Rundveehouderij

Achtergrond 7090 x bekeken

Import melkkoeien blijft

De melkkoeienimport piekte vorig jaar fors. Door de fosfaatwetgeving zal de invoer afnemen maar niet verdwijnen, want Nederlands aanbod blijft beperkt.

Aankopen van melkkoeien is van alle tijden, import in beperktere mate ook. De laatste jaren tikte het totaal aantal geïmporteerde koeien ouder dan twee jaar de 20.000 niet aan. Alleen in 2015 waren, door de afschaffing van het melkquotum, zelfs buitenlandse koeien sterk in trek. De aanvoercijfers, die RVO.nl op basis van I&R-gegevens bijhoudt, schoten naar 42.436 koeien. Veehandelaren schatten dat 30 tot 40% van de koeien die door groeiende bedrijven werden aangekocht uit het buitenland kwam. De kopers werden daar min of meer toe gedwongen, omdat het aanbod aan melkvee op de binnenlandse markt al jaren vrij beperkt is en nu de groeispurt gewoonweg niet aankon.

Duitsland en Denemarken leiden

De import van koeien wordt door RVO.nl niet uitgesplitst. Een flink deel van de 23.940 koeien die dit jaar tot begin december zijn ingevoerd, zijn vleesrassen of gingen rechtstreeks naar de slacht. België is bijvoorbeeld met 12.000 tot 16.000 koeien per jaar de grootste leverancier. Daarvan zal een aanzienlijk deel vleesvee zijn. Voor melkvee zijn Denemarken en Duitsland al jaren leidend.

Denemarken is de afgelopen twee jaar in trek om koeien te kopen. In 2007 kwamen daar nog 520 koeien vandaan en tot 2013 zakte die import terug tot ver onder 100 koeien. In 2013 en 2014 kwamen er 421 en 478 koeien vandaan. Vorig jaar piekte ook die invoer met 2.179 koeien en ook dit jaar is de Deense koe populair met 1.090 dieren. Dit zijn vrijwel allemaal melkkoeien.

Duitsland is na België de grootste leverancier van melkkoeien.

Holstein en Fleckvieh

Verschillende veehandelaren kopen met enige regelmaat koeien in Denemarken. Duitsland is na België de grootste leverancier van melkkoeien, zowel Holsteinkoeien uit het Noorden en Oosten als Fleckvieh uit de zuidelijke deelstaten. Tussen 2009 en 2012 zakte de Duitse aanvoer in tot een goede 1.000 tot 1.500 dieren. In 2013 en 2014 kwamen 3.000 en 4.500 koeien naar Nederland en in 2015 profiteerden ook de Duitsers met 13.832 dieren van de Nederlandse koeienvraag. Ook dit jaar blijft de invoer nog groot met net geen 8.000 koeien tot en met december.

Frankrijk opmerkelijke stijger

Omwille van de groei zijn afgelop.en jaar volgens handelaren ook wel koeien van verder weg gehaald. Zo laat de invoer uit Frankrijk een opmerkelijke stijging zien. In een normaal jaar komen daar zo’n 100 tot 200 koeien, inclusief vleesvee, vandaan. Afgelopen jaar waren dat er 631. Eenzelfde toename laat de invoer uit Tsjechië zien, dit land wordt ook door handelaren genoemd als tijdelijk leverancier van koeien.

Geen eigen jongvee

De veehouders die normaal gesproken buitenlandse koeien kopen, zijn vooral bedrijven zonder eigen jongvee. Bij gebrek aan Nederlands vee kijken deze bedrijven over de grens. De kopers zijn in twee groepen te verdelen: meerdere keren per jaar vee aankopen of één keer in de twee of drie jaar. De voorkeur gaat uit naar pasgekalfde vaarzen of tweedekalfskoeien, zodat ze bij binnenkomst op stal direct mee kunnen door de melkstal.

