Rundveehouderij

Achtergrond 3098 x bekeken 3 reactieslaatste update:21 mrt 2016

Biestkwaliteit meten geeft inzicht

Biestverstrekking en biestkwaliteit krijgen steeds meer aandacht. Kwaliteitsmeting is eenvoudig en levert naast gezondheid
ook een betere groei op.

Adviseurs hameren al jaren op het belang van goede biestverstrekking. De vuistregel van 6 tot 8 liter biest in de eerste 24 uur na geboorte zit bij de meeste veehouders goed tussen de oren en in hun geboorte-aanpak. Al komt het handhaven van deze stelregel door groeiende bedrijven wel onder druk te staan. Zeker de ’s nachts geboren kalveren moeten vaak langer op hun biest wachten.

Dobbers vaker gebruikt

De aandacht voor de kwaliteit van de biest neemt toe; dit is te zien aan het feit dat biestmeters in de vorm van de ­zogenoemde dobbers steeds vaker worden gebruikt. Ook nieuwere, elektronische meetapparaten vinden langzaam maar zeker hun weg naar melkveebedrijven.

Goede biest verkleint dip

Goede biest heeft effect op de afrijping en ontwikkeling van de darmen, waardoor in de eerste weken meer voedingsstoffen opgenomen kunnen worden. Goede biest heeft zo een gunstig effect op de groei en de algehele weerstand van het kalf. “En goede biest zorgt voor het verkleinen van de dip die elk kalf krijgt op een leeftijd van vier tot zes weken tussen de afweeropbouw uit de biest en de opbouw van de eigen specifieke afweer”, legt jongveespecialist bij Denkavit Wilke Rijks uit.

IgG-gehalte belangrijk

Om meer inzicht te krijgen in wat kalveren nu daadwerkelijk aan afweer in de vorm van immunoglobulines (IgG’s) binnenkrijgen, heeft Denkavit zijn onderzoek naar het meten van IgG’s in biest uitgebreid. Uit literatuurstudies is bekend wat een hoge IgG-waarde in het bloed oplevert. Los van dat ze een hogere weerstand hebben groeien kalveren beter. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat de groei per dag bijna 200 gram hoger ligt wanneer kalveren goede kwaliteit biest binnenkrijgen. Ook is de voederconversie beter bij hogere IgG-waardes.

{{foto,2}}

Antistoffen in bloed bepalen

Behalve in biest kunnen de antistoffen of IgG’s ook in bloed bepaald worden. Het meten van de IgG-waarde in bloed kan in de praktijk een bewerkelijke en prijzige manier van onderzoek zijn. Denkavit testte daarom een aantal biestmeters; een digitale refractometer benaderde de bloedwaardes het dichtst. “Mede op basis van deze onderzoeken ervaren we nu dat de hoeveelheid van 50 gram IgG’s per liter melk die in literatuurstudies wordt aangehouden als waarde van goede biest mogelijk aan de lage kant is, omdat kalveren tegenwoordig voor grotere uitdagingen zoals hygiëne staan. Voor een goede bloedwaarde is het beter om te streven naar minimaal 70 gram IgG’s per liter melk”, stelt productmanager bij Denkavit Elian Verscheijden.

{{foto,3}}

De eerste cruciale uren

Het is al langer bekend dat een kalf alleen de eerste 24 uur IgG’s kan opnemen, waarbij in de eerste zes uur de meeste antistoffen kunnen worden opgenomen. Daarnaast loopt het IgG-gehalte in de melk rap terug door verdunning en omdat het lichaam van de koe weer IgG’s aan de melk onttrekt. In de uren na afkalven daalt het IgG-gehalte in biest – en daarmee de kwaliteit – snel. In combinatie met een vermindering van de passeerbaarheid van de darmwand van het kalf geeft een latere biestgift een kalf een veel lagere weerstand voor de eerste dagen mee.

Het gebruik van mindere kwaliteit biest

Biest met lagere IgG-waardes is niet direct ongeschikt. Met de nodige maatregelen kan deze biest nog goed aan de kalveren gegeven worden:

  • Geef kalveren vaker per dag biest. Bijvoorbeeld in de eerste 12 uur twee- tot driemaal in plaats van twee keer. Zo kan met een mindere kwaliteit biest toch een goede immuniteit bereikt worden.
  • Bewaar biest van goede kwaliteit voor kalveren van koeien die mindere kwaliteit produceren. De biest kan volledig vervangen of slechts aangevuld worden. Houd in beide gevallen wel een administratie bij: noteer van welke koeien goede biest bewaard is.
  • Gebruik de mindere kwaliteit voor de derde of vierde biestvoeding.

Belangrijk bij biestverstrekking

Daarnaast zijn algemene randvoorwaarden van belang bij biestverstrekking:

  • De hygiëne rondom de biest is erg belangrijk in verband met de overdracht van diverse ziektes.
  • Haal een kalf bij voorkeur direct van de koe af. Er is namelijk geen zicht op de opgenomen hoeveelheid melk en een kalf drinkt meestal alleen van de voorspenen en krijgt daardoor eerder verdunde biest binnen.
  • Melk een koe zo snel mogelijk na het kalven met het oog op verdunning en resorptie van IgG’s.
  • Koel biest voor bewaring (op 4 graden) direct na het melken, zodat bacteriën weinig kans krijgen. Bewaar biest voor langere tijd in de vriezer.
  • Ontdooi bevroren biest geleidelijk en zeker niet in de magnetron. Snel ontdooien en een te hoge temperatuur beschadigen de IgG’s.

Laatste reacties

  • tinus888

    misschien wil denkavit wel even vermelden bij welke tempratuur de dobber moet worden afgelezen

  • WR33333

    De digitale meter corrigeert automatisch voor temperatuur (10 tot 40 graden)

  • u.lolkema1

    Kan ik de uitslag van de test ook ergens lezen?
    Kon op de site van Denkavit niets vinden.

Of registreer je om te kunnen reageren.