Rundveehouderij

Achtergrond 207 x bekeken 2 reacties

Affaires voeden twijfel over kwaliteitsbewustzijn zuivel

De kwaliteit van Nederlandse zuivel is spreekwoordelijk. De affaires rond Turks stro en tarwegistconcentraat doen de vraag rijzen of ze wel zo’n gegeven zijn. Rust de sector niet te veel op eerder verdiende lauweren?

Het bewustzijn van kwaliteit- en veiligheid van de productie in Nederlandse melkveehouderij bevindt zich op zo’n hoog peil,dat het topniveau vrijwel een gegeven is. Dat wil de zuivelsector in elk geval graag doen geloven. In de voorbije weken kwamen echter twee zaken in de publiciteit die de twijfels daarover voeden. De vraag is of de sector inmiddels zo heilig in het eigen kunnen gelooft, dat kritisch zelfonderzoek niet meer aan de orde is en of ook een aantal oude ijkpunten niet uit het oog verloren is. Deze vragen kunnen worden getoetst aan de twee betreffende kwesties: die van het tarwegistconcentraat (TGC) en de problemen met de kaas bij Cono en die van het Turkse stro dat Nederland niet binnen had mogen komen, maar dat toch deed.

Bij Cono zijn de problemen met de kaaskwaliteit (vooral de smaak en ook de geur) inmiddels weer voorbij, dankzij het verbod op TGC. Statutair gezien heeft Cono het recht om een voedermiddel te verbieden als het na­delig uitpakt voor het eindproduct. Vragen die echter overblijven zijn: wat is het precieze effect van TGC op zuivel en onder welke omstandigheden? En is daar ooit wel onderzoek naar gedaan? De producenten en leveranciers van het TGC beloofden opheldering, maar hanteren volgens critici nu de strategie van stilzitten als je geschoren wordt en vervolgens hopen dat de bui overdrijft.

Veel veehouders en hun vertegenwoordigers lijken ook niet erg veel behoefte te hebben aan nader onderzoek. Hun stem wordt in ieder geval niet gehoord. Ook die van de grote coöperaties niet.

Terecht of onterecht? Verlies van TGC zadelt boeren wel met hogere voerkosten op, maar weegt dit op tegen eventuele imagoproblemen voor Nederlandse kaas over de grens? Cono-directeur Eric Hulst is duidelijk. Hij wil geen ”varkensvoer” meer op het menu van de Cono-koeien. Anderen lijken zijn voorbeeld te willen volgen en suggereren dat de geur van zuivel ook weer als kwaliteitsaspect moet worden meegenomen.

Dan de zaak van het Turkse stro. Helder is dat de Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) het nooit had mogen toelaten vanwege MKZ- en ander dierziekte­risico. Maar veehouders hadden het stro naar zich laat aanzien ook niet mogen kopen, omdat het niet uit een GMP-gecertificeerd traject kwam. Maar blijkbaar maakte de schaarste minder kieskeurig en minder veiligheidsbewust. Zelfs een zuivelcoöperatie als FrieslandCampina zit er niet bovenop, al hanteert de onderneming strenge regels inzake de aanvoer van ongecertificeerde voedermiddelen. Leden die riskant stro gebruiken, zouden in aanmerking moeten komen voor strafpunten op kwaliteit. Gebeurt dat ook?

Laatste reacties

  • no-profile-image

    J.R. Jalvingh

    Beetje kort door de bocht die laatste alinea. Dit geldt alleen als het om veevoer zou gaan en dat is de meeste gevallen niet aan de orde volgens mij. Daarnaast is het zo dat dit stro ook via GMP-gecertificeerde kanalen is geleverd. Zelfs via Agrifirm.

  • no-profile-image

    Zo zie je maar ook een gecertificeerde organisatie is niet waterdicht

    Gewoon al het voer van eigen land winnen dan weet je wat je voert ,maar ja , dat is niet voor iedereen mogelijk

Of registreer je om te kunnen reageren.