Rundveehouderij

Achtergrond 467 x bekeken

Tabak: adel verplicht bij veetransporten

De Europese verordening veetransport is sinds 2007 ingevoerd in de Nederlandse wetgeving. Directeur divisie Dier van de VWA, Ad Tabak, is redelijk tevreden over de kwaliteit van het veetransport. Het kan echter nog beter.

De manier waarop de Europese transportverordening in Nederland is ingevoerd en wordt toegepast, behoort tot de top drie van Europa. Dat zegt Ad Tabak, directeur divisie Dier van de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (VWA). ”Daar zou de sector trots op moeten zijn.” Tabak doet zijn uitspraak op basis van een rapportage van de FVO (Food and Veterinary Office van de Europese Unie) die recent is uitgebracht.

Tabak werd in 2008 benoemd door toenmalig landbouwminister Gerda Verburg bij de VWA, nadat er rumoer was ontstaan over een uitgelekt intern rapport van de VWA. Dat rapport ging over tekortschietend toezicht op veetransporten. Zijn taak: het opzetten van een verbeterprogramma en zo de kwaliteit van het diertransport en de controle op een hoger plan te brengen.

Tabak vindt nadrukkelijk niet dat het toezicht op veetransporten te streng is in Nederland. ”Adel verplicht. We zijn een van de grootste exporteurs van levend vee, de maatschappij kijkt nadrukkelijk naar het dierenwelzijn tijdens transport. We kunnen ons geen discussies veroorloven.”
Sinds de invoering van de transportverordening in 2007 zijn er wel de nodige aanpassingen geweest. Een van de belangrijkste aanpassingen was de sanctionering van overtredingen. Er zijn nieuwe beleidsregels en nieuwe bestuursrechtelijke maatregelen gekomen naast het strafrecht, zoals de last onder dwangsom (2009) en de bestuurlijke boete (2010). Ook de veehouder die onterecht een dier mee heeft gegeven aan de transporteur kan tegenwoordig een last onder dwangsom, dan wel een bestuurlijke boete tegemoet zien.

Het sanctiebeleid dat de laatste jaren is gevoerd door de VWA heeft tot veel discussie en verontwaardiging geleid onder de transporteurs. Na drie overtredingen was het tot 1 januari 2009 schorsing van de erkenning, ongeacht de grootte van het bedrijf of het aantal dieren dat werd vervoerd. Tabak erkent dat de oude regeling op dat punt niet sterk in elkaar zat. De huidige regeling met bestuurlijke boetes zit volgens hem beter in elkaar. Er wordt gewerkt met waarschuwingen en bestuurlijke boetes. Bij herhaalde of zeer ernstige overtredingen zal de erkenning nog altijd worden geschorst. De transporteur krijgt dan de gelegenheid om zijn transportprotocollen op orde te brengen. Bij de sanctionering wordt echter nog steeds geen rekening gehouden met de grootte van de transportbedrijven. Tabak erkent dat, maar: ”De grote jongens hebben ook een voorbeeldfunctie. Juist zij moeten hun zaken op orde hebben.”

Tabak ziet de huidige ontwikkeling van de transportverordening en de controles daarop als een gestage ontwikkeling naar een nieuw evenwicht op een hoger kwaliteitsniveau. ”Drie jaar geleden is er een nieuwe standaard neergezet die heeft geleid tot veel discussie. Langzamerhand zie je nu een nieuwere, stabiele situatie ontstaan.”

Tabak en zijn productmanager dierenwelzijn Iris Arentzen zijn het absoluut niet eens met de kritiek, zoals die wordt verwoord door Henk Wildeboer dat veehouders juridisch niet bevoegd zouden zijn om te beoordelen of een dier transportwaardig is. Arentzen: ”Het gaat erom dat het dier zich normaal kan voortbewegen zonder pijn. Iedere boer die een beetje verstand van zaken heeft, kan dat zien.” Bovendien is er de mogelijkheid om een VWA-dierenarts te consulteren voor dat dieren op transport gaan. Probleem is echter de kostprijs.

Een andere mogelijkheid is om de eigen dierenarts te consulteren. Dan bestaat echter altijd de kans dat de VWA-dierenarts tot een ander doorslaggevend oordeel komt. De VWA-dierenarts krijgt de doorslag. ”We kunnen niet in discussies verzeild raken. De VWA is aangesteld om te keuren en dat is doorslaggevend.” Worden er overtredingen geconstateerd, dan worden ze vastgelegd met foto’s en wordt een feitenrelaas opgesteld, en indien mogelijk wordt de vervoerder meteen aangesproken.

