Rundveehouderij

Achtergrond 2123 x bekeken 1 reactie

Stabielere fase met strengere financiering

Rabobank voorziet weinig groei in melkproductie. Financiering blijft op basis van een melkprijs van 34,5 cent. De grondprijs zal tot 10 procent dalen.

Na een paar stormachtige jaren gaat de melkveehouderij een stabielere fase in. Een fase met uitdagingen op het gebied van duurzaamheid, maar ook met een verbeterende concurrentiepositie.

Melken in balans

Deze situatie neemt Rabobank de komende jaren als uitgangspunt bij de financiering van melkveebedrijven, blijkt uit de afgelopen week verschenen visie ‘Melken in balans’.

Rabobank verwacht hogere melkprijs

De bank gaat uit van een Nederlandse melkproductie van 14 miljard kilo, ongeveer 10 procent meer dan het huidige productieniveau. Uitgangspunt bij het opstellen van financieringsplannen blijft een melkprijs van 34,5 cent per kilo en een rekenrente van 4,5 procent. Beide zijn nu in de praktijk lager, maar de bank verwacht dat de melkprijs in de loop van het komende jaar aantrekt, terwijl ze er ook rekening mee houdt dat de huidige rente niet steeds zo laag blijft als nu.

Melkveehouder moet goed blijven opletten

De concurrentiepositie van de Nederlandse melkveehouderij is goed en de ­afgelopen jaren zelfs licht verbeterd. De kostprijs is minder snel opgelopen dan in andere grote productieregio’s. Melkveehouders in andere regio’s zullen door hun opgelopen kostprijs bij een lage melkprijs eerder hun productie krimpen of staken, waardoor prijsdalingen minder lang gaan duren dan voorheen. De bank verwacht dat de sector dit voordeel kan behouden, maar dan moeten melkveehouders wel goed blijven opletten. “Het is geen legitimatie om de eigen kostprijs ongebreideld te laten stijgen”, aldus Ruud Huirne, directeur Food & Agri.

Inzet op duurzaamheid vergroot

De bank beloont bedrijven extra die bij hun investeringsplannen inzetten op dierenwelzijn en duurzaamheid. Ze kunnen meer geld lenen en tegen gunstiger rente dan bedrijven die dat niet doen. Dit is omdat wie zich nu ‘indekt’ tegen toekomstige regelgeving, minder risico loopt dat er later alsnog dure investeringen volgen.

Groenfinanciering

Rabobank Nederland gaat graag nog verder met het helpen van deze bedrijven, bijvoorbeeld door verruiming van mogelijkheden tot groenfinanciering, maar daarvoor heeft het de overheid nodig. Daarnaast werkt de bank aan een extra, eigen product, de ‘impactlening’ die eind dit jaar op de markt komt.

Weidegang is een 'must'

De bank vindt verduurzaming in het algemeen van groot belang, maar noemt weidegang een ‘must’. Dit vanwege de zichtbaarheid van de koe. De melkveehouderij en zuivelindustrie moeten wat Rabobank betreft daarom de komende jaren nog sterker inzetten op weidegang, met name door het vergroten van het melkprijsverschil. Anders wordt de 
80 procent weidegang, zoals genoemd in het Convenant Weidegang, volstrekt onhaalbaar. Sectormanager veehouderij Marijn Dekker noemt de 80-procentsdoelstelling ‘een grote uitdaging’, ook al omdat stoppers in het algemeen meer weiden dan groeiers.

Weidepremie moet voelbare bonus blijven

Dekker noemt het opvallend dat nu de melkprijs laag is, relatief meer boeren aan weidegang doen dan toen de melkprijs hoog was. Nu tikt de weidepremie relatief harder door. Zo zou het volgens de bank steeds moeten blijven. De weidepremie moet steeds een voelbare bonus blijven, eventueel door een herverdeling van het melkgeld.

Stabielere fase met strengere financiering
Foto: Marten Sandburg

Geborgde mestaanvoer en dierenwelzijn

Rabobank zet weidegang niet om in concrete rentepercentages, maar noemt het wel als een van de factoren die meetellen bij de omvang van de lening en de hoogte van de rente. Een geborgde mestaanvoer richting mestverwerkers en meer dierenwelzijn zijn andere zaken die daarvoor meetellen.

Sneller aflossen

Wie als melkveehouder geld wil lenen bij Rabobank, kan rekenen op een ­gewillig oor. Hij moet behalve met de toenemende druk om te verduurzamen, ook rekening houden met steviger eisen van de bank voor wat betreft aflossing en zicht op de eigen financiën. De bank wil dat veel meer dan de huidige 10 procent een liquiditeitsbegroting gaat bijhouden, liefst één die rekening houdt met verschillende scenario’s. Dat voorkomt onaangename verrassingen bij zowel de boer als de bank.

Daarnaast wil Rabobank dat melkveehouders sneller aflossen om ruimte te scheppen voor nieuwe investeringen. “Het vliegwiel moet blijven draaien”, stelt Dekkers. De bank wil geen herhaling van de oude situatie met hoge bedragen aan niet-afgeloste leningen voor melkquota.

Politiek is aan zet

Volgens Huirne is het zaak dat de huidige onzekerheid over nieuwe productie­beperkingen snel wordt weggenomen. “Hoe eerder de politiek een knoop doorhakt, hoe beter”, aldus de Rabo-topman. “Het strategische gedrag dat veel veehouders vertonen om zich in te dekken tegen eventuele overheidsmaatregelen (extra vee, land, rechten) kost veel geld en kan beter worden gestoken in bijvoorbeeld meer dierenwelzijn.”

Problemen bij mestafzet

Rond de mestafzet ziet Huirne problemen opdoemen. Melkveehouders vertrouwen volgens hem te veel op de beschikbaarheid van VVO’s om investering in mestverwerking op bedrijfsniveau te ontlopen. Maar de beschikbaarheid van VVO’s vanuit de varkenshouderij is eindig, terwijl er steeds meer van nodig zijn vanwege aanscherping van mestafzetnormen. Daardoor zullen ook melkveehouders uiteindelijk al dan niet collectief in mestverwerking moeten investeren.

Vanwege de noodzaak voor veel bedrijven om meer te investeren in onder meer fosfaatrechten, zal de druk van de melkveehouderij op de grondmarkt afnemen. “Fosfaatrechten en grondprijzen zijn communicerende vaten”, aldus directeur landbouw Ruud Huirne. Rabobank houdt er rekening mee dat de grondprijs door deze ontwikkeling tot 10 procent kan dalen in de komende jaren.

Klaas van der Horst, Robert Bodde en Jan Willem Veldman

Eén reactie

  • jan doedel

    er was toch niks aan de hand volgens de rabo in melkveehouderij ? ze denken maar aan 1 ding en dat is aan hun eigen.de bank met ideeen.

Of registreer je om te kunnen reageren.