Rundveehouderij

Achtergrond 4084 x bekeken 1 reactie

Herijking garantieprijs FrieslandCampina niet nodig

De garantieprijs van FrieslandCampina staat en is goed na te rekenen, maar de weging van bedrijven in het mandje is aan actualisering toe.

De garantieprijs van FrieslandCampina bestaat alweer zeven jaar, als verbeterde opvolger van de marktconforme melkprijs van Friesland Foods. In die zeven jaren is de formule ervan nauwelijks veranderd. De garantieprijs waarborgt dat de leden van FrieslandCampina maandelijks (en uiteindelijk jaarlijks) minstens dezelfde prijs krijgen uitbetaald als collega-melkveehouders in Nederland, Denemarken, België en Duitsland.

FrieslandCampina neemt niet alleen het gemiddelde van de voorschotten, maar van de totale melkprijs, inclusief nabetalingen. In 2009 was dat nog het gemiddelde van 45 miljard kilo melk, vorig jaar van 50 miljard kilo melk.

Deze formule werkt tot tevredenheid van de leden en eigenlijk ook van vrijwel iedereen om FrieslandCampina heen. Al lijkt de garantieprijs soms moeilijk navolgbaar, de leden ontvangen een mooie melkprijs.

Soms genadeloos hoog

Bij de presentatie van de visie ‘Melken in balans’, begin november 2015, stelde Rabobank-topman Ruud Huirne vast dat FrieslandCampina door de jaren heen een betere melkprijs betaalt dan de concurrentie. Daarmee doelde hij op bedrijven als Arla Foods, het Ierse Glanbia, het Duits/Britse Müller en DMK.

Daar kunnen de leden het mooi mee doen, al zal het wel eens zuur zijn voor de zuivelbedrijven die FrieslandCampina moeten of willen volgen. De garantieprijs lijkt soms genadeloos hoog.

Een interessante vraag is of de garantieprijs ook is na te rekenen, en dus of valt te controleren of de rekenmeesters van FrieslandCampina hun werk goed doen.

Kaas in pekelbad bij DMK. De melkprijs van DMK bepaalt de garantieprijs voor een kwart, na de fusie met DOC voor bijna een derde. Foto: DMK
Kaas in pekelbad bij DMK. De melkprijs van DMK bepaalt de garantieprijs voor een kwart, na de fusie met DOC voor bijna een derde. Foto: DMK

 

Definitie melkprijssystematiek

Wie afgaat op wat FrieslandCampina zelf meldt, komt niet heel ver. In de toelichting bij de melkprijssystematiek voor 2016 staat in elk geval een definitie: de garantieprijs is het bedrag per 100 kilo melk dat FrieslandCampina gegarandeerd maandelijks uitbetaalt aan de leden-melkveehouders. De garantieprijs komt overeen met de gemiddelde jaarprijzen voor boerderijmelk, inclusief nabetaling en eventuele reservering op naam van de referentiebedrijven in Duitsland, Denemarken, Nederland en België. Voor de berekening van de garantie-
prijs worden deze melkprijzen gewogen voor de hoeveelheid melk die in het hele betreffende land wordt verwerkt.

Op de website wordt verder gemeld dat de garantieprijs maandelijks wordt geschat aan de hand van de ontwikkeling van de gepubliceerde melkprijzen van de referentiebedrijven. Een eventuele correctie kan in een volgende maand worden doorgevoerd. Een eventuele jaarcorrectie voor de garantieprijs kan tegelijkertijd met de jaarlijkse uitbetaling van de prestatietoeslag worden verrekend. De garantieprijs geldt per 100 kilo melk, bij 3,47% eiwit, 4,41% vet en 4,51% lactose.

Bedrijven in mandje goed voor 25 miljard kilo

Daarna wordt het moeilijker, want welke bedrijven zitten in het mandje van FrieslandCampina en hoe wordt de melkprijs van al deze bedrijven gewogen om tot een eerlijk gewogen gemiddelde te komen? Navraag bij FrieslandCampina zelf en enig gespit in oude documenten brengen uitkomst.

FrieslandCampina spiegelt de garantieprijs aan het gemiddelde van drie Nederlandse bedrijven (Bel Leerdammer, Cono en DOC Kaas), één Belgisch (Milcobel), één Deens (Arla) en tien Duitse bedrijven. De melkprijzen van al deze bedrijven hebben hun eigen wegingsfactor. Hoe dat zit meldt FrieslandCampina niet, maar moet worden achterhaald aan de hand van het fusiedossier van Friesland Foods en Campina en door zelf de melkplas van de Duitse bedrijven te achterhalen. Als eenmaal de globale wegingsfactoren boven water zijn, wil FrieslandCampina nog wel iets verder verhelderen.

