Rundveehouderij

Achtergrond 203 x bekeken

't Hart: niet aarzelen om toe te slaan

Een 9,3 procent hogere netto-omzet, maar een 18,6 procent lagere winst. Op het eerste gezicht en voor de buitenwereld valt het resultaat van FrieslandCampina over het eerste halfjaar van 2011 niet erg mee. Maar wie kijkt hoe het bedrijf in elkaar zit en hoe de leden van de coöperatie erbij varen, komt tot een meer genuanceerde conclusie, betoogt directievoorzitter Cees ‘t Hart.

In zijn werkkamer op de bovenste verdieping van het centrale kantoor in Amersfoort geeft hij een toelichting op de resultaten. ”De leden hebben een bijna 20 procent hogere melkprijs ontvangen dan in de eerste helft van vorig jaar. De garantieprijs is hoger en ze ontvangen een hogere prestatietoeslag.” Dat komt wel door een aanpassing van de winstverdeling, maar toch.

Ook ten opzichte van andere grote voedingsbedrijven heeft FrieslandCampina het niet slecht gedaan, stelt ’t Hart. Hij pakt er een overzicht bij dat hij ook heeft gebruikt op de ledenraadsvergadering en waarin de halfjaarresultaten worden vergeleken met die van Nestlé, Danone en Unilever. Daarin scoort FrieslandCampina zeker niet minder dan de concurrentie, behalve als het gaat om het doorberekenen van de hogere inkoopprijzen van melk. En die tikken bij FrieslandCampina bovengemiddeld zwaar aan. ’t Hart: ”Als de inkoopprijs van onze melk met 20 procent stijgt, kun je dat niet klakkeloos doorberekenen aan de retail. Daar moet stevig over worden onderhandeld.”

Supermarkten en andere afnemers accepteren zo’n prijsverhoging voor hun producten niet zonder slag of stoot. Zeker niet in een uiterst concurrerende markt als de markt voor consumentenzuivel. Die 20 procent hogere prijs voor de melk betalen we overigens wel aan de leden, benadrukt ’t Hart.
De druk op de marges speelde vooral op de Duitse markt. Dat is qua volume de belangrijkste Europese markt, maar ook een moeilijke markt, met zware concurrentie. ’t Hart's analyse is dat de Duitse markt structureel lastig blijft. ”Het is een markt die we niet willen en kunnen missen. Vanwege de omvang en omdat er leden van ons zitten, maar het is tegelijkertijd ook een uitermate onaantrekkelijke markt. Resultaten moeten we daar zien te behalen door een sterke kostenbeheersing en productinnovaties.”

Dat betekent trouwens niet dat het met alle producten moeilijk gaat in Duitsland, stelt ’t Hart. ”Onze merken doen het relatief goed en een product als Landliebe-melk groeit zelfs tegen alle verdrukking in.” Blijft echter staan: ”Europa moeten we fixen, maar het is op dit moment een minder aantrekkelijke markt.” Wel is het overigens de verwachting dat de resultaten in Europa in de tweede helft van dit jaar beter zijn, omdat de hogere zuivelprijzen dan beter kunnen worden doorberekend. Prijsverhogingen in het supermarktkanaal lopen altijd na.

Heeft de grote divisie Consumer Products Europe (CPE) – met een derde van de omzet – het lastig, de groep Ingrediënts doet het juist meer dan uitstekend. Die rapporteerden een winststijging met meer dan 50 procent. ’t Hart: ”Er is veel belangstelling voor onze gespecialiseerde ingrediënten. Daar hebben we een goede naam mee opgebouwd en dat merken we.”

Een land waar behoorlijk goede orders vandaan komen, is China. Zaken worden gedaan via een verkoopkantoor in China. Vanuit China is er ook veel belangstelling voor Nederlandse melk, in het bijzonder kindervoeding. FrieslandCampina scoort er vooral met Friso-kindervoeding. Niet via het supermarktkanaal, zoals andere producenten doen. FrieslandCampina verkoopt haar kindervoeding met name via internet. ’t Hart: ”We richten ons op de groep mensen met een bovengemiddeld inkomen. Die benaderen we op het internet en via een Prenatal-achtige keten. Dat kost ons ook nog eens weinig reclame-uitgaven. Deze operatie was dan ook al vanaf de start winstgevend.”

