Rundveehouderij

Achtergrond 290 x bekeken

'Meedenken kan onvoldoende zijn'

Met adviesbureau Buorkje en Mear wil Goasse Dijkstra niet alleen meedenken, maar ook meewerken met melkveebedrijven. De Fries richt zich op bedrijven die het met gewone ondersteuning niet redden, of gewoon zoeken naar een frisse blik op het bedrijf.

De Fries Goasse Dijkstra richt zich met een nieuw adviesconcept op bedrijven die het met de reguliere ondersteuning niet redden of een frisse blik op de bedrijfsvoering nodig hebben, maar ook juist op bedrijven die snel groeien en daarbij praktijkervaring met grote bedrijven kunnen gebruiken. ”Bijna elke boer heeft wel last van enige bedrijfsblindheid, en alleen goede adviezen op papier zijn soms onvoldoende voor een optimale bedrijfsvoering.” Volgens Dijkstra zijn veel agrariërs onterecht bang voor advies van buitenaf. ”Soms is investeren in machines, voer en dieren niet voldoende, en kun je beter ook investeren in kennis.”

Dijkstra denkt met een uniek concept en met ruime ervaring in het buitenland melkveehouders van dienst te kunnen zijn. Dijkstra denkt niet alleen mee, maar werkt ook mee. ”Soms kom ik een dag op het erf, of anders een week of zelfs weken, waarbij het aantal dagen steeds afneemt. Hierdoor kom ik dieper in het bedrijf te zitten. Ik kan zelf ondervinden wat er fout gaat of tegen welke problemen een boer aanloopt. Boeren houden er niet van als adviseurs ze vertellen hoe het beter kan. De beste kennis is praktijkkennis. Omdat elk bedrijf anders is, heeft het meerwaarde als adviseur meewerken.”

Een belangrijk probleem dat Dijkstra tegenkomt, is vaak dat boeren inzicht ontberen in de financiële kant van hun handelen. ”De kostprijs is vaak onbekend en ze rekenen eigen arbeid nauwelijks. Ze denken: als ik het zelf doe, is het gratis. Soms blijkt uit een rekensom dat het toch echt beter is voor personeel of ingehuurde arbeid te kiezen. Ik noem als voorbeeld een boer die ik adviseerde de koeien te laten voeren. Onzin, was de reactie, want dat kost veel geld. Als je dan vraagt wat het kost, blijkt men geen idee te hebben. Men groeit van 70 of 80 koeien naar 100 of 120 koeien maar past de bedrijfsvoering daar vaak niet tijdig op aan en boert voort zoals men altijd geboerd heeft.”

”Als je echter 50 koeien meer moet melken en je hebt geen extra arbeid of geen goede extra arbeid, dan moet de aandacht op een terrein binnen de bedrijfsvoering dus iets verslappen. In de praktijk bleek het laten voeren 33 cent te kosten. De productie per koe ging 2 liter per melkbeurt omhoog. Daarmee heb je het laten melken dus al terugverdiend, en je kunt de machines laten staan. Het bezitten en afschrijven van machines kost ook geld en zelf houd je tijd over om je te focussen op andere belangrijke zaken.” Dijkstra richt zich in de advisering ook op bedrijven die juist explosief willen groeien, mogelijk naar aanleiding van de afschaffing van het melkquotum in 2015. ”Deze bedrijven hebben vaak zelf goede ideeën. Maar ze zoeken ook een klankbord, willen praten met iemand die ervaring heeft met het leiding geven over een groot bedrijf. In andere bedrijfstakken is advisering van buitenaf heel normaal.”

Buorkje en Mear wendt zich niet rechtstreeks tot boeren, maar wil via banken en accountantskantoren te werk gaan. ”Zij weten welke bedrijven in de problemen zitten of een frisse blik goed kunnen gebruiken, en kunnen de boer vragen met mij in zee te gaan.”

Dijkstra brengt uitgebreide ervaring mee. Na het afronden van een studie aan de Van HAL in Leeuwarden liep Dijkstra stages bij melkveehouderijen in Australië, Denemarken als Nieuw-Zeeland. Vervolgens onderzocht Dijkstra in de Verenigde Staten voor een makelaar maandenlang de mogelijkheden en beperkingen voor Nederlandse boeren die willen emigreren. Na zijn studie werd Dijkstra op zijn drieëntwintigste bedrijfsleider op een Friese boerderij met 70 melkkoeien.

Hij werkte vervolgens in Texas, waar Dijkstra voor drie maanden werd ingehuurd als assistent van de ’herdsman’, een positie vergelijkbaar met technisch manager. Het bedrijf had 2.300 koeien en 15 man personeel. Teruggekeerd in Nederland werkte Dijkstra enige tijd in de agrarische hulpverlening. Na een telefoontje uit Michigan besloot Dijkstra terug naar de VS te keren, en wel naar een bedrijf dat verspreid over twee locaties 3.000 koeien melkt. Gevraagd als algemeen manager koos Dijkstra uiteindelijk voor de positie van ’herdsman’ op één van de twee locaties.

”In één klap had ik twintig man personeel waarvan het grootste deel uit Mexico kwam en vooral Spaans sprak. Het was een hele omschakeling, maar ik deed in zeer korte tijd veel ervaring op. Je leert dat het beter is niet één van hen te zijn, zonder als generaal op te treden. Aanvankelijk deed ik alles zelf, of wilde ik tenminste overal over meepraten. Toen ik een week wegging durfde of kon niemand een beslissing te nemen en ging alles fout. Een les dus: je moet jezelf nooit onmisbaar maken. Gun de juiste mensen vertrouwen en stel protocols in. Met een protocol vermijd je ook conflicten of verschillen in inzicht. Het protocol dicteert wat in een bepaalde situatie gebeurd. Dat is des te belangrijker op grote bedrijven.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.