Rundveehouderij

Achtergrond 4114 x bekeken laatste update:25 jan 2016

Zuivelland Oostenrijk: kwaliteit als handelsmerk

De Oostenrijkse melkveehouderij zet een bescheiden groeispurt in. Merkzuivel met een verhaal blijft de inzet, bulk is voor de buurlanden.

Wie Oostenrijk zegt denkt aan kleine boerenbedrijven die tegen de berghelling ­geplakt op de grup een paar koeien melken. De gemiddelde veestapel van 16 koeien in 2014 lijkt dat beeld wel te onderschrijven, maar ook de Oostenrijkse melkveehouderij ontwikkelt zich. De grupstal heeft op veel plaatsen het veld geruimd voor een ligboxenstal. Het aantal bedrijven is in 20 jaar meer dan gehalveerd naar ruim 30.000, die ruim 3 miljard kilo melk per jaar produceren. De veestapel en melkproductie per bedrijf zijn in die tijd verdubbeld.

Klik op de nummers in het onderstaande kaartje voor bedrijfsreportages bij boeren.

Zelfs bergboeren halen producties van 10.000 kilo per koe. En de komende jaren zal de 20-koeiengrens overschreden worden, waarbij geldt dat grotere bedrijven groter worden. Het grootste bedrijf van Oostenrijk van Johann Konrad in ­Opper-Oostenrijk telt bijvoorbeeld 300 stuks melkvee. Maar ook de Tiroolse bergboer Marcus Schwaighofer zit al op 100 koeien.

Geïnvesteerd in grote stallen

Vanwege de kleinschaligheid werd Oostenrijk in de aanloop naar de afschaffing van de quotering in het positiefste scenario gezien als land waar de melkproductie stabiel blijft. Eind 2015 blijft van dat beeld weinig over. De Oostenrijkers hebben voor de afschaffing geïnvesteerd in grotere stallen en gaven gas in die nieuwe melkstal. In het laatste quotumjaar is het landelijke quotum overschreden met 5,8% en werd er een recordsuperheffing van €44,6 miljoen betaald. Over 2015 ligt ondanks de magere melkprijs de productie rond 2% hoger dan in 2014. De verwachting is dat deze groeicijfers ook de komende jaren doorzetten, al zal dat niet met zulke extreme sprongen gaan als in ­Nederland en Duitsland.

Grond is beperkende factor

De Oostenrijkse veehouder concentreert zich in de deelstaten met Dauergrundland, het best te vertalen als blijvend grasland, voornamelijk in de noordoostelijke deelstaten en de berggebieden. In de meest oostelijke en vlakste deelstaat Burgenland zijn maar enkele veehouders te vinden. Daar is vooral akkerbouw en wijnbouw. Doordat er relatief weinig neerslag valt, is Burgenland het minst geschikt voor grasteelt, dus veehouderij.

Opvolger staat op veel bedrijven klaar

Volgens Helmut Eder, specialist markt en politiek van de Landwirtschaftskammer Österreich, is de melkveehouderij aan het verjongen. Precieze aantallen zijn er niet, maar op veel bedrijven staat een opvolger van 20 tot 30 jaar klaar. Dat verklaart ook de groeiplannen van veel bedrijven, al blijven die beperkt. De Oostenrijkse overheid hanteert strenge oppervlakte-eisen van 1,5 koe per hectare. Voor elke koe meer is dus grond nodig en daar wringt de schoen.

Koeien de deur uit, maar niet de grond

De stoppers van vandaag zijn kleine bedrijven die wel de koeien de deur uit doen, maar niet de grond. Die blijft in de familie en wordt verpacht. Daarvoor zijn in elk dorp meerdere kapers op de kust. “Het zijn vooral de boeren die elkaar op de grondmarkt beconcurreren. In Neder-Oostenrijk is wel grondvraag voor de aanleg van snelwegen naar buurlanden. Ook worden relatief veel winkelcentra gebouwd. Dat soort projecten onttrekken zo 10 tot 20 hectare rond een gemeente. Veehouders moeten echt rekenen of ze pachtprijzen van €300 tot €1.000 per hectare kunnen en willen betalen”, legt Eder de situatie uit.

