Rundveehouderij

Achtergrond 269 x bekeken 1 reactie

Zuivel laat zich niet klem zetten

Een in 2009 gestarte poging van ontevreden melkveehouders om via de Europese zuivelindustrie extra marktbescherming en betere inkomens af te dwingen, lijkt te mislukken. De industrie wil en kan zich niet extra laten binden. Ook de politiek geeft niet de gehoopte steun.

Europese molens draaien langzaam. Dat is een van de redenen waarom de zuivelprotesten van 2009 en de eerste helft van 2010 nog steeds niet hebben geleid tot ’eerlijker’ melkprijzen. De hartstochtelijke inzet van de European Milk Board (EMB) en andereorganisaties in de EU ten spijt.

Maar er zijn meer redenen. De zuivelindustrie verzet zich tot nog toe met succes tegen de introductie van nieuwe organisatievormen, zoals producentenorganisaties (PO’s) in de keten. Die zouden bestaande structuren kunnen ondergraven, vreest ze. In dat verzet wordt de zuivelindustrie gesteund door een belangrijk deel van de gevestigde landbouworganisaties, zoals LTO Nederland. Ook zij hebben er weinig behoefte aan dat zuivellandschap grondig wordt herverkaveld door de opkomst van machtige producentenorganisaties.

De strijd over ’eerlijker’ melkprijzen en aanpassing van het zuivellandschap is nog niet gestreden. Tussen Europarlement, de Europese Raad van Landbouwministers en de Europese Commissie is momenteel een driegesprek (trialoog) gaande over de definitieve vormgeving van nieuwe zuivelwetgeving.

De inzet daarvan was aanvankelijk dat melkveehouders in alle lidstaten van de Europese Unie de mogelijkheid zouden krijgen om nieuwe leverancierscoöperaties te vormen (de PO’s), die vervolgens voor hen zouden moeten onderhandelen met de zuivelverwerkers over langjarige leveringscontracten. In die contracten zou, anders dan nu de praktijk is, een melkprijs vooraf worden vastgelegd. Ook zouden afspraken moeten worden gemaakt over de te leveren hoeveelheden melk.

Deze voorstellen zijn, op weg naar hun definitieve vormgeving, op meerdere punten afgezwakt. Zo mogen PO’s slechts een beperkt deel van de beschikbare melk per lidstaat bundelen, is het voorstel (maximaal 20 of 30 procent). Ook zouden ze niet actief mogen zijn binnen coöperaties, wil de zuivelindustrie. Coöperaties zelf zijn immers al een soort PO, maar dan met een eigen verwerkend bedrijf, is het argument. Nog een voorstel is dat de zuivelmarkt transparanter wordt gemaakt door het monitoren van allerlei prijzen en geproduceerde en verhandelde hoeveelheden product, zowel op boerderijniveau als bij de afzet van producten.

Organisaties als de EMB, de (Nederlandse) Dutch Dairymen Board (DDB), de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) en verwante organisaties in andere EU-lidstaten, hebben verwoede pogingen gedaan om deze afzwakking van de oorspronkelijke plannen – zoals ze in 2010 zijn voorgesteld door een Europese werkgroep van hoog niveau voor de zuivelsector – tegen te houden. Maar dat heeft weinig mogen baten. Alles wijst erop dat, voor de verwerkers, de angel vakkundig uit de oorspronkelijke plannen is gehaald.

De vraag is of de introductie van PO’s en langetermijncontracten voor de levering van melk – waarmee meer transparantie en voorspelbaarheid op de zuivelmarkt wordt beoogd – ook echt zal leiden tot hogere melkprijzen voor de veehouder en een sterkere positie in de keten. Wat zich sinds begin dit jaar afspeelt in Frankrijk geeft weinig reden voor hoop. Daar zijn melkcontracten formeel al sinds 1 januari verplicht. Veel contracten zijn er echter nog niet afgesloten. Boeren kregen weliswaar contracten voorgelegd door de zuivelindustrie, maar in die contracten waren de voorwaarden zo gesteld dat de risico’s volgens boerenorganisaties vooral bij de melkleverancier zouden komen te liggen.