Elders in Azië en Afrika blijft FrieslandCampina het ook prima doen, al spelen hier en daar valutaperikelen. De resultaten in landen als Nigeria en Maleisië zijn prima. Ook in het Midden-Oosten lopen de verkopen gemiddeld genomen goed. Dit onderstreept maar weer eens hoe belangrijk het is om als goede voedingsproducent een stevige voet aan de grond te hebben in Aziatische markten, stelt ’t Hart. ”Als je daar niet stevig aanwezig bent, heb je het lastig.”

De vierde divisie, die van kaas, boter en melkpoeder, deed het door de hoge zuivelgrondstofprijzen ook relatief goed, al wordt nog altijd verlies geschreven. Na een herschikking zitten nu alle basisgrondstoffen in deze divisie. Dus sinds enige tijd ook de gewone melkpoeders. Voor de afzet van deze producten speelt de samenwerking met de handel een belangrijke rol. ’t Hart: ”We kunnen dat allemaal zelf doen, maar gespecialiseerde bedrijven kunnen dat soms veel beter. Bovendien zijn de krachten in de handel zo sterk dat je het daar ook niet altijd van kunt winnen.”

FrieslandCampina’s voorganger Friesland Foods heeft ooit geprobeerd zelf de kaashandel over te nemen, maar dat was geen succes. FrieslandCampina kiest er voor om een deel van de kaashandel via gespecialiseerde bedrijven te laten verlopen, zoals Anker en Zijerveld. De poederhandel verloopt deels via Hoogwegt.

Over eventuele aankopen en overnames laat ’t Hart zich niet uit. Het bedrijf heeft met 39,1 procent een bovengemiddeld eigen vermogen en beschikt over een solide uitgangspositie. Als de gelegenheid zich aandient, zal FrieslandCampina ook niet aarzelen om toe te slaan. ”Het is duidelijk dat, als er iets is, we wel willen kopen.”

Het solide eigen vermogen geeft ook rust in deze economisch onrustige tijden, benadrukt de topman. ”De komende twee jaren zouden zomaar een krimp van de financiële sector te zien kunnen geven. Dan wordt het veel moeilijker om aan financieringen te komen. Als wij kijken naar onze financiering, kunnen we rustig gaan slapen.”

Wat betreft de strategie zit FrieslandCampina op koers. Er worden ook prima successen geboekt op diverse markten en met tal van producten. ”Je moet echter wel een continue alertheid hebben op wat je aan het doen bent, en of succes wel echt het succes is zoals het zich aandient. Men zegt wel eens: succes wordt nooit geanalyseerd, maar je moet dat dus wel doen. Je moet weten waar het op is gebaseerd, anders sta je voor je het weet voor een verrassing.”

Einde quotumtijdperk

Het einde van de melkquotering in Europa per 2015 zal waarschijnlijk wel even een schokeffect veroorzaken in de zuivelmarkt, maar het zal geen structurele verstoring geven van de markt, verwacht directievoorzitter Cees’t Hart van FrieslandCampina. De mondiale vraag naar zuivel blijft toenemen, door een stijgende welvaart en met name in landen als China en India.

Ondertussen zijn er niet direct aanwijzingen dat de melkproductie in Europa na 2015 heel hard zal stijgen. Er zijn maar een paar landen in de EU die tegen hun quotum aan produceren of over hun quotum heen melken. Dat zijn Nederland, Denemarken en Oostenrijk. In de meerderheid van de lidstaten stabiliseert de melkproductie of neemt die zelfs af. Die situatie zal na het einde van de quotering niet sterk veranderen, is ’t Harts inschatting.

Hij wil hiermee niet zeggen dat de afschaffing van de quotering geen pijn kan doen. De markt zal ook nog meer volatiel worden dan nu. Toch verwacht hij niet dat afschaffing van de productiebeperking op de lange termijn meer zal zijn dan een rimpeling.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.