Rundveehouderij

Achtergrond 1757 x bekeken 1 reactie

’Griekse ex-eigenaar Lyempf moet zich verantwoorden’

Als John Karageorgis had gehandeld volgens het verhaal waarmee hij bij zuivelbedrijf Lyempf binnenkwam, was er van een faillissement geen sprake geweest.

Vorig eigenaar Siep van der Valk kampte met veel tegenslagen, waardoor het vermogen was uitgehold. Bij de overdracht aan Gramen Shipping & Trading was Lyempf in de basis echter weer winstgevend, vindt Van der Valk. De investeerder zoog het bedrijf direct na de overname leeg, een failliete boedel en onbetaalde boeren achterlatend.

Hij hoopt dat curator Dignus Meulenberg John Karageorgis hoofdelijk aansprakelijk zal stellen. Want dat heeft deze Griekse zakenman wel verdiend om zijn rol bij de ondergang van zuivelbedrijf Lyempf, vindt Siep van der Valk. ”Een aantal van de besluiten die tot het faillissement leidde, nam hij op persoonlijke titel, andere namens zijn bedrijf Gramen,” weet Van der Valk.
Hij wil niet wraakzuchtig overkomen, maar vindt wel dat het recht zijn loop moet hebben. ”Ik denk dat de curator sterke argumenten heeft voor een aanklacht wegens wanbeleid.”
Karageorgis nam in mei 2010 Lyempf over van Van der Valk. De Griek zou het bedrijf overnemen met als insteek dat het een broodnodige financiële injectie kreeg en de weer ingezette weg omhoog zou versterken. Dat was het verhaal waar hij mee binnenkwam. In werkelijkheid deed hij, in het geniep, juist het tegenovergestelde. Direct na de overname verpandde hij de vaste inkomsten van Lyempf en belastte het bedrijf bovendien met een zware schuld, ten behoeve van een schimmig olijfproject in Griekenland. Dat het vervolgens nog driekwart jaar duurde voordat de fabriek in Kampen omviel, mag bijna een wonder heten.

Inmiddels is Karageorgis gevlogen, terug in Griekenland, en is het failliete Lyempf opgekocht door Hyproca. De boeren van Flevomelk, Noorderland Melk en andere leveranciers van Lyempf blijven achter met een miljoenenschuld. Want door het handelen van Karageorgis was er geen geld meer in kas om de boeren uit te betalen. In de zomer van vorig jaar begon het met een betalingsachterstand, maar die bleef oplopen. De vorderingen op Lyempf lopen op tot rond een ton per melkveehouder. Het leidt tot nijpende situaties. Uit de faillisementsopbrengst komen nog wel enkele miljoenen, maar de schuldeisers moeten waarschijnlijk genoegen nemen met hooguit 40 procent van hun tegoed en de uitbetaling kan nog wel even op zich laten wachten.

Vrij snel na de overname van Lyempf door Karageorgis werd Van der Valk als minderheidsaandeelhouder buiten spel gezet. Hij kreeg naar eigen zeggen pas eind 2010 lucht van het feit dat er iets mis was. ”Mensen bij Lyempf mochten al snel niet meer met mij praten.” Maar dat er een flinke betalingsachterstand aan de boeren was ontstaan, gaf te denken. Daarna volgden de ontwikkelingen elkaar in snel tempo op. In januari 2011 werd Lyempf door de banken onder bijzonder beheer geplaatst, het voorstadium van een faillissement. In de weken daarna ging het almaar slechter. Toen kwam Van der Valk ook weer meer in beeld, want al was hij weg uit Lyempf, hij was nog wel eigenaar van de grond en de gebouwen. Karageorgis probeerde, als opmaat naar een verkoop vóór een faillissement uit, die situatie nog in zijn voordeel te veranderen. Hij wilde Van der Valk dwingen het onroerend goed aan hem te verkopen. Op zich had hij daar goede papieren voor, want er lag een intentieverklaring over aankoop op termijn. Met de hulp van vaste afnemers van Lyempf en banken lukte het om dat te voorkomen. ”We wilden voorkomen dat Karageorgis nog meer schade zou aanrichten en ook met de opbrengst uit het onroerend goed er vandoor zou gaan,” vertelt Van der Valk.

