Rundveehouderij

Achtergrond 190 x bekeken

Verduurzaming melkveehouderij is Herculeswerk, maar geen vergeefse moeite

Het duurzamer maken van de melkveehouderij en zuivelketen lijkt soms wel een Herculeswerk te zijn. De gezamenlijke lobby van LTO en NZO draait echter op volle toeren, met name via de stuurgroep Duurzame Zuivelketen. Er moet aan heel veel knoppen worden gedraaid om te zorgen dat de melkveehouderij zich kan blijven ontwikkelen en tegelijk een aantal knelpunten oplost. Bijvoorbeeld op het gebied van fosfaat, methaan en CO2-uitstoot. Ook moet het dierenwelzijn goed worden geborgd en moet het maatschappelijke profiel goed worden gehouden. Daar zijn ook extra investeringen mee gemoeid.

Toch is dat laatste ook relatief. Cees Romijn, LTO-bestuurder en lid van de LTO/NZO-stuurgroep duurzame zuivelketen: ”we hebben de rekensom gemaakt. Als je de sector energieneutraal wilt maken, ben je twee derde van de kosten kwijt die nu jaarlijks in quotumaankoop gaan zitten.” Die laatste kosten belopen zo’n 700 miljoen euro per jaar. Die quotumkosten zijn na 2015 een zinloze investering geweest, de investering in het energieneutraal maken van de zuivelketen blijft renderen.

Voorzitter Werner Buck van de stuurgroep duurzame zuivelketen benadrukt dat het verduurzamen van de zuivelketen veel aspecten heeft en een geleidelijk verloop zal hebben. Toch moeten de eerste tijd een paar korte slagen worden gemaakt, omdat de dreigende introductie van dierenrechten zo nadrukkelijk door de overheid op tafel is gelegd. ”De discussie over dierenrechten hadden we liever iets later gehad,” stelt Buck.

Om snel een aantal eerste resultaten te boeken is met de veevoersector overeengekomen dat fosfaatarmere voeders zullen worden ontwikkeld. Zo komen alvast minder mineralen op het bedrijf terecht.

De volgende stap is de grootscheepse inzet van kleinschalige mestverwerkingsinstallaties en mestraffinaderijtjes met vergister. Hiermee wordt niet gezegd dat de inzet van grote co-vergistingsinstallaties niet meer gewenst is. Die zijn ook nodig, maar de technische ontwikkeling schrijdt voort en de markt voor co-vergistingsproducten raakt overspannen als iedereen met deze techniek aan de slag gaat. Daarbij is co-vergisting bewerkelijker. Kleinschalige vergisters en raffinaderijen gebruiken alleen mest en produceren daarvan biogas met een hogere kwaliteit dan het co-vergistingsgas. Het geproduceerde gas kan aan het net worden geleverd, maar ook vloeibaar worden gemaakt en worden gebruikt als voertuigbrandstof.

De kleine installaties zijn nog niet uitontwikkeld, maar juist in Nederland is er op dit gebied veel innovatie te zien, weten Buck en Romeijn. Een viertal fabrikanten is al bezig met de aanpassing van techniek naar de maat van een gewoon boerenbedrijf. Voor een aantal voorbeeldprojecten is ook subsidie aangevraagd.

In gebieden met een groot mestoverschot zijn de kleine ’boerenvergisters’ misschien niet de beste oplossing, maar voor het overgrote deel van de melkveebedrijven kunnen ze wel het antwoord zijn op de vraag naar minder fosfaatoverschotten, methaanuitstoot en CO2-emissie.

Met initiatieven als de stimulering van mestvergisting en opwekking van groene energie, het gebruik van fosfaatarm en methaanreducerend voer, gebruik van duurzame grondstoffen, zoals gecertificeerde soja, en ook met inzet op het behoud van weidegang wil de stuurgroep duurzame zuivelketen proactief beleid ontwikkelen. Daarmee kan de keten zich in positieve zijn onderscheiden, haar imago verbeteren en aldus regelgeving voor zijn. Door coalities aan te gaan met milieu- en dierenwelzijnsorganisaties is nog de ’goodwill’ misschien nog verder te verbeteren.

Of registreer je om te kunnen reageren.