Bijvoorbeeld: wel het aanbod van langetermijncontracten, maar dan zo gesteld dat boeren altijd een vrij lage prijs krijgen. Ook zouden hoge boetes volgen bij afwijkende leveranties. Verder weigeren de Franse zuivelaars in veel gevallen te onderhandelen met groepen boeren. Ze willen liefst zaken doen met individuele ondernemers. Het geharrewar in Frankrijk duurt nu al zo’n driekwart jaar en zal waarschijnlijk niet stoppen voordat er een Europees akkoord ligt over aangepaste zuivelcontracten tussen boer en verwerker.

Ook in België werken boerenorganisaties verenigd in het Agrofront aan de oprichting van PO’s en de totstandkoming van ’betere’ contracten. Tussen Danone en de kleine groep leveranciers in België lijkt een akkoord nabij. Tussen FrieslandCampina (dat in België als een particulier wordt gezien, want geen leden) en haar leveranciers en de Boerenbond zijn schermutselingen gaande.

Het is ook niet moeilijk te begrijpen dat de zuivelindustrie zich niet via langjarige contrachten wil en kan laten vastleggen. Zeker niet als ook nog hoge prijzen worden vastgelegd. Ook de Europese zuivelindustrie heeft de laatste jaren steeds meer te maken met de wereldmarkt. Voor diverse zuivelproducten gelden nu wel hogere prijzen dan op de wereldmarkt, maar de beïnvloeding van de Europese zuivelmarkt door de wereldmarkt is sterk. De Europese zuivelprijzen deinen mee met de prijzen daarbuiten en vraag en aanbod op de markt buiten Europa zijn sterk bepalend voor winst of verlies van grote Europese zuivelbedrijven. Dat gaat niet alleen op voor een vanoudsher sterk internationaal gericht bedrijf als FrieslandCampina, het geldt ook steeds meer voor Duitse, Belgische en Franse zuivelaars.

Zouden de zuivelbedrijven meegaan in de wensen die EMB en DDB nu aan hen voorleggen, dan zouden zij de boeren de marktbescherming (vaste hoge prijzen, gegarandeerde hoeveelheden) geven, waar de Europese Unie beleidsmatig voor past. De EU heeft in overleg met de WTO gekozen voor een liberaler beleid en juist afstand genomen van veel marktbescherming. Consequentie is dat meer fluctuaties en periodes met lage prijzen optreden. Meestal duren de periodes met hoge prijzen korter dan die met lage prijzen.

Zo’n periode met heel lage prijzen in 2008 en 2009 leidde tot de zuivelprotesten van de EMB en verwanten. De echo daarvan was zo luid dat dat een groep van uiteindelijk 24 EU-lidstaten de koppen bij elkaar stak om te kijken of een betere bescherming mogelijk is van melkveehouders tegen hele lage prijzen. Ook werd de werkgroep van hoog niveau voor de zuivelketen in het leven geroepen, die met genoemde aanbevelingen kwam.

In de Europese (Landbouw)Raad en de Europese Commissie is daar inhoudelijk weinig van overeind gebleven. Via het Europarlement kunnen echter alsnog EMB-punten tot beleid worden gemaakt. Hierover gaat de trialoog met de Europese Raad en Commissie. Zij moeten nu meer rekening houden met het Europarlement dan vroeger, want het beschikt sinds begin 2010 over volledige medezeggenschap over het landbouwbeleid.

De Noord-Ier James Nicholson werkt sinds december 2010 voor het Europarlement aan een rapport over de zuivelsector. Dat is gaandeweg ’verrijkt’ met honderden wijzigingsvoorstellen. In mei 2011 stond de teller al op 307 stuks. Wat daar in de definitieve stemming eind dit jaar van overeind blijft, is moeilijk in te schatten.

Daarna is er nog een zogenoemde conciliatie nodig met Raad en Commissie. De uitkomst daarvan is nog onzekerder. Toch lijkt het niet overdreven gewaagd te stellen dat hele grote beleidsveranderingen niet te verwachten zijn.

