Rundveehouderij

Achtergrond 4672 x bekeken

Groeiregio Noordwest-Duitsland opeens crisisgebied

De zuivelcrisis van de laatste anderhalf jaar heeft Noordwest-Duitsland, op papier het ideale groeigebied voor melkveehouderij en zuivel, zwaarder getroffen dan andere regio's. Oorzaken zijn: te veel bulk, te hoge kosten en gebrek aan goede afzetmarkten

Als de lage zuivelprijzen ergens in Noordwest-Europa veel pijn hebben gedaan, is het wel in het Noordwesten van Duitsland. Veel melkveehouders hebben daar maandenlang niet meer dan 20 cent per liter melk gebeurd, en soms nog minder. Wie geluk had, kwam de kwade zomermaanden juni, juli en augustus door met 22 of 23 cent per liter.

Omgerekend naar Nederlandse gehaltes en uitbetaalwijze, is het overigens een fractie minder dramatisch dan uit het bovenstaande lijkt te spreken. Vertaald naar de Nederlandse situatie is 20 cent per liter in Duitsland ongeveer 21,5 cent per kilo.

Enorm zwaar jaar voor Duitse melkveehouders

Niettemin hebben veel Duitse melkveehouders tot nu toe een enorm zwaar jaar achter de rug. Dat geldt met name voor de leden van zuivelreus en regionaal marktleider DMK, en voor de boeren bij veel kleine verwerkers die in het kielzog zitten van DMK. Deze melkveehouders hebben dit jaar een heel laag melkgeld gebeurd, met op het dieptepunt 3 maanden lang 20 cent per liter. Vanaf september is de melkprijs bij DMK met flinke stappen verhoogd, tot ruim 29 cent in november, maar de melkprijs blijft nog steeds achter bij de concurrentie. Regionale concurrent Ammerland (ook een coöperatie) betaalt gemiddeld 2 tot 3 cent meer dan DMK, terwijl de private verwerkers Wiegert en Rücker er een beetje tussenin zitten. De bedrijven beloven hun melkprijs nog verder te verhogen. Wat er na januari gebeurt is echter nog ongewis.

Voor profijt van betere melkprijs moet je goed kunnen voeren

Wie optimaal wil kunnen profiteren van de betere melkprijs, moet wel goed kunnen voeren, en dat lukt lang niet altijd. “We zouden nu graag meer willen melken, maar omdat we geen voer bij kunnen kopen, lukt het helaas niet,” zegt een Nederlandse boer net over de oostgrens, die niet met naam genoemd wil worden. Door lage gehaltes in de melk haalt langt niet iedereen de roepprijs. Sommige boeren hebben het bedrijf stopgezet, hebben het op naam van hun vrouw overgeschreven en zijn de spotmarkt op gegaan, waar flink hogere prijzen gelden. Maar niet iedereen wil, kan en durft deze stap aan.

Sommige boeren hebben het bedrijf stopgezet, hebben het op naam van hun vrouw overgeschreven en zijn de spotmarkt op gegaan, waar flink hogere prijzen gelden. Maar niet iedereen wil, kan en durft deze stap aan.

Moeilijkheden door lage uitbetaalprijs

Voor melkveehouders die hun bedrijf redelijk normaal hebben laten groeien, zorgt de lage uitbetaalprijs al voor genoeg moeilijkheden. Veel boeren hebben dit jaar al meerdere keren met de bank moeten overleggen over extra leningen, aanpassing van de voorwaarden voor aflossing en rentebetaling en voor een aantal is helder dat, als de melkprijs in de laatste maanden van 2016 niet naar 30 cent is getrokken, dat het dan einde verhaal is. Veel kleinere boeren die rond de 60 jaar zijn, hebben in de voorbije maanden al hun conclusies getrokken. Wie spreekt met boeren in Ost-Friesland of in het iets zuidelijker gelegen deel van Nedersaksen, hoort bijna overal hetzelfde verhaal. Er zijn veel stoppers en de komende jaren komt veel (pacht)grond vrij.

