Rundveehouderij

Achtergrond 431 x bekeken

'Beslissers hadden geen kennis van de situatie bij de dijk'

Melkveehouder Piet van der Til uit Tolbert trok op 4 januari aan de bel bij het waterschap Noorderzijlvest.

De dijk langs de Matsloot achter zijn boerderij zou wel eens iets te laag kunnen zijn om het water in de Matsloot te kunnen keren. Met zijn telefoontje begon een mallemolen, waarover Van der Til (46) zich met het uur meer verbaasde. Toen hij op 5 januari 's ochtends vroeg door de Mobiele Eenheid uit bed getrommeld werd, was de melkveehouder stom verbaasd.
”U moet weg, de dijk gaat er aan”, was de boodschap van de politiemensen. ”Welke dijk?”, vroeg Van der Til. ”Dat weten we niet, maar u moet weg”, was het antwoord.

Van der Til belde zijn contactpersonen bij het waterschap. ”Het gaat om de dijk bij jou achter”, hoorde Van der Til zeggen. De veehouder wist dat de dijk op een aantal punten iets te laag was. Maar er was geen sprake van dat de dijk zou doorbreken, toen hij er voor het laatst was langs gelopen. ”De dijk was droog. Ja, het water aan de andere kant stond hoog, maar dat betekent niet dat hij doorbreekt. Om zes uur ’s ochtends wist ik al dat er niets aan de hand was – en toen moest het circus nog beginnen.”

Terwijl buurtgenoten zich door de Mobiele Eenheid uit huis lieten halen en zich voorbereidden op evacuatie, koos Van der Til voor een andere aanpak: hij wilde dat de dijk op hoogte kwam. ”Als er water over de dijk zou gaan, was dat nog niet zo’n probleem. Er is hier genoeg capaciteit in de polder.”

Hij hoeft geen gelijk achteraf. Maar voor Van der Til is duidelijk geworden dat bij de beoordeling van de situatie in de Tolberter Pettenpolder veel mensen niet wisten wat de kern van het probleem was. Zeker de overheid was niet goed geïnformeerd. Daardoor zijn besluiten genomen die echt niet nodig waren.

”Ik wist het hoge water van 1979 nog te herinneren. Toen was de dijk wél slecht. Destijds zijn we met alle boeren uit de omgeving hard gaan werken aan het behouden van de dijk. Nu was er niemand meer die daar aan dacht. En het enige wat er moest gebeuren, was dat ongeveer 175 meter van de dijk iets hoger moest worden. Het was een kwestie van de vinger aan de pols houden. De veldmedewerkers van het waterschap wisten het, maar ook zij wisten niet meer door te dringen tot de top van het waterschap.”

Van der Til ging zelf aan de slag met de dijk, hij zorgde dat zandzakken op de goed plek kwamen. ”Ik heb die dag drie keer zandzakken besteld – niemand anders deed dat. Het heeft me verbaasd dat niemand met me meedeed. Iedereen was in paniek door de mededeling van de ME, iedereen was bezig met de evacuatie. Niemand was bezig waarmee ze bezig moesten zijn, het ophogen van de dijk.”

Waar vroeger de gemeenschapszin en de kennis aanwezig waren om gezamenlijk de dijk op orde te brengen, werd nu de regie in de besluitvorming naar een hoger niveau getrokken door mensen die niet precies van de lokale situatie op de hoogte waren, zegt Van der Til. ”Dat is het echte probleem: vroeger zaten er boerenmensen bij de waterschappen. Maar nu gaat het om stedelingen, die dachten te weten hoe het zat, maar het niet wisten. Begrijp me goed: iedereen is van goede wil. Ze sturen mensen niet voor de lol weg.”

Van der Til trekt aan de bel, omdat hij denkt dat de situatie in Tolberter Petten geen incident is. Hij vreest dat bij andere waterschappen en gemeenten de gewone boerenkennis is weggevloeid, en aan de andere kant heeft iedereen te veel vertrouwen in de overheid: ”We nemen aan dat wat de overheid vertelt ook klopt. Maar dat is niet altijd zo. Wat ik geleerd heb dat je in zulke situaties niet blindelings op de overheid moet vertrouwen: die staat er te ver vanaf.”

De les die Van der Til getrokken heeft: Als ik geweten had welk circus mijn telefoontje teweeg zou brengen, dan had ik zelf zandzakken besteld en de situatie opgelost. Dan had er niemand naar gekraaid.”

Het waterschap Noorderzijlvest laat een evaluatie uitvoeren naar de gebeurtenissen bij de Tolberter Pettenpolder en de evacuatie bij Woltersum. Daar zal ook de vraag aan de orde komen of de oproep tot evacuatie in de Tolberter Pettenpolder wel terecht was. Burgemeester Hoekstra van Leek zei in een eerste reactie op de opmerkingen van melkveehouder Van der Til dat mensen in de omgeving vaak beter dan geen ander weten hoe de situatie ter plekke is, ook omdat ze er al jaren wonen. Desalniettemin houdt hij vast aan de opvatting dat het advies tot evacueren terecht is gegeven.

Hoogleraar bestuurskunde Michiel de Vries (Radboud Universiteit Nijmegen) zegt dat bij crisis-situaties bestuurders vaker de neiging hebben om het met elkaar eens te zijn. ”Ze luisteren naar vriendjes en komen soms overhaast tot beslissingen.” De Vries zegt niet dat dat ook in het crisisteam in Groningen zo gegaan is: ”Ik ben daar niet bij geweest, maar als ik het verhaal van de boer zo aanhoor, klinkt me dat toch bekend in de oren. Je moet je ook bedenken dat niemand verantwoordelijk wil zijn voor de situatie dat ze niet hebben besloten tot evacueren, als de dijk wel doorbreekt. Dan kies je toch snel het zekere voor het onzekere. Maar in zulke situaties en bij zulke beslissingen is het goed om even rust te nemen, even terug te gaan naar de plek waar het om gaat, en vooral om naar kritische vragen te luisteren. Dat laatste moet je eigenlijk inbouwen.” De Vries zegt dat een evaluatie veel informatie kan geven over de besluitvorming – zeker als van de vergaderingen van het crisisteam verslagen zijn gemaakt, of bandopnamen.

Of registreer je om te kunnen reageren.