Noodhulpmiddelen van de Commissie

Van alle plannen sinds 2009 om ’eerlijker’ melkprijzen voor de Europese melkveehouders te realiseren, blijft uiteindelijk misschien weinig concreets over. Dat is in ieder geval de inschatting in Brussel. En dan zijn er nog meer sectoren in de landbouw die het erg moeilijk hebben en, anders dan de melkveehouderij, nog steeds niet profiteren van betere prijzen en een gezondere markt. Bij voorbeeld de varkenshouderij. Ook voor hen zijn speciale commissies ingesteld die met voorstellen voor betere inkomens moeten komen. Leidt dat ook tot weinig?
Het is onwaarschijnlijk dat Brussel terugkeert naar een veel protectionistischer landbouwbeleid, ook al staat bijvoorbeeld landbouwcommissaris Ciolos (foto) een minder liberaal beleid voor dan voorganger Fischer-Boel. De Commissie heeft echter wel duidelijk gemaakt dat het vangnetten wil behouden om prijzen in geval van ernstige marktverstoringen te ondersteunen. Daarvoor kan ze gebruik maken van interventie en particuliere opslag en blijft de mogelijkheid nog bestaan om zo nodig exportsteun te geven. Tot slot wordt regelmatig gesproken over de aanleg van strategische voorraden, nu schaarste steeds vaker op de loer ligt. Een neveneffect daarvan is een krappere markt.

Pressie om eerlijker zaken te doen

Eén effect dat de zuivelprotesten van 2008 en 2009 wel mede hebben bewerkt, is dat er steeds meer aandacht komt voor eerlijker zaken doen. Misschien gaat dat nog niet op de manier zoals de DDB en EMB wensen, maar er ontstaat wel steeds meer druk om foute handelspraktijken tegen te gaan.

Zo heeft de Europese Commissie al in 2009 een ’Forum van hoog niveau voor een beter functioneren van de voedselketen’ ingesteld. Bovendien heeft het Europees Parlement de Zweedse christendemocrate Anna Maria Corazza Bildt (foto) in juni van dit jaar aangesteld als rapporteur voor een efficiëntere en eerlijker grootwinkelsector. De druk op voedingsindustrie en supermarkten neemt toe om gestunt met voedsel tegen te gaan. Een eerste stap op weg daarnaartoe is dat het zakendoen eerlijker wordt. Supermarkten mogen voedingsbedrijven niet meer chanteren. Andersom ook niet. Contracten moeten voortaan in schrift zijn en mogen niet zomaar worden verbroken. Ook mogen bedrijven niet meer doen aan marktbederf en verkopen onder de prijs, zo gaan de voorstellen. Het is blijkbaar gangbare praktijk in de retailwereld.

De supermarkten en grote voedingsbedrijven zien zelf de bui ook al hangen. Vandaar dat ze komen met een eigen gedragscode. Dit gebeurt onder regie van de European Brands Association. Het lijkt te laat om wetgeving te voorkomen, gezien de inzet van het Europarlement, maar de hoop is dat het te strenge regulering kan afwenden.

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    De melkveehouder die lid is van een cooperatie heeft niets meer te zeggen! Je moet de melkleveren aan de cooperatie en maar afwachten wat hij ontvangt! Vooraf afspraken over de melkprijs kan niet! De voorwaarden voor het houden van dieren wordt bepaalt door!!!!! Als je het heel goed doet en zeer groot bent kun je met veel moeite een hypotheek krijgen bij een bank. Iedereen verdient veel aan jou en zelf ben je de slaaf van iedereen en heb je niets te zeggen. Wel alle verantwoordelijkheid en als je goed gezond bent kun je, je verzekeren omdat de bank dat eist. De vraag is ben je ondernemer of een slaaf! De verantwoordelijkheid en eerlijk zaken doen is zeer ver zoek. Hoge salarisen,veel vakantie, geen verantwoordelijkheid, maar als de boer maar niks te zeggen krijgt zijn ze te vreden. Daarom is het goed dat de NMV en de EMB doet!

Of registreer je om te kunnen reageren.