Rundveehouderij

Achtergrond 962 x bekeken

Plakkers bij megacoöperatie, verkassers bij kleinere bedrijven

FrieslandCampina, dan een hele tijd niets, en dan nog enkele middelgrote zuivelbedrijven. Dat is vaak het beeld van de Nederlandse zuivelsector. De werkelijkheid is veel genuanceerder. In totaal zijn veertig erkende kopers van koemelk actief. Daarnaast zijn er nog enkele leveranciersverenigingen, verwerkers en kopers die hun opwachting nog gaan maken.

Het is een stuk rustiger geworden op de zuivelmarkt sinds de melkveehoudersdroom over een vrije melkmarkt, waar ze tegen een spotmarktprijs van 50 cent of meer per kilo hun melk naar believen konden verkopen aan de hoogste bieder, uiteenspatte.

Dat was 2008. Daarna kwam de kater. Een melkmarkt met permanent hoge prijzen en aanbieders die de prijs bepaalden, bleek een illusie. Iedereen moest het weer gewoon doen met dezelfde oude coöperatie of particuliere verwerker waar men altijd aan verbonden was. De prijzen schoten in 2009 door naar het andere uiterste. Even rees zelfs de vraag of sommige van de oude vertrouwde verwerkers het wel zouden overleven.

Toch is sinds 2008 de zuivelmarkt nooit meer helemaal rustig geweest. Luchtkastelenbouwers als de gebroeders Van Bakel zijn weliswaar van het toneel verdwenen, maar de fusie van Friesland Foods en Campina en de teloorgang van Lyempf zorgden voor nieuwe beweging. FrieslandCampina moest bedrijven afstoten, waardoor nieuw spelers hun opwachting maakten op de Nederlandse zuiverlmarkt: Arla Foods en DeltaMilk. De laatste veranderde van een leverancierscoöperatie (die aanvankelijk ook meeliftte op het hoge tij van de zuivelmarkt in 2007 en 2008) in een serieuze verwerker met een eigen kaasfabriek.

Arla is vooralsnog uitsluitend een producent van dagverse zuivel. Dit bedrijf zegt ook eigen leveranciers te willen aantrekken, maar lijkt daar vooralsnog niet echt haast mee te hebben. Het neemt vooralsnog tegen een voordelig tarief melk af van FrieslandCampina, maar daar komt per 1 januari 2017 – over 5,5 jaar dus – een eind aan. Op dat moment moet Arla wel vervangende melkaanvoer hebben als het actief wil blijven op de Nederlandse markt.

Lyempf startte ook in 2007 met de werving van eigen boeren, eveneens met de belofte van een plus op de melkprijs. Het bedrijf begon met ruim 100 miljoen kilo melk, wat later groeide naar 150 miljoen. Door allerlei technische en kwaliteitsproblemen raakte het bedrijf eind 2009 in financiële moeilijkheden. Een vermeende redding door een Grieks bedrijf pakte totaal verkeerd uit, waardoor zo’n 120 boeren - grotendeels georganiseerd in drie leveranciersverenigingen - een nieuwe afnemer moesten zoeken; de laatsten in allerijl.

Een opvallend aspect bij al deze verschuivingen is echter dat de beweging vooral plaatsvond tussen de leden en leveranciers van de kleinere en middelgrote melkverwerkers. Bij FrieslandCampina zijn er sinds de fusie van dit bedrijf eind 2008 nauwelijks leden vertrokken. Dat is om meerdere redenen opmerkelijk.

Ten eerste kunnen de leden van FrieslandCampina bij vertrek aanspraak maken op een vrij riante vertrekpremie van vijf euro per 100 kilo geleverde melk. Bovendien vallen hun overige tegoeden bij de coöperatie vrij. Dit is door de Europese Commissie afgedwongen.

Ten tweede geven nogal wat leden van de coöperatie aan dat ze lang niet altijd tevreden zijn. Toch blijven ze. Blijkbaar wegen de niet-uitgesproken argumenen om te blijven zwaarder dan de onvrede die wordt uitgesproken.

En dan de worst die hen bij vertrek wordt voorgehouden. Nog een veelgehoorde overweging is dat het gros van de leden van FrieslandCampina toch meer vertrouwen stelt in de stabiliteit van hun coöperatie dan die van andere bedrijven. De ervaring met de extreem lage melkprijzen in 2009 heeft velen extra voorzichtig gemaakt.

