Rundveehouderij

Achtergrond 2340 x bekeken

Mais onder folie werkt, maar is duur

Mais telen onder folie geeft voordelen, zoals een hogere opbrengst en telen op moeilijke percelen. De kosten zitten een doorbraak in de weg.

Mais telen onder folie is in Nederland nog weinig bekend. Het fenomeen is acht jaar geleden overgewaaid uit Ierland, waar het al lange tijd op grote schaal wordt toegepast. In dat land wordt ongeveer 40% van de mais onder folie geteeld. Door de folie wordt de teelt met enkele weken vervroegd, waardoor maisteelt ook op moeilijke gronden mogelijk is.

Bij het systeem worden direct bij het zaaien met een speciale machine stroken over de mais getrokken. De folie is weliswaar van zeer dun plastic, maar heeft een toevoeging waardoor het door zonlicht en zuurstof volledig afbreekt. Na zes tot acht weken breekt de mais door de folie heen. Tijdens het zaaien wordt ook een bodemherbicide gespoten. Dat is belangrijk, want de hoge temperatuur is ideaal voor onkruidgroei. Ook na opkomst kan het nodig zijn nog een keer te bespuiten, zeker op onkruidgevoelige gronden.

Unieke teelttechniek in Nederland

De teelttechniek is door het agrarisch adviesbureau van Hein-Willem Leeraar naar Nederland gehaald en het werkt daarvoor samen met loonbedrijf Heeringa Cultuurtechniek en machinefabrikant Samco. Er zijn nu zeven loonwerkers in Nederland die de folie kunnen leggen. Alle in Nederland geteelde foliemais gaat via Leeraars bedrijf. De investering bedraagt, afhankelijk van de loonwerker, oppervlakte en onkruiddruk, ongeveer €250 tot €300 voor de folie en onkruidbestrijding. Leeraar garandeert een prijs van maximaal €45 per ton.

De eerste jaren gingen volgens Leeraar goed: tussen 2009 en 2012 steeg het areaal snel van amper 30 naar circa 1.200 hectare. Het jaar 2012 was echter een rampjaar voor de teelt vanwege het natte voorjaar. Mede daardoor ontstonden problemen met de machines en de onkruidbestrijding. "De machines zijn toen aangepast en op meerdere fronten verbeterd.” Ondanks de betere machines en steeds meer teeltkennis kon dat het inzakken van het areaal niet verhelpen. Vorig jaar is ongeveer 650 hectare ingezaaid. Volgens Leeraar zit er de afgelopen jaren weer een stabiele stijging in van 3 tot 4% per jaar.

Oorspronkelijk is mais onder folie verkocht als systeem voor bedrijven met name in het noorden, op moeilijke grond die normaal geen of moeilijk mais kunnen telen. Twee tot drie weken vroeger zaaien betekent op die gronden eerder oogsten in het najaar. De folie maakt het bovendien mogelijk om latere rassen te gebruiken die meer opbrengst realiseren dan de zeer vroege rassen die voor die gebieden worden geadviseerd.

Na zes tot acht weken breekt de mais door de folie. Aan de folie is een middel toegevoegd waardoor het door zonlicht en zuurstof afbreekt. Foto: Penn Communicatie
Na zes tot acht weken breekt de mais door de folie. Aan de folie is een middel toegevoegd waardoor het door zonlicht en zuurstof afbreekt. Foto: Penn Communicatie

 

Meer zetmeelopbrengst

Volgens Leeraar is het systeem ook voor andere typen bedrijven interessant. Mais die in het najaar een paar weken eerder is geoogst, geeft meer mogelijkheden voor inzaai voor grasland. Bovendien is de zetmeelopbrengst hoger. Hij ziet percelen met meer dan 1.000 kilo extra zetmeel per hectare. Dat komt door de vroegere bloei, waardoor er meer juni-dagen zijn met meer intensiever licht voor fotosynthese. Dat geeft meer zetmeelvorming.
Daar liggen volgens Leeraar de kansen voor het systeem de komende jaren: door de fosfaatwetgeving is alles immers gericht op maximale productie per koe en hectare. Bovendien geeft een warme bodem in het voorjaar een hogere mineralisatie en hogere fosfaatopname. Dat maakt de teelt ook in de meer zuidelijke provincies interessant. Leeraar schat dat inmiddels 10% van het areaal onder de rivieren ligt.

In de beginjaren was er maar een beperkt aantal rassen bekend die goed te telen waren onder mais. Dat waren alleen rassen van Pioneer; inmiddels zijn van alle grote zaadleveranciers enkele rassen geselecteerd die goed presteren onder folie. Het zijn er ongeveer tien. Een gemeenschappelijk kenmerk van deze rassen is de vroegheid: deze heeft een FAO-getal van globaal 240 tot 260. Zeer vroege rassen zitten rond de 200. Verder is belangrijk dat de rassen sterk genoeg zijn om door de folie heen te breken. Overigens heeft Ierland heeft een aparte rassenlijst voor teelt onder mais.

Afhankelijkheid loonwerkers

Oscar Koppelman, salesmanager voor het noorden bij Pioneer, is van begin af aan bij de ontwikkeling van mais onder folie in Nederland betrokken geweest. Hij is positief over de teeltwijze, zeker over de voordelen wat betreft meeropbrengsten. Uit proefvelden blijkt volgens hem een meeropbrengst van 24% meer drogestof vergeleken met dezelfde teelt zonder folie. Dat is deels te danken aan een hoger zetmeelgehalte. “Het is een beperkte 
dataset, maar bevestigt wel het potentieel dat teelt van mais onder folie heeft.”

Koppelman benadrukt dat om de meeropbrengst te bereiken, alles goed in orde moet zijn. Hij noemt met name de perceelkeuze met goede vochtvoorziening, een beperkte onkruiddruk, een zaaibed dat heel secuur is klaargelegd en het juiste zaaimoment om structuurbederf te beperken. Gezien de complexiteit verwacht Koppelman dat de teelt onder folie slechts langzaam zal toenemen. Een bijkomende beperking is de afhankelijkheid van de loonwerkers; die moeten namelijk willen investeren in speciale machines om de folie te leggen.

Andere geraadpleegde deskundigen zien de voordelen, maar zijn ook terughoudend over een echte grote doorbraak (zie kader). Deels door slechte ervaringen in het verleden rondom met name onkruiddruk, maar vooral vanwege de kosten: ondanks dat de voordelen van vroege teelt en hogere opbrengst wel worden onderschreven, moeten melkveehouders bereid zijn erin te investeren.

Rene Stevens

Of registreer je om te kunnen reageren.