Rundveehouderij

Achtergrond 1556 x bekeken 1 reactie

Veranderende zuivelmarkt confronterend voor coöperatie

In een nieuwe marktsituatie, met meer en lastigere keuzes over de strategie, dringt zich bij met name de middelgrote en kleinere zuivelcoöperaties de vraag op waarom ze ook alweer coöperatie zijn, stelt zuivelmarktanalist Mark Voorbergen vast. Wat hebben ze samen en wat moeten ze samen doen?

De huidige zuivelmarkt, waarin productiebeperkende melkquota geen rol meer spelen, confronteert met name veel kleinere en middelgrote zuivelcoöperaties flink met zichzelf. Waar willen we heen als coöperatie met heel diverse leden, wat is onze strategie, en waarom zijn we ook al weer coöperatie?

In Nederland is het aantal kleinere en middelgrote coöperaties niet zo groot meer, maar in buurland Duitsland en elders zijn er nog heel veel van. Daar leidt de sterk veranderde zuivelmarkt vaak tot flinke discussies en heel vaak ook tot verlamming van de coöperatie. Omdat men het onderling niet eens kan worden over de strategie, gebeurt er te vaak niets, constateert zuivelspecialist Mark Voorbergen.

Bijgestaan door Adri Zwanenberg, gepensioneerd hoofd investor relations bij Rabobank en gepromoveerd op Europese zuivelcoöperaties, zocht hij naar oplossingen voor de problemen waar deze coöperaties mee worden geconfronteerd.

Waar zijn jullie op uitgekomen?

Voorbergen: "Wij hebben geen kant en klaar antwoord, of een oplossing à la carte. Ieder moet zijn eigen antwoord formuleren, maar praat er in ieder geval over met elkaar. En onderneem vervolgens natuurlijk ook actie."

Wat moet er concreet gebeuren?

"Een probleem waar veel kleinere coöperaties mee zitten, is dat er in de voorbije decennia nauwelijks meer is gepraat over de vraag waarom men bij elkaar zit en wat de coöperatieve beginselen betekenen. Om dan nu opeens dat gesprek wel aan te gaan, is vaak heel lastig. De drempel is hoog. Maar de tijd dringt, want het ledenbestand in de coöperatie is vaak heel divers. Er zijn jonge, ambitieuze groeiers, die veel melk willen produceren. Er zijn ook ouderen die het nog een tijdje kalmpjes aan willen voortzetten, er zijn biologische boeren en boeren die moeten produceren in een gebied met natuurlijke beperkingen. Het samenwerken in een coöperatie houdt in dat er een gezamenlijke oplossing moet worden gevonden, waar iedereen baat bij heeft."

Veranderende zuivelmarkt confronterend voor coöperatie

Waar moeten leden elkaar in ieder geval op vinden?

"Binnen een zuivelcoöperatie kunnen veel afspraken worden gemaakt, maar over twee punten valt niet te strijden. Die behoren echt tot de basisbeginselen. Dat zijn het garanderen van de continuïteit voor alle ledenbedrijven en het maximaliseren van (het rendement op) de langetermijninvestering van deze ledenbedrijven."

Zwanenberg: "Er is niets goed of fout als het gaat om toekomstbeslissingen. Je moet wel je principes helder hebben, maar soms weten coöperaties niet goed of iets wel een principe is. Staat een coöperatie bijvoorbeeld voor 'one man, one vote', of niet?Volgens mij hoeft dat niet. Maar je moet ook uitkijken dat je geen opportunistische besluiten neemt binnen een coöperatie, die later niet bij de principes blijken te passen."

Je zou denken dat de meeste coöperaties hun positie allang hebben bepaald.

Voorbergen: "Dat was mijn idee eerst ook. Toch blijkt dat lang niet altijd het geval. Soms hebben ze het operationele deel van het werk al gedaan en zijn er bijvoorbeeld extra droogtorens gebouwd, maar is het intellectuele werk nog niet op orde en moet de visie nog meegroeien; waar wil je samen heen?"

En is daar iets over te zeggen?

"In de meeste gevallen moet de extra productie naar de wereldmarkt, want de Europese markt is vrijwel verzadigd, maar dan is het vervolgens toch de vraag welk deel van de wereldmarkt het wordt. Zeker in het geval van bedrijven die nu nog de stap naar de wereldmarkt moeten zetten en te lang achterover hebben geleund in hun oude vertrouwde comfortabele positie, moet toch vaak eerst worden begonnen met 'commodities' – bulkproducten. Daarna kan worden begonnen met de uitbouw van een eigen marktpositie."

'Moet melkaanvoergroei worden gestimuleerd met behulp van toeslagen?'

"Een vraag die nauw verbonden is met zo'n groeistrategie is de vraag of alle leden (ongeveer) evenveel ontwikkelingskansen moet worden gegeven, of moet worden toegestaan dat sommige leden hun bedrijf - en dus ook melkaanvoer - veel harder kunnen laten groeien? Een vervolgvraag is of die aanvoergroei ook moet worden gestimuleerd met behulp van toeslagen. Of moeten snelle groeiers ook meer eigen risico dragen, bijvoorbeeld via de instelling van een (tijdelijk) A- en B-quotum?"

Coöperatieleden hebben vaak een hekel aan verschil in uitbetaling.

"Een wat verdere differentiatie in de uitbetaling van melkgeld hoeft niet heel erg te zijn. Er wordt ook nu al onderscheid gemaakt, maar de situatie moet niet totaal uit de hand lopen, zoals in het Verenigd Koninkrijk. Daar krijgen sommige leden van zuivelcoöperaties dubbeltjes meer voor hun melkgeld dan anderen, enkel en alleen omdat zij melk leveren voor de pool van een grote supermarkt. Daar werkt de coöperatie duidelijk niet meer als coöperatie, maar selecteert de retail welke leden zij wil hebben en extra wil belonen."

Hoe moet het dan wel?

"Een acceptabel en goed verdedigbaar voorbeeld van verschil in belonen voor melk is het extra belonen voor weidegang; de grote, efficiënte boer levert veel volume. De boer die doet aan weidegang is misschien kleiner en krijgt meer geld voor zijn liters, maar zorgt er wel voor dat het imago van de melkveehouderij goed blijft. Daar profiteert de hele coöperatie van."

Laat alle bloemen bloeien, is dat het idee?

"Zorgen dat je elkaar ondersteunt en versterkt, dat is het grote idee achter samenwerken in een zuivelcoöperatie. Dat hoeft niet ten koste te gaan van elkaars vrijheid van ondernemen. Samen elkaars voordeel zoeken, kan ook met behoud van diversiteit, maar daar moet je dan wel over hebben gepraat en het met elkaar over eens zijn."

Eén reactie

  • Farmer4life2

    Uiteindelijk is het te zot voor woorden dat de agrarische grondstof leveranciers voor elke prijs leveren.

    Of de melkprijs nu 20 cent is of de aardappelen 3 cent. Het maakt niet uit. De biggen nu 18 euro of de varkens 1 euro de kilo. Iedereen levert totdat we omvallen!

    Natuurlijk kun je zeggen vraag en aanbod, laat de markt zijn werking doen etc. Het feit blijft bestaan dat het afgelopen halve eeuw voedsel goedkoper is geworden, grondstoffen hiervoor nog goedkoper zijn geworden en dat er steeds minder boeren zijn.

Of registreer je om te kunnen reageren.