Rundveehouderij

Achtergrond 183 x bekeken

Nieuw Duits virus lijkt niet oorzaak diarreeproblemen

Het is te vroeg om harde conclusies te trekken. Onderzoekers bij de Gezondheidsdienst voor Dieren en van het Centraal Veterinair Instituut houden een slag om de arm. Maar op grond van wat ze weten van het in Duitsland ontdekte Schmallenbergvirus en de symptomen van de Nederlandse runderen die aan het eind van de zomer gezondheidsproblemen hadden, ligt de conclusie voor de hand dat het Duitse virus niet de oorzaak van het Nederlandse probleem is geweest.

Belangrijkste verschil tussen de verschijnselen bij de dieren waar het Schmallenbergvirus is gevonden en de Nederlandse runderen, is het feit dat in Nederland sprake was van veel diarree. Bij de Duitse dieren was sprake van koorts boven 40 graden, een verminderde eetlust en een forse verlaging van de melkgift.

Het Centraal Veterinair Instituut heeft in mestmonsters van zieke Nederlandse dieren gezocht naar bekende en onbekende virussen. Daar is niets uitgekomen, dat een goede verklaring kan geven voor de ziekte.

Als het Schmallenbergvirus in de diarree van de Nederlandse koeien aanwezig was geweest, had dat moeten blijken bij het onderzoek dat in Lelystad is uitgevoerd. Inmiddels heeft het CVI de beschikking over de Duitse test, die het Schmallenbergvirus kan aantonen. Met die test kunnen bloedmonsters van zieke dieren – die nog beschikbaar zijn – alsnog worden onderzocht. Dat zal de komende periode ook gebeuren – meer met de gedachte om het Schmallenbergvirus uit te sluiten als veroorzaker, dan om aan te tonen dat het nieuwe Duitse virus de oorzaak was van de problemen in Nederland.

Dat in Nederland specifiek in mestmonsters is gezocht heeft te maken met de symptomen van diarree. De veronderstelling is dat een ziekteverwekker die diarree veroorzaakt, juist in mest zal voorkomen. Het Schmallenbergvirus is in bloed gevonden, hetgeen de veronderstelling ondersteunt, dat het virus via insecten wordt verspreid.

De methoden om nog onbekende virusssen aan te tonen is duur en gecompliceerd. In het monstermateriaal wordt gezocht naar kenmerken van zo’n 300 verschillende ziekteverwekkers. Het onderzoek geeft niet direct antwoord op de vraag om welk virus het gaat, maar de uitslag kan wel aanleiding zijn om verder te zoeken.

Dat is in Duitsland ook gebeurd. Bij het Duitse Friedrich Loeffler Institut op het eiland Riems werden monsters onderzocht van een bedrijf in Schmallenberg (zo’n tweehonderd kilometer van de Nederlandse grens). Het onderzoek leverde op dat er erfelijke overeenkomsten waren met Orthobunyavirussen. Bij nader inzoomen bleek een sterke verwantschap met drie bekende virussen: de Akabane-, Aino- en Shamado-virussen. De onderzoekers zeggen dat het gevonden virus het meeste lijkt op een Akabane-virus.

Dit soort virussen wordt doorgaans door insecten overgedragen. De virusfamilie is bekend bij runderen in Oceanië, Australië en Afrika. Daar leidden besmettingen ondermeer tot abortussen, vruchtbaarheidsproblemen.

Met de gevonden gegevens ontwikkelden de Duitse onderzoekers een snelle test, die specifiek zoekt naar de eerder gevonden kenmerken.
Honderd monsters van veertien bedrijven leverden op dat op tenminste vier bedrijven het virus aanwezig was. Monsters van bedrijven in een andere regio waar geen ziekteproblemen waren, bleven bij de test duidelijk negatief.

Toch is met het onderzoek in Duitsland niet onweerlegbaar vastgesteld dat het gevonden virus de oorzaak is van de klinische verschijnselen. In een verklaring op de eigen site zeggen de Duitse onderzoekers bovendien dat niet duidelijk is of het hier gaat om de nieuwe introductie van een exotisch virus, of dat het virus al veel langer bij runderen in Europa voorkomt.
Daarvoor is meer onderzoek nodig.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.