Gedwongen bedrijfsbeëindigingen

Tot nog toe zijn gedwongen bedrijfsbeëindigingen echter niet heel veel voorgekomen, vertelt Albert Hortmann-Scholten van de Landwirtschaftskammer Niedersachsen. Maar het zal voor veel bedrijven spannend worden of ze het redden. Hij ziet de grootste problemen bij de bedrijven die in de voorbije jaren sterk hebben uitgebreid. “Veel bedrijven hebben te duur gebouwd. Er zijn grote stallen bijgezet, met een kostenplaatje van €8.000 tot €10.000 per koeplaats. En dan zijn er nog kosten geweest voor bijvoorbeeld een mestsilo of een kuilplaat. We kunnen dus waarschijnlijk wel een reeks faillissementen tegemoet zien. Dat is iets wat we hier nooit eerder hebben gezien.”

Hierbij moet worden bedacht dat Duitse banken vaak ook strenger zijn dan de Nederlandse tegenhangers. Ze lenen relatief gezien minder geld uit en leningen moeten ook sneller weer worden afgelost, desnoods met behulp van beslagen op bankrekeningen.

Ideaal gebied voor melkveehouderij

Het Noordwesten van Duitsland – ruwweg het gebied langs de grens met de provincies Drenthe en Groningen, tot in Sleeswijk-Holstein – is in veel onderzoeken aangemerkt als een ideaal gebied voor de melkveehouderij. Het heeft nagenoeg dezelfde klimatologische voordelen die ook Nederland heeft, terwijl ook de gronden prima geschikt zijn voor de productie van gras en mais. Als extra voordeel wordt vaak ook nog de ruimte genoemd en het afwezig zijn van veel van de hindernissen waar een melkveehouder in Nederland zich doorheen moet worstelen alvorens een stal te kunnen bouwen of uitbreiden. Verder is de zuivel-infrastructuur misschien niet optimaal, maar er staan relatief veel grote melkveebedrijven en ook diverse grootschalige en efficiënte fabrieken. Met het verwerkingspotentieel is niet zo veel mis.

Toch lukt het niet om van de noordwest-Duitse melkveehouderij en zuivelindustrie een succes te maken. Het ene bedrijf doet het wel iets beter dan het andere. Zo presteert coöperatie Ammerland gemiddeld beter dan collega-coöperatie DMK, maar globaal genomen kan worden gesteld dat de zuivelbedrijven in de regio te weinig met nieuwe ontwikkelingen zijn meegegaan. Er is te weinig geïnvesteerd in nieuwe afzetmarkten en er zijn onvoldoende meerwaarde-producten. Hortmann-Scholten meent dat managementfouten zijn gemaakt, vooral bij DMK.

Te veel bulkzuivel

Dit bedrijf, waar een groot deel van de Noord-Duitse melkveehouders aan levert, produceert te veel bulkzuivel, waar de grote Duitse winkelketens genoeg van hebben. Dit werd in maart van dit jaar op pijnlijke wijze aan de orde gesteld tijdens het zogenoemde Milchforum in Berlijn. Daar sprak het hoofd zuivelinkoop van supermarktketen Rewe bijna verachtend van ‘generieke witte vloeistof’. Hij pleitte voor meer variatie. Dat is volgens hem goed voor de verkopen en goed voor de boer, want hogere prijzen en een betere marge. Alternatieve zuivelconcepten zijn in Duitsland echter nog nauwelijks op de markt, behalve in het zuiden. Daar onderscheiden de veelal kleine zuivelproducenten zich wel met producten als ‘Hooimelk’ en gentechvrije melk. FrieslandCampina onderscheidt zich met ‘Landliebe’ melk (ook geproduceerd zonder transgeen voer). De nummers 2 en 3 op de Duitse zuivelmarkt – Müller en Arla – timmeren flink aan de weg met merkproducten.

Molkerei Ammerland maakte begin dit jaar bekend dat het begint met een biologische zuivellijn. Het heeft ook weidemelk in het aanbod, maar boeren die weidemelk leveren, krijgen daar nu maar een schamele €500 per jaar voor. De melkstroom is er, maar er wordt weinig mee gedaan. Private verwerker Wiegert heeft ook aangekondigd dat het in biologische zuivel gaat en eveneens extra betaalt (1 cent per liter) voor melk die is geproduceerd zonder transgeen voer. DMK en veel kleinere Molkereien in de regio doen op dit gebied echter nog heel weinig. Wel zetten de grotere ondernemingen de laatste jaren versterkt in op het aanboren van nieuwe afzetmarkten. Bovendien investeert DMK vele tientallen miljoenen in extra productie van babyvoeding.

