Rundveehouderij

Achtergrond 3815 x bekeken 1 reactie

Smakelijke luzerne prikkelt pens

Melkvee vreet graag luzerne; de eiwitrijke structuurbron is smakelijk voer en levert pensprik. Door de lange wortels past luzerne goed op droge, maar niet te zure grond.

Luzerne is een van de opties voor invulling van de vergroeningseis. Het is een meerjarig vlinderbloemig gewas, geschikt als rundveevoer in de vorm van ruwvoer (luzernehooi of -kuil) of krachtvoer (luzernebrok). Luzerne wortelt diep en is minder droogtegevoelig dan gras doordat het ­reserves opslaat in de wortelkop of kroon.
Luzerne is op eenzelfde perceel drie tot vier jaar te telen. Het gewas vraagt een ruime rotatie (om de 4 jaar) en is een goede voorvrucht voor mais vanwege de goede doorworteling van de bodem en de nalevering van stikstof. Proeven tonen een opbrengstverhoging bij de snijmais met 7%.

Luzerne gedijt het beste op kalkrijke klei- en zavelgronden met een pH van 6,5 tot 7,0. Op zand zijn hoge eerdgronden en oude ontginningsgronden met diep grondwater het geschiktst. Daarbij is wel geënt en in kalk omhuld zaad nodig. Het gewas past niet op te zure, natte, slecht doorwortelbare gronden met storende lagen en veel probleemonkruiden, zoals ridderzuring en straatgras. Voor luzerneteelt als ruwvoer is een ras met een hoge voederwaarde nodig. Ook is het raadzaam rhizo­biumbacteriën gecoat zaaizaad te gebruiken om verzekerd te zijn van goede binding van luchtstikstof.

Inzaai van luzerne is mogelijk in het voorjaar vanaf half april of in de nazomer, tot medio augustus. Er is 30 tot 35 kilo zaaizaad per hectare nodig. Inzaai kan met een graszaaimachine, beter is met een breedzaaikouter. Dat geeft een betere zaad- en plantverdeling, waardoor onkruid minder kans krijgt. De zaaidiepte is 1 centimeter in vochtig zaaibed, 2 centimeter in droog zaaibed.

Let hierop bij luzerneteelt

- Teel luzerne niet op zure, natte en ondoorlaatbare grond.
- Let op de hoge onkruiddruk in de eerste snede nieuw ingezaaide luzerne.
- Bij najaarsinzaai is er meer kans op uitwinteren.
- Minder plantdichtheid naarmate gewas ouder wordt, dus meer onkruid.
- Chemische bestrijding onkruiden, ziekten en plagen in luzerne is moeilijk, er is maar beperkt aantal middelen toegelaten.
- Beteugel schimmels/broei in teelt en opslag.
- Houd rekening met lagere DVE-waarde van luzerne vergeleken met gras.
- Luzerne is erg gevoelig voor structuurschade, zeker bij nat weer.

Weinig stikstof nodig

Voordeel van luzerne is dat het luchtstikstof bindt. Daardoor is geen kunstmeststikstof nodig. Dat is gunstig voor de mineralenbalans. Bij minder goede inzaaiomstandigheden zorgt een startgift van 30 kilo stikstof voor een vlotte beginontwikkeling op lichtere gronden.

Afhankelijk van de gehalten aan mineralen en spoorelementen in de bodem vraagt luzerne jaarlijks 30 kilo N, 75 kilo P2O5 en 250 kilo K2O. Let vooral goed op de kalium- en fosfaatvoorziening, want luzerne heeft hieraan een grote ­behoefte. Soms heeft luzerneteelt ook bijmesting met borium, calcium en magnesium nodig. In de regel volstaat een jaarlijkse gift van 50 kuub drijfmest om in de behoefte aan fosfaat, kali, borium en magnesium te voorzien. In het jaar van inzaai in één keer voorafgaand aan het ploegen 15 centimeter diep injecteren. In jaar twee en drie in twee giften van 25 kuub: in maart en na de eerste of tweede snede.

Luzerne is weinig ziektegevoelig en ook plagen komen zelden voor. "Chemische onkruidbestrijding is lastig, maar door maaien verdwijnt het meeste onkruid", zegt Luit Heikens, medewerker van groenvoederdrogerij Oldambt. "Bij raskeuze is aaltjesresistentie belangrijk en in het Nederlandse klimaat kiezen telers het beste vroege rassen.”

De laatste jaren kunnen boeren door gunstige weersomstandigheden nog laat in het seizoen luzerne oogsten.<br /><em>Foto: Koos van der Spek</em>
De laatste jaren kunnen boeren door gunstige weersomstandigheden nog laat in het seizoen luzerne oogsten.
Foto: Koos van der Spek

Oogsten en opslaan

Oogsten kan het beste met een schotelmaaier, eventueel uitgerust met een rollenkneuzer. Voor een betere verteerbaarheid en daarmee betere voerkwaliteit kunnen veehouders de eerste twee sneden het beste oogsten als de eerste groene bloemknoppen zichtbaar zijn. Dat is 7 tot 10 dagen voor het begin van de bloei. Om het gewas niet te veel uit te putten en voldoende reserves te laten opbouwen, is het raadzaam latere sneden later te maaien, bij het begin van de bloei (maximaal 10% open bloemen). Maaien bij een stoppellengte van 6 tot 10 centimeter zorgt voor vlotte hergroei.

