor de grote supermarktketens. Ze zijn met te veel en elk met te kleine volumes. Ze laten zich dus gemakkelijk uit elkaar spelen.

Nauwelijks export

Afgemeten aan de melkproductie zouden de Duitse veehouders het minder zwaar moeten hebben dan hun Nederlandse collega’s. De laatsten hebben sinds het einde van de quotering volop bijgemolken en hebben het totale volume melk sinds 1 april 2015 met ruim 10% vergroot.

80% Duitse productie blijft binnen de grenzen

In Duitsland hebben de veehouders het veel bescheidener gedaan en hebben slechts zo’n 
1,5% bijgeplust. Toch doet de groei van de Duitse melkplas meer pijn, want er is nauwelijks export. De uitvoer naar landen buiten de EU neemt wel toe, maar besloeg in 2015 nog geen 17% van de productie (16,9%, volgens onderzoeksbureau ZMB). In 2014 en 2013 lag het percentage derde landenexport op respectievelijk 14,7 en 13,7%. De belangrijkste exportlanden voor Duitsland zijn China, Saoedi-Arabië en Libië. Naar het eerste land werd vorig jaar voor zo’n €250 miljoen aan zuivel verkocht, voornamelijk langhoudbare melk en mageremelkpoeder. Ter vergelijking: FrieslandCampina alleen al verkocht in dezelfde tijd al voor ruim €1 miljard aan zuivelproducten naar China – maar dan vooral babyvoeding.

Achterstand

De Duitse zuivelindustrie wil ook graag van dat soort markten en marktposities opbouwen, maar heeft daarbij een enorme achterstand te overbruggen. Er zijn weliswaar genoeg kwalitatief goede producten voorhanden, maar de Duitse zuivel kan nog geen grote volumes producten met hoge toegevoegde waarde aanbieden en moet dus nog voldoende afzet vinden.

Lees meer over de landbouwcrisis in het dossier

De grootste exportbedrijven in de Duitse zuivel zijn DMK, Arla en Hochwald Foods. De laatste heeft sinds enige tijd een nieuwe fabriek in bedrijf waar ingrediënten voor babyvoeding worden gemaakt. Ook heeft het exportmarkten in het Midden-Oosten en Afrika. Tevens verkoopt het houdbare melk (UHT) naar China. Arla exporteert ook UHT-melk en andere producten vanuit Duitsland. DMK doet hetzelfde, maar heeft momenteel een bescheiden exportpositie in babyvoeding. Die wil het sterk uitbreiden, maar daarvoor moet eerst een nieuwe fabriek worden gebouwd. Hiervoor heeft DMK zo’n €80 miljoen uitgetrokken. Opbouw van winstgevende exportmarkten kost echter veel tijd en energie.

In Duitsland zelf zijn het Müller Milch en Arla (de nummers 
2 en 3) die het hardst aan de weg timmeren. Zij presenteren zich voortdurend met nieuwe consumentenproducten, al dan niet vernieuwend. Deze twee bedrijven stralen ook de meeste ambitie uit om verder te groeien in de markt. FrieslandCampina heeft zich relatief rustig gehouden in de voorbije jaren, maar lijkt een nieuwe sprong vooruit te willen maken. Als tenminste mag worden afgegaan op de woorden van topman Roelof Joosten, bij de presentatie van de jaarcijfers 2015.

