Rundveehouderij

Achtergrond 339 x bekeken laatste update:3 mrt 2016

Snelle melkstal, of toch veel robots?

Ondanks een opmars van de robot wordt op grotere bedrijven vaker een snelle carrousel of een zij-aan-zij-melkput gebouwd, dan dat meerdere robots worden aangeschaft. Hiervoor zijn diverse redenen.

Worden het robots of toch een melkput? Voor die keuze staat elke veehouder die investeringsplannen heeft in melkwinning. Volgens de statistieken koopt zeker de helft van de gezinsbedrijven nu een melkrobot en kiest de andere helft toch voor een melkput. Alleen bij bedrijven met grote koppels van meer dan 200 koeien blijft de melkput nog altijd de voorkeur hebben.

Nederland telt een handvol melkveebedrijven met vier melkrobots. Bedrijven met meer dan vier robots zijn zeldzaam. Ondanks een lichte groei kiest slechts zo’n 10% op zulke grote bedrijven voor een robot. Welke redenen liggen hieraan ten grondslag en blijven die in de toekomst ook gelden?

Haperende techniek is passé

Een van de redenen om niet voor melkrobots te kiezen, was steevast de vrees voor haperende techniek. Er zijn immers uit het verleden genoeg voorbeelden van bedrijven waar de veehouder de handen vol heeft aan 60 koeien op één melkrobot. Laat staan als er meerdere draaien. De veehouder zou geen leven hebben. Maar die tijd is nu echt voorbij, zeggen melkrobotleveranciers. De huidige generatie robots melkt op het merendeel van de bedrijven probleemloos, als ze goede service krijgen. In de weinige gevallen dat robots slecht draaien, ligt dat vaker aan het bedrijfssysteem om de robot heen, stellen de fabrikanten. Looplijnen, koeverkeer, stalsituatie, koemanagement, voerregime of weidegang zijn vaak de bottleneck.

<em>Foto: Bert Jansen</em>
Foto: Bert Jansen

 

"De zekerheid in de techniek is er", zegt Johan ter Weele van DeLaval. "Veehouders die met meer dan tien robots melken, kiezen vaak voor een wat uitgebreidere training die niet veel onderdoet voor die van een monteurstraining. Dergelijke bedrijven hebben ook wat meer reserveonderdelen op voorraad om de kleinere storingen zelf op te lossen."

Persoonlijke voorkeur is beslissend

"De keuze voor een put of melkrobot is er vooral een van persoonlijke voorkeur", zeggen Harm Ypma van GEA Farm Technologies en Johan ter Weele van DeLaval. Beide bedrijven kunnen zowel melkrobots als een grote melkstal aanbieden. Ypma: "Veehouders die kiezen voor de melkput, willen ’s avonds de deur achter zich dicht kunnen trekken." Ook hij ziet dat het merendeel kiest voor een grote melkstal waar 200 tot 300 koeien per uur in gemolken worden. Het strakke regime van minimaal 14 keer per week melken speelt op de grotere bedrijven minder dan op kleine bedrijven. Door het grote koppel is toch vrijwel altijd vast personeel nodig. De melkbeurten kunnen dan worden afgewisseld, wat de melkveehouder vrijheid geeft.

Ook bij de keuze voor melkrobots moet 24 uur per dag een pieperdienst georganiseerd worden. Daarvoor is getraind personeel nodig. Het personeel kan echter wel minder uren maken.

Analyse via software

Ypma: "Veehouders die kiezen voor een melkstal, willen ook zelf de koeien gezien hebben, zelf kunnen controleren op tochtigheid en klauwgezondheid. Een tot nu toe kleinere groep heeft wel vertrouwen en interesse in techniek. Die melkveehouders zijn bekend met de omgang met computers en halen daar hun analyses qua uiergezondheid uit."

Volgens Ter Weele is juist de analyse via software voor grote bedrijven belangrijk, maar dan wel op kwartierniveau: "Per kwartier melken heeft de toekomst, juist op grote bedrijven." Het hoeft niet te betekenen dat alleen een robot volstaat.

