Rundveehouderij

Achtergrond 1223 x bekeken laatste update:11 apr 2016

‘Biomelk en gangbaar blijven koppelen’

Arla moet alle zeilen bijzetten om biologische melkveehouders bij zich te houden. Belangrijk discussiepunt is de berekening van de biomelkprijs. Tot op heden houdt de zuivelcoöperatie vast aan een koppeling tussen de gangbare en biologische melkprijs.

Arla is sinds jaar en dag marktleider in biologische zuivel. Bio is met name op de Deense thuismarkt al 
jaren in trek. Maar liefst 
30% van de dagverse zuivel die in Denemarken over de toonbank gaat, is biologisch. Maar ook in andere landen timmert Arla met bio aan de weg. De zuivelcoöperatie heeft de ambitie haar Europese marktleiderspositie te behouden en uit te bouwen.

Vanwege groeimogelijkheden op de biologische markt en, niet onbelangrijk, de malaise op de gangbare zuivelmarkt trekken de verschillende zuivelondernemingen flink aan de producenten van biomelk. Door vast te houden aan zijn melkprijssystematiek, waarin de biologische melkprijs is gekoppeld aan de gangbare melkprijs, leek Arla afgelopen jaar achter de feiten aan te lopen.

Pijnlijk was het vertrek van een groep ontevreden melkveehouders naar een Duitse afnemer. Hoewel de melkprijs een van de belangrijkste redenen was voor deze overstap, liggen er volgens Damholt Jørgensen geen plannen om de prijskoppeling volledig los te laten. Wel kijkt het Arla-bestuur hoe er aan de zorgen van leden-melkveehouders tegemoet is te komen.

Welke ontwikkelingen ziet Arla op de biologische zuivelmarkt in Noordwest-Europa?

“We zien duidelijk een toegenomen interesse voor biologische zuivel. In eerste instantie in verse zuivel, nu nog goed voor 80 tot 90% van de markt. Maar we verwachten dat ook de vraag naar andere biologische zuivelproducten als kaas en ingrediënten gaat toenemen. We zijn ook nu al actief in deze productcategorieën, maar tot op heden op bescheiden schaal.”

Hoe anticipeert Arla op de groeiende vraag?

“We zijn op zoek naar meer biologische melk. Op dit moment beschikken we over grofweg 750 miljoen kilo biologische rauwe melk, afkomstig van bijna duizend melkveebedrijven. Komende jaren willen we dit melkvolume met 
150 tot 200 miljoen kilo uitbreiden.”

'In de praktijk blijkt het een grote stap om om te schakelen naar bio'

Is dat gezien de grote vraag naar rauwe biomelk geen moeilijk te halen doel?

“Zeker. Daarom vragen we eerst onze eigen gangbare leden of zij geïnteresseerd zijn om over te schakelen. In Denemarken hebben we 203 biologische leden-melkveehouders, goed voor ongeveer 300 miljoen kilo melk. Hier zijn de biologische melkveebedrijven gemiddeld groter dan elders in Europa en kan het volume biologische melk dan ook snel toenemen. We zien onder onze leden duidelijk interesse, maar in de praktijk blijkt het een grote stap om om te schakelen naar een biologische bedrijfsvoering. Het gaat om een grote investering, zowel in geld als tijd. Dus ik begrijp volkomen dat onze leden tijd nodig hebben om een keuze te maken.”

Wat zit er aan biologische melkveehouders nog in de pijplijn?

“De pijplijn was leeg. Inmiddels zijn vijftig van onze gangbare leden in Denemarken gestart met omschakelen naar biologisch. Samen zijn zij over twee jaar goed voor 80 miljoen kilo melk. Als we over alle landen kijken waar we melk ophalen, verwachten we er over twee jaar 130 miljoen kilo biomelk bij te krijgen.”

Wil Arla ook nieuwe bioleden in Nederland?

“We zoeken naast Denemarken vooral naar extra melk in Centraal-Europa. Arla is trouwens niet actief aan het werven buiten de coöperatie, maar duidelijk is dat we geïnteresseerd zijn in meer biologische melk en dus mogen biologische melkveehouders van buiten Arla contact met ons opnemen.”

<em>Foto: Michel Zoeter</em>
Foto: Michel Zoeter

 

Arla houdt als een van de weinige zuivelondernemingen vast aan een systeem met een plus op de gangbare melkprijs. Waarom?

“We hebben leden in zeven landen die allemaal hun eigen traditie in melk­prijs­­sys­tematiek kennen. We krijgen dus veel vragen. Ook onder een deel van onze biomelkveehouders leeft de wens om de biologische melkprijs los te koppelen van de gangbare melkprijs. We denken na hoe we aan deze wens tegemoet kunnen komen. Voor ons staat voorop dat we een coöperatie zijn voor gangbare en biologische melkveehouders. Volgens ons is er sprake van een onderlinge afhankelijkheid tussen de gangbare en biologische melkplas. Die moeten we niet proberen los te laten. Denk aan investeringen in productie­faciliteiten en zaken als marketing en innovatie. Beide melkstromen delen bijvoorbeeld het Arla-merk.”

