Rundveehouderij

Achtergrond 1023 x bekeken 1 reactie

’Zes miljoen roepia is een behoorlijke omzet in Indonesië’

Sinds de koloniale periode in de negentiende eeuw zit FrieslandCampina in Indonesië, om de Nederlanders die er toen al waren dagelijks van melk te voorzien. De melk komt nu van verschillende coöperaties op het eiland Java. De coöperatie van boer Sugandi in de regio Pangalengan is een van de grootste van Indonesië.

Verscholen in een kampung, een volksbuurtje, tussen de woonhuizen in, ligt op 1.200 meter hoogte de melkveehouderij van boer Warmo Sugandi. Met zijn 21 koeien behoort deze boer tot één van de grootste melkveehouderijen in Indonesië. De meeste boeren bezitten er gemiddeld vier koeien.
De koeienstal van Sugandi staat zo dichtbij de keuken, dat vanuit de deuropening de staarten van de dieren zijn aan te raken. Net zoals de meeste Indonesische boeren bezit hij onvoldoende grasland om zijn beesten buiten te laten grazen.

Elke dag rijdt hij op zijn bromfiets naar het bos om gras voor zijn koeien te zoeken. Net zoals zijn grootvader melkt hij de koeien nog met de hand. Sugandi prijst de dag dat hij genoeg geld heeft gespaard om een melkmachine te kopen.

Dat moment zou wel eens snel kunnen aanbreken. Sinds de Nederlandse zuivelgigant FrieslandCampina, die de melk van de boerencoöperatie van Sugandi afneemt, twee jaar geleden met een project begon, die zowel de kwantiteit als de kwaliteit van de melk moest verbeteren, is zijn inkomen tot ruim 6 miljoen roepias (480 euro) per maand gestegen.
Volgens Efi Lutfillah, melkveehouderijadviseur van FrieslandCampina in de regio Pangalengan iets buiten de stad Bandung, is 6 miljoen per maand een behoorlijke omzet voor een melkveehouderij in Indonesië.

Lutfillah vertelt dat het zuivelbedrijf al jaren werkt aan kwaliteitsverbetering. FrieslandCampina streeft ernaar meer lokaal geproduceerde melk af te nemen om zo de lokale melkveehouderijen te stimuleren. Indonesische melkcoöperaties dragen samen 25 procent bij aan de totale hoeveelheid melk die FrieslandCampina nodig heeft.

”Niet dat de Indonesiërs grote melkdrinkers zijn”, zegt bedrijfsleider Lutfillah. ”FrieslandCampina heeft als een van de grootste producenten de markt van babyvoeding en zoete, gecondenseerde melk in Indonesië veroverd.”

Om meer melk van Indonesische boeren te betrekken, moet de kwaliteit net zo goed zijn als die uit het buitenland en daar schort het nog wel eens aan. ”Boeren weten niet dat je de melkproductie kunt verhogen door koeien meer water en betere voeding te geven. Alleen gras is niet voldoende. Maar boeren zijn huiverig om extra roepias te investeren in krachtvoer”, vertelt Lutfillah, die al achttien jaar voor FrieslandCampina werkt.

Boeren gooiden in het verleden ook nog wel eens water bij de melk in de hoop meer geld van de coöperatie te ontvangen. Om de melkveehouders verantwoordelijk te maken voor elkaars gedrag bedacht Friesland Campina het plan om de vijfduizend boeren, dat bij de coöperatie van Pangalengan zijn aangesloten, onder te verdelen in kleine ’salarisgroepjes’ die elk uit acht boeren bestaat. Hun melk wordt dagelijks getest voordat het naar de fabriek in Jakarta gaat. In een van de opvangstations van de coöperatie in Pangalengan staat gloednieuwe testapparatuur, een schenking van het Nederlandse ministerie van Economische Zaken.

