Rundveehouderij

Achtergrond 511 x bekeken

'Een boer weet vaak heel goed wat hij niet weet’

Met het afbouwen van de EU-landbouwsubsidies zoekt de zuivelsector naar instrumenten waarmee financiële risico’s kunnen worden afgedekt. Een van die instrumenten is de agrarische termijnmarkt.

Voor Joost Pennings – hoogleraar financiering en marketing aan de universiteiten van Wageningen, Maastricht en Illinois – is het een duidelijke zaak. ”De technische verschillen tussen melkveebedrijven in Nederland worden steeds kleiner. Het verschil wordt straks gemaakt door goede marketeers.”

De wijze waarop melkveehouders hun ondernemersrisico in de toekomst gaan afdekken, is volgens Pennings essentieel voor de continuïteit van bedrijven. ”Melkveehouders die het in de VS, ook tijdens de financiële crisis, goed hebben gedaan, maken gebruik van de termijnmarkt.”
De termijnmarkt is volgens Pennings zeker niet de enige plek waar financiële risico’s kunnen worden afgedekt. Sterker nog, als melkveehouders zowel hun vermogenspositie als hun liquiditeitspositie goed op orde hebben kunnen ze heel goed zonder. ”Maar ik ken weinig melkveehouders die zich in die positie bevinden. Een termijnmarkt voor zuivel kan daarom interessant zijn.”

Duidelijk is dat er ook in Nederland een einde komt aan de tijd dat het vrijwel onmogelijk was om failliet te gaan als melkveebedrijf. ”Brussel gaf, door lang een minimummelkprijs te garanderen, eigenlijk een constante put-optie (recht om tegen een vooraf bepaalde prijs te verkopen, red.) aan Europese melkveehouders”, zegt Pennings. Die tijd is straks voorbij. ”De interventieprijzen gaan structureel naar beneden.”

Relatief steeds meer grote agrarische bedrijven gaan volgens hem zelf risico’s afdekken op de termijnmarkten. Dat is in Nederland vooral zichtbaar in de akkerbouw en op kleinere schaal in de varkenshouderij. ”Er zijn ook agrariërs die vinden dat het afdekken van financiële risico’s een rol is voor de adviseur of coöperatie. Een boer weet vaak heel goed wat hij niet weet.”

De rol van coöperaties is volgens Pennings sterk aan het veranderen. ”Leden geven aan dat hun coöperatie zich niet alleen bezig moet houden met het collecteren en vermarkten van de melk, maar dat er een taak ligt op het vlak van risicomanagement.” Volgens de hoogleraar kunnen coöperaties optreden als dienstverlener door collectief de benodigde termijnmarktkennis in huis te halen. ”Prijzen zijn niet te voorspellen, maar wel prijsrelaties. Denk bijvoorbeeld aan de relatie tussen melkpoeder en boter, of bijvoorbeeld gas en mais. Marketeers die zich hiermee bezighouden, heten spreaders. Speculanten die speculeren op prijsniveaus zijn zelden succesvol.”

Groot voordeel zou zijn dat de melkveehouders zich volledig op de technische bedrijfsvoering kunnen richten. Daarnaast kan een coöperatie zelf ook op bedrijfsniveau de volatiliteit (schommelingen) in de winstmarge reduceren. Niet alleen wat betreft de melk, maar ook bij de inkoop van bijvoorbeeld energie, vruchtensap en suiker.

Er zijn nu drie partijen die zuiveltermijncontracten, gericht op de Europese markt, aanbieden. NYSE Liffe (Parijs, Londen), CME Group (Chicago) en Eurex (Frankfurt). De animo is tot nu toe beperkt, maar met de verdere liberalisering van de zuivelmarkt zou de sector er volgens Pennings goed aan doen zich verder in dit fenomeen te verdiepen. ”Hoewel Nederland landbouwtechnisch voorop loopt, bevinden we ons wat betreft onze financieel-economische kennis in de middenmoot.” De Duitsers lopen volgens hem duidelijk op de Nederlanders voor. Dat betekent niet dat Nederlandse ondernemingen niet geïnteresseerd zijn. ”De zuivelindustrie en ook de zuivelhandelsmaatschappijen zijn er serieus mee bezig. Maar het is zaak dat er wordt versneld. Er moet hard worden gewerkt aan het creëren van een goede infrastructuur.”

Eurex biedt sinds afgelopen jaar een termijnmarkt voor zuivel in Frankfurt. Het feit dat de markt nog geen succes is, stemt Pennings niet negatief. Wel volgt hij de initiatieven met een kritische blik. ”Een agrarische termijnmarkt doet er gemiddeld zeven jaar over om echte liquide te worden.” Dat de markt in Frankfurt nog niet lekker draait, is dan ook geen verrassing. ”Kijk naar de termijnmarkt voor tarwe in Parijs die midden jaren 90 is gestart. De markt is nu een groot succes.”