<em>Foto: Henk Riswick</em>
Foto: Henk Riswick

 

De AMR-robotcarrouselmelkstal, volgens velen de eerste ideale mix tussen een snelle melkput en automatisch melken, is ook te koop zonder robotarmen. Het is daarmee geen gewone carrousel, maar een melkput waarin de melker kan melken per kwartier. Ter Weele: "Melken per kwartier geeft veel meer nauwkeurige informatie waarop te managen is, dan een traditionele melkstal. Problemen zijn eerder te signaleren en voorkomen."

Melkstal op groei, robots niet

Veel veehouders hebben nu geïnvesteerd om na 2015, als het quotum vervalt, de volle productiecapaciteit te benutten. Voor 200 koeien wordt het dan al snel een 28- of 30-stands carrousel-binnenmelker van €200.000 of een 2×14 zij-aan-zijmelkstal van pakweg €130.000. Vaak is ook een apart bijgebouw nodig, wat voor robots niet hoeft.

Robotleveranciers beamen dat kwantumkortingen ook gelden bij melkrobots en dat voor vier boxen dus geen €4 ton wordt betaald.

Els Versluis van Lely: "Als je ergens veel van koopt, is het natuurlijk goedkoper, maar het is ook weer niet zo dat het €50.000 op een robot scheelt." Voor vier melkrobot-boxen wordt, afhankelijk van het merk, globaal €350.000 gerekend. Dat is uiteraard aanmerkelijk duurder dan de genoemde melkstallen.

'Bij de aankoop van robots kiest men vaak voor de ondergrens in het aantal systemen dat nodig is.'

Ter Weele: "Je ziet dat melkstallen vaak ruim op de groei worden gekocht. Bij de aankoop van robots kiest men daartegenover vaak voor de ondergrens in het aantal systemen dat nodig is. Maar we verkopen ook 60-stands buitenmelkers van €300.000, waar 180 koeien per uur in gemolken kunnen worden en waar op dat moment overcapaciteit is. Met melkrobots gebeurt dat minder, maar daar hoeft dat ook niet. Er is snel een box bij te plaatsen, mits daar met de bouw rekening mee wordt gehouden."

Ook de manier van bedrijfsgroei speelt mee. Een rendabele robot moet volledig belast zijn. Bij een geleidelijke groei van de veestapel is tien minuten langer melken geen probleem en dat brengt weinig kosten met zich mee. Robotmelkers moeten er een box extra bijzetten, die dan even onrendabel onder zijn capaciteit draait of in grote sprongen van 50 koeien groeien.

Vaker projecten van 16 robots

Terwijl in Nederland de vraag speelt of meer dan zes robots werkbaar is, heeft de schaalgrootte van het buitenland al het antwoord klaar. "In Nederland vinden we bedrijven met 360 koeien groot. Wereldwijd gaat het om meer dan dubbel zo grote bedrijven", relativeert Versluis. "Voorheen verkochten we vooral robots aan gezinsbedrijven; ondernemers die veel zelf doen, flexibel willen zijn en de robot die veel werk uit handen neemt. De laatste jaren zie je echt een stijging van het aantal offerteaanvragen uit Rusland, Belarus en Oost-Duitsland van grote bedrijven met personeel."

<em>Foto: Koos Groenewold</em>
Foto: Koos Groenewold

 

Het laatste geldt ook voor DeLaval. Ter Weele: "In oostelijk Duitsland gaat het de laatste paar jaar om projecten van 12 tot 20 VMS’en op één bedrijf, met een omvang van 1.000 koeien en meer. Het is geen uitzondering meer." Grootste project van DeLaval is een Russisch bedrijf met 2.500 stuks melkvee dat 32 melkrobots kocht. Lely heeft meerdere bedrijven draaien met 13 tot 16 robots.

Bedrijf met 19 melkrobots

Grootste project tot nu toe is een bedrijf met 19 melkrobots in Quebec, Canada. Insentec werkt aan een tienboxsysteem in Canada en GEA Farm Technologies heeft een 2×5-box-sys-teem in Zweden draaien. Ook SAC meldt aan grote projecten te werken.

Kleine kanttekening bij al dit geweld: vrijwel al deze bedrijven houden de oude melkput erbij, voor het melken van een kleine groep probleemgevallen. Die melkstal overbrugt vaak ook de groeistappen bij aankoop van nog een robot.

Of registreer je om te kunnen reageren.