Rundveehouderij

Achtergrond 598 x bekeken

Beenwerk als verkooppunt

Nederland heeft een fijnmazig net van klauwbekappers. Gezamenlijk investeren in elektronica op de bekapbox levert waardevolle fokkerij-informatie op.

Dit jaar heb ik toch maar weer de CRV-informatieavond bezocht. Ik ben niet zo’n liefhebber van avondjes van grote coöperaties. Het is altijd een eenrichtingsverkeer van informatie van het type ‘slikken of stikken’. Nu was er een inleiding over antibiotica. Een dierenarts legde uit wat wij al jaren verkeerd doen. Een eigenaardig standpunt vind ik dat van iemand die zijn inkomen haalt uit het verspreiden van diergeneesmiddelen en die ervoor is opgeleid om behalve verkoper ook voorlichter te zijn van zijn klanten. Hij mag, samen met zijn collega’s, wel eens zeer dringend bij zichzelf te rade gaan.
Ik verbaas me er steeds meer over door hoeveel hoepels we als melkveehouder moeten springen om onze melk nog geleverd te krijgen. CRV heeft inderdaad een handige module gemaakt om de diergeneesmiddelen te registreren. Verder werden we bijgepraat over Ovalert. Dat is een bewegingsmelder die in een pootband zit en die detecteert of een koe meer beweegt en dus tochtig is. Als er een afzonderingshok na de melkstal is, kan een koe automatisch daarheen worden gestuurd. Dit was er allemaal al jaren. Nieuw is dat de inseminator, althans als die van CRV is, automatisch een berichtje krijgt. Een computerprogramma heeft de stier al uitgezocht en dus heeft de boer helemaal geen werk meer met een tochtige koe!
Zoiets is ideaal voor grote bedrijven. Het is een systeem dat duizenden euro’s kost en dus een behoorlijk bedrag per koe per jaar. In feite is het een imitatie van een duizenden jaren oud systeem, namelijk: de stier in de koppel. Alleen zal die altijd zichzelf als uitkomst van het paringsprogramma laten zijn.
Verder werden die avond wat CRV-stieren toegelicht. Er is onder de veehouders veel belangstelling voor de gezondheidskenmerken zoals uier en klauwgezondheid, zo werd verteld. Gelukkig kan CRV aan deze vraag voldoen zonder dat de klanten hoeven in te kruisen met andere rassen. Zoals daar is Cricket, een stier met maar liefst 115 voor celgetal. Jammer is dan weer wel, vind ik, dat hij maar 95 voor mortellaro scoort. Heb je eindelijk koeien die langer meegaan met minder injectoren, worden ze kreupel.
Er zijn inkruisingsstieren die dit veel beter doen, wierp ik tegen. De inleider stelde daarop dat de klauwgezondheidsscores vaak een te lage betrouwbaarheid hebben en dat wij, de veehouders, meer moeten investeren om de cijfers op een hoger plan te brengen. Ik heb daartegen ingebracht dat CRV de kosten maar op zich moet nemen. Want klauwgezondheid is een belangrijk kenmerk en er is lang genoeg geprobeerd de cijfers vrijwillig aangeleverd te krijgen. Een klauwbekapper naast me vertelde dat een kastje op een bekapbox een paar honderd euro kost. Een CRV-bestuurder in de zaal meldde dat het bestuur hierover nadenkt. Dat lijkt me een voortreffelijk plan: CRV die de kastjes gratis beschikbaar stelt aan de klauwbekappers en hun een kleine vergoeding betaalt om de gegevens aan te leveren. De investering van zo’n €10.000 zal snel zijn terugverdiend. Er komt dan immers een schat aan gegevens beschikbaar en de Nederlandse ki’s zullen wereldwijd mijlenver vooroplopen met duurzame stieren verkregen uit informatie die geen enkel ander land kan leveren. In geen enkel land is er zo’n fijnmazig web van professionele klauwbekappers.
Ik heb begrepen dat KI Samen en Veecom zijn toegetreden tot het GES, de stichting die de fokwaardes uitrekent. De kosten kunnen dus eenvoudig worden verdeeld.
De informatie over de klauwen is ook hard nodig om de genomics hiervan te kunnen berekenen. Genomics waar moeiteloos miljoenen euro’s ingepompt zijn. Als je nu aan een buitenlandse veehouder vraagt wat zo kenmerkend is aan onze stieren, zullen ze wijzen op de hoge gehaltes. Alleen, daar hebben ze vaak niks aan. Straks zullen ze kiezen voor Nederlandse stieren omdat ze probleemloos beenwerk hebben.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.