Arla betaalt voor biologische melk een plus op de gangbare melkprijs van rond € 0,16 per kilo. In Nederland ligt het verschil tussen de gangbare en biologische melkprijs boven € 0,20 per kilo. Dit kost Arla toch leden?

“Dat klopt. We leven in een vrije markt. Het kan zo zijn dat het vasthouden aan onze prijssystematiek voor een bepaalde periode negatieve gevolgen heeft voor onze concurrentiepositie. Nu zijn de verschillen tussen de gangbare en biologische melkprijs erg groot. Maar het is gevaarlijk de zuivelmarkt over een periode van zes maanden proberen te begrijpen. Ik denk dat de concurrentiekracht van Arla over een langere tijd gezien oké is.”

Henrik Damholt Jørgensen (56) staat al tien jaar aan het hoofd van Arla's ledenservice wereldwijd. In deze functie is hij in de coöperatie verantwoordelijk voor het uitbetalen van het melkgeld en de implementatie van kwaliteitsprogramma's. Hij kent een lange geschiedenis bij Arla Foods. Daarvoor werkte hij onder meer als vertegenwoordiger van de Deense zuivel in Brussel.

Klopt het dat Arla afgelopen jaar een groep bioleden is kwijtgeraakt aan een Duitse onderneming die ging werven met een plus op de biologische melkprijs van Arla?

“Klopt, afgelopen winter zijn we een groep bio­logische melkveehouders kwijtgeraakt aan een Duitse concurrent. De groep was goed voor 60 miljoen kilo. Dat is gezien onze ambities voor bio veel.”

Net voor de afschaffing van melkquotering is Arla toch ook al een aantal biologische melkveehouders kwijtgeraakt?

“Een tiental biologische melkveebedrijven is destijds teruggeschakeld naar een gangbare bedrijfsvoering. Natuurlijk hadden wij dit liever niet gezien, maar zij hebben voor zichzelf doorgerekend wat de beste optie was. Probleem was volgens mij niet dat de bio­logische melkprijs te laag was, maar juist de gangbare melkprijs zo hoog. Daardoor was het verschil tussen bio en gangbaar zo klein. Mogelijk zagen ze na afschaffing van de melkquotering ook meer uitbreidingsmogelijkheden voor een gangbaar melkveebedrijf. Natuurlijk hebben wij aangegeven bio belangrijk te vinden binnen Arla en dat we ambities hebben om onze biologische activiteiten verder uit te breiden. Maar uiteindelijk rest ons niets dan melkveehouders geluk te wensen bij wat ze gaan doen, ongeacht de keuze die ze maken.”

Zuivelfabriek van Arla Foods in Nijkerk.<em><br />Foto: Ton Kastermans Fotografie</em>
Zuivelfabriek van Arla Foods in Nijkerk.
Foto: Ton Kastermans Fotografie

 

Is het voor het realiseren van Arla’s doelen voor bio niet veel gemakkelijker om toch de melkprijssystematiek aan te passen?

“We moeten in melkprijs competitief blijven, dat is helder. Maar uiteindelijk gaat het er om wat er uit het melkprijs­sys­teem komt en niet hoe het functioneert. We denken voortdurend na over te nemen stappen en zijn hierover continu in dialoog met onze melkveehouders.”

Toch lijkt marktleider Arla achter zijn concurrenten aan te lopen.

“De marktontwikkelingen volgden elkaar in een hoog tempo op. We hebben denk ik zo snel als voor ons mogelijk was gereageerd. Volgens mij is onze marktpositie nu goed. Daarbij denk ik, zoals ik al aangaf, dat je de situatie over een langere periode moet bekijken. De ene keer lopen we voorop, de andere keer niet.”

'Bio moet toegankelijk blijven voor een grote groep consumenten'

In Nederland wordt gewerkt aan een aanscherping van de eisen voor biologische melkveehouders. Hoe kijkt Arla hier naar?

“Het is altijd goed als standaarden worden bediscussieerd. Een van Arla’s basisprincipes is dat bio, natuurlijk met een eigen identiteit, toegankelijk moet blijven voor een grote groep consumenten, en niet een kleine niche. Ik denk dat het huidige imago van biozuivel sterk genoeg is. We zien trouwens op meer plaatsen in Europa discussie over de standaarden.”

Verschillen deze standaarden dan zoveel?

“Er is één EU-standaard, maar een aantal landen legt daar nog voorwaarden bovenop. Bijvoorbeeld vanwege vraag uit de markt of specifieke weersomstandigheden. We houden als internationaal zuivelbedrijf als vanzelfsprekend van uniforme regels en het is een uitdaging voor Arla om met deze verschillende eisen om te gaan. Maar het is politiek, dus je moet je wensen altijd balanceren. Belangrijke vraag voor de toekomst van bio is volgens mij in hoeverre bio een kleine en speciale markt moet blijven of een markt open voor veel consumenten. Daar zal het prijsverschil van afhangen. Als Arla willen we dat bio een eigen identiteit houdt, maar tegelijk betaalbaar blijft voor een grote groep consumenten.”

Of registreer je om te kunnen reageren.