Rundveehouderij

Achtergrond 5060 x bekeken 4 reactieslaatste update:5 mrt 2016

Zoektocht naar het derde gewas

Een deel van de melkvee- en vleesveehouders 
moet voldoen aan gewasdiversificatie. Winterveldbonen of voederbieten als derde gewas levert een hoge voederwaarde.

In 2015 heeft de Europese Unie het nieuwe Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) ingevoerd. Sindsdien ontvangen agrariërs de basispremie van betalingsrechten (voorheen toeslagrechten) alleen als ze voldoen aan vergroenings­eisen: behoud van blijvend grasland, gewasdiversificatie (GWD) en/of het inrichten van 5% van het bouwland als ecologisch aandachtsgebied (EA).

Dit heeft ook gevolgen voor veehouders, alhoewel circa 80% van de melkveebedrijven is vrijgesteld van de vergroeningseisen, omdat derogatiebedrijven meer dan 75% grasland (derogatie) en minder dan 30 hectare bouwland hebben. Daarnaast gelden nog andere vrijstellingen (zie kaders Vrijstellingen van GWD en Vrijstellingen van EA).

De meeste vleesveehouders zijn niet vrijgesteld van de vergroenings­eisen, want zij gebruiken hun areaal vaak (grotendeels) voor maisteelt.

Suikerbieten stimuleren de melkproductie en verhogen de gehaltes. Foto: Ronald Hissink
Suikerbieten stimuleren de melkproductie en verhogen de gehaltes. Foto: Ronald Hissink

 

Vergroeningseisen: GWD en EA

Gewasdiversificatie (GWD) geldt alleen voor agrariërs met bouwland. Tijdelijk grasland valt ook onder bouwland (lees bij bouwland dan ook telkens inclusief tijdelijk grasland). Bij meer dan 10 hectare, maar maximaal 30 hectare bouwland, is het telen van twee gewassen op bouwland verplicht. Het grootste gewas (meestal mais) mag maximaal 75% van de oppervlakte beslaan.

Bij meer dan 30 hectare bouwland, is de teelt van minstens drie gewassen verplicht (het grootste gewas maximaal 75% van het totale bouwland en het derde gewas op minimaal 5% van het bouwland). Hiervoor gelden enkele vrijstellingen (zie kader Vrijstellingen van GWD, hieronder).

Vrijstellingen van GWD

U bent vrijgesteld van verplichte gewasdiversificatie (GWD):
• als u niet meer dan 10 hectare bouwland + tijdelijk grasland heeft;
• voor het biologische deel van uw bedrijf;
• als uw bouwland voor minstens 75% uit tijdelijk grasland of braak bestaat en u daarnaast minder dan 30 hectare bouwland heeft;
• als uw totale subsidiabele oppervlakte voor minstens 75% uit tijdelijk en/of blijvend grasland bestaat en u daarnaast minder dan 30 hectare bouwland heeft;
• als u op jaarbasis meer dan 50% van uw totale oppervlakte bouwland vorig jaar niet in gebruik had en u kunt aantonen dat op elk perceel van het bouwland een ander gewas wordt geteeld dan vorig kalenderjaar.

Daarnaast zijn veehouders die meer dan 15 hectare bouwland hebben, verplicht om 5% van de oppervlakte bouwland te gebruiken als ecologisch aandachtsgebied. Ook hiervoor gelden vrijstellingen (zie kader Vrijstellingen van EA). Per EA-invulling gelden weegfactoren op basis van de bijdrage die een specifieke invulling geeft aan biodiversiteit. Voor veehouders ligt EA-invulling met de teelt van stikstofbindende gewassen (veldbonen, luzerne en rode klaver) het meest voor hand. De weegfactor (WF) is 0,7 en dus telt één hectare teelt mee voor 0,7 hectare ecologisch aandachtsgebied.

Als veehouders moeten voldoen aan GWD en/of EA, kunnen ze kiezen voor eiwitteelt (veldbonen, erwten, rode klaver of luzerne), een hoge drogestofopbrengst (voederbieten) of een eenvoudig bouwplan met granen (tarwe, gerst, rogge of triticale). De keuze hangt af van de grondsoort, de inpasbaarheid in het rantsoen, de beschikbare opslagcapaciteit en de expertise voor een geslaagde teelt (zie de tabellen over voor-en nadelen per gewas en teelteigenschappen).

