Rundveehouderij

Achtergrond 3681 x bekeken

Dierdagdosering biedt extra handvat voor veehouder

De dierdagdosering per dierjaar geeft op eenvoudige wijze een beeld van het antibioticagebruik op het bedrijf. Met het kengetal kunnen bedrijven ook beter met elkaar worden vergeleken.

De veehouderij en de dierenartsen hebben twee jaar de tijd gehad om een systeem op te zetten om het antibioticagebruik met 50 procent te reduceren in 2013. Hoe de rundveehouderij de doelen wil gaan bereiken is nu helder. Er is begonnen met het inzichtelijk maken van het medicijngebruik.

Per 1 januari 2012 worden alle melkveehouders verplicht een bedrijfsspecifiek bedrijfsgezondheidsplan, een bedrijfsbehandelplan en een transparant registratiesysteem voor antibiotica te hebben. De dierdagdosering per dierjaar is hierbij een belangrijk instrument.
Het kengetal dierdagdosering per dierjaar (DDD) is gebaseerd op de dagdosering, de hoeveelheid toegediende actieve stof van een bepaald antibioticum dat één dag werkzaam is. Bijvoorbeeld: toediening van 12 ml Excenel bij koeien is bedoeld voor één dag, dus het betreft dan één dagdosering. De DDD wordt vervolgens berekend door alle dagdoseringen op te tellen en te delen door het gemiddeld aanwezige aantal koeien in dat bepaalde jaar. Een DDD van tien betekent dat ieder dier gemiddeld tien dagen per jaar antibiotica verstrekt krijgt.

Vanaf 1 januari 2012 wordt de DDD meegenomen in de huidige kwaliteitsnormen die gelden voor melk. ”Het is te vergelijken met kengetallen zoals het ureumgetal en het vet- en eiwitpercentage. Het geeft de veehouder inzicht waar hij staat, een extra handvat voor de bedrijfsvoering”, zegt een woordvoerder van de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO). ”We zetten nu de melkveehouderij in beweging om het kengetal actief te gebruiken.”

Onderzoek door onder andere de Gezondheidsdienst voor Dieren en Wageningen Universiteit laat zien dat Nederlandse melkveebedrijven een gemiddelde DDD van 5,3 hebben. ”De 50-procent-reductie in antibioticagebruik wil niet zeggen dat de DDD moet worden teruggebracht naar 2,7. De 50-procent-regel geldt voor de gehele dierhouderijsector, dat als totaal het antibioticagebruik met de helft moet minderen”, volgens de NZO.

Binnen de rundveehouderij wordt wel gestreefd naar verlaging van de DDD. Dit gebeurt door alternatieven voor antibiotica te onderzoeken of door selectief droog te zetten.
De helft van de dierdagdoseringen bij melkvee komt namelijk voort uit gebruik van antibiotica bij droogzetten. Niet alle koeien hoeven de droogstand in met antibiotica zegt De Gezondheidsdienst voor Dieren (GD).

De GD schat dat twee derde van de koeien niet met antibiotica de droogstand in hoeft. Bij deze koeien laat de laatste monstername namelijk een laag celgetal zien. “Toch moeten eerst de risicofactoren goed in beeld zijn voordat wordt begonnen met het structureel verminderen van droogzetters zegt het uiergezondheidscentrum (UGCN).

Tot die tijd geeft het kengetal dierdagdosering per dierjaar een goed beeld waar de melkveehouderij staat. De DDD kan wel kan wel beter en efficiënter worden berekend”, zegt Harm Wemmenhove van Wageningen UR Livestock Research. ”Voor het berekenen van de DDD wordt vaak de factuur van de dierenartsenpraktijk gebruikt. Hier staat op vermeld hoeveel medicijnen er zijn verkocht en niet perse hoeveel er daadwerkelijk is toegediend. Er valt ook wel eens een flesje kapot.”

Volgens Wemmenhove geeft een berekening van de DDD over een langere periode (bijvoorbeeld drie jaar) een beter beeld van de situatie. Het probleem van voorraadvorming wordt dan ondervangen. “Via de managementsystemen kan ook op koeniveau de dagdosering worden berekend. Dat geeft wat meer inzicht en verdieping en kunnen problemen effectiever worden aangepakt”, zegt Wemmenhove.

Of registreer je om te kunnen reageren.