Het natrekken van de gegevens brengt een aantal verrassende gegevens aan het licht. Zo komt de totale melkplas van de referentiebedrijven bij lange na niet aan de 50 miljard kilo die FrieslandCampina noemt. De gezamenlijke plas blijft op zijn best steken op ongeveer de helft: 25 miljard kilo. FrieslandCampina lijkt echter te bedoelen dat de hoeveelheid melk en de melkprijs van deze bedrijven representatief is, of moet zijn, voor de totale hoeveelheid melk en de melkprijs in de vier genoemde landen.

Weging individuele bedrijven vreemd

Wat opvalt in de weging die FrieslandCampina toepast, is het enorme gewicht van de melkprijs van het Duitse DMK. Deze Duitse zuivelreus en niet erg beste betaler, is in zijn eentje goed voor ruim 26% van de melkprijs van FrieslandCampina. Met de melkplas van DOC Kaas erbij zou DMK een derde van de garantieprijs bepalen. Ter vergelijking: Arla weegt voor nog geen 17% mee in het mandje. En dan hebben we het over Arla Denemarken plus MUH/Arla en Hansa/Arla. Ondertussen is Arla in totaal wel ruim anderhalf keer zo groot als DMK. Deze vreemde manier van weging heeft voor een groot deel te maken met het gekozen wegingssysteem van melkprijzen (per land en slechts daarna per onderneming), maar werkt in de huidige tijd een beetje bevreemdend. Qua belang is Hochwald de derde onderneming in het mandje van FrieslandCampina, met een gewicht van bijna 9%.

Arla is qua melkvolume en nabijheid een grote concurrent, maar telt beperkt mee in het garantieprijsmandje van Friesland Campina. Arla groeit vooral door fusies en overnames.

De samenstelling van het prijsvergelijkingsmandje kan elke drie jaar door de leden(raad) worden gewijzigd, maar de directie van FrieslandCampina zit daar niet op te wachten. Heel wijs zou het ook niet zijn om het mandje telkens een andere inhoud te geven, want waar blijft dan het referentiekader? Voor de directie speelt verder mee dat met name richting de financiers (banken en investeringsfondsen) behoefte bestaat aan heldere referentiepunten, waarvan de garantieprijs er één is. Die moet zo weinig mogelijk aan discussie onderhevig zijn.

Update wenselijk

In de praktijk leidt dit ertoe dat de samenstelling van het mandje in al die jaren, sinds de vorming van FrieslandCampina nauwelijks is aangepast. Het relatieve gewicht van de Duitse zuivelprijzen is iets toegenomen en dat van de andere iets afgenomen, maar de verschillen zijn marginaal. Een update van de lijst van referentiebedrijven zou echter niet verkeerd zijn, gezien de grote stappen die Arla heeft gezet in Duitsland en daarbuiten, de sterke expansie van zuivelconcern Müller en de op handen zijnde fusie van DMK en DOC Kaas. In 2017 hebben de leden weer een kans. Dan moeten de regelingen voor de drie jaren erna worden vastgesteld.

Ondertussen staat de garantieprijs wel stevig overeind. Zelfs de concurrenten van FrieslandCampina hebben daar belang bij. Niet dat iedereen graag dezelfde prijs uitbetaalt, maar de prijs is wel een baken voor de rest van de Noordwest-Europese zuivel. En dan is het niet eens zo erg of de garantieprijs tot op de laatste cijfers achter de komma is na te rekenen.

Systematiek kan nog jaren mee

FrieslandCampina heeft een systematiek ontworpen voor de berekening van een melkprijs en die laten canoniseren. Er is zelfs een notaris die ervoor tekent. Zolang FrieslandCampina verder geen gekke dingen doet, zoals de leden te weinig betalen of het contact met de werkelijkheid van de markt verliezen, kan deze systematiek nog jaren mee.

Eén reactie

  • Foxxy

    Tevens bijzonder handig dat het voor geen enkel lid valt na te rekenen!

    17000? Leden! Nieuwsgierig naar het aantal leden melkveehouders in lto en nmv!

    als ongeveer 80% melkveehouders levert aan deze coöperatie, mag deze coöperatie mijns inziens zich wel een iets duidelijker politiek profileren!

    Politiek is 80% van de melkveesector vast zwaarder vertegenwoordigd in deze coöperatie, dan in Lto en nmv samen!

Of registreer je om te kunnen reageren.