Een overzicht van de voor- en nadelen per derde gewas, zowel wat teelt als wat inpassing in rundveerantsoenen betreft.

“Kijk eerst of er behoefte is aan extra ruwvoer of extra krachtvoer”, zegt Herman van Schooten van Wageningen UR Livestock Research. “Bij een ruime ruwvoerpositie ligt een krachtvoerachtige teelt voor de hand. Kijk vervolgens of een energierijk of eiwitrijk gewas nodig is als aanvulling in het rantsoen. Als het om een klein oppervlak derde gewas gaat, kun je beter voor een eenvoudige teelt kiezen, bijvoorbeeld luzerne, want dat vraagt ook nauwelijks aangepaste mechanisatie.” Bij sommige teelten is samenwerken met een akkerbouwer of loonwerker aan te bevelen voor een optimale bemesting, gewasbescherming en de beschikbaarheid van de juiste oogstmachines.

Veldbonen: topper in eiwitteelt

Veldbonen, erwten, luzerne en rode klaver zijn het meest geschikt voor eiwitteelt. Ze gelden allemaal als derde gewas binnen GWD en ook als N-bindend gewas binnen EA (WF=0,7). Veldbonen zijn erg interessant, omdat dit gewas de hoogste voederwaarde per kilo droge stof levert in rundveerantsoenen. Veehouders kunnen kiezen tussen zomer- of winterveldbonen. Tot dusver zijn in Nederland veelal ­zomerveldbonen geteeld voor veevoer.

Limagrain experimenteert met de teelt van winterveldbonen in Nederland. “Dat lijkt als monoteelt zeer interessant voor veehouders”, vertelt Mark de Beer, productmanager melkveehouderij van Limagrain. “Winterveldbonen kun je na de maisoogst zaaien en op tijd oogsten, waardoor er nog een geslaagde inzaai van gras, grasklaver of een groenbemester mogelijk is.”

Veldbonen leveren veel VEM en RE, voederbieten hebben de hoogste voederwaardeopbrengst.

10% tot 15% meer eiwit- en zetmeel

Ten opzichte van zomerveldbonen is 50 kilogram minder zaaizaad per hectare nodig en winterveld­bonen stoelen beter uit. Daardoor leveren ze 10% tot 15% meer eiwit- en zetmeel op dan zomerveldbonen. “Winterveldbonen leveren ­gemiddeld 6 ton droge stof per hectare op met 300 tot 320 gram ruw eiwit en 350 tot 400 gram zetmeel per kilo droge stof. Door veredeling en teeltoptimali­satie kan dat nog verder omhoog”, stelt De Beer. ­

Veldbonen geven bij opkomst een matige ­onkruid­­- onderdrukking en kunnen last hebben van schimmels. “Door veredeling is de gevoeligheid voor schimmels al fors verlaagd en voor veldbonen zijn voldoende gewasbeschermingsmiddelen toegelaten”, zegt De Beer. Ook is schoffelen goed mogelijk.

Inkuilen van geplette veldbonen als extra bron van eiwit én energie voor melkvee. Foto: Peter Roek
Inkuilen van geplette veldbonen als extra bron van eiwit én energie voor melkvee. Foto: Peter Roek

 

Alternatief voor geïmporteerde soja

De teelt van erwten, eventueel in mengteelt met zomergerst of gras, levert een zeer hoogwaardig veevoeder op dat als alternatief voor geïmporteerde soja kan dienen. Veredelaars, zoals Limagrain, ontwikkelen rassen die onder de Nederlandse groei­omstandigheden hoge opbrengsten en eiwit­gehaltes behalen. De teelt past als vruchtwisseling goed in het akkerbouwplan en laat extra stikstof in de bodem achter voor het volggewas.

Luzerne verbetert de bodemstructuur, past door zijn diepe wortels prima op droogtegevoelige grond en levert 60 tot 70 kilo N per hectare op in volgteelten. Luzerne gedijt het best op klei- en zavelgrond met een hoge pH (6,5 à 7). De meerjarige plant levert op kleigrond in het tweede jaar 12 tot 16 ton droge stof per hectare op. Op zuurdere zandgronden is het nodig om het zaad eerst te enten met rhizobiumbacteriën en liggen de opbrengsten lager.