'Gelukkig geen zware aflossingsverplichtingen’
Melkveehouder Doede van der Meer (59) in het Oost-Friese Canhusen is opgelucht dat de melkprijs weer omhoog gaat. De plussen die coöperatie DMK de laatste maanden aan de melkprijs gaf, helpen hem aan iets meer lucht. Drie maanden lang moest hij het doen met een melkprijs van 20 cent per kilo. “Zo’n prijs, dat gaat gewoon niet,” constateert de uit een Nederlands voorgeslacht afkomstige veehouder.

Melkveehouder Doede van der Meer (59).<br /><em>Foto: Hans Banus</em>
Melkveehouder Doede van der Meer (59).
Foto: Hans Banus

Van der Meer zit op een pachtbedrijf. De eigenaar is een Beierse industrieel. De stallen op het door hoge bomen omzoomde bedrijf zijn niet nieuw, maar wel functioneel. Hij melkt in een 2x8 melkstal en tegen lage kosten.
Als de tijden beter zijn, hoopt Van der Meer te vernieuwen. Met zijn 130 melkkoeien en 90 stuks jongvee op 86 hectare gras en 14 hectare akkerbouw houdt hij het klaar door goed op de kleintjes te letten, in te teren op reserves die zijn opgebouwd in de goede jaren 2013 en 2014, en door hier en daar wat bij te sturen.
Op een tuinbankje gezeten somt hij op: “Ik heb dit jaar meer koeien laten insemineren met sperma van Belgisch blauwe stieren. De kalveren daarvan brengen meer op. Verder bespaar ik op de krachtvoergift, maar niet te veel. Ik moet blijven melken. Ook ben ik heel blij dat ik vorig jaar heb geïnvesteerd in een zodenbemester. Die bespaart me veel kunstmest.”
Van der Meer is niet van plan om te stoppen. Eén van zijn zoons wil hem opvolgen. Nu studeert die nog. Toch kijkt Van der Meer wel eens om zich heen. “Een tijdje geleden hoorde ik dat Arla biologische melk zocht. Daar leek me wel muziek in te zitten. Het bleek echter dat ik te veraf zat. Bij Ammerland kom je ook niet binnen. Eigenlijk kun je nergens heen…”
Over zijn eigen coöperatie is Van der Meer niet erg enthousiast. “Het is een bedrijf waar te veel mensen iets te zeggen hebben. Ook zijn ze zakelijk niet scherp genoeg.” Hij hoopt dat de moeilijke tijden het management wakker schudden. Vlot prijsherstel naar het niveau van 2014 verwacht hij niet. “Ik zie niet snel een melkprijs van 40 cent terug.”
Coöperatie Ammerland breidt nog steeds uit. Het geldt in de regio als de betere betaler, met een plus van 2 tot 3 cent op DMK. <br /><em>Foto: Klaas van der Horst</em>
Coöperatie Ammerland breidt nog steeds uit. Het geldt in de regio als de betere betaler, met een plus van 2 tot 3 cent op DMK. 
Foto: Klaas van der Horst

Efficiëntie als wapen tegen lage melkprijs
Melkveehouder Jan Borchers (25) in Suurhusen probeert zich dapper door de lage melkprijzen heen te worstelen. Samen met zijn vader Hermann (56) drijft hij een melkveebedrijf met zo’n 200 koeien. Hulp is er van twee stagiairs.
De melkkoeien staan in een vorig jaar opgeleverde veestal. Gemolken wordt in een 2x20 stands Dairymaster melkstal. De kosten van de nieuwe stal drukken is de uitddaging, maar de familie Borchers toont zich optimistisch. Door strak de vinger aan de pols te houden, hoopt Jan door de melkcrisis heen te komen.

