Rundveehouderij

Achtergrond 271 x bekeken laatste update:18 mrt 2016

Hard voeren, jong insemineren

Vaarzen jong laten afkalven bespaart opfokkosten en leidt tot een hogere levensproductie. De vaarzen van maatschap Meijer kalven probleemloos af op 22 maanden leeftijd.

Vaarzen die met 24 maanden 
afkalven in plaats van 26, kosten minder aan opfok en geven meer melk in de eerste twee lactaties. De vaarzen van de familie Meijer kalven al jaren af op 22 maanden, en presteren daarna succesvol. Naast lagere opfokkosten speelt voor Bennie en Elly ook mee dat ze zo minder voer nodig hebben, en dat het bedrijf minder mest produceert. Bijkomend voordeel is dat de veestapel sneller groeit, zodat ze de veestapel met eigen jongvee kunnen uitbreiden.

Afkalfgemak gevolgd door groei

Achter in de 120 meter lange ligboxenstal staat een groepje vaarzen te vreten. Ze zien er niet zo jong uit als ze in werkelijkheid zijn. Al staan de dieren 10 centimeter lager dan de voergang, het zijn overduidelijk beste vaarzen. Die stevige maat hebben ze nog niet bij hun geboorte. Bij Meijer steken ze juist in op kleine, lichte kalveren. Het groeien moet direct na de geboorte beginnen. Ze selecteren de fokstieren op afkalfgemak en een zo kort mogelijke dracht.

Beweeg over het icoon voor meer bedrijfsinformatie.

Er komt geen rietje sperma het bedrijf binnen van stieren die onder de 100 scoren op afkalfgemak. Met deze aanpak bedraagt de gemiddelde dracht voor een vaarskalf 277 dagen en voor een stiertje 279 dagen. De kalveren wegen hooguit 40 kilo bij hun geboorte, maar zijn volgens Bennie veel 
vitaler dan grotere, zwaardere kalveren. Ook op het punt van de voeding hebben de veehouders een eigenzinnige aanpak.

Hard voeren, weinig problemen

Ook de kalveren staan er goed bij. In het eerste hok is eigenlijk niet te zien dat de dieren een paar weken geleden zijn geboren op een gewicht van 35 kilo. Vanwege het harde voeren moeten de veehouders elke vijf weken de ruggen scheren, zodat de warmte weg kan. “Anders staan ze werkelijk nat van het zweet. Dat is vragen om problemen”, legt Elly uit.

Hoewel er drie leeftijdsgroepen naast elkaar staan, zien de veehouders weinig gezondheidsproblemen. Afgelopen winter was het aantal hoesters in de oude akkerbouwschuur op twee handen te tellen. Ook is geen spoortje van diarree te zien bij de kalveren. Standaard krijgen ze op drie weken een behandeling tegen coccidiose. Een flesje Baycox van 250 ml kost bijna €85, volgens Bennie een tientje per kalf. “Dat staat niet in verhouding tot de groeiderving als er ’n paar ziek worden.”

Het geboortegewicht van 35 kg is niet aan de kalveren af te zien. Binnen een jaar wegen ze 200 kg.
Het geboortegewicht van 35 kg is niet aan de kalveren af te zien. Binnen een jaar wegen ze 200 kg.

400 kilo bij inseminatie

Rond de vier maanden gaan de kalveren naar de opfokker. Dan wordt het voor de veehouders een beetje spannend, maar hun gewenste afkalfleeftijd is in de dagvergoeding meeberekend. Dat betekent dat de opfokker geld toe krijgt als de vaarzen met 22 maanden afkalven.

Daar de kalveren de eerste vier maanden al hard zijn gevoerd, halen ze op zes maanden vrijwel allemaal een gewicht van 200 kilo. Vervolgens is het aan de opfokker om die groeilijn door te zetten, en ze op een gewicht van 400 kilo te hebben als ze een jaar worden. “Hij heeft wel het voordeel dat ze hier al hard hebben leren vreten. Dan pakken ze het bij de opfokker ook goed aan. En na tien jaar weet hij ondertussen precies hoe te voeren”, legt Bennie uit. Hij laat de pinken, net als de koeien, met stieren met een hoog afkalfgemak insemineren.

Alleen biest van koeien die maximaal 6 tot 8 liter geven blijft bewaard. Bij een hogere melkgift is de kwaliteit onvoldoende.
Alleen biest van koeien die maximaal 6 tot 8 liter geven blijft bewaard. Bij een hogere melkgift is de kwaliteit onvoldoende.

Zijn ze na twee of drie inseminaties nog steeds niet drachtig, dan gaat de eigen stier erbij. Langer wachten is niet wenselijk omdat de pinken dan te vet worden, met eventuele afkalfproblemen als gevolg.

Hoge producties

De vaarzen komen twee tot vier maanden voor ze afkalven terug op het bedrijf. Dit geeft ze voldoende tijd om te wennen en om bedrijfseigen afweerstoffen op te bouwen. Later terugkomen geeft zwakkere kalveren, vindt het veehouderspaar. Een maand voor het afkalven komen de dieren in de close-upgroep met de droge koeien. Na het kalven worden de vaarzen in een aparte groep gezet en gemolken. In de grote koppel zouden ze te veel ondersneeuwen.

De vaarzen zijn goed aan de maat. In hun eerste lactatie starten ze rustig op, om in de tweede boven de 10.000 kilo uit te komen.
De vaarzen zijn goed aan de maat. In hun eerste lactatie starten ze rustig op, om in de tweede boven de 10.000 kilo uit te komen.

Het in drie groepen melken – vaarzen, verse koeien en hoogproductief – geeft wel meer werk, maar zorgt voor gezondere koeien en minder problemen. De jonge leeftijd van de vaarzen doet niets af aan de productiecijfers. Ze starten misschien voorzichtig op, maar maken dat op latere leeftijd meer dan goed. Uit de laatste MPR-cijfers blijkt dat de 71 vaarzen op een gemiddelde afkalfleeftijd van 1.10 jaar een gemiddelde 305-dagenproductie haalden van 8.328 kilo met 4,25% vet en 3,48% eiwit.

De tweedekalfskoeien (2.11 jaar) zaten op 10.224 kilo met 4,03% vet en 3,42% eiwit, en de oudere koeien op 11.269 kilo met 4,12% vet en 3,42% eiwit. Als voorbeeld wijst Bennie trots naar een foto van een witte koe in de kantine. Een Snowman die met 1.09 jaar afkalfde en in de eerste lactatie 9.291 kilo melk gaf, en met 89 punten werd ingeschreven. Inmiddels is ze zes jaar met een levensproductie van 60.000 kilo. “Met 1,60 meter een hele beste die heel rustig begon, maar de productie elke week verder ontwikkelde. Zo zie ik ze het liefst.”

De trots van het bedrijf: de zesjarige Snowman met een levensproductie van 60.000 kg kalfde met 1.09 jaar af.
De trots van het bedrijf: de zesjarige Snowman met een levensproductie van 60.000 kg kalfde met 1.09 jaar af.

Of registreer je om te kunnen reageren.