5 tot 6 weken na maaien van een snede bloeit het gewas weer en kunnen veehouders de volgende sneden maaien. In de veldperiode is het belangrijk blad- en voerkwaliteitsverlies te beperken oftewel een korte veldperiode 1 of 2 dagen te hanteren en niet te schudden. Kuil luzerne in met een hakselaar voor een goede kuilverdichting en verbetering van de opname van grove stengels. Voor een goede conservering is een drogestofgehalte tussen 35 en 40% optimaal. In het jaar van luzerne-inzaai zijn 2 tot 3 sneden mogelijk en in de volgjaren 3 tot 5 sneden met een jaaropbrengst die varieert van 8 tot 15 ton droge stof per hectare. De opbrengst hangt sterk af van de vroegheid van de eerste snede, grondsoort en het weer, met name de vochtvoorziening.

'Er staat altijd een pak luzernekuil aan het voerhek. De koeien vreten het naar behoefte. Dat zorgt voor een goede penswerking.'

Voeren

Goed geconserveerd luzernekuilvoer is voor rundvee een smakelijk product met gemiddeld 700 VEM en 14 tot 18% ruw eiwit. Het is eiwitrijk met een goed aminozuurpatroon, een hoge structuurwaarde en een goede verteerbaarheid van de organische stof. Luzerne is gezond voer, het bevat veel vitaminen, spoorelementen en mineralen, waaronder vitamine E en provitamine A (betacaroteen). Door een hoger aandeel lignine verteert luzerne langzamer dan gras en is de VEM en DVE van luzernekuil lager dan van graskuil en de OEB hoger. Door een hogere passagesnelheid is de luzerne-opname hoger dan van graskuil. Luzerne is een goede aanvulling op snijmais in het rantsoen en kan daarmee als vervanger van gras dienen. Uit onderzoek blijkt dat een mais-luzernerantsoen de productieresultaten van een mais-grasrantsoen benadert. De voederwaarde van luzerne als ingekuild product is circa 10% hoger dan is te verwachten op basis van kuilanalyse-uitslagen. Ook voor jongvee vanaf een leeftijd van 8 á 9 maanden is luzernekuil als ruwvoer zeer goed te gebruiken.

Goed voor koe en bodem

Lars Tjalma (57) heeft in Beerta (Gr.) een bedrijf met 140 melkkoeien, 10 fokstieren en 125 stuks jongvee in combinatie met 136 ha akkerbouw, waarvan 43 ha gras, 17 ha mais, 21 ha luzerne met rode klaver en Italiaans raaigras en 7 ha monoteelt luzerne.<br /><em>Foto: Jan Willem van Vliet</em>
Lars Tjalma (57) heeft in Beerta (Gr.) een bedrijf met 140 melkkoeien, 10 fokstieren en 125 stuks jongvee in combinatie met 136 ha akkerbouw, waarvan 43 ha gras, 17 ha mais, 21 ha luzerne met rode klaver en Italiaans raaigras en 7 ha monoteelt luzerne.
Foto: Jan Willem van Vliet

Lars Tjalma heeft in Beerta (Gr.) een melkveebedrijf met 136 ha akkerbouw. Tjalma teelt al 10 jaar luzerne. “Het is een gezond gewas voor onze melkkoeien, het verbetert de bodemvruchtbaarheid en het vraagt weinig stikstof.”

Met deze teelt en de teelt van wintertarwe en wintergerst voldoet het extensieve melkveebedrijf ruimschoots aan de vergroeningseisen. “Ik heb niet gekeken of andere teelten lucratiever zijn wat vergroeningspremie betreft, omdat we kiezen voor teelten die in het gehele bouwplan goed passen.” Tjalma kan bijna geen nadelen benoemen van de luzerneteelt en vindt het geen moeilijke teelt. "Het enige minpunt is dat je bij langdurig nat weer niet kunt maaien. Voor ruwvoerwinning is het gewas dan te lang, te houterig met minder voederwaarde", vertelt Tjalma, die dat niet zo’n groot probleem vindt, omdat hij ook een deel van de luzerne op kilocontract verkoopt aan groenvoerdrogerij Oldambt.

Een deel van zijn luzerne laat Tjalma voorgedroogd in balen persen. "Er staat altijd een pak luzernekuil aan het voerhek voor structuuraanvulling van het melkveerantsoen. De koeien vreten het naar behoefte en dat zorgt voor een goede penswerking.” Daarnaast laat de Groningse boer ongeveer 45 ton luzerne persen in luzernebrok als krachtvoer. "Het voeren van 1 tot 1,5 kilo luzernebrok en 3 kilo geplatte gerst per koe per dag scheelt mij de helft in krachtvoeraankoop." Het basisrantsoen bestaat verder uit 35% mais en 65% graskuil. Voorheen zaaide Tjalma nog wel eens Italiaans raaigras door de luzerne, maar voor uitbetaling van de vergroeningspremie is monoteelt van luzerne verplicht.

Welke voedergewassen zijn het geschiktst als derde gewas, naast gras en mais? En waarom moet je dat ook al weer telen? Wie is daarvan vrijgesteld? Lees het op boerderij.nl/derde-gewas.

Eén reactie

  • alco1

    Interessant!

Of registreer je om te kunnen reageren.