Zuivel staat als een huis

De Oostenrijkse melkveehouders leveren aan regionale melkverwerkers. Het land telt een tiental grote zuivelaars, verdeeld over de deelstaten, aangevuld met kleinere, regionale bedrijven. De melk gaat vooral in consumentenzuivel, kaas en boter.
Bulkproducten als melkpoeders beslaan hooguit 1% van de verwerkte melk. De Oostenrijkse zuivel zet sterk in op kwaliteit. Voor de veehouders gelden strenge eisen op het gebied van celgetal, kiemgetal en antibioticagebruik. Een stokpaardje van de zuivel is gentechvrij. Op elk zuivelproduct siert een gentechvrij-logo. De kwaliteitseisen zijn vastgelegd bij Agrarmarkt Austria (AMA). Zowel veehouders, melkfabrieken, slachterijen als toeleverende bedrijven worden door AMA gecontroleerd.

Kracht van zuivelsector is kwaliteit

Helmut Petschar, voorzitter van de Vereinigung Österreichischer Milchverarbeiter en directeur van Kärntnermilch, zegt dat juist in de kwaliteit de kracht van de zuivelsector ligt. “Voor ongeveer 50% van onze productie zijn we afhankelijk van de export. We voeren geen melkpoeders uit, maar vooral melkkazen. Daar is vraag naar en daar kunnen we een goede prijs voor krijgen. De bulk tegen lage prijzen laten we graag aan andere landen over.”

De melkveehouderij heeft een natuurbeschermingsfunctie. Zonder koeien verwilderen de almen met aardverschuivingen en lawines als gevolg. Foto: Henk Riswick
De melkveehouderij heeft een natuurbeschermingsfunctie. Zonder koeien verwilderen de almen met aardverschuivingen en lawines als gevolg. Foto: Henk Riswick

Opvallend aan de Oostenrijkse melkveehouderij is het grote aandeel biologische melk (14%) en Heumilch oftewel hooimelk (15%). Heumilch is afkomstig van bedrijven waar de koeien alleen zomers weidegang en in de winter hooi krijgen, aangevuld met graan uit de regio. Heumilch wordt gezien als de meest traditionele vorm van melkveehouderij.

Heumilch heeft apart kwaliteitskeurmerk

De bedrijven die Heumilch produceren, liggen dan ook voornamelijk in de bergdeelstaten. De melk wordt bij 60 kleine, lokale melkfabrieken verwerkt. Voor Heumilch is er een apart kwaliteitskeurmerk. De biologische productie kan met de huidige lagere melkprijzen rekenen op extra belangstelling. Het verschil is dan ook groot, over november bedroeg de gangbare melkprijs gemiddeld 35 cent terwijl biologisch en Heumilch op 50 cent zitten. Omschakelen is een kostbare aangelegenheid, omdat in die twee jaar veel voer aangekocht moet worden. Er zijn wel geluiden onder veehouders dat er biologische bedrijven omwille van de kosten gewoon gangbaar voeren, maar dat zijn volgens marktspecialist Eder uitzonderingen: “De controle is streng en komt onaangekondigd. Dat gaan veehouders niet riskeren. Er zal er best wel eens een tussen zitten, maar die valt uiteindelijk door de mand.”

Melkprijs toch kostendekkend

De Oostenrijkse melkprijs is sterk verbonden met de Duitse, de zuivelaars in beide landen werken ook veel samen. “Maar door sterk in te zetten op merkproducten en beleving van de consument weten we al jaren gemiddeld boven de Duitse melkprijs te presteren”, legt Petschar uit. De melkprijs over 2015 bedraagt tot en met oktober gemiddeld €33,73 per 100 kilo bij 4,2% vet en 3,4% eiwit. De laagste prijs was €32,73 in juli. Voor biologisch en Heumilch ligt de prijs minstens €10 hoger. De Oostenrijkse melkprijs is vanuit het verleden gekoppeld aan de Duitse melkprijs, daarbij wordt vooral gekeken naar Zuid-Duitsland. Dit komt ook door de samenwerking tussen zuivelaars in beide landen. Door de merkeninzet weten de Oostenrijkse zuivelaars hun melkprijs standaard boven de Duitse te houden.

