Rundveehouderij

Achtergrond 1918 x bekeken laatste update:4 mrt 2016

Duizend koeien op 
zestien melkrobots

Familie Lansink emigreerde via Canada naar voormalig Oost-Duitsland. Dat land bleef trekken en daar hebben de Lansinks dan ook een flink bedrijf ontwikkeld.

Een oudere dame in het dorp wijst Boerderij de weg naar de stal van Gerard, Ivonne en Guus Lansink in Wartenburg (D.). ‘Der offene Stall’, zo omschrijft ze de open stal die mensen in Oost-Duitsland niet gewend zijn.

In de enorme stal is het rustig. De zestien melkrobots melken de koeien. Een medewerkster is tussen de koeien bezig met het schoonmaken van de boxen.

De stal is een 6+6-rijige stal met voergangen aan de buitenkant. In de lengterichting doorsnijdt de voergang de stal. In de dwarsrichting zijn het de melkrobots die de stal in tweeën delen. Dat geeft vier compartimenten met elk vier melkrobots op drie dubbele rijen boxen. Bij de middelste dubbele rij scheiden twee hekken de groepen. “Zo ontstaan acht groepen met elk twee melkrobots, goed voor 120 koeien. In totaal kunnen zo rond duizend koeien gemolken worden. Doel is om dat begin 2016 te realiseren”, zegt Gerard. Nu zijn er rond 800 koeien aan de melk.

Eerst naar Canada

Lansink heeft de nieuwe stal eind 2014 in gebruik genomen. Gerard komt oorspronkelijk uit Vasse, hartje Twente. In Sibculo molk hij in 1992 al 85 koeien. Hij wilde boeren in Oost-Duitsland, maar Ivonne vond het geen prettige plek om kinderen op te voeden. Uiteindelijk togen ze in 1997 met drie kinderen naar Canada. Daar molken ze tien jaar 200 koeien.

In 2007 gingen ze met jongste zoon Guus naar het Oost-Duitse Wartenburg. Ze startten met 300 koeien. Geleidelijk groeiden het bedrijf en de veestapel. Op een tweede bedrijf pachtten ze gebouwen en ook daar molken ze koeien. Tot vorig jaar de nieuwe stal, die 150 bij 73 meter meet, werd opgeleverd.

Gerard was 52 jaar toen hij het avontuur in Oost-Duitsland aanging en 59 jaar toen de nieuwe stal klaar was. Dat is een investering van € 6,5 miljoen. Het tekent de ondernemer en zijn vrouw, die er beiden niets voor voelen om het iets kalmer aan te doen. “Je moet je bedrijf blijven ontwikkelen. Ook als Guus geen boer zou willen worden, laten we het bedrijf groeien. Dat is geweldig om te doen.”

In de eerste ‘robotstraat’, dwars op de lengterichting van de stal, staan acht robots. Dan volgt een oversteek over de voergang en volgt de tweede straat met acht robots.
In de eerste ‘robotstraat’, dwars op de lengterichting van de stal, staan acht robots. Dan volgt een oversteek over de voergang en volgt de tweede straat met acht robots. Wijnand Hogenkamp

Zoeken naar efficiëntie

Met de huidige melkprijs is het echter minder leuk. “We hebben fors geïnvesteerd. De robots draaien nu volop, ook het personeel is ingewerkt”, zegt Gerard. Automatisering was niet vanzelfsprekend in de nieuwbouw. Hij heeft gekeken naar een H-profielstal met een melkstal in het midden. Het grootste probleem was dat daarvoor het bouwblok te klein is. Als het al zou passen, zou uitbreiden in de toekomst zeker lastig zijn. “De stal die er nu staat, zou je er nog eens naast kunnen bouwen. Nog groter maken biedt geen voordeel. Dan worden afstanden in de stal te lang.”

Nu is het doel de efficiëntie van het bedrijf te verbeteren. De automatisering moet zich terugbetalen in het verlagen van personeelskosten. “Onze kostprijs is nu 32 cent, inclusief 7 cent personeelskosten. Onze melkprijs is 27 à 28 cent. Het is niet alleen dat de melkprijs nu op dit niveau ligt, maar 28 cent is ook ons streven als kostprijs voor de langere duur. Daarbij past 3 à 4 cent personeelskosten”, zegt Ivonne. Een deel van de efficiëntie komt nog uit de uitbreiding van het aantal koeien, zodat de kosten over meer liters worden uitgesmeerd. Maar dat is slechts 1 cent. Er moet dus nóg 2 à 3 cent kosten af. Nu bekijken Gerard en Ivonne of en hoeveel personeel ander werk moet zoeken. Een lastige beslissing, die ook bij het ondernemerschap hoort.

{{foto,2}}

 

De kostprijs van 28 cent moet ook tot stand komen via goedkoop voer. “We hebben veel eigen grond. Dus zetten we de prijs van mais op €30 per ton. De marktwaarde is hoger, maar wij vinden dit reëel. Je kunt eigen mais nog lager inzetten, maar dat is onzin. Eigen mais kost ook geld”, vindt Gerard.

In de praktijk

In de stal is koecomfort belangrijk. De boxen zijn 1,25 meter breed en voorzien van 4 centimeter latex en 1 centimeter afdekmat. De roosters rondom de melkrobots zijn deels voorzien van rubber, de koeien verblijven daar veel. Ze gaan naar een aparte droogstandsgroep en komen kort voor kalven in een strohok.

De medewerkers bedienen tot op zekere hoogte de melkrobots en draaien lijsten uit. Bij elke twee robots moeten op termijn 120 koeien lopen die een vaste groep zijn, met vaarzen, tweedekalfs en oudere koeien in diverse lactatiestadia. Er zijn dus acht kuddes van 120 koeien. Elk dier komt na afkalven weer in zijn eigen groep. Lansink heeft nagedacht over vaarzengroepen en groepen met hoog- en laagproductief vee, maar ervaringen uit het verleden waren niet altijd positief. “Elke koe haar eigen kudde geeft de meeste rust. Daar gaat het ons om.”

Ruime boxen, voorzien van latexonderlaag en een 1 centimeter dikke toplaag, zijn onderdeel van het koecomfort in de stal.
Ruime boxen, voorzien van latexonderlaag en een 1 centimeter dikke toplaag, zijn onderdeel van het koecomfort in de stal. Wijnand Hogenkamp

Foto

  • Duizend koeien op 
zestien melkrobots
    Foto: Wijnand Hogenkamp

Of registreer je om te kunnen reageren.