De gekozen opzet slaagde. Veel bedrijven die het failissement van Lyempf zagen aankomen en het bedrijf graag wilden overnemen, hadden al van tevoren contact opgenomen met Van der Valk. Allemaal, een stuk of tien, wilden ze het onroerend goed van Van der Valk graag huren. De partij die het meest tegemoetkomend was, bleek Hyproca. ”Die wilde ook de bankschulden van Lyempf overnemen en bood de hoogste prijs voor de fabriek en voorraden,” vertelt Van der Valk. ”Naderhand kwam er nog een grote zuivelonderneming, die in contanten wel iets meer bood, maar zo veel aanvullende eisen had, dat het totaalbod toch ongunstiger uitpakte. Bovendien toonden ze gewoon pas heel laat interesse. Duidelijk het beste bod kwam van Hyproca. Er is niets achter de schermen afgesproken of iemand bevoordeeld. Het is een puur zakelijke afweging geweest. Hyproca had goede redenen om een goed bod te doen. Lyempf is van groot belang voor Hyproca-dochter Lypack en het aantal vrije producenten van grondstoffen voor kindervoeding, zoals Lyempf, is heel beperkt. Vandaar ook de grote belangstelling van anderen voor de fabriek. Kindervoeding is booming.”

Van der Valk wordt niet blij van de episode-Karageorgis en het daarop volgende faillissement. Ook vanwege alles wat hij naar zijn hoofd geslingerd kreeg door buitenstaanders.
”In 2004 heb ik Lyempf overgenomen van Nutricia. Ik heb er behoorlijk in geïnvesteerd, maar kreeg daarna te maken met een aantal forse tegenslagen; eind 2005 brand in de fabriek, driekwart jaar veel afkeur van product door een constructiefout in een nieuw apparaat, de vondst van een exotische bacterie in de aangevoerde melk en een noodgedwongen stilstand van twee maanden in één helft van de fabriek. Daar heeft de buitenwereld niets van gemerkt, want afgekeurd product ging de deur niet uit. Het gaat wel om grondstof voor kindervoeding en daar mag absoluut niets mis mee zijn. Het enige wat afnemers ervan merkten, was dat product soms wat later binnenkwam.

Ook was het eerst moeilijk om melk te contracteren. Veel bedrijven wilden me niet helpen. In 2007 was 90 procent van de voorziene melkbehoefte ingedekt, maar door alle storingen en afkeur kwam er te veel melk aan. Die moest in een slechte markt worden verkocht. De genadeklap kwam in juni 2009, toen Danone opeens de afname van 70 miljoen kilo melk stopte. Lyempf had dringend een extra financiële injectie nodig. Eerst leek dat van een Nederlandse partij te komen, maar die pakte niet door. Toen was er opeens John Karageorgis. Hij was een contact van mijn commercieel directeur en bleek van alles op de hoogte. Hij kwam met prima voorstellen. Omdat ik hem niet kende, heb ik hem proberen te screenen. We zijn niet over één nacht ijs gegaan. Ook de Deutsche Bank, waar ik mee werkte, screende hem. Ikzelf vond niets wat verdenking wekte, de bank was lovend. Helaas bleek dat geen garantie voor het gedrag van Karageorgis. Hij heeft iedereen bij de benen genomen. Hij is ook degene geweest die er tot nu toe geen cent bij in is geschoten. Als ik er beter van had willen worden, had ik vlak voor het faillissement een dealtje met hem moeten sluiten, dan was ik financieel het beste af geweest. Maar dat heb ik niet gewild.

In mijn tijd, tot en met mei 2010, heb ik iedereen altijd op tijd betaald. Ook heb ik de boeren altijd op de hoogte gehouden van het reilen en zeilen van Lyempf. Ik wilde dat het zo bleef. Het liep anders. Bij het faillissement heb ik, samen met klanten van Lyempf, er alles aan gedaan om Karageorgis verder buiten de deur te houden. Hij heeft genoeg schade aangericht.”

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    oud medewerker lyempf

    wat een vies verhaal van de heer van de valk ,,een mooi verhaal maken dat is het enige wat ie kan, en mensen om de tuin lijden, maar voor 2010 heeft hij de tent om zeep geholpen, dat van die griek is maar een schijntje vergeleken door de jaren vanaf 2004 tot 2010 wat hij heeft uitgespookt, en maar blijf predeken, dominees zijn er zat,,maar de gelovigen blijven weg.

Of registreer je om te kunnen reageren.