Een extra geruststelling voor bestuur en directie van FrieslandCampina is dat het bedrijf weliswaar niet de hoogste melkprijs van Nederland betaalt, maar ook lang niet de slechtste. De specialisten Cono Kaasmakers en, meer nog, Rouveen kaasspecialiteiten, betalen beter. Dit zijn echter relatief kleine spelers, die bovendien geen plek hebben voor nieuwkomers. De andere verwerkers zitten doorgaans dicht in de buurt van de melkprijs die FrieslandCampina uitbetaalt. Daarbij fungeert de gigant uit Amersfoort, of ze wil of niet, vaak als prijszetter.

Voor kleine aantallen boeren is er afzet bij een tiental kleinere zuivelverwerkers, zoals toetjesproducenten De Zuivelhoeve in Almelo en de Natuurhoeve in Benschop, bij Klaver Kaas in Winkel of Özgazi in Etten-Leur.

Daarnaast zijn er nog de paar honderd leden van de leverancierscoöperaties Noorderland Melk, Flevo Melk en Eko Holland. Zij leveren veelal aan producenten van dagverse melk, zoals Veco Zuivel, Katshaar en aan het opnieuw gestarte Hyproca Lyempf.

In sommige gevallen gaat dat via bemiddeling van Steegro Dairy. Dit bedrijf heeft, anders dan Vrebamel, haar positie op de vrije melkmarkt goed weten te handhaven en zelfs te versterken. Het is dan ook beter omgegaan met het vertrouwen dat melkveehouders aan het bedrijf schonken.

Een enkele melkveehouder is zelf gestart met de verwerking en afzet van melk. Soms voor de productie van verse zuivel, soms voor de productie van ijs of kaas.

Melk verwerkt over de grens

Niet alle melk van Nederlandse veehouders wordt door Nederlandse bedrijven verwerkt. Enkele honderden veehouders leveren aan Belgische en Duitse bedrijven. In het noorden en oosten van het land zijn er tientallen veehouders die hun melk aan Duitse bedrijven verkopen, vaak via tussenpersonen. Tot deze Duitse verwerkers behoren onder meer Wiegert en Ammerland.

Groter is de stroom melk die naar Belgische verwerkers gaat. Zo is er het Belgische Walhorn, gevestigd in Epen, dat bij zo’n 70 Noord-Brabantse en Noord-Limburgse boeren melk ophaalt. Naar schatting gaat het om zo’n 40 miljoen kilo. Walhorn is voor 51 procent in handen van Lactalis, de Franse zuivelreus die met de overname van Parmalat hard op weg is om het grootste zuivelbedrijf ter wereld te worden.

De grootste stroom melk die naar België gaat, zo’n 60 miljoen kilo, wordt opgehaald door Milcobel. Deze heeft naar eigen zeggen 86 Nederlandse leden, vooral in Zeeuws-Vlaanderen en het zuiden van Noord-Brabant. Daarmee heeft de Belgische coöperatie meer boeren in Nederland dan FrieslandCampina in België.

Arla en Delta

Als gevolg van de fusie van Friesland Foods en Campina eind 2008 deden in eerste instantie twee nieuwe spelers hun intrede op de Nederlandse zuivelmarkt: Arla en DeltaMilk. Ze zijn nu zo’n 2,5 jaar actief in de voormalige fabrieken van FrieslandCampina in Nijkerk en Bleskensgraaf.

DeltaMilk is overigens geen geheel nieuwe coöperatie. Zij onstond in 2007 als leverancierscoöperatie uit inkoopcoöperatie DeltaFeed. De ongeveer 70 leden leverden melk tegen een plus van 2,5 cent bovenop de Cono-prijs aan zuivelverwerkers Özgazi en de Natuurhoeve.
Onenigheid over het contract leidde ertoe dat DeltaMilk nieuwe kansen zocht. Dat leidde tot de koop van de kaasfabriek in Bleskensgraaf. Vorig jaar maakte deze fabriek 2,25 miljoen winst. Het ledental is gestegen tot 150, maar nog altijd tweederde van de melk komt van FrieslandCampina. Er is dus nog een weg te gaan om tegen 2017 voldoende eigen melk te hebben.

Arla weert zich stevig, maar moet er hard aan trekken om haar positie te bevestigen. Of Arla Nederland winst maakt, is onduidelijk. Wel is helder dat het veel marketingkosten maakt. Het zegt eigen boeren te willen, maar veel werkt maakt Arla er nog niet van. Wel komt er inmiddels biologische melk van EkoHolland.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.