Vrijstellingen van EA

U bent vrijgesteld van het hebben van 5% ecologisch aandachtsgebied (EA):
• als u niet meer dan 15 hectare bouwland + tijdelijk grasland heeft;
• voor het biologische deel van uw bedrijf;
• als uw bouwland voor minstens 75% uit tijdelijk grasland, braak en/of vlinderbloemige gewassen bestaat en u daarnaast minder dan 30 hectare bouwland heeft;
• als uw totale subsidiabele oppervlakte voor minstens 75% uit tijdelijk en/of blijvend grasland bestaat en u daarnaast minder dan 30 hectare bouwland heeft.

Rode klaver zeer productief

Luzerne is ruwvoer met een hoge structuurwaarde en is een van de beste bronnen voor hoogwaardige eiwitten, vitaminen en mineralen. De VEM per kilo droge stof is laag, maar de hogere voeropname compenseert dat.

Met rode klaver is veel ervaring in mengteelt met gras, maar voor GWD en EA is alleen een monoteelt van rode klaver toegestaan. Rode klaver is zeer productief, maar met 100% monoteelt van rode klaver als maaipercelen en toepassing in rundveerantsoenen is nog weinig ervaring opgedaan.

Voederbieten: hoge opbrengst

De belangstelling onder veehouders voor voederbieten groeit. Door intensivering van veel melkvee­bedrijven neemt het belang van een hoge kVEM-­opbrengst per hectare toe. Voederbieten in het rantsoen verhogen melkproductie en gehaltes. De ­smakelijkheid van het gewas stimuleert de ruwvoeropname. “Voederbieten zijn de goedkoopste VEM-leverancier per hectare. We zien het terug in het stijgende areaal”, weet De Beer.

Veehouders kunnen gehele voederbieten opslaan of gesneden voederbieten verwerken in een maiskuil. Foto: Michel Velderman
Veehouders kunnen gehele voederbieten opslaan of gesneden voederbieten verwerken in een maiskuil. Foto: Michel Velderman

 

Veehouders kunnen met de teelt van voederbieten een goede invulling geven aan het derde gewas voor GWD. Let bij de keuze van een voederbietras op ronde, gladde bieten (lage tarra), rhizomanie- en rhizoctoniaresistentie en -tolerantie (afhankelijk van de ziektedruk op een perceel) en de wijze van bewaring (als gehele biet of gesnipperd ingekuild). Door verdergaande veredeling beschikken veredelaars zoals Limagrain, maar ook Barenbrug en Joordens Zaden, over nieuwe voederbietenrassen.

Voor goede opbrengsten is het van belang dat het om een zuivere voederbiet gaat en niet om een veredelde suikerbiet. Machines voor de suikerbietenteelt zijn ook geschikt voor de teelt van voederbieten. Bij de oogst is het belangrijk om niet te ontkoppen, maar te ontbladeren. Voederbieten kunnen heel of gesnipperd, eventueel samen met snijmais, worden ingekuild. Veehouders kunnen hele bieten tot in maart voeren zonder verliezen.

Eenvoudig bouwplan: granen

Veehouders kunnen ook granen als derde gewas telen en oogsten. In de vorm van krachtvoer heeft het een hogere voederwaarde (1.100 VEM) dan oogsten van graan als geheleplantsilage (GPS) (700-825 VEM). De opbrengst van graan als krachtvoer varieert van 5 tot 11 ton droge stof per hectare en is erg afhankelijk van de graansoort en grondsoort.

Gewasrotatie met granen heeft als voordeel dat na de graanoogst nog een optimale inzaai en bemesting van gras of grasklaver en een of twee sneden gras mogelijk zijn. Het droog opslaan en zelf pletten van het graan levert het hoogste rendement op. Daarbij is het goed drogen van het graan belangrijk om schimmels en broei te voorkomen.

Laatste reacties

  • el

    Text en foto's komen niet overeen.

  • g.g

    per saldo kost het gewoon (veel) geld.

  • jan aarnink

    .

  • Petterboer

    Waarom word het geweldige structuurgewas Hennep hier niet genoemd. 1e snee gras, dan hennep zaaien en oogsten, dan snel weer gras zaaien. Reken maar uit. Bij elkaar 12 ton ds.

Of registreer je om te kunnen reageren.