Milram-kwark van DMK, het grootste Duitse zuivelexportbedrijf. De Duitse markt heeft behoefte aan minder bulkzuivel en meer producten met toegevoegde waarde.<br /><em>Foto: DMK</em>
Milram-kwark van DMK, het grootste Duitse zuivelexportbedrijf. De Duitse markt heeft behoefte aan minder bulkzuivel en meer producten met toegevoegde waarde.
Foto: DMK

Ambitieus

Arla heeft het moeilijk, maar blijft wel consequent inzetten op uitbouw van de eigen positie op de Duitse markt. Private zuivelondernemer Theo Müller is ronduit ambitieus. Het bedrijf realiseert nu een omzet van €6,5 miljard, waarvan €3 miljard in Groot-Brittannië en tussen de €1,6 en 
2 miljard in Duitsland zelf. In 2020 wil het een omzet bereiken van €9 miljard, aldus Heiner Kamps, voorzitter van de raad van toezicht. “Onze bottleneck voor verdere groei is niet het kapitaal, maar de vraag hoe we het management en de kwaliteit van besturen gelijke tred kunnen laten houden met de snelle groei die we hebben voorzien”, schepte Kamps op tijdens het recente
 Milchforum in Berlijn.

Bedrijven in de middenmoot krijgen het zwaar

Duurzame zuivel met onderscheidend vermogen

De Duitse supermarkten zijn op zoek naar duurzame zuivel met meer onderscheidend vermogen, hetzij als regionaal product of weideproduct, hetzij als biologisch of gentechvrij, aldus Breloh van Rewe. Met zulke producten is meerwaarde te creëren, voor zowel de producent als voor de supermarkt. Wie geen gehoor geeft aan de roep om dergelijke producten, dreigt buiten de boot te vallen en krijgt het in elk geval erg moeilijk, maakt hij duidelijk. De bedrijven in de grijze middenmoot krijgen het zwaar.

Voor de Duitse melkveehouders zijn deze signalen wennen. De roep om duurzamere producten met meerwaarde en een onderscheidend karakter wordt met argwaan ontvangen. Zelfs de belofte van een meerprijs kan hen niet overtuigen. “We produceren toch prima melk!”, roept er één.

Betere beloning

Het wil er nog niet echt in dat de Duitse melkveehouderij meer onderscheidend moet zijn. Gentechvrij voer, dat is logisch en
biologische productie kan ook in bepaalde regio’s, maar veel meer moet nog niet worden gevraagd, is de suggestie. Wel vinden veel Duitse boeren dat ze een betere beloning moeten krijgen voor hun harde werken. Dat zou de consument moeten begrijpen. Vandaar ook dat er volop steun is voor de oproep van boerenleider Udo Folgart om, samen met de overheid, de consument op te roepen om in de supermarkt niet steeds te grijpen naar het goedkoopste zuivelproduct. Ook is iedereen het erover eens dat de structuur van de zuivel anders moet, zodat die sterker staat tegenover de grote supermarktketens.

142 kleinere zuivelproducenten

De groei van de grote Duitse zuivelconcerns zal ten kosten gaan van de vele kleinere zuivelbedrijven die nog actief zijn in Duitsland. In 2012 telde Duitsland nog
142 zuivelproducenten. De verwachting is dat hun aantal in 2018 zal zijn gedaald naar honderd, zo vertelt Martin Tschochner, managing partner van een Keuls
fusie-adviesbureau.

Honderd bedrijven is nog steeds een groot aantal. Het is echter niet gezegd dat vooral de kleintjes kopje ondergaan. Een hele reeks kleinere bedrijven heeft zich namelijk al lang geleden toegelegd op de productie van specialiteiten, zuivel met een hogere toegevoegde waarde. Dat kunnen toetjes zijn of kazen, als ze maar een duidelijke eigen identiteit hebben en verbonden zijn met de streek waar ze zijn geproduceerd.

Eén reactie

  • arnomiedema1

    Beste Klaas, hoe verklaar jij het verschil in jou artikel qua exportcijfers met die van het CBS zoals ze door Boerenbusiness onlangs (januari 2016) werden gepubliceerd. Vooral het verlies aan exportwaarde en een veel geringere export naar China, vallen op. Nederland zou in de eerste 9 maanden van 2015 slechts voor 161,5 miljoen euro naar China hebben geëxporteerd. Dus van welke melk komt deze veel hogere omzet die jij publiceert?

Of registreer je om te kunnen reageren.