Jan Borchers hoopt zich met efficiënt boeren en goed letten op vee en melkkwaliteit door de crisis heen te werken.<br /><em>Foto: Klaas van der Horst</em>
Jan Borchers hoopt zich met efficiënt boeren en goed letten op vee en melkkwaliteit door de crisis heen te werken.
Foto: Klaas van der Horst

Over de markt is hij niet optimistisch. "Ik denk niet dat we met kerst weer 32 cent beuren." De zuivelmarkt is slecht, al trekt die aan. En wat moet je doen om je te verbeteren? “Wij zijn bijna getrouwd met DMK. Andere opties zijn er amper.” Vader Hermann vindt dat de grote zuivelbedrijven druk moeten voelen om beter te presteren. Ze moeten zich niet te veel achter de markt verschuilen.
Jans aandacht gaat uit naar het efficiënter maken van het eigen bedrijf. De voerkosten zijn al relatief laag. Met 127 hectare land in gebruik wordt veel gras gevoerd, maar om te melken blijft bijvoederen eveneens nodig, vindt Jan. De nieuwmelkte koeien worden extra bijgevoerd.
Nu de melkprijzen zo laag zijn, is Jan Borchers ook preciezer op de mestgift. En dan is er de zorg voor de koeien. Jan heeft, vóór hij terugkwam op het ouderlijk bedrijf, bij meerdere bedrijven stage gelopen. "Op één ervan heb ik echt geleerd om koeien te observeren." Goed zorgen voor de koeien en op tijd erbij zijn als er iets is met het vee, bespaart veel geld, heeft Jan ondervonden. De gemiddelde koe is 5,6 jaar, het bedrijfscelgetal staat op 130.000 cellen. De rekening van de dierenarts is zelden hoog.
Maandelijks stopten de laatste tijd meer dan 300 melkveehouders in Nedersaksen, aldus de Landwirtschaftskammer.<br /><em>Foto: Hans Banus</em>
Maandelijks stopten de laatste tijd meer dan 300 melkveehouders in Nedersaksen, aldus de Landwirtschaftskammer.
Foto: Hans Banus

'Moeilijkste periode in 30 jaar tijd voor melkveehouderij’
De melkcrisis van 2016 is voor de melkveehouderij in Nedersaksen de moeilijkste crisis in de afgelopen 30 jaar, meent economisch medewerker Albert Hortmann-Scholten van de Landwirtschaftskammer Niedersachsen in Oldenburg. “De economische gegevens spreken klare taal. Steeds meer bedrijven komen in de problemen. Elke dag stoppen er tussen de 10 en 12 melkveebedrijven.”
Oorzaak is volgens Hortmann-Scholten de perspectiefloosheid van de situatie waarin ze zitten. “De melkprijs is het hele jaar al erg laag en is nog steeds te laag. De grootste financiële problemen zie ik bij de bedrijven die in 2013-2014, toen de melkprijzen hoog waren, nieuw hebben gebouwd of sterk hebben uitgebreid. Ze zitten vaak met heel hoge bouwkosten, tot wel €10.000 per koeplaats. Ook hebben ze te veel vee bijgekocht en duur land gepacht. In graslandgebieden is de huur opgelopen tot €800 à €900 per hectare."
Bij veel van deze bedrijven, die zich zwaar in de kosten hebben gestoken, valt er op korte termijn niet veel bij te sturen, meent de deelstaatmedewerker. Duitse banken zijn over het algemeen ook minder coulant voor landbouwbedrijven dan Nederlandse. Er gelden strakkere regels. “Nieuwe mestregels per 2017 maken de situatie nog lastiger. Veel melkveebedrijven moeten vee afstoten. De mestregels doen extra pijn doordat de reststoffen uit biogasinstallaties onder het bereik van de nieuwe mestverordening moeten worden meegenomen.”

Albert Hortmann-Scholten is afdelingsleider bedrijfeconomie en advisering bij de Landwirtschaftskammer Niedersachsen.<br /><em>Foto: Landwirtschaftskammer Niedersachsen</em>
Albert Hortmann-Scholten is afdelingsleider bedrijfeconomie en advisering bij de Landwirtschaftskammer Niedersachsen.
Foto: Landwirtschaftskammer Niedersachsen

“We kunnen dus veel faillissementen tegemoet zien. Dat is iets dat hier nooit is geweest. Bedrijven die nog kunnen, proberen om te schakelen. Bijvoorbeeld naar vleesvee. De rundvleesprijzen zijn dit jaar relatief goed. Anderen zoeken een toekomst in bio-leghennen of Freiland-kippen. Er is ook een trend naar een tweede tak.”
Er zijn echter ook bedrijven die misschien de moed te snel laten zakken, meent Hortmann-Scholten. “De stemming is nog slechter dan de objectieve situatie. Ze zien dat ze in een diep gat zijn gevallen en moeten de weg omhoog weer vinden voor zichzelf.”

Of registreer je om te kunnen reageren.