Rundveehouderij

Achtergrond 523 x bekeken

’Beter voer houdt vee gezond’

Schmallenberg kan, net als eerder de blauwtong, zo’n probleem worden bij de veestapel omdat de dieren te weinig weerstand hebben. Oorzaak is te eenzijdige voeding, stelt deskundige André Nijhof.

Voor een effectieve aanpak van de Schmallenberg-problematiek wordt te eenzijdig gezocht in de veterinaire hoek. Het zoeken naar besmettingsroutes, verspreiders en vaccins tegen het virus is goed werk, maar beslist niet de enige remedie, meent veevoerdeskundige André Nijhof uit het Twentse Zenderen. Minstens zo belangrijk is een scherp oog voor de weerstand van dieren. Zouden ze een voldoende gevarieerd rantsoen aan mineralen en sporenelementen binnen krijgen, dan was de weerstand van de veestapel veel groter dan nu en zou het Schmallenberg-virus veel minder schade aanrichten bij het vee dan het nu doet, stelt hij.

Heeft u bewijs voor uw stelling? Het klinkt nogal sterk.
”De meeste veevoerleveranciers gebruiken nog maar vier of vijf verschillende soorten mineralen en sporenelementen in hun voer. Net zoals ze ook nog maar enkele basisgrondstoffen meer gebruiken. Puur omwille van de prijsconcurrentie. Om daarmee eiwit naar boven te krijgen en te zorgen voor groei, is niet zo moeilijk. Dieren gezond houden is een ander verhaal. Ik zie het terug bij het vee van mijn eigen klanten. Daar kampt men nauwelijks met problemen door Schmallenberg.”

Wat is dan uw remedie?
”Een bredere selectie aan mineralen, sporenelementen en anti-oxydanten aan het voer toevoegen. Nu wordt een element als selenium wel steeds meer aan banden gelegd, maar het is toch nodig. Soms wordt het nog wel aan voer toegevoegd, of op het land gestrooid, maar dan vergeet men weer dat het alleen door het dier wordt opgenomen in combinatie met vitamine E. Zo zijn er meer voorbeelden. Wij letten daar op en stellen per bedrijf een rantsoen samen. Een premix-fabrikant fabriceert het recept. Dat is iets duurder, maar het betaalt zich uit in lagere veeartskosten.”

U trekt uw conclusies uit uw observaties en uit het feit dat uw klanten minder problemen hebben dan gemiddeld. Is er nog meer dat uw stelling ondersteunt?
”Ja, door te kijken naar de verschillen in de mate waarin Schmallenberg toeslaat bij schapen en bij koeien. Koeien worden nog bijgevoerd door de veehouder en krijgen zo een iets gevarieerder rantsoen. Schapen leven het hele weideseizoen op alleen maar gras. Als ze in de wei lopen is het ook erg moeilijk om er meer in te krijgen. Ze hebben daardoor minder weerstand. Schapenstapels worden daardoor massaler getroffen. Vaak zijn nagenoeg alle dieren getroffen, bij koeien zijn het meestal maar enkele dieren uit een veestapel. Je ziet nooit dat het hele bedrijf is getroffen.”
”Ik zou zeggen: wil je iets doen aan de weerstand van de dieren, bemonster eens op selenium of neem eens een leverpunctie van een dier. Dan kun je aan de hand van de bloedwaarden zien wat er aan de hand is.”

Of registreer je om te kunnen reageren.