Op de fokveeveiling in het Duitse Krefeld worden wekelijks zo'n 200 vaarzen en koeien verkocht. Een deel ervan komt in Nederland terecht. - Foto: Henk Riswick
Op de fokveeveiling in het Duitse Krefeld worden wekelijks zo'n 200 vaarzen en koeien verkocht. Een deel ervan komt in Nederland terecht. - Foto: Henk Riswick

Prijzen vaarzen rond de €1.500

Hoogdrachtige dieren worden ook wel gevraagd, maar mogen tot acht maanden dracht vervoerd worden; dat betekent dat de meeste koeien zeker zes weken op stal staan voordat ze afkalven en gemolken kunnen worden. De meeste veehouders kopen via een handelaar met goede contacten in het buitenland. Deze handelaren kopen of rechtstreeks van stoppende veehouders of, in geval van Duitsland, via fokveeveilingen. Fokkerijorganisaties Masterrind, het Osnabrücker Herdbuch en Rinder Union West hebben vrijwel wekelijks veilingen op diverse locaties. Daar worden enkele honderden dieren per keer verhandeld. De prijzen voor vaarzen liggen rond € 1.500. Daar komen de kosten voor transport, papieren als exportverklaringen en provisie nog bij. De prijzen voor vaarzen en koeien rechtstreeks van een bedrijf zijn iets lager.

Gezondheidsstatus blijft aandachtspunt

Vorig jaar werd door dierenartsenpraktijken melding gemaakt van IBR-uitbraken op bedrijven die eerder in het jaar nog buitenlands vee aangekocht hadden. Een enkele veehouder keek blijkbaar niet zo nauw naar wat hij kocht, de stal moest koste wat kost vol. De Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) bevestigde in 2015 wel nieuwe uitbraken, maar gaf geen bijzonderheden over de bedrijven en de eventuele herkomst van koeien. In 2014 meldde de GD nog 39 IBR-uitbraken, waarvan geen op een bedrijf met een IBR-vrije of tankmelkonverdachte status. In 2015 werden 54 uitbraken gemeld, waarvan 17 op vrije of tankmelkonverdachte bedrijven en in de eerste helft van dit jaar waren er 31 uitbraken, waarvan 9 op vrije of onverdachte bedrijven.

Salmonella en para-tbc zijn in andere Europese landen aandachtspunten voor kopende veehouders.

Landelijk bestrijdingsprogramma

De Duitse veehouderij maakt de laatste paar jaar met een landelijk bestrijdingsprogramma flinke slagen op het gebied van IBR en BVD. Als het goed is, kunnen daar nu geen IBR- of BVD-verdachte dieren of dragers meer gekocht worden. Maar de afgelopen jaren is de toegenomen vraag naar gebruiksvee wel reden geweest om koeien goedkoop te verkopen in plaats van ze te laten slachten. Salmonella en para-tbc zijn in andere Europese landen aandachtspunten voor kopende veehouders. Een landelijke aanpak zoals hier in Nederland is er niet en veel bedrijven zijn niet vrij van deze ziekten. Vooraf niet laten controleren, brengt dus risico’s met zich mee.

Vanaf de fokveeveiling van Rinder Union West worden koeien en vaarzen aan Nederlandse handelaren verkocht. - Foto: Henk Riswick
Vanaf de fokveeveiling van Rinder Union West worden koeien en vaarzen aan Nederlandse handelaren verkocht. - Foto: Henk Riswick

Vraag naar importkoeien blijft

Met de onduidelijkheden rond de fosfaatregelgeving en de krimp van de veestapel lijkt het dat er een eind aan de import van melkkoeien komt. Niets is minder waar, stellen veehandelaren, voorlopig zal de aankoop van vee afgeremd worden, maar de vraag blijft er uiteindelijk. Vooral omdat zij het aantal bedrijven zonder eigen jongvee eerder zien toenemen dan afnemen. De koeien die deze bedrijven voor vervanging nodig hebben, moeten ergens vandaan komen en de Nederlandse markt is al jaren krap. Handelaren verwachten niet dat dit nu echt gaat veranderen.

Lastige markt

Alleen is de afhankelijkheid van het buitenland wel gevoelig. In Duitsland is bijvoorbeeld op dit moment de inlandse vraag naar melkvee door de aantrekkende melkprijzen groot. Grote Oost-Duitse bedrijven die vorig jaar nog vee afstootten, vanwege de slechte melkopbrengsten, trekken nu weer koeien aan om van de stijgende prijzen te profiteren. Als Nederlandse koper met vraag naar enkele tientallen koeien is het in zo’n markt lastig kopen.

Boerderij nam een kijkje op de maandelijkse veiling van de Rinder Union West (RUW) in Krefeld. Bekijk de fotoreportage.

Of registreer je om te kunnen reageren.