De Oostenrijkse consument is zeer regionaal ingesteld. De vele melkfabrieken spelen daar goed op in. Foto: Henk Riswick
De Oostenrijkse consument is zeer regionaal ingesteld. De vele melkfabrieken spelen daar goed op in. Foto: Henk Riswick

Er worden in Oostenrijk geen kostprijsberekeningen centraal bijgehouden, maar Eders ervaring is dat de kostprijs tussen 25 en 30 cent per kilo melk varieert. “Dit jaar zullen meer veehouders boven 30 cent uitkomen, omdat er vanwege de droogte meer voer aangekocht moest worden. De meeste veehouders houden er dit jaar toch nog wat aan over. Dat neemt niet weg dat deze prijsval pijnlijk is.”

Melkveehouder moet wennen aan vrije markt

De marktspecialist is van mening dat de Oostenrijkse melkveehouder nog moet wennen aan de vrije markt. Maar met de angst voor een structureel lagere melkprijs is hij het niet eens. Bij de toetreding van het land tot de EU in 1994 zagen de Oostenrijkers ook beren op de weg in de vorm van grote invoer van consumentenzuivel en daardoor een forse daling van de melkprijs. Dat is toen niet gebeurd, vooral omdat de Oostenrijkse consument zeer trouw aan het eigen product is en veel waarde hecht aan regionaal gentechvrij geproduceerd voedsel. Daar wordt door de zuivel ook sterk op ingezet. Iets wat ook wel nodig is, stelt Petschar omdat de Oostenrijkse zuivel te maken heeft met de importen van Duitse producten door Aldi en Lidl.

Melk trekt uit bergen weg

Berggebieden als Tirol, Vorarlberg, Karinthië en Salzburgerland zijn van oudsher de gebieden met melkvee. Mede door de zeer beperkte groeimogelijkheden trekt de melkveehouderij daar enigszins weg naar de wat heuvelachtigere deelstaten Opper- en Neder-Oostenrijk, Stiermarken en de vlakkere delen van Salzburgerland.

De speciale werktuigen voor de grasoogst op de berg verhogen de productiekosten. Veehouders krijgen een almpremie die afhankelijk is van de steilheid van de berghellingen. Foto: Henk Riswick
De speciale werktuigen voor de grasoogst op de berg verhogen de productiekosten. Veehouders krijgen een almpremie die afhankelijk is van de steilheid van de berghellingen. Foto: Henk Riswick

Vooral de arbeid is voor potentiële bedrijfsopvolgers reden om een bedrijf niet over te nemen. Bergboer Toni Hörbiger heeft twee almen op 15 kilometer afstand van zijn bedrijf. Daar verblijven zijn koeien in de zomermaanden. Samen met zijn zoon rijdt hij jaarlijks 9.000 kilometer om zijn veestapel te melken op de alm.

Bergboeren krijgen almpremie

Veehouders krijgen afhankelijk van de steilheid van de hellingen een almpremie. Deze ligt rond 5 cent per kilo melk. Gezien de extra arbeid, de productiederving tijdens het almseizoen en het risico op ongelukken met vee is dat volgens de bergboeren ­eigenlijk een lachertje. “We hebben nog een extra functie op de alm. Zonder begrazing verwildert de alm, langer gras houdt meer vocht vast met grondverschuivingen tot gevolg. Ook wordt het risico op lawines verhoogd als de almen niet worden begraasd”, legt Hörbiger uit. Dat is een van de redenen waarom de Oostenrijkse overheid er alles aan doet de bergboeren te behouden.

Beweeg met de muis over de iconen voor het interview met Helmut Petschar, directeur van coöperatie Kärntnermilch.

Lees ook: 
Zuivelland Oostenrijk (5): Alm op afstand kost jaarlijks 9.000 km reizen
Zuivelland Oostenrijk (4): Lage melkprijs weerhoudt Schwaighofer niet
Zuivelland Oostenrijk (3): Grootste melkveehouder van het land
Zuivelland Oostenrijk (2): Jaarrond opstallen uit kostenoverweging
Zuivelland Oostenrijk (1): Stal staat bol van techniek

Of registreer je om te kunnen reageren.