Pennings geeft twee redenen waarom de termijnmarkt voor zuivel in Frankfurt nog niet loopt. De eerste reden is dat de contractspecificaties nog niet zijn geoptimaliseerd. Daardoor is de hedging-effectiviteit, ofwel het af te dekken percentage van het (prijs) risico dat je op de fysieke markt loopt, nog niet hoog genoeg. ”Als de hedging-effectiviteit omhoog gaat, kan het risico beter worden afgedekt. Dat is de sleutel tot een goedlopende termijnmarkt. Ten tweede zijn marktspeculanten nog niet gewend aan de relatief nieuwe zuivelcontracten.”

De hedging-effectiviteit is volgens Pennings essentieel voor een agrarische termijnmarkt. Daar moet het aantal contracten op worden afgestemd. Een belangrijke rol is weggelegd voor banken, accountants of specialisten bij coöperaties. ”Mengvoercoöperatie Agrifirm is bijvoorbeeld al actief op de termijnmarkten om risico’s van leden af te dekken.”

Wat ook zeer belangrijk is voor een termijnmarkt voor zuivel is volgens Pennings de verhouding tot de reële markt. ”Een termijnmarkt werkt alleen als er een duidelijke spotmarkt is.” Het verschil tussen prijzen op de termijnmarkt en de spotmarkt noemt men de basis.

Een misverstand is volgens Pennings dat termijnmarkten complex zijn. ”Het kost alleen tijd en moeite om een termijnmarkt te begrijpen.” Ook vindt hij het jammer dat risicomanagement soms een negatieve bijsmaak heeft, namelijk dat daardoor een verlies aan mogelijkheden ontstaat. ”Dat is pertinent niet waar. Risicomanagement en verbetering van je marge kunnen hand in hand gaan. Landbouwers denken te veel aan prijzen, maar moeten meer denken in marges. Ze kunnen bijvoorbeeld risico’s wat betreft kunstmest- of dieselprijzen afdekken. Zo kun je je kapitaalkosten verlagen door de voorraden te verlagen of fluctuaties uit de prijs te halen.”

Zolang melkveehouders zich alleen bezighouden met het verkopen van hun product, lopen ze volgens Pennings weinig risico. Kopen op de termijnmarkt is een ander verhaal. ”Kopen is speculeren en daar komen de horrorverhalen vandaan. Het doel van agrariërs moet zijn: reductie van het risico. Als ik win verliest de ander, is vaak de gedachte. Maar dat is voor agrariërs die hun product alleen verkopen niet relevant. Een boer wordt gecompenseerd op de spotmarkt of vice versa. Het is de wet van de communicerende vaten.”

Dat de introductie van termijnmarkten in de zuivel alleen maar geld uit de sector laat stromen, vindt hij onzin. ”Uit onderzoek blijkt dat speculanten die speculeren op prijsniveaus gemiddeld slechts drie tot vier maanden op een termijnmarkt actief zijn. De hedger, een insider zoals de zuivelindustrie, die langere tijd actief is op de markt kent de markt het beste en trekt altijd aan het langste eind.”

Toch blijft er volgens Penning in de landbouw altijd een rol voor de overheid weggelegd. ”De markt is niet zaligmakend en daar ben ik me van bewust, ook al ben ik marketeer.”

Rol van zuivelcoöperaties is aan het veranderen
Zuivelcoöperaties kunnen als dienstverlener optreden naar hun leden wat betreft het afdekken van risico’s. Daardoor worden melkveehouders in de gelegenheid gesteld om zich volledig te focussen op de technische aspecten van het melkveebedrijf. Door de grote heterogeniteit in de sector zouden coöperaties verschillende mogelijkheden kunnen aanbieden. De ene melkveehouder geeft zich liever over aan de grillen van de markt, terwijl een andere melkveehouder direct tekent als hij voor de periode van twee jaar een gegarandeerde melkprijs van 30 cent per kilo krijgt aangeboden. Stel dat een zuivelcoöperatie een lid inderdaad 30 cent per kilo kan bieden voor levering in december twee jaar later. Na acceptatie van het bod verkoopt de coöperatie de hoeveelheid melk (omgerekend naar boter of melkpoeder) op de termijnmarkt. In de maand waarin de melk geleverd moet worden, ligt de prijs zowel op de termijnmarkt als de spotmarkt, op 20 cent per kilo. De coöperatie koopt de melk terug voor 20 cent en koopt daarmee als het ware haar leveringsplicht af. De 10 cent winst kan bij de 20 cent die de melkveehouder anders zou krijgen worden opgeteld, waardoor de melkveehouder uitkomt op de gegarandeerde 30 cent. Maar wat gebeurt er als de melkprijs op de spotmarkt en termijnmarkt in december op 40 cent staat? De zuivelcoöperatie koopt de melk voor 40 cent en neemt 10 cent verlies. De melkveehouder zou normaal 40 cent ontvangen, maar wordt nu met 10 cent gekort. De melkveehouder ontvangt nog steeds zijn gegarandeerde melkprijs van 30 cent en de coöperatie hoeft geen verlies te incasseren. Essentieel voor het slagen van een termijnmarkt voor zuivel is volgens Pennings de verhouding tot de reële markt. Het verschil tussen de prijzen op de termijnmarkt en de spotmarkt heet de basis. In de regel, mits de hedging-effectiviteit op een hoog niveau ligt, is dit verschil klein en voorspelbaar.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.