Op lijsten die dagelijks op de deuren van het opvangstation worden gepubliceerd, staat precies hoeveel liter melk iedere ’salarisgroep’ die dag heeft geleverd, de kwaliteit ervan en hoeveel ze per liter betaald kregen. ”Hoe beter de kwaliteit hoe meer roepies”, zegt Lutfillah. De prijs voor een liter melk schommelt tussen de 3.100 en 3.600 roepias (ruim 30 eurocent).

Boer Warmo Sugandi staat met zijn salarisgroep al lange tijd bovenaan. Daarom hebben zowel FrieslandCampina als de coöperatie de melkveehouder gevraagd om zijn kennis aan boeren over te dragen die nog met de kwaliteit aan het worstelen zijn. Sugandi begint de melkveehouders uit te leggen dat niets zo belangrijker is dan hygiëne en dat boeren vooral moeten investeren in krachtvoer, willen ze dat het aantal liters per koe omhoog gaat.

Het tweejarige project van FrieslandCampina met financiële steun van Economische Zaken is inmiddels afgerond. Volgens bedrijfsleider Efi Lutfillah is de Nederlandse zuivelgigant tevreden met de eerste resultaten. De dagelijkse melkproductie ging omhoog van 120.000 liter per dag naar 140.000 liter. De vijfduizend boeren van de coöperatie in Pangalengan bezitten samen 22.000 koeien. Een koe zit nu op een gemiddelde productie van 13 liter melk per dag, voorheen lag dat zo rond de 10 liter.

De vooruitzichten zijn goed. Het regenseizoen in Indonesië kan ieder moment beginnen. ”Dat betekent stapels vers gras voor de koeien waardoor de melkproductie nog verder stijgt. We verwachten aan het einde van dit jaar op een melkproductie van 150.000 liter per dag te zitten. Voor de boeren hier in Bandung kan het alleen nog maar beter worden”, zegt een opgetogen
Lutfillah.

FrieslandCampina in Indonesië

Met 240 miljoen inwoners behoort Indonesië tot een van de grootste landen ter wereld. Jaarlijks verwerkt FrieslandCampina er 600 miljoen liter melk, waar houdbare zuivel zoals melkpoeder, drinkmelk en gecondenseerde melk van wordt gemaakt. Java is het enige eiland waar melk vandaan komt. Op de andere eilanden zoals Bali, Lombok, de Molukken of Kalimantan wordt geen melk geproduceerd omdat er volgens bedrijfsleider Efi Lutfillah geen verwerkende fabrieken aanwezig zijn. De melk zou te lang onderweg zijn. Op Sumatra, waar nog wel enkele melkveehouderijen zitten, gooien boeren steeds vaker hun melk weg. De wagens die de zuivel moeten vervoeren staan door toenemend vrachtverkeer te lang in de haven te wachten op de ferry naar Java.

De infrastructuur baart de zuivelgigant soms zorgen. ”Zoals in de vastenmaand als iedere Indonesiër teruggaat naar zijn kampung. We hebben ook een coöperatie in Oost-Java, in Blitar. Vandaaruit duurt het 24 uur voordat de melkwagen in Jakarta is. Met de drukte op de wegen moeten we de melk nog meer koelen, tot 4 graden. Melk kan niet langer dan dertig uur lang onderweg zijn”, legt Lutfillah uit.

FrieslandCampina Kievit, het tweede productiebedrijf van de Nederlandse multinational, heeft sinds 2005 ook een locatie in Salatiga, op Midden-Java. Het produceert er ingrediënten voor de voedingsmiddelenindustrie. Net als in Europa is Azië een groeimarkt voor creamers en vetpoeders.

Foto

Wilma van der Maten

Eén reactie

  • no-profile-image

    wabnsttjhd

    YwHubV duworafxavzh, [url=http://fobrvxhaxchg.com/]fobrvxhaxchg[/url], [link=http://qfswtcbvvvfi.com/]qfswtcbvvvfi[/link], http://hbpcxsqzqhmu.com/

Of registreer je om te kunnen reageren.