Een neveneffect van de huidige transportverordening is dat veehouders huiverig zijn om een dier waar iets mee is af te voeren. Ook de VWA heeft dat gemerkt. Piet Vanthemsche (voorzitter van de Belgische Boerenbond) die in 2008 was ingehuurd om de situatie bij de VWA in kaart te brengen, constateerde in zijn rapport al dat er relatief veel noodslachtingen waren op de boerderij. Een dier dat op de boerderij een ongeluk heeft gehad, mag geslacht worden nadat een noodverklaring is afgegeven door de praktiserend dierenarts. Volgens Tabak zorgde ook de Europese slachtpremieregeling voor runderen dit effect versterkt. Voor dieren die geslacht worden kreeg de boer een premie.

Gezien de problemen die kunnen ontstaan bij afvoer is het advies aan veehouders tegenwoordig om niet te lang te dokteren en te tobben met zieke en zwakke dieren, maar om ze in een zo vroeg mogelijk stadium af te voeren. In de visie van de VWA blijven veehouders zelf verantwoordelijk voor de manier waarop dieren aan hun eind komen. Ze moeten zonder overmatig leiden naar het slachthuis kunnen, of anders op de boerderij fatsoenlijk aan hun eind komen. Veehouders moeten wat dat betreft hun verantwoordelijkheid kennen.

De VWA-directeur Dier is blij met de ontwikkeling van het transportkwaliteitssysteem QLL voor de transportsector. Op de lange termijn ziet Tabak mogelijkheden ontstaan voor een ander toezichtssysteem op de veetransportsector, waarbij de VWA meer afstand neemt en overstapt op een systeem van toezicht op controle. De uitvoering van de controle zou dan in handen van een externe partij moeten komen.

Tabak: ”De veetransportsector moet zelf steeds meer verantwoordelijkheid nemen. Er valt nu nog heel veel te verbeteren. De sector heeft heel veel goede ondernemers, maar er zitten helaas ook nog rotte appels in de mand. En die verpesten een heleboel voor de hele sector.”

Wildeboer: transportverordening rigide geïnterpreteerd
De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) interpreteert de Europese veetransportverordening veel te rigide. Dat zegt Henk Wildeboer, oud-keurmeester van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV). Volgens Wildeboer worden in de praktijk veel te veel dieren onterecht buiten de slachtproductie gehouden omdat er iets mis mee zou zijn. Dieren met een gewrichtsontsteking, varkens met een verdikte ham of schouder kunnen rustig worden vervoerd en geslacht.

Wildeboer: ”De VWA is veel te streng. Zeker vlak na de invoering van de veetransportverordening vlogen ze overal bovenop en zijn heel veel dieren in mijn ogen onterecht afgekeurd.”
Volgens Wildeboer wordt de nieuwe transportverordening op een aantal punten onjuist geïnterpreteerd. Een veehouder is geen dierenarts en is in principe niet bevoegd om een dier te beoordelen op transportwaardigheid. ”Dat is juridisch in mijn ogen niet houdbaar. Hoe bepaal je nu een maatstaf of een dier pijn zal leiden tijdens het transport? Bovendien kan er nog van alles gebeuren tijdens het vervoer. Het is onterecht dat je daar als veehouder en vervoerder op wordt afgerekend.”

Alle onduidelijkheid heeft volgens Wildeboer tot gevolg dat er veel dieren waar mogelijk iets mis mee is op de boerderij blijven staan, met alle gevolgen ook voor het dierenwelzijn van dien. Er ontstaat een veel te groot grijs gebied, een niet onaanzienlijk slachtaanbod.

Verder heeft Wildeboer kritiek op het sanctiebeleid van de VWA. ”Op het slachthuis wordt iets geconstateerd en je hebt geen mogelijkheid om je te verweren. Ook een verklaring van je eigen dierenarts over de transportwaardigheid van een dier kan worden overruled.” De nieuwe boeteregelingen geven volgens Wildeboer de vervoerder en de veehouder de mogelijkheid dat zij niet tot antwoorden verplicht zijn en dat ze zich kunnen laten bijstaan door een advocaat.

Wildeboer heeft zijn kritiek onder meer onder de aandacht gebracht van staatssecretaris Henk Bleker.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.